Programma 4: Ruimte en Klimaat

Portefeuillehouders

Terug naar navigatie - Programma 4: Ruimte en Klimaat - Portefeuillehouders

Gedeputeerden R.F. Douwstra, S. Knol, A.W. Kooistra en M.A.C. de Vries 

Inleiding

Terug naar navigatie - Programma 4: Ruimte en Klimaat - Inleiding

Ruimte en klimaat zijn twee brede en integrale thema's. 

In 2026 lag het ontwerp van de nieuwe Provinciale Omgevingsvisie (POVI) ‘In werkenber Fryslân, klear foar de takomst’ ter inzage. Deze visie beschrijft het provinciale omgevingsbeleid en de belangrijkste ruimtelijke en maatschappelijke opgaven voor Fryslân. Centraal staat het behouden en versterken van de brede welvaart. De inrichting van Fryslân verandert door klimaatverandering, energietransitie en veranderingen in het landgebruik. Tegelijk groeit het belang van slimme functiecombinaties, zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van omgevingskwaliteit. In de Omgevingsvisie zijn daarvoor vier bewegingen benoemd:

  1. Een schone, gezonde, inclusieve en veilige leefomgeving met identiteit;
  2. Een sterke landbouw en natuur in een klimaatbestendig Fryslân;
  3. Vitale steden en dorpen in een verbonden Fryslân;
  4. Een fossielvrije en circulaire samenleving.

Ook landelijk verandert het ruimtelijk beleid. Het Rijk werkt de Nota Ruimte uit in verschillende programma’s. Provincies krijgen daarbij een grotere rol in de afstemming van nationale en regionale opgaven, ondermeer voor wonen. De woningvraag in Fryslân blijft groot. Tot en met 2030 moeten in Fryslân 22.406 woningen worden gerealiseerd. Daarbij groeit de aandacht voor betaalbare woningen, sociale woningbouw en woonvormen voor ouderen en mensen met een zorgvraag.

De gevolgen van klimaatverandering zijn al merkbaar. Weersextremen nemen toe en de bodem daalt. Dat leidt tot risico’s, zoals droogte, hittestress, wateroverlast, funderingsschade en natuurbranden. Deze ontwikkelingen raken iedereen: inwoners, bedrijven, landbouw, natuur en erfgoed. Ook internationale gevolgen, zoals vluchtelingenstromen en verstoringen in de handel, kunnen Fryslân raken. 

Daarom zijn twee soorten maatregelen nodig: 

  1. Aanpassen aan de effecten van klimaatverandering
  2. Verminderen van de oorzaken van klimaatverandering

We werken aan een toekomstbestendig water- en bodemsysteem en maken de omslag naar duurzame energie. Een gezonde bodem, schoon en voldoende zoet water en een veilig watersysteem zijn cruciaal om in Fryslân goed te kunnen wonen, werken en leven. Ze vormen de basis voor onze brede welvaart. 

We leveren een bijdrage aan het bereiken en in stand houden van een schone, gezonde en veilige leefomgeving door de inzet van Uitvoering & Handhaving als instrument (voorheen VTH: vergunningverlening, toezicht en handhaving).

We willen in 2050 onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. De energietransitie is daarvoor noodzakelijk. Meer schone energie uit Fryslân maakt ons minder afhankelijk van olie en gas, draagt bij aan betaalbare energie en zorgt ervoor dat de opbrengsten in de regio blijven. Lokaal eigendom van duurzame energie vinden we belangrijk. Iedereen moet daarvan mee kunnen profiteren.  

Vastgestelde beleidsnotities

Terug naar navigatie - Programma 4: Ruimte en Klimaat - Vastgestelde beleidsnotities

Verbonden partijen

Terug naar navigatie - Programma 4: Ruimte en Klimaat - Verbonden partijen

Onderstaande verbonden partijen leveren een bijdrage aan de doelen en resultaten van dit programma. Een overzicht van de verbonden partijen en meer informatie hierover staan in paragraaf 5 van deze begroting.

vanuit Milieu/U&H:

  • Fryske Útfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO), Grou
  • Stichting Nazorg Ouwsterhaule, Joure
  • Fonds Nazorg Stortplaatsen, Leeuwarden

vanuit Energietransitie:

  • Fûns Skjinne Fryske Enerzjy BV (FSFE), Leeuwarden
  • Fryslân Hurde Wyn BV (FHW), Leeuwarden

Overzicht van lasten en baten programma 4 Ruimte en Klimaat

Terug naar navigatie - Programma 4: Ruimte en Klimaat - Overzicht van lasten en baten programma 4 Ruimte en Klimaat
Exploitatie- Bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Lasten
4.1 Ruimtelijke ordening en wonen
4.218
3.397
1.802
653
653
4.2 Water en bodem
37.934
24.172
30.416
14.022
30.463
4.3 Milieu
10.744
9.843
9.822
9.700
9.700
4.4 Energietransitie
11.542
8.910
1.878
1.782
1.782
Totaal lasten
64.438
46.321
43.917
26.156
42.597
Baten
4.1 Ruimtelijke ordening en wonen
1.183
594
0
0
0
4.2 Water en bodem
25.640
13.999
23.738
6.098
27.631
4.3 Milieu
455
422
422
422
422
4.4 Energietransitie
5.483
5.495
0
0
0
Totaal baten
32.761
20.510
24.161
6.521
28.053
Saldo van lasten en baten
31.677
25.812
19.757
19.636
14.544

Toelichting
De toelichting op de grootste verschillen tussen de jaren staat bij de afzonderlijke beleidsvelden beschreven.

Beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ordening en wonen

Terug naar navigatie - - Beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ordening en wonen

Wat zien we?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ordening en wonen - Wat zien we?

Het Rijk neemt een sterkere rol in de ruimtelijke ordening. Via de ‘Nota Ruimte’ stuurt het Rijk op nationale opgaven, zoals woningbouw, energie, water en bodem, landbouw en economie en natuur. Provincies krijgen een grotere rol in de afstemming tussen nationale en regionale belangen. De ‘Nota Ruimte’ is vertaald in onze (ontwerp) Omgevingsvisie 'In werkenber Fryslân, klear foar de takomst' (POVI). In een ruimtelijk arrangement tussen Rijk en provincie zijn afspraken gemaakt over nationale en regionale opgaven. Daarbij is op nationale en regionale en Noord-Nederlandse schaal behoefte gebleken aan onderzoek naar de gevolgen van ruimtelijke keuzes voor het watersysteem. 

Sinds de invoering van de Omgevingswet ligt de nadruk namelijk meer op integrale afwegingen en zorgvuldig ruimtegebruik. Daarbij groeit het belang van omgevingskwaliteit, meervoudig ruimtegebruik en het combineren van functies binnen de beschikbare ruimte.

Provincie, gemeenten en andere partners werken steeds vaker samen aan ruimtelijke vraagstukken, investeringsopgaven en langetermijnontwikkelingen. Zo zien we in Fryslân, zowel binnen het Fries Stedelijk Netwerk als in de overige steden en dorpen, een groeiende behoefte aan gezamenlijke ruimtelijke strategieën. Ook is er behoefte aan een gezamenlijke organisatie voor omgevingskwaliteit die vroegtijdige samenwerking, integraliteit, kennisdeling en vlotte processen bevordert.

De druk op de ruimte neemt verder toe door opgaven zoals klimaatadaptatie, de energietransitie, stikstof, natuurherstel en woningbouw. Daardoor verandert het Friese landschap en staan landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, zoals omschreven in ’Grutsk op ‘e Romte’, steeds meer onder druk.

De woningbouw in Fryslân ligt nog op koers ten opzichte van de ‘Woondeal 2023-2030’, maar de randvoorwaarden staan onder druk. Netcongestie, stikstofbeperkingen, beperkte uitvoeringscapaciteit en stijgende kosten beïnvloeden de voortgang van woningbouwprojecten. De vraag naar betaalbare woningen, sociale huurwoningen en passende woningen voor ouderen en studenten blijft groeien. Uit het woningbehoefteonderzoek van 2026 blijkt dat de woningbehoefte in Fryslân de komende jaren hoog blijft. Vanaf 2027 zal er een nieuwe Woondeal zijn waarin deze ontwikkelingen zijn verwerkt. 

De regionale woondeals met de zes Friese regio's bevatten, vooruitlopend op het inwerkingtreden van de ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’, al inspanningsafspraken. Met deze wet krijgen provincies meer verantwoordelijkheid voor de regie op woningbouw, volkshuisvesting en regionale afstemming. Daarnaast wordt een volkshuisvestingsprogramma verplicht. Voor Fryslân is dat het Frysk Wenplan.

Taak- en rolvrijheid

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ordening en wonen - Taak- en rolvrijheid

Taakvrijheid
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn overheden samen verantwoordelijk voor het op een evenwichtige manier toedelen van functies aan locaties. De provincie vervult hierin vooral een coördinerende rol. Wij zorgen voor samenhang tussen plannen van gemeenten, Wetterskip Fryslân en andere partners, passend binnen ons beleid. In Fryslân doen we dit door plannen en projecten in een vroeg stadium informeel met elkaar te delen. Zo werken we aan de uitvoering van de Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma's en de Omgevingsverordening Fryslân. 

Als dat nodig of wenselijk is, zetten we ons wettelijke instrumentarium in. Daarmee borgen we de kwaliteit van de leefomgeving op een manier die past bij de brede reikwijdte van het begrip ‘omgevingskwaliteit’. We sluiten daarbij aan bij de principes van de Omgevingswet, waaronder de algemene zorgplicht: "Eenieder draagt voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving." 

De ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ legt provincies aanvullende taken op het gebied van wonen op. Zo wordt het opstellen van een volkshuisvestingsprogramma verplicht. Ook krijgt de provincie een grotere toezichthoudende rol richting gemeenten, vooral op het gebied van het plannen van voldoende woningbouwlocaties en het realiseren van betaalbare woningen.

Rolvrijheid
Binnen dit beleidsterrein zijn wij vooral een netwerkende overheid. De Omgevingswet zorgt ervoor dat provinciale belangen eerder op tafel komen en benadrukt het belang van goede samenwerking aan de voorkant van processen. Als wij gebruikmaken van procedures of wettelijke instrumenten, verschuift onze rol naar die van rechtmatige overheid. 
Op het gebied van wonen en woningbouwprogramma’s hebben gemeenten de regie. De provincie ondersteunt hen door kennis te delen, gezamenlijk onderzoek te doen en herbestemming en transformatie van locaties te stimuleren. Ook ondersteunen wij lokale initiatieven. Om de uitvoering van woningbouwplannen te versnellen, kunnen wij bovendien provinciale middelen inzetten. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ordening en wonen - Wat willen we bereiken?

Doelstelling beleidsveld 4.1

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ordening en wonen - Wat willen we bereiken? - Doelstelling beleidsveld 4.1
  1. In Fryslân werken de Friese overheden en maatschappelijke partners integraal samen en zoeken zij vroegtijdig, via voorkantsamenwerking, de samenwerking bij ruimtelijke opgaven. Zo komen we tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
  2. De kerninstrumenten van het provinciale omgevingsbeleid zijn actueel en sluiten aan op nieuwe ruimtelijke en maatschappelijke opgaven;
  3. Uiterlijk in 2030 zijn de aantallen uit de Woondeal gerealiseerd, met een passende, betaalbare en toekomstbestendige woningvoorraad.

Doelindicatoren

Onderwerp Indicator Doelwaarde
1. Voorkantsamenwerking

 
 
1.1 Aantal regionale  participatie- en omgevingstafels voor ruimtelijke initiatieven Onze deelname aan omgevingstafels en vergelijkbare participatietrajecten 
1.2 Vastgestelde verstedelijkingsstrategie Fries Stedelijk Netwerk Een gezamenlijk met Rijk en gemeenten opgestelde ruimtelijke strategie + uitvoeringsafspraken
1.3 Vastgestelde kernenstrategie Een gezamenlijk met gemeenten en, zo nodig, Rijk opgestelde ruimtelijke strategie + uitvoeringsafspraken
2. Actueel omgevingsbeleid
 
 
2.1 Zo nodig, Omgevingsvisie geactualiseerd naar aanleiding van bestuursakkoord Een jaarlijkse actualisatie op relevante wetgeving, beleid, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen
2.2 Vastgestelde nieuwe of geactualiseerde omgevingsprogramma's  Uitwerking van het actuele beleid in de omgevingsvise in concretere doelen en maatregelen om dit te bereiken
2.3 geactualiseerde omgevingsverordening Fryslân Een jaarlijkse actualisatie op relevante wetgeving, beleid, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen
3. Toekomstbestendige woningvoorraad
 
3.1 Gerealiseerde nieuwe woningen 2022-2030 (gebaseerd op woondeals 2023) 22.406 
3.2 Het realiseren van voldoende betaalbare koop en huur woningen 2/3 betaalbaar en 30% sociale huur woningen

Wat gaan we daarvoor doen?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ordening en wonen - Wat gaan we daarvoor doen?
Onderwerp Resultaten 2027
1. Voorkantsamenwerking

 
 
1.1 Wij betrekken medeoverheden en maatschappelijke partners bij provinciale ruimtelijke plannen en zijn via omgevingstafels vroegtijdig betrokken bij gemeentelijke ruimtelijke plannen. 
1.2 Wij stellen de verstedelijkingsstrategie voor het Fries Stedelijk Netwerk vast, inclusief uitvoerings- en investeringsafspraken.
1.3 Wij stellen een kernenstrategie voor de Friese kernen vast, zodat deze in 2028 kan worden vertaald naar uitvoeringsafspraken.
2. Actueel Omgevingsbeleid
 
 
 
2.1 Wij houden de Omgevingsvisie (POVI) actueel door deze aan te passen aan relevante trends en ontwikkelingen, waaronder een nieuw bestuursakkoord.
2.2 Wij stellen nieuwe Omgevingsprogramma's op en actualiseren bestaande programma's.
2.3 Wij leggen de jaarlijkse actualisatie van de Omgevingsverordening ter vaststelling voor aan Provinciale Staten.
3. Toekomstbestendige woningvoorraad 
 
 
3.1 Samen met de Friese gemeenten en andere belanghebbenden stellen wij een volkshuisvestingsprogramma op: het Frysk Wenplan.  
3.2 Wij bereiden een nieuwe woondeal voor met afspraken over betaalbare woningen, sociale huur en wonen en zorg.
3.3 Samen met de gemeenten maken wij, via de woningbouwmonitor en planlijsten, afspraken over de betaalbare woningbouw en sociale huur.

Resultaatindicatoren

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ordening en wonen - Resultaatindicatoren
Onderwerp Indicator Doelwaarde 2027
1. Voorkantsamenwerking

 
 
1.1 Samenwerking met medeoverheden in en betrokkenheid bij strategische complexe ruimtelijke projecten 100%
1.2 Vastgestelde verstedelijkingsstrategie Fries Stedelijk Netwerk met uitvoerings- en investeringsafspraken  100%
1.3 Vastgestelde kernenstrategie voor overige Friese kernen met uitvoeringsafspraken 50%
2. Actueel Omgevingsbeleid
 
2.1 Op het bestuursakkoord geactualiseerde Omgevingsvisie 100%
2.2 Nieuwe en geactualiseerde Omgevingsprogramma's   5
2.3 Geactualiseerde Omgevingsverordening 100%
3. Toekomstbestendige woningvoorraad
 
3.1 Aantal gerealiseerde nieuwbouwwoningen 2.489
3.2 Nieuwe ondertekende Woondeal tot en met 2036 1
3.3 Het Fries Woonplan is voor wensen en bedenkingen voorgelegd aan PS  100%

 

Wat mag het gaan kosten?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ordening en wonen - Wat mag het gaan kosten?
Bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Totaal lasten
4.218
3.397
1.802
653
653
Totaal baten
1.183
594
0
0
0
Saldo van lasten en baten
3.035
2.803
1.802
653
653

Toelichting
Dit beleidsveld kent een hoge mate van budgetvrijheid. Alleen de boekjaarsubsidies aan Landschapsbeheer Fryslân en enkele kleinere landschapsorganisaties, evenals de jaarlijkse monitoring van de woningmarkt en de woningbouwontwikkelingen, liggen meerjarig vast.

De afname van de lasten wordt als volgt verklaard: binnen het onderwerp Actueel omgevingsbeleid lopen de tijdelijke middelen voor de versterking van de regie op de volkshuisvesting eind 2026 af. Daarnaast zijn via een decentralisatie-uitkering tijdelijk rijksmiddelen beschikbaar gesteld voor de actualisatie van de NOVEX en de POVI. Ook deze middelen hebben een looptijd tot en met 2026. Binnen het onderwerp Toekomstbestendige woningvoorraad lopen in 2026 eveneens enkele tijdelijke budgetten en rijksmiddelen via SPUK's. Dit betreft onder meer de SPUK voor flexibele inzet bij woningbouw. Onder GS Voorwaardelijk staat het themabudget voor Wonen. Er wordt gewerkt aan het omgevingsprogramma waarvoor deze middelen ingezet gaan worden.

Uitgebreide financiële tabel

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ordening en wonen - Uitgebreide financiële tabel
Lasten en baten beleidsveld 4.1 Ruimtelijke ordening en wonen
Onderwerp - Bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Lasten
Actueel omgevingsbeleid
1.325
587
587
587
587
Toekomstbestendige woningvoorraad
2.893
1.964
65
65
65
Ruimtelijke ordening en wonen GS voorwaardelijk
0
845
1.149
0
0
Totaal lasten
4.218
3.397
1.802
653
653
Baten
Toekomstbestendige woningvoorraad
1.183
594
0
0
0
Totaal baten
1.183
594
0
0
0
Saldo van lasten en baten
3.035
2.803
1.802
653
653

Beleidsveld 4.2. Water en Bodem

Terug naar navigatie - - Beleidsveld 4.2. Water en Bodem

Wat zien we?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.2. Water en Bodem - Wat zien we?

De gevolgen van klimaatverandering worden steeds zichtbaarder. We krijgen vaker te maken met droogte, hittestress en wateroverlast. Fryslân moet zich daarop voorbereiden. Een gezonde bodem, voldoende en schoon zoet water en een veilig watersysteem zijn daarvoor essentieel. De kwaliteit van ons grond- en oppervlaktewater is de afgelopen decennia verbeterd, maar we zijn er nog niet. Het ondiepe grondwater bevat steeds meer chemische stoffen (‘vergrijzing’), en ook in oppervlaktewater worden deze stoffen aangetroffen. Door de opwarming van het water wordt het bovendien moeilijker om de kwaliteit van het zwemwater op peil te houden. Ook de waterkwantiteit staat onder druk. We krijgen te maken met langere perioden van droogte én met hevige buien en langdurige neerslag. Dat vraagt om meer ruimte voor water. Daarnaast neemt de afhankelijkheid van het IJsselmeer nu en in de toekomst verder toe. Het is belangrijk om samen met Wetterskip Fryslân, Vitens, Friese gemeenten en aangrenzende gemeenten en waterschappen tot gezamenlijke keuzes, maatregelen en investeringen te komen die het watersysteem toekomstbestendig maken. Deze leggen we vast in een Regionaal Water - en Bodemprogramma (RWBP). 

Voor landbouwbodems is het Nationaal Programma Landbouwbodems opgezet. Voor provincies is het belangrijk te streven naar een goede bodemkwaliteit en vruchtbare gronden. Over het algemeen is de bodemkwaliteit in Fryslân op orde, maar in specifieke gebieden spelen extra opgaven. Zo vragen bodemdaling in het veen, verzilting op kleigrond en verzuring op zandgronden om aanvullend onderzoek en, waar dat nodig is, een gebiedsgerichte aanpak.

Op het gebied van water- en bodemtechnologie heeft Fryslân een sterke kennispositie. Deze positie is economisch van grote betekenis en kan de Friese economie een flinke impuls geven. Daarom is dit een speerpunt in de Economische Samenwerkingsagenda Blue Delta. 

Het onderdeel Veenweide is opgenomen bij paragraaf 9 'Grote projecten'. 

Taak- en rolvrijheid

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.2. Water en Bodem - Taak- en rolvrijheid

Taakvrijheid
De provincie heeft wettelijke taken op het gebied van waterveiligheid, waterkwaliteit, waterkwantiteit, bodem en klimaatadaptatie. Deze taken zijn vastgelegd in de Omgevingswet en in specifieke regelingen, zoals de ‘Kaderrichtlijn Water’ (KRW), de ‘Zwemwaterrichtlijn’ en de ‘Drinkwaterrichtlijn’. Hieronder vallen onder meer de bescherming van drinkwaterbronnen uit grondwater en de zorgplicht voor de fysieke leefomgeving. De funderingsaanpak in het veenweidegebied is een kerntaak in brede zin. 

De uitvoering van deze taken is voor de provincie verplicht.  Daarbij zijn wij voor het behalen van onze doelen mede afhankelijk van de maatregelen die andere overheden treffen. 

Rolvrijheid
Binnen het beleidsveld Water en Bodem ligt de nadruk op onze rol als rechtmatige overheid. We stellen kaders, verlenen vergunningen en houden toezicht. Dat zijn onze kerntaken. 

Tegelijkertijd raken water en bodem ook andere beleidsvelden, zoals landbouw, natuur, wonen en recreatie. Dat vraagt om een bredere rol: die van samenwerkende overheid. Denk bijvoorbeeld aan de aanpak van de veenweideproblematiek of maatregelen voor klimaatadaptatie. Ook bij de versterking van waterkeringen kijken we waar andere functies, zoals natuurontwikkeling of recreatie, kunnen worden gecombineerd. Zo maken we werk met werk. Water en bodem zijn daarmee niet alleen zelfstandige beleidsvelden, maar spelen ook een belangrijke rol binnen andere programma’s. Dat vraagt van ons dat we flexibel en integraal samenwerken met partners in de regio. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.2. Water en Bodem - Wat willen we bereiken?

Doelstelling beleidsveld 4.2

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.2. Water en Bodem - Wat willen we bereiken? - Doelstelling beleidsveld 4.2
  1. Waterveiligheid en klimaatadaptatie:
    De inwoners van Fryslân en de Friese economie zijn goed beschermd tegen overstromingen en wateroverlast. Fryslân is in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig ingericht, zodat het watersysteem bestand is tegen extreme droogte, extreme neerslag en overstromingen. Waterveiligheid benaderen we via meerlaagsveiligheid:
       - laag 1: preventie door waterkeringen; 
       - laag 2: waterrobuuste ruimtelijke inrichting;
       - laag 3: goede crisisbeheersing (rampenbeheersing); en
       - laag 4:  waterrobuust herstel.
    Via (landelijke en provinciale) normering van keringen is laag 1 geborgd. Via beleid en provinciale verordening stimuleren we dat nieuwe ontwikkelingen waterrobuust worden gerealiseerd en gaan we met de regio en het ministerie gezamenlijk aan de slag om voor de Waddeneilanden laag 2 en 3 beleidsmatig uit te werken. 
  2. Voldoende water:
    Het watersysteem is in balans en weerbaar tegen droogte, wateroverlast en verzilting. Het peilbeheer van Wetterskip Fryslân moet verschillende functies, zoals landbouw, natuur, recreatie en beroepsvaart, zo goed mogelijk bedienen. Daarnaast sturen wij op water vasthouden, extra waterberging en de normering van regionale wateroverlast, omdat klimaatverandering de kans op wateroverlast vergroot en meer ruimte voor water vraagt. Ook de grondwatervoorraad moet in balans zijn. Daarom willen wij voorkomen dat bij tekorten aan oppervlaktewater grondwater wordt gebruikt voor beregening. De provincie draagt zorg voor een duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening, nu en in de toekomst. Daarnaast werken wij aan waterbewustzijn van inwoners en bedrijven. 
  3. Schoon water:
    Wij behouden en verbeteren de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater, onder meer voor drinkwater, landbouw, natuur, biodiversiteit, industrie en recreatie. De provincie werkt daarom aan het voorkomen van achteruitgang en het verbeteren van de grondwaterkwaliteit om te kunnen voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Daarnaast treedt vergrijzing van het grondwater op. Deze ontwikkeling wordt niet zichtbaar in de KRW-beoordeling. Daarom werken wij samen met andere provincies, Vitens en Wetterskip Fryslân aan de aanpak van deze vergrijzing. De grondwaterkwaliteit wordt gemonitord om deze ontwikkeling te volgen.
  4. Bodem:
    We zetten in op duurzaam en efficiënt bodembeheer, gericht op een gezonde en veilige leefomgeving. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van een Bodemcampus. 

Doelindicatoren.

Onderwerp Indicator Doelwaarde
1. Waterveiligheid en klimaatadaptatie 1.1 Percentage regionale keringen dat voldoet dan de geldende veiligheidsnorm (laag 1).  100% in 2050
1.2 Percentage van de invulling van de lagen 2, 3 en 4 van meerlaagsveiligheid. 100% in 2028 en in de toekomst
2. Voldoende water 2.1 Percentage van de (grond)water beschikbaarheid voldoet aan de vraag.   100% 
2.2  Uitvoeringspercentage van de voor Fryslân relevante onderdelen in de Deltaprogramma's IJsselmeer en Zoetwater.  100% uitvoering fase II, 
100% voorbereiding Fase III
2.3  Waterbewustzijn: Vitens blijft binnen de huidige wateronttrekkingsvergunning. 100%
2.4 Percentage duurzaam watergebruik in Friese huishoudens (reductie watergebruik van 118 naar 100 liter per persoon per dag). 100% in 2035 
3. Schoon water 3.1 Percentage van de KRW-lichamen (kader richtlijn water) dat voldoet aan de waterkwaliteitsdoelen.   100% 
3.2 Leveringszekerheidspercentage van het Friese drinkwater.  100% 
4. Bodem 4.1 Geen risico's meer op de bekende historische spoedlocaties. 100% 
4.2 Gereedheidspercentage haalbaarheidsonderzoek ontwikkeling Bodemcampus (zie ook paragraaf 5.1).  100%

Wat gaan we daarvoor doen?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.2. Water en Bodem - Wat gaan we daarvoor doen?
Onderwerp Resultaten 2027
1. Waterveiligheid en klimaatadaptatie
 
1.1 We maken afspraken met Wetterskip Fryslân over het onderhoud van de regionale keringen voor de periode na 2027. 
1.2 Samen met het ministerie en regionale partners werke wij aan een uitgewerkte waterveiligheidsstrategie.  
2. Voldoende water 2.1 Samen met andere partijen voeren we FRESHEM uit (Zie  https://freshem.nl/activiteiten/).
2.2 Wij leveren een bijdrage en geven uitvoering aan de Deltaprogramma’s IJsselmeergebied en Zoetwater.
2.3 Wij zetten waterbewustzijn in de spotlight door minimaal twee publiekscampagnes te ondersteunen. 
2.4 We stimuleren waterbewust gedrag, de inzet van waterbesparende technieken en waterbewust bouwen. Daarnaast ondersteunen wij huishoudens, bedrijven en publieke instellingen om hun drinkwatergebruik structureel te verlagen.
3. Schoon water
 
 
 
 
3.1.1 Wij stimuleren en faciliteren de uitvoering van het aangepaste KRW-maatregelpakket overeenkomstig de tussentijdse evaluatie van de KRW-Nota 2025. 
3.1.2 Wij voeren onze wettelijke taken voor zwemwaterlocaties uit.
3. 2.1 Wij voeren periodieke monitoring van de grondwaterkwaliteit uit.
3.2.2 Wij stellen voor de vier Friese Waddeneilanden een Integraal Waterplan op. 
3.2.3 Wij voeren het Uitvoeringsprogramma Drinkwater 2026-2031 uit. 
4. Bodem
 
4.1.1 Wij ronden de bronaanpak van historische spoedlocaties af.
4.1.2 Wij stellen een onderzoeksopzet vast voor het bepalen van de omvang van de PFAS-verontreinigingen.
4.2 Wij dragen bij aan de ontwikkeling van een Bodemcampus (zie ook beleidsveld 5.1).

Resultaatindicatoren

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.2. Water en Bodem - Resultaatindicatoren
Onderwerp Indicator Doelwaarde 2027
1. Waterveiligheid en klimaatadaptatie
 
 
1.1.1 Uitvoeringspercentage van acties uit ons RWP ten aanzien van meerlaagsveiligheid (preventie van overstromingen en wateroverlast, ruimtelijke inrichting en locatiekeuze en calamiteitenbeheersing). 100%
1.1.2 Gereedheidspercentage Fries Bestuursakkoord Water en Klimaat 4. 100%
1.2 Uitwerkingspercentage concrete maatregelen van de waterveiligheidsstrategie per Fries Waddeneiland. 100%
2. Voldoende water 2.1.1 Aanlegpercentage vijf nieuwe, diepe meetlocaties FRESHEM voor het volgen van de snelheid van verzilting. 100%
2.1.2 Vastleggingspercentage van ASV (aanvullende strategische voorraad) in de omgevingsverordening. 100%
2.2.1 Start uitvoering maatregelen Deltaprogramma Zoetwater Fase II. 100%
2.2.2 Start voorbereiding Deltaprogramma Zoetwater Fase III. 100%
2.3 Ondersteunen van minimaal 2 publiekscampagnes.  100%
2.4 1,7% Reductie drinkwatergebruik van huishoudens en zakelijk (dit is 2 liter p.p.p.d.).   100%
2.5 Reviseren alle vergunningen grote grondwateronttrekkingen (20 stuks). 100%
2.6 Opstellen Integraal Waterplan Waddeneilanden. 50%
3. Schoon water 3.1.1 Uitvoeringspercentage KRW-maatregelen.  100%
3.1.2 Percentage zwemwaterlocaties dat in klasse aanvaardbaar, uitstekend of goed zit.  >90% 
3.2.1 Herijkingspercentage grondwaterbeschermingsbeleid (op basis van monitoringsresultaten). 100%
3.2.2 Aantal opgestelde integrale waterplannen. 50%
3.2.3 Percentage aantal uitgevoerde maatregelen en voortgang van de maatregelen uit  Uitvoeringsprogramma Drinkwater 2026-2031. 30%
4. Bodem 4.1 Start sanering van de resterende locatie(s) op de spoedlijst. 100% 
4.2 Afrondingspercentage haalbaarheidsonderzoek bodemcampus.  100%

Wat mag het gaan kosten?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.2. Water en Bodem - Wat mag het gaan kosten?
Bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Totaal lasten
37.934
24.172
30.416
14.022
30.463
Totaal baten
25.640
13.999
23.738
6.098
27.631
Saldo van lasten en baten
12.293
10.173
6.677
7.924
2.832

Toelichting
Dit beleidsveld kent weinig budgetvrijheid. Een groot deel van de budgetten is bestemd voor werkzaamheden waarvoor (langjarige) afspraken zijn gemaakt of een wettelijke basis hebben. De begrote middelen in 2027 zijn met name beschikbaar voor Programma 'Veenweide' (€ 11,9 mln.) en Programma 'Friese IJsselmeerkust' (€ 3,8 mln.). Daarnaast zijn er structurele budgetten voor de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van water en bodem (€ 0,9 mln.), bijdragen voor de voorziening Grondwaterwet (€ 0,7 mln.) en zijn er SPUK-middelen (€ 3,1 mln.) beschikbaar voor FRESHEM en Klimaatadaptatie. Tot slot is er een tijdelijk budget waar voor 2027 € 1,6 mln. ingezet zal worden voor het uitvoeren van de KRW-Maatregelen uit het aangepaste pakket (PS-besluit 23-4-2025). 

De begrote baten hebben betrekking op de Rijksinkomsten vanuit SPUK's, de EU-middelen en de bijdragen van andere aan realisatie deelnemende partijen. Daarnaast wordt de voorziening Grondwaterwet gevoed vanuit de inkomsten van de grondwaterbelasting die de provincie heft. 

De tabel laat meerjarig enkele fluctuaties zien. Dit wordt met name veroorzaakt door de twee programma's. Voor Programma 'Veenweide' (€ 3,5 mln. lager in 2027) geldt dat de in 2026 ontvangen decentralisatie uitkering (€ 1 mln.) voor de gebiedsgerichte funderingsaanpak om procedurele redenen niet is besteed. Voor de SPUK NL2120 zijn in 2026 subsidielasten begroot van ca. € 0,8 mln. welke ten laste van 2027 gaan komen. Voor het onderdeel 'Versterken Friese IJsselmeerkust'  geldt dat wij in afwachting zijn van een nieuwe beschikking van het Rijk. Voor 2027 is uitsluitend budget beschikbaar voor de Bijdrageregeling 'Friese IJsselmeerkust.'

Onderstaand voorstel uit de kadernota is verwerkt in bovenstaande tabel. 

Voorstellen kadernota Bedragen x € 1.000,-
Omschrijving
2026
2027
2028
2029
2030
Lasten
Voorbereiding Noorderhavendam Programma Harlingen
0
250
0
0
0
Totaal lasten
0
250
0
0
0

Uitgebreide financiële tabel

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.2. Water en Bodem - Uitgebreide financiële tabel
Lasten en baten beleidsveld 4.2 Water en Bodem
Onderwerp - Bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Lasten
Waterveiligheid en klimaatadaptatie
32.746
17.222
25.603
12.366
28.501
Voldoende water
2.813
2.318
2.146
1.199
1.199
Schoon water
-652
851
439
344
254
Bodem
2.517
2.171
1.708
113
177
Water en bodem GS voorwaardelijk
510
1.610
520
0
333
Totaal lasten
37.934
24.172
30.416
14.022
30.463
Baten
Waterveiligheid en klimaatadaptatie
20.846
9.823
20.368
5.395
26.928
Voldoende water
2.410
1.904
1.651
704
704
Schoon water
140
215
125
0
0
Bodem
2.245
2.058
1.595
0
0
Totaal baten
25.640
13.999
23.738
6.098
27.631
Saldo van lasten en baten
12.293
10.173
6.677
7.924
2.832
SPUK (bedragen x € 1000,-)
Looptijd
Besteed t/m 2025
Nog te besteden
Totaal beschikking
Terugbetaal- risico
Toelichting/ Beheersmaatregelen
SPUK E99 Versterken Friese IJsselmeerkust
2022-2025
3.497
9.145
12.642
midden
Het ministerie heeft in december 2025 besloten om de looptijd van deze SPUK te beëindigen per 31 december 2025. Voor de vervolgperiode ontvangen wij een nieuwe beschikking waarbij de resterende rijksmiddelen bij deze SPUK ingezet mogen worden. Op dit moment (peildatum 1 september 2026) hebben wij deze beschikking nog niet ontvangen. Het risico is als midden ingeschat omdat wij wel uitgaven maken voor het programma die op dit moment formeel niet zijn afgedekt.

Beleidsveld 4.3. Milieu

Terug naar navigatie - - Beleidsveld 4.3. Milieu

Wat zien we?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.3. Milieu - Wat zien we?

De belangrijkste ontwikkelingen binnen dit beleidsveld zijn de volgende:

  • In de (Ontwerp) Omgevingsvisie (POVI) is als strategische beweging “Naar een schone, gezonde, inclusieve en veilige leefomgeving met identiteit” opgenomen (beweging 1). 
  • Milieu-uitdagingen en maatschappelijke druk.
    De urgentie van milieuvraagstukken neemt toe. Met de inzet van Uitvoering & Handhaving als instrument (U&H) leveren we een bijdrage aan het behalen van milieudoelen en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving.

    Belangrijke thema’s zijn:
    o    Verbetering van lucht- en waterkwaliteit;
    o    Aanpak van PFAS en andere schadelijke stoffen;
    o    Energiebesparing en CO2-reductie;
    o    Circulaire economie.

  • Toenemende complexiteit
    De opgaven worden complexer en omvangrijker. Dit leidt tot:
    o    de noodzaak om inzicht te hebben in potentiële risico's, zodat prioriteiten kunnen worden gesteld;
    o    een grotere behoefte aan expertise en inzet;
    o    een toenemende afhankelijkheid van samenwerking en afstemming, zowel met provincies en ketenpartners als tussen beleid en uitvoering.

Taak- en rolvrijheid

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.3. Milieu - Taak- en rolvrijheid

 

Taakvrijheid
Veel taken binnen dit beleidsveld zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. Daarnaast is de provincie voor bepaalde milieubelastende activiteiten het bevoegd gezag. Voor een deel van de taken gelden wettelijke voorschriften voor de uitvoering, terwijl Gedeputeerde Staten voor een ander deel beleidsvrijheid hebben. Een groot deel van de wettelijke taken wordt uitgevoerd door de gezamenlijke omgevingsdienst van de Friese gemeenten en de provincie: de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO). De taken voor de Seveso-bedrijven in Fryslân worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Groningen (ODG).

Rolvrijheid
Binnen dit beleidsveld ligt de nadruk op onze rol als rechtmatige overheid. We stellen kaders, verlenen vergunningen en houden toezicht. Waar milieu ook andere beleidsterreinen raakt, vervullen we daarnaast de rol van samenwerkende overheid. Milieu is een integraal onderdeel van andere beleidsterreinen. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is samenwerking met andere overheden belangrijker geworden. Zo nemen we deel aan het ‘Schone Lucht Akkoord’ en werken we samen met gemeenten aan een gezonde leefomgeving.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.3. Milieu - Wat willen we bereiken?

Doelstelling beleidsveld 4.3

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.3. Milieu - Wat willen we bereiken? - Doelstelling beleidsveld 4.3

Binnen dit beleidsveld hebben we de volgende doelstellingen:

  1. Wij realiseren een gezonde fysieke leefomgeving  en voldoen minimaal aan de wettelijke eisen voor onder meer schone lucht, geur en geluid. Daarbij houden we ook rekening met de optelsom van milieuhinder en milieubelasting (cumulatie). In de (ontwerp)Omgevingsvisie (POVI) staat  het uitgangspunt centraal dat milieuaantastingen zoveel mogelijk bij de bron worden bestreden en dat de vervuiler betaalt. Vanuit gezondheid en veiligheid zetten we in op een integraal gezond ruimtelijk beleid.
  2. De kwaliteit van de uitvoering van Uitvoering & Handhaving (U&H)voldoet aan de kaders van landelijke wetgeving.
  3. Circulaire economie wordt opgenomen in de voorschriften van omgevingsvergunningen van provinciale bedrijven.
  4. Wij voorkomen en dringen de uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in de leefomgeving terug. Daarmee sluiten wij aan bij de Europese ambitie uit het ‘Zero Pollution Action Plan’ en de ‘Zero Pollution Vision for 2050’. De selectiecriteria voor ZZS zijn vastgelegd in de REACH-verordening voor de productie van en handel in chemische stoffen.
  5. Wij zetten het instrument Uitvoering & Handhaving (U&H) gerichter en effectiever in.

Wat gaan we daarvoor doen?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.3. Milieu - Wat gaan we daarvoor doen?
Onderwerp Resultaten 2027
1. Realiseren van een gezonde (fysieke) leefomgeving

1.1 Wij vertalen de visie uit de (ontwerp) Omgevingsvisie (POVI) naar beleid voor een gezonde leefomgeving en de Omgevingsverordening door het formuleren van meetbare doelen en indicatoren.

2. Kwaliteit uitvoering U&H-taken 2.1 We voeren onze wettelijke taken uit op grond van onder meer de Omgevingswet en Algemene wet bestuursrecht.
2.2 De taken op het gebied van Uitvoering en Handhaving voldoen aan de geldende generieke kwaliteitseisen.
3. Circulaire economie 3.1 Gedeputeerde Staten stellen een beleidskader vast voor het integreren van circulaire economie in de omgevingsvergunningverlening, zodat deze voorschriften in de omgevingsvergunningen kunnen worden opgenomen.
4. Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) 4.1 Wij analyseren alle vermijdings- en reductieprogramma’s van afvalbedrijven waarvoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn op de aanwezigheid van ZZS en de aanpak voor de reductie daarvan.

Resultaatindicatoren

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.3. Milieu - Resultaatindicatoren
Onderwerp Indicator Doelwaarde 2027
 1. Realiseren van een gezonde (fysieke) leefomgeving 1.1 Percentage provinciale maatregelen in het Schone Lucht Akkoord dat door de provincie Fryslân wordt uitgevoerd en gerapporteerd in de monitoringsrapportage SLA 2027. 100%
 2. Kwaliteit uitvoering U&H -taken 2.1  Percentage U&H taken dat voldoet aan de geldende landelijke set kwaliteitscriteria.   100%
2.2 Percentage beschikkingen dat binnen de wettelijke termijn wordt afgehandeld. 90%
3. ZZS 3.1 Percentage uitgevoerde analyses naar aanwezigheid en reductie van ZZS bij afvalbedrijven die vallen onder het bevoegd gezag van de provincie. 80%

Wat mag het gaan kosten?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.3. Milieu - Wat mag het gaan kosten?
Bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Totaal lasten
10.744
9.843
9.822
9.700
9.700
Totaal baten
455
422
422
422
422
Saldo van lasten en baten
10.290
9.421
9.400
9.278
9.278

Toelichting
Dit beleidsveld kent weinig budgetvrijheid. Het grootste deel betreft de structurele bijdrage aan de FUMO (€ 7 mln.) en aan de Omgevingsdienst Groningen (€ 1,2 mln.). Daarnaast zijn structureel middelen beschikbaar voor de provinciale milieutaken en voor de overige wettelijke taken op gebied van Uitvoering & Handhaving (U&H).

De begrote baten bestaan voor het grootste gedeelte uit de legesinkomsten op het gebied van milieu.

Uitgebreide financiële tabel

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.3. Milieu - Uitgebreide financiële tabel
Lasten en baten beleidsveld 4.3 Milieu
Onderwerp - Bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Lasten
Kwaliteit uitvoering U&H taken
10.693
9.790
9.769
9.647
9.647
Inzet U&H instrumentarium
52
53
53
53
53
Totaal lasten
10.744
9.843
9.822
9.700
9.700
Baten
Kwaliteit uitvoering U&H taken
455
422
422
422
422
Totaal baten
455
422
422
422
422
Saldo van lasten en baten
10.290
9.421
9.400
9.278
9.278

Beleidsveld 4.4. Energietransitie

Terug naar navigatie - - Beleidsveld 4.4. Energietransitie

Wat zien we?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.4. Energietransitie - Wat zien we?

Nederland is nog steeds afhankelijk van fossiele brandstoffen. Geopolitieke spanningen en de internationale concurrentie om gas en LNG hebben direct invloed op de energieprijzen. Daardoor blijven betaalbare en toegankelijke energie voor huishoudens en bedrijven belangrijke aandachtspunten voor de leefbaarheid en de economie van Fryslân. Ook nationaal groeit de aandacht voor strategische onafhankelijkheid van de energievoorziening en voor een toegankelijk energiesysteem.

Netcongestie vormt in Fryslân een groot knelpunt. Het elektriciteitsnet bereikt op piekmomenten zijn maximale capaciteit. Door vertragingen bij netbeheerders neemt de druk op de energietransitie én de ruimtelijke ontwikkeling verder toe. Bedrijven en woningbouwprojecten kunnen daardoor steeds vaker niet tijdig worden aangesloten. De verwachting is dat deze problematiek de komende jaren verder toeneemt. Binnen Fryslân werken we daarom nauw samen aan oplossingen. De Friese Energietafel (FET) werkt aan de integrale programmering van de energie-infrastructuur en netbeheerder TenneT aan de uitbreiding van het 380 kV-net in Fryslân.

Tegelijkertijd groeit de urgentie om ook op korte termijn innovatieve oplossingen voor netcongestie te ontwikkelen. De netbeheerders hebben hiervoor het 'Actieplan Netcongestie' opgesteld. Daarnaast zet het Rijk sterk in op de ontwikkeling van energiehubs.

Bij veel bedrijven bestaat een urgente behoefte aan lokale opwekking van elektriciteit. De ruimte daarvoor is mede afhankelijk van de herijking van de (ontwerp)Omgevingsvisie (POVI). Binnen de warmtetransitie kunnen groengas en aquathermie perspectief bieden. Tegelijkertijd staan warmtenetten onder druk door een lastige businesscase en stagneert de ontwikkeling van groengasprojecten door stikstofbeperkingen. Voor oplossingen kijken wij nadrukkelijk naar het Rijk. Daarnaast vervult het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE) een belangrijke rol bij de financiering van projecten.

Ook de aandacht voor kernenergie neemt toe. Binnen die ontwikkeling vormen small modular reactors (SMR's) een aparte categorie. De mogelijke toepassing van SMR's vraagt om een integrale afweging.

Daarnaast groeit de aandacht voor verduurzaming van het mkb en bedrijventerreinen. De landelijke SPUK-regeling voor bedrijfsmatig vastgoed (SPUK BV) ondersteunt deze ontwikkeling, maar loopt mogelijk in 2027 af.

Om de energietransitie verder te brengen, is samenwerking tussen overheden en maatschappelijke partners cruciaal. Met de herijking van de samenwerking binnen de Friese Energietafel (FET) geven we hier binnen Fryslân verder invulling aan. Voor de samenwerking met het Rijk werken we onder meer aan de uitvoering van de Energiedeal.

Taak- en rolvrijheid

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.4. Energietransitie - Taak- en rolvrijheid

 

Taakvrijheid
Op het gebied van de energietransitie beschikt de provincie over een grote mate van beleidsvrijheid. Er zijn geen dwingende wettelijke kaders die voorschrijven hoe deze opgave moet worden ingevuld. De energietransitie is daarmee een autonome provinciale taak, waarbij wij zelf keuzes maken over de inzet, vormgeving en prioritering van het beleid.

Rolvrijheid
Binnen dit beleidsveld vervult de provincie vooral een regisserende en coördinerende rol, met name bij de programmering van de energie-infrastructuur. De complexe opgaven vragen daarnaast om intensieve samenwerking met gemeenten, netbeheerders, maatschappelijke organisaties en het Rijk.

Afhankelijk van de opgave vervullen wij verschillende rollen op de overheidsparticipatieladder:

  • Reguleren: door in het omgevingsbeleid en ruimtelijke plannen aan te geven waar wel en geen ruimte is voor duurzame energieopwekking.
  • Regisseren: bij de coördinatie van netverzwaring en de ontwikkeling van energiehubs.
  • Stimuleren: via instrumenten zoals het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy en de adviesvoucherregeling.
  • Faciliteren: door initiatiefnemers actief te ondersteunen en loketten in te richten.
  • Loslaten: wanneer de markt of de samenleving zelf het initiatief neemt en over voldoende uitvoeringskracht beschikt.

Welke rol wij kiezen hangt af van de opgave, de betrokken partijen en de context in het gebied. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.4. Energietransitie - Wat willen we bereiken?

Doelstelling beleidsveld 4.4.

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.4. Energietransitie - Wat willen we bereiken? - Doelstelling beleidsveld 4.4.

Binnen het programma Energie werkt de Provincie Fryslân aan drie doelen: 

  1. In 2030 wekken we 33% van de energie die we gebruiken zelf op;
  2. In 2030 besparen we 25% energie t.o.v. 2010;
  3. In 2050 zijn we onafhankelijk van fossiele brandstoffen.

Doelindicatoren

Onderwerp Indicator Doelwaarde 
1. Energie opwekking 1.1 Percentage  hernieuwbaar opgewekte energie in Fryslân  33% in 2030
2. Energiebesparing  2.1  Percentage Energieverbruik 25% besparen in 2030 t.o.v. 2010
3. Onafhankelijk van fossiele brandstoffen 3.1 Bijdrage aan landelijke reductiedoelstelling  landelijk 55% reductie in 2030

Wat gaan we daarvoor doen?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.4. Energietransitie - Wat gaan we daarvoor doen?
Onderwerp Resultaten 2027
1. Energie opwekking
 

 
1.1 Samen met gemeenten werken we aan de realisatie van Energiehubs. 
1.2 We stimuleren de productie van groen gas.
1.3 We voeren het programma Wetterwaarmte uit en ondersteunen  warmte initiatieven.
2. Energiebesparing
 
2.1 We voeren de Friese plus op de isolatieregeling uit met extra middelen uit Windpark Fryslân (WPF).
2.2 We ondersteunen het mkb en maatschappelijk vastgoed bij verduurzaming. 
3. Onafhankelijk van fossiele brandstoffen 3.1 We ondersteunen lokaal eigendom bij energie-initiatieven.

Resultaatindicatoren

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.4. Energietransitie - Resultaatindicatoren
Onderwerp Indicator Doelwaarde 2027
1.  Energie opwekking
 
1.1 Aantal pilots Energiehubs     5
1.2 Aantal voor monomestvergisters verleende SDE++ beschikkingen  25
1.3 Aantal warmte-initiatieven 20
2. Energiebesparing
 
 
2.1 Aantal woningen dat m.b.v. WPF gelden is geïsoleerd  1.000
2.2 Aantal bedrijven dat ondersteuning heeft ontvangen op het vlak van energiebesparing 30
2.3 Aantal bedrijventerreinen dat ondersteuning heeft ontvangen op het vlak van verduurzaming 
6
2.4 Aantal leningen dat voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed is verstrekt  25
3. Onafhankelijk van fossiele brandstoffen 3.1 Aantal aanvragen via het Friese Energiehuis voor lokale energie initiatieven 25

Wat mag het gaan kosten?

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.4. Energietransitie - Wat mag het gaan kosten?
Bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Totaal lasten
11.542
8.910
1.878
1.782
1.782
Totaal baten
5.483
5.495
0
0
0
Saldo van lasten en baten
6.059
3.415
1.878
1.782
1.782

Toelichting
Dit beleidsveld kent volledige budgetvrijheid. De middelen komen voort vanuit het Bestuursakkoord, de inzet van Windpark Fryslân-middelen, rijksmiddelen (specifieke uitkeringen) en Interreg-projecten.

De afname van de lasten wordt als volgt verklaard: binnen het onderwerp Energiebesparing staat de regeling isoleren woningen van €2.250.000 tot en met 2026 in de begroting. Daarnaast zijn er binnen het onderwerp Energieopwekking diverse budgetten welke een afbouwend bestedingsritme kennen, waaronder de Interreg projecten WaterWarmth en AquaCom en het Energieprogramma. Na 2027 bestaat de begroting bijna volledig uit het middelen uit WPF voor stimuleren duurzaamheid, deze middelen zijn als PS voorwaardelijk opgenomen. 

Onderstaand voorstel uit de kadernota is verwerkt in bovenstaande tabel. De middelen worden ingezet voor het wegnemen van de onrendabele top van kleinschalige aquathermieprojecten bij gebouwen of collectieve woningaanpakken. Hiermee dragen we bij aan de realisatie van inspirerende voorbeeldprojecten. In dit voorstel zijn ook middelen voor formatie toegekend. Deze middelen zijn verwerkt in programma 6 Bedrijfsvoering, beleidsveld 6.1. 

Voorstellen kadernota Bedragen x € 1.000,-
Omschrijving
2026
2027
2028
2029
2030
Lasten
Wetterwaarmte
0
920
0
0
0
Totaal lasten
0
920
0
0
0

Uitgebreide financiële tabel

Terug naar navigatie - Beleidsveld 4.4. Energietransitie - Uitgebreide financiële tabel
Lasten en baten beleidsveld 4.4 Energietransitie
Onderwerp - Bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Lasten
Energie opwekking
3.445
1.295
75
75
75
Energiebesparing
3.877
2.105
40
40
40
Onafhankelijk van fossiele brandstoffen
4.221
3.844
97
0
0
Energietransitie PS voorwaardelijk
0
1.667
1.667
1.667
1.667
Totaal lasten
11.542
8.910
1.878
1.782
1.782
Baten
Energie opwekking
295
0
0
0
0
Energiebesparing
1.335
1.145
0
0
0
Onafhankelijk van fossiele brandstoffen
3.853
4.350
0
0
0
Totaal baten
5.483
5.495
0
0
0
Saldo van lasten en baten
6.059
3.415
1.878
1.782
1.782