Paragraaf 9. Grote projecten

In deze paragraaf worden de grote projecten en programma's van de provincie Fryslân beschreven. Het gaat om projecten en programma's met een meerjarig karakter waarvan Provinciale Staten hebben besloten tot uitvoering over te gaan. Deze projecten en programma's hebben een grote maatschappelijke impact en dragen bij aan het realiseren van de provinciale doelstellingen, waaronder de resultaatdoelstellingen uit het bestuursakkoord. Daarnaast kennen zij (significante) bestuurlijke, juridische en/of financiële risico's. De provincie vervult in de projecten en programma's een regisserende of stimulerende rol.

Het doel van de paragraaf is Provinciale Staten periodiek inzicht te geven in de voortgang van deze en toekomstige grote projecten en programma's. Jaarlijks wordt in overleg met de auditcommissie bepaald welke projecten en programma's voldoen aan de criteria om in de begroting van het volgende jaar te worden opgenomen.

Per project of programma wordt ingegaan op:

  • de besluiten van Provinciale Staten;
  • de financiële stand van zaken (provinciaal aandeel);
  • de acties in 2027;
  • de belangrijkste risico's;
  • een overzicht van bijbehorende SPUK's en de risico's op terugbetaling. 

Overzicht projecten

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - Overzicht projecten

Projecten

1. Vismigratierivier
2. Bruggen/Sluis Kornwerderzand
3. ERTMS
4. Treinstation Leeuwarden Middelsee

Programma’s 

5. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave
6. Programma Natuur
7. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG)
8. Veenweide
     8a. Veenweideprogramma 2021-2031
     8b. Aldeboarn-De Deelen
     8c. Hegewarren
     8d. Idzegea

1. Vismigratierivier

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 1. Vismigratierivier

PS-besluiten

  • Op 21 december 2011 hebben Provinciale Staten de Bestuursovereenkomst Afsluitdijk (inclusief ambitie agenda Afsluitdijk) vastgesteld.
  • Op 21 januari 2015 hebben Provinciale Staten diverse provinciale budgetten vastgesteld.
  • Op 20 april 2016 hebben Provinciale Staten besloten geen wensen of bedenkingen kenbaar te maken voor vaststelling van vier Realisatieovereenkomsten met RWS.
  • Op 20 april 2016 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Inpassingsplan voor de Vismigratierivier (VMR) vastgesteld.
  • Op 28 november 2018 hebben Provinciale Staten het reparatieplan van het Provinciaal Inpassingsplan vastgesteld.

De financiële stand van zaken 

Vismigratierivier deel 1 en 2
Vismigratie deel 1, coupure
INKOMSTEN x € 1.000,-
Realisatie 2015-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Provinciale middelen
2.700
0
2.700
Derden
15.700
600
16.300
TOTAAL
18.400
600
19.000
UITGAVEN x € 1.000,-
Realisatie 2015-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Bestedingen (inclusief via RWS)
19.000
0
19.000
TOTAAL
19.000
0
19.000
Vismigratie deel 2, rivier
INKOMSTEN x € 1.000,-
Realisatie 2015-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Provinciale middelen
4.300
1.800
6.100
Derden
36.800
18.800
55.600
TOTAAL
41.100
20.600
61.700
UITGAVEN x € 1.000,-
Realisatie 2015-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Bestedingen
33.700
28.000
61.700
TOTAALSALDO
33.700
28.000
61.700
Via de septembercirculaire 2026 provinciefonds wordt € 1,2 mln verwacht van het Ministerie LNV, dit is nog niet opgenomen in bovenstaande tabel.

Provincie Fryslân is sinds 2018 opdrachtgever namens de vijf initiatiefnemers van de VMR: de Waddenvereniging, It Fryske Gea, Sportvisserij Nederland, Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk en NetVISwerk. Het project wordt grotendeels gefinancierd door subsidies vanuit o.a. het Waddenfonds, Nationale Postcode Loterij, het Rijk en Europa.

Wat gaan wij doen in 2027?

In 2020 is de realisatie van de VMR gestart. Het project is volop in realisatie. De VMR wordt op basis van zes deelcontracten gerealiseerd:

Contract I = Rijkscontract – Doorlaatmiddel Afsluitdijk en inzwemopeningen 
Contract II = Estuariëne deel Waddenzeezijde 
Contract III = Estuariëne deel IJsselmeerzijde
Contract IV = Oostelijke en Zuidelijke Dam IJsselmeerzijde
Contract V = Westflank IJsselmeerzijde
Contract VI = Binnenzijde VMR, afsluitmiddel, inregelfase en beheer & onderhoud

De eerste vijf deelgebieden zijn gerealiseerd en worden reeds beheerd en onderhouden. Het laatste deelgebied (contract VI) zal in 2027 worden afgerond. De VMR zal in 2027 functioneel zijn. Daarna start de inregelfase met onderzoek & monitoring om te komen tot een stabiel systeem.  

In juni 2027 is Provincie Fryslân de host voor de International Fish Passage Conference. De conferentie valt samen met de opening van de VMR.

Risico’s

  • Het realisatiecontract voor het laatste deelgebied is in mei 2026 gesloten. Er blijft een financieel rest-risico op dit punt, wanneer tussentijds scope, financiering of externe ontwikkelingen wijzigen (een nieuwe pandemie of oorlog bijvoorbeeld). 
  • Sinds februari 2026 is het onrustig in het Midden-Oosten. De geopolitieke onrust zorgt voor hogere brandstof- en energieprijzen, brede inflatie en hogere prijzen voor goederen en een verstoring van toeleveringsketens. Deze externe ontwikkeling heeft een directe financiële impact op het project. Als de geopolitieke onrust langdurig aanhoudt heeft dit dermate financiële gevolgen die niet door het project kan worden opgevangen. Dit kan in het uiterste geval leiden tot aanvullende financieringsbehoefte. 
  • Voor de realisatie van de VMR wordt gebruik gemaakt van meerdere subsidies. De definitieve subsidiebedragen worden uitgekeerd na afronding van het project en zijn afhankelijk van daadwerkelijke kosten, de toerekenbaarheid van activiteiten en de beoordeling door de subsidieverstrekkers. Indien de definitieve subsidietoekenningen lager uitvallen dan waarvoor in de projectfinanciën is uitgegaan, ontstaat er mogelijk een (co)financieringsissue. Dit kan in het uiterste geval leiden tot aanvullende financieringsbehoefte. 

2. Bruggen/sluis Kornwerderzand

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 2. Bruggen/sluis Kornwerderzand

PS-besluiten

  • In het kader van het uitvoeringsprogramma De Nieuwe Afsluitdijk (DNA) is 21 januari 2015 € 10 mln. gereserveerd als regionale bijdrage in de investeringskosten voor de sluis Kornwerderzand.
  • In het coalitieakkoord 2015-2019 is een bedrag van € 5 mln. beschikbaar gesteld. 
  • 17 juni 2020 hebben Provinciale Staten besloten geen wensen of bedenkingen kenbaar te maken voor de vaststelling van de Bestuursovereenkomst (BOK) Sluis Kornwerderzand en hebben €100 mln. investeringskrediet beschikbaar gesteld voor de nieuwe bruggen en de voorbereidende werkzaamheden voor de sluis.
  • 22 december 2022 hebben Provinciale Staten ingestemd met het voorfinancieren van de € 26,5 mln. marktbijdrage. En zijn geen wensen en bedenkingen ingebracht tegen het besluit van het college van GS om in te stemmen met de model overeenkomst “inning marktbijdrage”.
  • 8 november 2023 hebben PS ingestemd met het beschikbaar stellen van de resterende € 4,5 mln. als provinciale bijdrage voor het project Sluis Kornwerderzand.

Financiële stand van zaken 

Sluis en Bruggen Kornwerderzand
Verkenning, studie en voorbereidingskosten Sluis
INKOMSTEN x € 1.000,-
Realisatie 2014-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Provinciale middelen
3.000
0
3.000
Derden
1.400
0
1.400
TOTAAL
4.400
0
4.400
UITGAVEN x € 1.000,-
Realisatie 2014-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Bestedingen
4.400
0
4.400
TOTAAL
4.400
0
4.400
Bruggen Kornwerderzand
INKOMSTEN x € 1.000,-
Realisatie 2014-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Provinciale middelen
3.500
0
3.500
Derden
0
96.500
96.500
TOTAAL
3.500
96.500
100.000
UITGAVEN x € 1.000,-
Realisatie 2014-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Bestedingen
13.200
86.800
100.000
TOTAALSALDO
13.200
86.800
100.000
De € 100 miljoen is gebaseerd op het investeringskrediet 2020 vastgesteld door PS.
Totale provinciale middelen voor de sluis en bruggen bedragen € 19,5 mln, daarvan is € 3 mln besteed aan de voorbereiding c.a. sluis en € 3,5 mln zit in de dekking van de bruggen. Resteert € 13 mln. Tot en met 2025 is € 13,2 mln besteed aan de bruggen. Met het Rijk wordt overlegd hoe verder te gaan met het project. De reeds gemaakte kosten worden daarbij betrokken.

Wat gaan we doen in 2027?

In 2020 is een BOK met het Rijk gesloten voor de realisatie van het project. Sindsdien hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan dit heeft geleid tot een herijking van het project en is een nieuwe raming met prijspeil 2024 opgesteld. Vervolgens is in het najaar van 2025 met de minister afgesproken dat het project programmatisch aangepakt zal worden. Langs vier sporen (bruggen, sluis incl. verzilting, vaargeulen en nieuwe bestuurlijke afspraken) is het project verder uitgewerkt.

De verwachting is dat in 2026 door het Rijk en brede regio afspraken worden gemaakt over scope, risicoverdeling, eventuele tekorten, vervolg, etc. Deze worden vervolgens vastgelegd in een nieuwe BOK. De regiopartijen hebben de bereidheid uitgesproken hun bijdrage te indexeren vanaf 2020. De indexatie van de marktbijdrage is ook een opgave voor de provincies al dan niet tezamen met de marktpartijen.  In 2027 zullen de gezamenlijke overheden werken aan de verdere voorbereiding van de nieuwe, bredere bruggen in de A7, het opstellen van een aangepast sluisontwerp waarin de noodzakelijke verziltingsmaatregelen worden geïntegreerd en de verruiming van de vaargeulen in het IJsselmeer.   

Risico's
Voor het project zijn risico’s benoemd m.b.t. de verruiming van de sluis, de bouw van de bruggen en het verdiepen van de vaargeulen. Naar aanleiding van de herijking van het project zijn sommige risico's komen te vervallen. De belangrijkste actuele risico's voor het project zijn hieronder opgenomen.

  • In de oorspronkelijke financiële dekking van het project (2020) is rekening gehouden met besparingen en verdien-effecten. Deze onderdelen zullen in de nieuwe bestuursovereenkomst weer een plek moeten krijgen aangezien ze nog steeds onderdeel zijn van de regionale dekking. 
  • De bruggen in de A7 bij Kornwerderzand zijn einde levensduur. Een storingsvrije afwikkeling van het weg- en vaarwegverkeer kan niet meer worden gegarandeerd. Ondanks de afspraken die er zijn gemaakt over een spoedige vervanging, blijft vooreerst het risico bestaan dat storingen kunnen optreden.
  • Er zijn afspraken gemaakt over de aanpak van de sluis en in samenhang daarmee het treffen van verziltingsmaatregelen. Hoewel er kansrijke maatregelen zijn onderkend, blijven er nog diverse onzekerheden en risico’s bestaan of deze maatregelen in voldoende mate het verziltingsprobleem reduceren. 
  • Ook stikstof is nog een risico, aangezien er sprake is van een toename van de scheepvaart intensiteit van en naar de IJsselmeerregio. Dit leidt tot een, zij het zeer beperkte toename van stikstofdepositie.
  • Bij de oorspronkelijk financiële opzet van het project was ons uitgangspunt dat er over het regionale financieringsdeel BTW gecompenseerd kan worden. Tevens was de aanname dat de marktbijdrage leidt tot het kunnen verrekenen van BTW. Dit moet nog nader uitgezocht worden. 
  • De provincie heeft voor het project reeds € 16 mln. aan kosten gemaakt. Deze kosten zullen worden ingebracht als projectkosten en zijn onderdeel van de provinciale bijdrage van € 19,5 mln. Mocht er geen overeenstemming met het Rijk worden bereikt dan is er een risico dat deze bijdrage, die grotendeels is besteed aan onderzoeken en capaciteit, deels of niet wordt verrekend door het Rijk. 
  • Per 1 januari 2025 is het Rijk gestart met een pilot waarbij vaargeul de Boontjes minder gebaggerd wordt. Een minimale vaardiepte van -3,30 m NAP wordt gegarandeerd. Bij het Rijk is het voornemen deze aangepaste diepte vast te leggen in het Nationaal Waterprogramma in plaats van de huidige – 3.80 NAP.

3. ERTMS

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 3. ERTMS

PS-besluiten

  • Op 5 november 2021 hebben Provinciale Staten ingestemd met de invoering van het nieuwe treinbeveiligingssysteem European Rail Traffic Management System (ERTMS) op de noordelijke regionale spoorlijnen. Het is een gezamenlijk project van het Rijk en de provincies Groningen en Fryslân. De provincies zijn opdrachtgever voor Arriva voor de ombouw van 68 treinstellen (het geschikt maken voor ERTMS). Het Rijk draagt zorg voor de ombouw van de spoorinfrastructuur voor circa € 310 mln. Het project kent een doorlooptijd tot 2032.

Financiële stand van zaken
Het totale budget voor de ombouw van de treinen bedraagt € 99,5 mln. Hiervoor draagt de provincie Fryslân € 10 mln. bij en de provincie Groningen € 20 mln. (naar rato omvang van de concessie: 1/3 Fryslân en 2/3 Groningen). De bijdrage van de provincie Fryslân wordt gedekt uit de te realiseren besparing in de concessie. Via een Specifieke Uitkering (SPUK) ontvangen de provincies van het Rijk naar rato het resterende bedrag. Met de middelen verbouwt treinfabrikant Stadler de treinstellen voor Arriva.

3. ERTMS
INKOMSTEN x € 1.000,-
Realisatie 2021-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
1. Provinciale middelen
0
10.000
10.000
2. Derden
6.615
13.663
20.278
*
TOTAAL
6.615
23.663
30.278
UITGAVEN x € 1.000,-
Realisatie 2021-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
1.Bestedingen
6.615
23.663
30.278
TOTAAL
6.615
23.663
30.278
TOTAAL x € 1.000,-
Realisatie 2021-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
1. Subtotaal inkomsten
6.615
23.663
30.278
2. Subtotaal uitgaven
6.615
23.663
30.278
TOTAAL SALDO
0
0
0
* Totaal verwacht bedrag prijspeil 2025 is € 23.214.196. Indexering voor de latere jaren moeten nog worden opgenomen in de begroting.
SPUK (bedragen x €1.000,-)
Looptijd
Besteed
Nog te besteden
Totaal beschikking
Terugbetaal- risico
Toelichting/ Beheersmaatregelen
E22 ERTMS Eur Rail Traffic Man System
2020-2035
€ 6.616
€ 16.598
€ 23.214
Laag
Beschikking wordt verstrekt op basis van lumpsum

Wat gaan we doen in 2027?
De regie op de totale planning en uitvoering van de uitrol van ERTMS op de noordelijke regionale spoorlijnen is belegd bij de landelijke Programmadirectie ERTMS. Arriva zet de operatie voort om alle 68 treinstellen geschikt te maken voor ERTMS. Gelijktijdig laat ProRail de spoorinfrastructuur geschikt maken voor ERTMS. De spoorlijnen Leeuwarden - Harlingen Haven en Leeuwarden - Stavoren worden als eerste van de noordelijke regionale spoorlijnen voorzien van ERTMS. Hierdoor zijn er diverse buitendienststellingen voor het spoor nodig. Arriva regelt het treinvervangend vervoer.

Risico's

  • De beide provincies zijn volledig risicodragend voor de ombouw van het treinmaterieel naar verhouding van inbreng.
  • Door de vertraging van de STM module (nodig om zowel op het oude beveiligingssysteem als op het nieuwe systeem te rijden) zijn er extra kosten gemaakt en moeten er nog meer extra kosten gemaakt worden. Provincie en Rijk zijn in overleg wie verantwoordelijk is voor deze kosten.
  • De indexering is een risico. We zijn met het Rijk overeengekomen dat zij hun bijdrage jaarlijks indexeren voor zover niet is uitbetaald. Onze eigen bijdrage wordt niet geïndexeerd, hetgeen op termijn kan leiden tot een tekort. In het totale budget is circa € 9 mln. beschikbaar voor risicodekking.
  • Omdat de noordelijke regionale lijnen als één van de eerste spoorlijnen in Nederland worden omgebouwd naar ERTMS, kunnen er onvoorziene zaken optreden.

4. Treinstation Leeuwarden Middelsee

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 4. Treinstation Leeuwarden Middelsee

PS-besluiten

  • Op 24 juni 2026 hebben Provinciale Staten ingestemd met het voorstel om € 18 mln. extra vrij te maken voor de realisatie van station Leeuwarden Middelsee. De realisatie van station Leeuwarden Middelsee is cruciaal voor de ontsluiting van de grootschalige woningbouw aan de zuidzijde van Leeuwarden. Het station versterkt bovendien de regionale bereikbaarheid, omdat het een belangrijke hub functie gaat vervullen in het Friese mobiliteitsnetwerk. De provincie heeft met het Rijk en ProRail investeringsafspraken gemaakt om het station ingepast te krijgen in de dienstregeling. Daarnaast is het station door het Rijk opgenomen als nieuw te bedienen station in de hoofdrailnetconcessie van NS. 

Financiële stand van zaken
Realisatie van station Leeuwarden Middelsee is het laatste te realiseren project vanuit het convenant Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP ZZL). In de uitvoeringsovereenkomst (uit 2014) tussen Rijk, provincie en ProRail staat dat de provincie opdrachtgever is voor realisatie van dit project en de financiële risico’s hiervoor draagt. Het project bestaat uit twee fasen. Fase 1 is al gerealiseerd: de aanleg van twee onderdoorgangen en sanering van twee gelijkvloerse spoorwegovergangen. Fase 2 is de bouw van het treinstation zelf, met een beschikbaar provinciaal budget van € 13 mln.

In de laatst vastgestelde raming van ProRail (oktober 2025), volgend uit de verkenningsstudie, zijn de investeringskosten van het station geraamd op circa € 31 mln. excl. btw. Dit betekent een financieel tekort van € 18 mln. Met het vaststellen van de Kadernota 2027 op 24 juni 2026 hebben de Staten dit financiële tekort gedicht en kan het project doorgang vinden.

Wat gaan we doen in 2027?
In opdracht van de provincie en in nauwe samenwerking met de gemeente Leeuwarden gaat ProRail de verdere planvoorbereiding uitvoeren, ook wel "Planning en Studies"-fase genoemd. In deze fase wordt de realisatie van het werk voorbereid. Hierbij betrekken we ook belangrijke partijen en de omgeving. We werken toe naar een projectbeslissing (begin 2028), waarmee de aanbesteding voor de realisatie van het station gestart kan worden.

Risico's

  • ProRail heeft aangegeven dat bodemstabiliteit een mogelijk risico is voor de realisatie van het project. Onderzoek moet meer inzicht geven naar mogelijke consequenties voor het project.
  • Het Rijk heeft met de regio in Q1 2026 afspraken gemaakt over maatregelen op het traject Leeuwarden - Zwolle om het station ingepast te krijgen in de dienstregeling (verbetermaatregelen Meppel). Een mogelijk risico is dat deze maatregelen niet tijdig gerealiseerd zijn voor oplevering van het station. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat dit het geval is.

5. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 5. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave

In 2011 hebben provincies en het Rijk in het Onderhandelingsakkoord Natuur afspraken gemaakt over de decentralisatie van het natuurbeleid. Hiermee zijn provincies verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de Natuuropgave. 

De decentralisatie is uitgewerkt in het Natuurpact dat is afgesloten voor de periode 2014 – 2027. De uitvoering van het Natuurpact is in de begroting opgenomen in hoofdstuk 3.1 Natuur. Het betreft daar de planning voor het lopende begrotingsjaar op hoofdlijnen. In deze paragraaf Grote projecten wordt een toelichting gegeven op één van de onderdelen van het Natuurpact: natuurontwikkelingsopgave.

In het kader van het Natuurpact is met het Rijk afgesproken dat in 2027 het Natuur Netwerk Nederland (NNN) wordt gerealiseerd. Provinciale Staten heeft november 2022 besloten dat er maximaal wordt ingezet om het NNN te realiseren. Gelet op de beschikbaarheid van geld, menskracht en beschikbaar instrumentarium is gebleken dat niet zonder meer het gehele NNN in 2027 kan worden gerealiseerd. Vooral het verkrijgen van de benodigde grond dan wel het geïnteresseerd krijgen van grondeigenaren voor natuurbeheer is een cruciale factor voor het slagen van de ambities. En natuurlijk moeten voldoende middelen voorhanden zijn. Met Provinciale Staten is afgesproken dat we uitgaan van de realisatie van 750 ha verwerven/functiewijziging en 2.000 ha inrichting NNN in de periode 2023 t/m 2027. In voorjaar 2025 is middels een Mid Term Review (Healweis Weromsjen NNN) deze opgave door PS herbevestigd.

De realisatie van het NNN wordt in Fryslân gedaan middels vier grote gebiedsontwikkelingsprojecten (Achtkarspelen Zuid, Alde Feanen, Beekdal Linde en Koningsdiep) en de overige opgave via Natuer mei de Mienskip. 


PS besluiten

  • Op 21 december 2011 hebben Provinciale Staten besloten het onderhandelingsakkoord Natuur (2011) niet te aanvaarden. Provinciale Staten hebben wel de bereidheid uitgesproken te zullen meewerken aan de uitvoering van het akkoord.
  • Op 27 juni 2012 hebben Provinciale Staten ingestemd met de Nota ‘Natuer & Lanlik Gebiet’ en gekozen voor scenario 2 plus: dit scenario betreft de realisatie van de EHS-taakstelling volgens het Onderhandelingsakkoord Natuur met als plus de prioritaire Friese natuurprojecten in Achtkarspelen Zuid, Beekdal Linde en Beekdal Koningsdiep (minimaal 200 en maximaal 500 ha).
  • Op 22 januari 2014 zijn Provinciale Staten akkoord gegaan met het Natuurpact tussen de Provincies en het Rijk.
  • Op 10 maart 2015 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de ontwikkelingen in het financiële kader van het programma Lanlik Gebiet.
  • Op 10 mei 2017 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar de geconstateerde tekorten op de Natuuropgave door BMC.
  • Naar aanleiding van dit onderzoek is een aantal scenario’s uitgewerkt in het rapport Natuur in Fryslân - Haalbaar en Betaalbaar. Uitgangspunten van deze scenario’s waren dat het tekort op de natuuropgave opgelost moest worden, én dat de oplossing gevonden moest worden in de natuurontwikkelingsopgave (1 van de onderdelen van de natuuropgave). Naast de provinciale scenario’s is vanuit de mienskip ook een scenario ingebracht. Provinciale Staten hebben op 18 juli 2018 een besluit genomen over deze scenario’s. Besloten is om drie scenario’s verder uit te werken (waaronder het alternatieve scenario van de mienskip, dat als voorkeursscenario is aangemerkt).
  • Op 10 juli 2019 zijn de uitgewerkte scenario’s ter besluitvorming voorgelegd aan PS. PS hebben besloten om scenario 5b, Natuer mei de Mienskip (binnen bestaand budget) verder uit te werken door het uitvoeren van 3 pilots en in 2021 een definitieve scenariokeuze te maken. Als terugvaloptie is gekozen voor scenario 3+.
  • Op 25 mei 2020 heeft PS het grondbeleid vastgesteld. Dit is relevant voor de grondverwerving voor natuur. 
  • Op 1 juli 2020 heeft PS de evaluatiecriteria pilots Natuer mei de Mienskip vastgesteld.
  • Op 1 december 2020 is PS geïnformeerd over de financiële voortgang Natuurpact.
  • Op 24 november 2021 hebben Provinciale Staten de financiële voortgang natuurontwikkelingsopgave besproken. Hierin is een doorkijk gegeven welk budget beschikbaar is voor de komende jaren voor de realisatie van het NNN. In dit stuk is aan de orde geweest dat realisatie in 2027 niet lukt, vanwege onvoldoende inzet capaciteit, te weinig middelen en instrumentarium op basis van vrijwilligheid. PS heeft besloten dat er € 10 mln. in 2022 beschikbaar wordt gesteld voor realisatiekansen prioriteit 3 en 4 NNN (betreft aankopen/functiewijziging, niet voor inzet capaciteit).
  • Op 23 maart 2022 hebben Provinciale Staten het aanbod van Natuer mei de Mienskip besproken. NmdM heeft najaar 2021 een aanbod gedaan om 500 ha aan functiewijziging en 1000 ha aan inrichting te doen in de periode t/m 2027 in het NNN buiten de vier gebiedsontwikkelingsprojecten Alde Feanen, Achtkarspelen Zuid, Beekdal Linde en Koningsdiep. PS heeft ingestemd met optie 2, principebesluit: GS op te dragen om met betrekking tot NmdM een aantal voorwaarden uit het aanbod uit te werken, zodat dit in de uitwerking van de herziene planning van het natuurpact meegenomen kan worden. 
  • Op 20 april 2022 hebben Provinciale Staten de strategische grondnota NNN besproken. Hierin ligt een aantal opties voor de inzet van instrumentarium om de gronden binnen het NNN te realiseren voor natuur. PS heeft ingestemd met optie 3. Dit betekent inzetten op maximale vrijwilligheid in de periode t/m 2027 en inzet op basis van volledige schadeloosstelling vanaf 2028 voor realisatie van prioriteit 1 en 2 NNN. Dit betekent dat er meer capaciteit beschikbaar gesteld moet worden om actiever met de grondaankoop aan de slag te gaan en om meer instrumentarium in te zetten.
  • Op 30 november 2022 hebben Provinciale Staten de herziene planning NNN besproken. PS heeft aangegeven dat de provincie haar maximaal gaat inzetten om het NNN te realiseren. En heeft hiervoor ook meer capaciteit beschikbaar gesteld (zowel voor de inzet van NmdM als voor de uitvoering van de strategische grondnota) en daarnaast is de aankoopstop voor het provinciale deel van het NNN (prioriteit 3 en 4 NNN) eraf gehaald zodat we weer in het gehele NNN aan de slag kunnen. Daarnaast is afgesproken dat er in 2025 een Mid Term Review is om de voortgang van de realisatie te bespreken.
  • Op 23 april 2025 is de Mid Term Review (Healweis Weromsjen NNN) besproken in PS. Omdat de stemming 21 - 21 was, is de stemming verplaatst naar 28 mei. Met deze stemming heeft PS besloten dat er een plan van aanpak opgesteld wordt voor de realisatie van de resterende opgave met de focus op de cruciale hectares en hierbij te onderzoeken of natuur buiten NNN naar binnen NNN geplaatst kan worden en om te onderzoeken of er minder NNN binnen prioriteit 3 en 4 mogelijk is. Het voorgestelde onderzoek voor het inzetten van volledige schadeloosstelling op basis van onteigening is door PS uit het besluit gehaald. Het plan van aanpak wordt uiterlijk voorjaar 2026 aan PS voorgelegd.
  • Januari 2026 is het plan van aanpak NNN in PS behandeld. In het plan van aanpak NNN is een aanpak beschreven voor de realisatie van de resterende opgave met de focus op de cruciale hectares en hierbij is ook aangegeven welke mogelijkheden er zijn om natuur buiten NNN naar binnen NNN te plaatsen. PS is akkoord gegaan met het plan van aanpak en er is afgesproken dat er in 2027 een evaluatie komt.

Te realiseren doelen

Met het NNN wordt een robuust netwerk van natuurgebieden gerealiseerd en de biodiversiteit vergroot. In 2027 is een robuust en samenhangend natuurnetwerk gerealiseerd: vanaf 1-1-2023 betreft dit 750 ha verwerving/functiewijziging en 2.000 ha inrichting NNN t/m 2027. Hiermee is er na 2027 nog een restanttaakstelling van ca. 850 ha verwerving/functiewijziging en 1.600 ha inrichting NNN voor de realisatie van het gehele NNN.

Indicator doelwaarde 2026
Gerealiseerde hectare Natuurnetwerk Fryslân: grondverwerving/functieverandering (cumulatief) 750 ha
Gerealiseerde hectare Natuurnetwerk Fryslân: inrichting (cumulatief) 2.000 ha

In bovenstaande tabel wordt uitgegaan van de doelrealisatie zoals die met PS is afgesproken. De verwachting is dat dit doel niet zal worden gehaald, zoals eerder gerapporteerd in Healweis Weromsjen NNN. Wij verwachten uit te komen op circa. 350 ha grondverwerving/functieverandering en 1.400 ha inrichting NNN in 2027. Er zijn veel hectares in uitvoering in 2027, maar daadwerkelijke (doel)realisatie is na 2027 aan de orde. Zie hiervoor de toelichting bij "Wat gaan we doen in 2027?".

Financiële stand van zaken

Onderstaand is het overzicht opgenomen van de stand van zaken van het Natuurpact. De programmering in deze tabel is gebaseerd op ingeschatte reële programmering voor 2026 en 2027. In beide jaren zijn er nog voldoende middelen vanuit het Natuurpact beschikbaar. In de begroting 2026 werd nog uitgegaan van een programmering op basis van het scenario 750 ha verwerven/functiewijziging en 2.000 ha inrichting NNN, conform het PS besluit over de herziene planning NNN (november 2022); het beeld was toen nog dat we uitkwamen op een tekort van ca. € 45 mln. De tabel betreft de periode 2014-2027. In deze tabel is voor de realisatiecijfers de peildatum 1/1/2026 aangehouden. Met de huidige (realistische) programmering is het tekort  van het Natuurpact in 2027 nihil. Met daarbij de kanttekening dat de eerder afgesproken 750 ha verwerving/functiewijziging en 2.000 ha inrichting NNN niet in 2027 worden gerealiseerd. 

In de meerjarenbegroting zijn ook voor de jaren 2028 en verder de budgetten voor uitvoering natuurpact opgenomen. In verband met nog te maken afspraken met het Rijk over het vervolg van het natuurpact na 2027 is onderstaande tabel beperkt tot de periode tot en met 2027.

Natuurpact 2014 t/m 2027
Natuurpact 2014-2027
INKOMSTEN x € 1.000, -
Realisatie 2014-2025
Begroting 2026-2027
Totaal
1. Rijksmiddelen
467.100
122.300
589.400
2. Provinciale middelen
135.900
28.200
164.100
3. Europese middelen
132.000
14.000
146.000
4. pMJP middelen
20.900
20.900
5. Overige middelen
34.100
5.300
39.400
TOTAAL
790.000
169.800
959.800
UITGAVEN x € 1.000, -
Realisatie 2014-2025
Begroting 2026-2027
Totaal
1. Ontwikkelopgave
91.800
26.800
118.600
2. Natura 2000
21.300
10.300
31.600
3. Natuurbeheer
213.900
47.500
261.400
4. Agrarisch natuurbeheer
224.400
55.000
279.400
5. Wet natuurbescherming
1.000
100
1.100
6. Soortenbeleid - weidevogels
5.900
5.900
7. Soortenbeleid - Ganzen
158.100
45.900
204.000
8. Soortenbeleid overige soorten
2.900
3.600
6.500
9. Diversen
45.600
5.700
51.300
TOTAAL
764.900
194.900
959.800
TOTAAL x € 1.000, -
Realisatie 2014-2025
Begroting 2026-2027
Totaal
Subtotaal inkomsten
790.000
169.800
959.800
Subtotaal uitgaven
764.900
194.900
959.800
TOTAAL SALDO
25.100
-25.100
0

In de cijfers is rekening gehouden met de realistische lasten en inkomsten, zoals de verhoging van de indexatie voor het Agrarische Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb), de verhoogde kosten voor de ganzenschade, de benodigde inzet voor NmdM en uitvoering strategische grondnota NNN (totaal 18 FTE in de periode 2023 t/m 2027) en vanaf 2024 zijn de rentelasten voor het IKG (Investeringskader Grond) substantieel hoger dan in voorgaande jaren. Op basis van besluitvorming PS (maart 2024) leidt het ganzenbeleid tot hogere kosten binnen dezelfde post, waardoor er minder middelen beschikbaar zijn voor realisatie van natuur.
De verwachting is dat het Rijk de extra lasten voor het ANLb zal compenseren. Daarmee maakt het ANLb geen deel uit van het tekort binnen het Natuurpact.

Vanaf 2028 zal er op het Natuurpact een tekort zijn, dat jaarlijks oploopt als we uitgaan van dezelfde inkomsten in vergelijking tot de verwachte realisatie. Jaarlijks is een budget van ca. € 55 mln. beschikbaar vanuit Rijk en Provincie (vanuit Rijk ca. € 40 tot € 45 mln. en vanuit Provincie ca. € 9 mln. voor natuurbeheer, € 1 mln. voor realisatie NNN en € 3 mln. structurele middelen voor soorten en ganzen) en dit budget wordt aangevuld vanuit Europese middelen. In 2025 was het verschil tussen de inkomsten (€ 75,2 mln.) en de  uitgaven (€ 89,2 mln,) € 14 mln. Omdat er vanaf 2028 geen buffer meer is (we komen rond de € 0 uit wat betreft het Natuurpact) is er vanaf 2028 sprake van een tekort als de inkomsten gelijk blijven. In 2027 zullen we met de evaluatie van het NNN hier meer inzicht in geven en onderzoeken hoe met dit verschil om te gaan. Denkrichtingen hierbij zijn om te zoeken naar aanvullend budget vanuit Natuurpact vanaf 2028 en andere budgetten, of minder uit te geven op de onderdelen in het Natuurpact door het aanpassen van de ambities.

Wat gaan we doen in 2027?

Inhoudelijk rapporteren we hier alleen over de voortgang van de natuurontwikkelingsopgave. Voor de andere onderdelen wordt verwezen naar programma 3.1 Natuur. De natuurontwikkelingsopgave wordt uitgevoerd middels enerzijds Natuer mei de Mienskip en anderzijds vier gebiedsontwikkelingsprojecten: Achtkarspelen Zuid, Alde Feanen, Beekdal Linde en Koningsdiep. Algemeen geldt dat we verder gaan met de uitvoering van de natuurontwikkelingsopgave conform de besluitvorming van PS. Hiervoor is een realisatiestrategie opgesteld waar uitvoering aan wordt gegeven. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan het verkopen van ingerichte provinciale grond conform het uitvoeringskader verkoop gronden NNN.

Evaluatie en doorkijk na 2027 

In april/mei 2025 is Healweis Weromsjen NNN over de voortgang van de realisatie van het NNN voorgelegd aan PS. In dit rapport gaan we in op de voortgang en hebben we de mogelijkheden voor realisatie van de opgave in 2027 aan u voorgelegd. Een verdieping hiervan is middels het plan van aanpak NNN in januari 2026 aan u voorgelegd. Afgesproken is dat we in 2027 met een evaluatie over de voortgang komen en met een doorkijk hoe verder met de realisatie van het NNN na 2027. Hierbij is het uitgangspunt dat het gehele NNN in 2035 is gerealiseerd, conform uw besluit bij de herziene planning november 2022. Aandachtspunt hierbij is dat het Natuurpact in 2027 eindigt en er nieuwe afspraken voor na 2027 gemaakt moeten worden om zo voldoende budget te hebben voor verwerving en inrichting en voor capaciteitsinzet Natuer mei de Mienskip.

Natuer mei de Mienskip

De opdracht voor NmdM is onveranderd ten opzichte van voorgaande jaren; 500 ha functiewijziging en 1.000 ha inrichting. Op te leveren uiterlijk eind 2027. In 2027 wordt dan ook verder gewerkt aan de realisatie van dat doel in de gebiedsclusters die als prioritair zijn aangemerkt. De doorloop en voortgang is afhankelijk van het proces in de gebieden en de bereidheid van partijen om mee te werken. Dit laatste kan, afhankelijk van de eigendomssituatie, voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de mogelijkheden die geboden worden voor de landbouw.  
In gebieden waar veel eigendommen van terreinbeherende organisaties liggen en kansen voor relatief snelle realisatie zijn, worden uitvoeringsplannen opgesteld en, waar mogelijk, in 2027 uitgevoerd. Indien uitvoering in 2027 nog niet mogelijk is, wordt voorbereid voor uitvoering in 2028 ev. 
In Burgumermar en De Leijen wordt verder gewerkt aan het aankopen en/of ruilen van gronden en de inrichting van de NNN begrensde percelen. 
Via het loket Tsjoch Op! worden initiatieven voor kleine gebieden van particulieren opgepakt en verder gebracht voor realisatie NNN. 

Gebiedsontwikkelingsprojecten

In 2027 wordt in gebiedsontwikkelingsproject Beekdal Linde het resterende deel van de 6e uitvoeringsmodule uitgevoerd. Het gaat dan in totaal om de inrichting van 14 ha NNN-grond.
Verder wordt in 2027 de planvorming voor de 7e uitvoeringsmodule afgerond. Afhankelijk van de mogelijkheden wordt gestart met de voorbereiding van de uitvoering van deze 70 ha. 

In 2027 is voorzien dat het gebiedsontwikkelingsproject Achtkarspelen Zuid tot afronding komt. De inschatting is dat de uitvoering van Reahel-East in najaar 2026 wordt afgerond. In 2027 wordt naar verwachting de uitvoering van de Droegehamstermieden (175 ha) en het resterende deel van Surhuzumermieden (162 ha) afgerond. Er komt een totaalplan voor de inzet van de resterende hectares die buiten het NNN liggen of nog niet zijn gerealiseerd t.b.v. het NNN. 

In 2027 is voorzien dat het gebiedsontwikkelingsproject Alde Feanen tot afronding komt. De laatste werkzaamheden uit de 3e module Westersanning en 4e module (polder Siderius) worden afgerond. De werkzaamheden op de Oksekop worden gestart en afgerond.  

In 2025 is in het gebiedsontwikkelingsproject Koningsdiep op basis van de uitkomsten van de MER voor de boven- en middenloop (350 ha NNN) een inrichtingsprogramma opgesteld. In 2026 is gestart met de voorbereiding voor een deel (225 ha NNN) van dit programma via de 5e uitvoeringsmodule. In 2027 is voorzien dat we starten met de uitvoering middels deelprojecten. Met deze plannen wordt integraal invulling gegeven aan de natuur- en wateropgaven (NNN, KRW en WB21) in het beekdal Koningsdiep.

In 2027 vindt  de uitvoering van het inrichtingsplan Dulf Mersken (240 ha) plaats. Hiermee wordt zowel invulling gegeven aan de Natura 2000 doelstellingen als de waterdoelen. Oplevering van dit project is voorzien na 2027.

Risico’s
Algemeen:
In deze paragraaf lichten we alleen de risico’s toe van de natuurontwikkelingsopgave. Over de risico’s van de rest van het Natuurpact rapporteren we in hoofdstuk 3.1 Natuur van deze begroting.

Ontwikkelopgave:

  • Tempo grondverwerving te laag - Indien het tempo van vrijwillige grondverwerving te laag is zullen de doelen voor de ontwikkelopgave en daarmee de KaderRichtlijn Water (KRW) en Natura 2000 niet worden gehaald. In april 2022 heeft PS op basis van de strategisch grondnota NNN een besluit genomen over het in te zetten instrumentarium. Hiermee wordt ingezet op het maximaal vrijwillig realiseren van natuur, waarbij het mogelijk is om na 2027 prioriteit 1 en 2 NNN op basis van volledige schadeloosstelling te realiseren. Hier is een nieuw PS besluit voor nodig na 2027. Bij de behandeling van het plan van aanpak NNN in PS januari 2026 is afgesproken dat er in 2027 een evaluatie komt en een analyse voor het vervolg.
  • Tempo van doorlevering van ingerichte natuurgrond te laag – Als het niet lukt om door de provincie verworven en als natuur ingerichte gronden door te verkopen aan een eindbeheerder heeft dit als gevolg dat de provincie dan kosten heeft voor het beheer maar ze kan zichzelf geen beheersubsidie toekennen. Als beheersmaatregel kunnen de beheerkosten dan worden gefinancierd uit het budget voor de ontwikkelopgave. Daarnaast is er in 2026 een nieuw uitvoeringskader verkoop provinciale ingerichte gronden door GS vastgesteld; het beeld is dat hiermee meer vaart in de verkoop gaat plaatsvinden.
  • Onvoldoende budget voor de realisatie NNN – Op dit moment is er onvoldoende budget voor de totale realisatie van het NNN. Daarnaast is er nog een risico dat andere onderdelen van Natuurpact meer financiering nodig hebben en dit zou ten koste kunnen gaan van de realisatie van NNN. Het beeld voor de besteding in 2026 en 2027 is dat er voldoende budget is. Voor na 2027 is het beeld dat er onvoldoende budget zal zijn als we uitgaan van hetzelfde jaarlijkse budget vanuit het Natuurpact. Hierin zullen of andere keuzes gemaakt moeten worden of er moet aanvullend budget komen.
  • Krapte op de arbeidsmarkt – Voor de realisatie van het NNN is voldoende inzet van capaciteit nodig. Op dit moment zijn er zoveel ontwikkelingen in het landelijk gebied dat het beeld is dat er mogelijk opnieuw onvoldoende beschikbare capaciteit is om het NNN te realiseren. Zowel qua inzet als het vinden van personeel dat voldoende kennis en ervaring heeft. Zeker gezien de grote opgaven die aan de orde zijn in het landelijk gebied. 
  • Invloed vervolg aanpak stikstofreductie en natuurherstel - het vervolg rond de aanpak stikstofreductie en natuurherstel kunnen invloed hebben op de realisatie van het NNN wat betreft het afwachten welk instrumentarium en budgetten vanuit dit programma beschikbaar gesteld worden.

6. Programma Natuur

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 6. Programma Natuur

De provincies en het Rijk hebben als onderdeel van de structurele aanpak stikstof afgesproken om een gezamenlijk Programma Natuur op te stellen, aanvullend op het Natuurpact. Belangrijke hoofdlijn van het Programma Natuur is om condities te realiseren voor een gunstige staat van instandhouding (SvI) van alle soorten en habitats onder de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). Hiermee wordt gestreefd, in samenhang met de andere maatregelen in de structurele aanpak stikstof, om aan de eisen te voldoen die de VHR stelt. De inzet richt zich vooral op maatregelen in en rond beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland). 
De provincie heeft voor de periode 2021-2023 een Uitvoeringsprogramma Natuur opgesteld ter grootte van € 44,5 mln. Hierin is beschreven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities die nodig zijn voor een landelijk gunstige Staat van Instandhouding, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitattypen in de provincie Fryslân. Deze eerste fase is in 2026 afgerond en afgerekend.

Het programma heeft ook een 2e fase. Daarin gaat het voornamelijk om maatregelen die gekoppeld zijn aan het herstel van stikstofgevoelige natuur in zowel Natura 2000-gebieden als in het overige NNN (aanvullend op het Natuurpact). Deze 2e fase loopt van 2024 tot 2032. De te treffen maatregelen hebben betrekking op benodigd systeemherstel voor realisatie instandhoudingsdoelstellingen, met de focus op de met stikstofoverbelaste Natura 2000-gebieden. Voor deze 2e fase heeft de provincie Fryslân een Specifieke Uitkering (SPUK) ontvangen van € 88,6 mln. Een groot deel van de maatregelen wordt uitgevoerd door de terreinbeherende organisaties (TBO’s). 

PS besluiten.
Geen.

Wetgeving:
Wet Stikstof en Natuurherstel (WSN)

Financiële stand van zaken
Voor fase 2 van het programma Natuur hebben we een beschikking van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ontvangen van € 88,6 mln. De TBO’s gaan via de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL) een groot deel van deze maatregelen uitvoeren, ca € 57 mln. Een deel is bestemd voor vervolgonderzoeken als gevolg van de natuurdoelanalyses (€ 3,4 mln), voor Grip op Kwaliteit (€ 10,3 mln), exotenbestrijding (ca €6,9mln) en ca € 10 mln voor formatie. Niet bestede middelen gaan terug naar het ministerie. Jaarlijks vindt er een verantwoording plaats aan het Rijk over de stand van zaken. De eindafrekening vindt plaats in 2033. Het verantwoordingsproces vindt plaats via Sisa.

Programma Natuur Fase 2 Spuk L33
INKOMSTEN x € 1.000,-
Realisatie 2021-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Rijksmiddelen
821
87.769
88.590
TOTAAL
821
87.769
88.590
UITGAVEN x € 1.000,-
Realisatie 2021-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Programma uitgaven
821
87.769
88.590
TOTAAL
821
87.769
88.590
TOTAAL x € 1.000,-
Realisatie 2021-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
1. Inkomsten
821
87.769
88.590
2. Uitgaven
821
87.769
88.590
TOTAAL SALDO
0
0
0
SPUK (bedragen x €1.000,-)
Looptijd
Besteed t/m 2025
Nog te besteden
Totaal beschikking
Terugbetaal- risico
Toelichting/ Beheersmaatregelen
L16 Programma Natuur 1e Fase
2021-2026
33.880
10.930
44.810
Middel
Deze SPUK wordt in 2026 afgerekend. De SPUK is via verstrekking van subsidies aan terrein beherende organisaties besteed. Deze eindafrekening kan lager uitvallen dan begroot. Daar wordt nu een inventarisatie van gemaakt en op basis daarvan wordt gekeken naar alternatieve besteding binnen het programma.
L33 Programma Natuur 2e Fase
2024-2032
821
87.769
88.590
Laag
Het programma is net gestart. Voor een deel worden nu onderzoeken gedaan hoe de middelen het effectiefst kunnen worden ingezet. Uitvoering voornamelijk door verstrekking van subsidies aan terrein beherende organisaties. De ervaringen van Programma Natuur fase 1 gaan we gebruiken voor de beheersing van fase 2. In 2027 is een bijstellingsmoment van ministerie van LVVN over de voortgang van het programma. Dat kan betekenen dat het programma wordt uitgebreid.

Wat gaan we doen in 2027?
Voor fase 2 is de uitvoering gestart in 2025/2026 en wordt in 2027 hier volop een vervolg aan gegeven.  

Risico’s
Voor fase 2 is een programma vastgesteld en in 2024 met u gedeeld. Het programma heeft een looptijd van 8 jaar (2032). Een maatregelpakket samen stellen voor een dergelijke lange periode houdt in dat er ver vooruit gekeken moest worden. Dit kan betekenen dat situaties in de toekomst wijzigen waardoor maatregelen niet uitgevoerd kunnen worden. Om die reden is er een reservelijst aan maatregelen opgesteld die hiervoor dan in de plaats kunnen treden. In 2027 zal een bijstellingsmoment plaatsvinden, waarbij het ministerie van LVVN ook nagaat in hoeverre de plannen die de provincie heeft gepland, ook worden uitgevoerd. 

SPUK (bedragen x € 1.000,-)
Looptijd
Besteed t/m 2025
Nog te besteden
Totaal beschikking
Terugbetaal- risico
Beheersmaatregelen
OP SPUK L25 Versnellingsvoorstellen
2022-2028 (verlengd)
5.494
18.753
24.247
laag
De grootste post van deze versnellingsvoorstellen is de bijdrage voor het programma Veenweide. In afwachting van de goedkeuring van de EU voor de Compensatie Systematiek Veenweide (CSV) zijn de voorbereidingen gestart. In juli 2026 is de goedkeuring ontvangen en kunnen we meters maken.
OP SPUK L25B Gelijkw pos boeren in gebiedsproces
2022-2028 (verlengd)
450
2.250
2.700
laag
Deze SPUK is in samenwerking met de provincies Groningen en Drenthe aangevraagd en wordt ingezet voor het creëren van een gelijkwaardige positie van boeren in gebiedsprocessen. Momenteel wordt onderzocht welke intiatieven in aanmerking komen voor financiering. Hierbij wordt rekening gehouden met Kamerbrief Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof, van 26 juni 2026. Indien komende maanden blijkt dat middelen niet gezet kunnen worden voor de betreffende maatregelen, dan worden middelen overgeheveld naar andere maatregelen van SPUK L25B. Er wordt gestreefd naar een minimaal terugbetaalrisico.
OP SPUK L35 Rpml gebiedsproces en maatregelen
2024-2028, 2032 deels
2.213
176.887
179.100
laag
Een slot op de vergunningverlening en het niet hebben van een staatssteunkader kan de uitvoering van het maatregelpakket in de weg zitten. Daarbij heeft ook de recente Kamerbrief 'Weer ruimte voor boer, natuur en bouw': maatregelpakket landbouw, natuur en stikstof impact op de uitvoering van de maatregelpakketten. De ontwikkelingen worden nauwlettend in de gaten gehouden en ondertussen worden er voorbereidingen voor de uitvoering getroffen.
OP SPUK L36 Maatregel gebiedsgerichte aanpak beeindiging veehouderij locaties
2025-2032
0
12.606
12.606
laag
De subsidieregeling maatregel gebiedsgerichte beëindiging is nog in voorbereiding. De uitvoering is nog niet gestart vanwege onduidelijkheden over de regeling tav deelname PAS-melders en problematiek intern salderen. Inmiddels heeft GS keuzes gemaakt in welke gebieden de MGB wordt opengesteld. Tot nu toe heeft de provincie geen aanvragen ontvangen. De regeling is in concept klaar en wordt gereedgemaakt voor uitvoering. We verwachten een minimaal terugbetaal-risico gezien de recente ontwikkelingen met betrekking tot Kamerbrief Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof , van 26 juni 2026, waaruit blijkt dat het Kabinet onder andere wil inzetten op vrijwillige beindiging.
OP SPUK L37 PAS-melders
2024-2030
34
18.722
18.756
laag
GS hebben besloten om de middelen van SPUK L36 en SPUK L37 middels dezelfde regeling in te zetten. Beide SPUKs worden ingezet voor het vrijwillig beindigen van agrarische bedrijven, waarbij PAS-melders uit de SPUK L37 worden betaald.

7. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG)

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 7. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG)

In de zomer van 2024 heeft het Rijk (Ministerie van LVVN) een positief besluit genomen voor de uitvoering van de maatregelpakketten Landelijk Gebied. De komende jaren wordt er gewerkt aan doelen op het gebied van water, natuur, klimaat en landbouw. Voor de uitvoering van de maatregelen is € 180 mln. beschikbaar gesteld. De uitvoering loopt tot en met december 2028, met een mogelijke verlenging van vier jaar. Voor de onderdelen Weidevogels binnen het pakket Natuur, het pakket Klimaat en Veenweide en voor de KPI-Doelsturing systematiek binnen het pakket Landbouw is de looptijd door het Rijk al verlengd naar december 2032. 

Vier maatregelpakketten
De uitvoering gebeurt via vier verschillende pakketten en 22 concrete maatregelen:

  • Natuur: Dit pakket bevat maatregelen voor de uitvoering van de Friese bomen- en bossenstrategie, maatregelen die de instandhouding en verbetering van weidevogelgebieden stimuleren en kennisontwikkeling.
  • Water & Bodem: Hierin gaat het om gebiedsplannen met duidelijke doorkijk naar uitvoering. Het doel is om het waterbeheer en de bodemkwaliteit te verbeteren.
  • Klimaat & Veenweide: Dit pakket omvat zes maatregelen die volgen uit het vastgesteld Veenweideprogramma. De maatregelen richten zich op aanpassingen aan het watersysteem. Deze moeten bodemdaling tegengaan en de uitstoot van broeikasgassen verminderen.
  • Landbouw: In dit pakket gaat het onder andere om het verlengen van de Noordelijke Investeringsregeling Reductie Stikstofemissie (laaghangend fruit), het opzetten van een KPI-Doelsturing systematiek en de uitvoering van pilots voor monomestvergisters in Zuidoost Fryslân (hooghangend fruit). 

Versnellingsmaatregelen 2022
In aanvulling op de uitvoering van de maatregelpakketten worden onder de vlag van dit programma ook vier versnellingsmaatregelen uitgevoerd. Dit zijn maatregelen waar in 2022 € 24 mln. Rijksfinanciering voor is toegekend. Deze maatregelen moeten uiterlijk 31 december 2028 zijn uitgevoerd. 

Het gaat om:

  • Versnelling Aldeboarn – De Deelen (maatregelen rondom vernatting);
  • Versnelling Middelen-Doelenbeleid (pilotprojecten KPI systematiek);
  • Versnelling N2000 Fochteloërveen (kadeherstel Fochteloërveen);
  • Gelijkwaardige positie boeren in gebiedsproces.

Wat gaan we realiseren in 2027?

Maatregelpakketten Landelijk Gebied
In 2027 wordt verder uitvoering gegeven aan de maatregelen. Hieronder volgt een overzicht van de geplande realisaties per thema.

Natuur
Bomen en Bos 
In 2026 zijn twee nieuwe subsidieregelingen opengesteld die gericht zijn op:

  • Uitbreiding van het bosareaal binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN);
  • Revitalisering van bestaande bossen en landschapselementen;
  • Aanplant van houtige landschapselementen zoals hoogstamboomgaarden, kleine bosjes, hagen, singels en struweelhagen;
  • Stimulering van Agroforestry, waarbij landbouw wordt gecombineerd met bomen aanplant;
  • Aanleg voedselbossen.

Met de geplande en gerealiseerde openstellingen is het totale beschikbare budget ingezet. In 2027 wordt de uitvoering gevolgd en de resultaten vastgelegd. De afwikkeling van de openstellingen zal in 2027 plaatsvinden. 

Kennisontwikkeling
In het onderdeel Kennisontwikkeling zijn middelen beschikbaar voor circa 35 onderzoeken ten behoeve van de kennisleemtes uit de NDA's. Deze zijn verdeeld over 4 maatregelen: Bodemonderzoek vennen (N2000), Stikstof- en korstmossenmeetnet, onderzoek ecologie van soorten en Groenblauwe dooradering. In 2027 worden opdrachten voor onderzoeken verder uitgezet en uitgevoerd.

Naast onderzoeken tbv het vullen van kennisleemtes is er ook geld gereserveerd om maatregelen te treffen voor 3 kwetsbare soorten te weten; de Grote Vuurvlinder, Noordse woelmuis en de Meervleermuis. De maatregelen voor deze soorten worden in 2027 uitgevoerd.

Weidevogels
Modelregeling gedeeltelijke afwaardering landbouwgrond: Deze maatregel bevindt zich in 2027 nog in de fase van planvorming en voorbereiding. In deze fase wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van de modelregeling gedeeltelijke afwaardering landbouwgrond, inclusief de juridische en financiële uitwerking via een kwalitatieve verplichting. De uitvoering van de maatregel is afhankelijk van goedkeuring van de modelregeling binnen het staatssteunkader door de Europese Commissie. Hierdoor worden de eerste uitgaven en uitvoering van de provinciale subsidieregeling naar verwachting pas vanaf het najaar van 2027 voorzien.

Subsidieregeling Biotoopverbetering weidevogelgraslanden/opdrachten inrichting: De uitvoering van maatregel 2 is deels afhankelijk van de voortgang van maatregel 1 (modelregeling gedeeltelijke afwaardering landbouwgrond). De doorlooptijd van maatregel 1, als gevolg van de benodigde goedkeuring binnen het staatssteunkader, werkt door in het tempo van maatregel 2. 

Water & Bodem

In 2027 wordt het project in zuidoost Fryslân afgerond, met als resultaat een gebiedsplan met maatregelen gericht op het verbeteren van waterkwaliteit en waterkwantiteit vanuit de landbouw. Ook wordt een volgend project opgestart in een ander POVI-gebied in Fryslân, waarschijnlijk in de Noordelijke Kleischil. Dit project zal gericht zijn op het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Klimaat & Veenweide

In 2027 wordt een definitief besluit genomen over de verdeling van de middelen over de gebieden. Ieder gebied kent een eigen route naar planvolwassenheid en is daar mee aan de slag. Het eerste gebied dat planvolwassen is, is Aldeboarn-De Deelen Zuid. Daar wordt gewerkt aan de voorbereiding van het uitvoeren van de maatregelen om te vernatten, wat in 2027 de verdere voorbereiding van het peilbesluit en het definitieve inrichtingsprogramma inhoudt.

In juli 2026 is de goedkeuring van de EU ontvangen op de Compensatie Systematiek Veenweide (CSV). De uitvoering kan nu starten. 

Voor verdere duiding zie ook onderdeel 8 van de paragraaf Grote Projecten: Veenweide Programma.

Landbouw

  • KPI-doelsturing: Volgend op de pilots uit 2025 is in 2026 een generieke KPI-doelsturingswerkwijze ontwikkeld en uitgerold voor heel Fryslân. In 2027 zal de Fryske Monitor Tûk Buorkjen in de melkveehouderij verder uitgevoerd worden. De KPI-scores van het gebied worden bekend en de collectieven organiseren studiesessies voor de FMTB-deelnemers. Na de zomer gaat de subsidieregeling opnieuw open voor een nieuwe lichting deelnemers. Verder wordt de voortgang van de uitrol in de akkerbouw geëvalueerd en worden de vervolgstappen voor de andere landbouwsectoren verder uitgewerkt.  
  • Hooghangend Fruit (Gebiedsgericht Versnellen): In 2026 is in beeld gebracht hoe de pilots in Zuidoost-Fryslân verder vorm kunnen krijgen daar gaan we in 2027 mee verder. Hierbij is nadrukkelijk ingezet op de samenwerking rondom de versnellingsmaatregelen voor innovatie in mono-mestvergisting. Dit betekent dat we actief samenwerken met relevante partners en stakeholders om innovatieve technieken en processen binnen de mono-mestvergisting sneller te ontwikkelen en te implementeren. De uitvoering en haalbaarheid is afhankelijk van de gevolgen van de Rendac Uitspraak.
  • Laaghangend fruit - Noordelijke Investeringsregeling Reductie Stikstof: In de afgelopen jaren kon deze regeling niet uitgevoerd worden door de Rendac-Uitspraak. Afhankelijk van nieuw wet- en regelgeving wordt bezien of dit in 2027 wel kan.

Risico's
De grootste risico's in 2027 zijn:

  • Slot op Vergunningverlening (Rendac-uitspraak): Voor het MRP Landbouw staan door de Rendac Uitspraak twee maatregelen on hold. De maatregelen 'laaghangend fruit' en 'hooghangend fruit' raken direct de vergunningverlening en kunnen daardoor op dit moment niet uitgevoerd worden. Vraag is of dat in 2027 wel kan. Het nieuwe kabinet heeft een Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof ingesteld waarmee zij 'Nederland van het slot' willen halen wellicht dat door nieuw beleid in 2027 wel uitvoering kan worden gegeven aan deze maatregel.
  • Geen staatssteunkader: De uitvoering van de maatregel 'duurzaam behoud weidevogelgrasland' is afhankelijk van het staatssteunkader in de Catalogus Groen Blauwe Diensten. Dit ligt voor ter notificering in Europa maar het is nog ongewis of dit wordt goedgekeurd. 
  • Onvoldoende budget voor realisatie: Voor de uitvoering van het Maatregelpakket Veenweide was oorspronkelijk € 60 mln. aangevraagd, maar is € 45 mln. toegekend. Dit betekent dat minder uitgevoerd kan worden dan oorspronkelijk beoogd. Op basis van onderzoek worden de middelen verdeeld en de doelstellingen bijgesteld. 

Financiële stand van zaken

Uitvoeringsprogramma maatregelen Landelijk gebied
Uitvoering maatregelen
INKOMSTEN x € 1.000, -
Realisatie 2022-2025
Begroting 2026-2032
Totaal
Rijksmiddelen
SPUK L25 Versnellingsvoorstellen
5.511
18.737
24.247
SPUK L25B Gelijkwaardige positie boeren in gebiedsproces. (via prov.Groningen)
434
1.766
2.700
*)
SPUK L35 Rpml gebiedsproces en maatregelen
2.213
176.888
179.100
TOTAAL
8.158
197.391
206.047
UITGAVEN x € 1.000, -
Realisatie 2022-2025
Begroting 2026-2032
Totaal
Maatregelpakketten
Bomen en bossen
487
15.312
15.799
Kennisontwikkeling
228
3.454
3.682
Weidevogels
695
22.755
23.450
Natuur
1.410
41.522
42.932
Water en bodem
20
430
450
Klimaat en veenweide
445
45.299
45.744
Landbouw en sociaaleconomisch
338
89.637
89.975
Versnellingsvoorstellen *)
5.945
20.503
26.448
TOTAAL
8.158
197.391
205.549
TOTAAL x € 1.000, -
Realisatie 2022-2025
Begroting 2026-2032
Totaal
Subtotaal inkomsten
8.158
197.391
206.047
Subtotaal uitgaven
8.158
197.391
205.549
TOTAAL SALDO
0
0
499
*)
*) een bedrag van € 0,5 mln. staat nog gereserveerd op de balans

8. Veenweide

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 8. Veenweide

Veenweide verdelen we onder in:
8a. Veenweideprogramma 2021-2030
8b. Gebiedsontwikkeling Aldeboarn - De Deelen
8c. Gebiedsontwikkeling Hegewarren
8d. Gebiedsontwikkeling Idzegea

In onderstaand overzicht van de SPUK's zijn alleen de uitkeringen opgenomen die specifiek zijn voor veenweide. De SPUK's maatregelenpakket landelijk gebied en versnellingsvoorstellen die deels worden ingezet voor veenweide zijn opgenomen bij onderdeel 7 van deze paragraaf.

SPUK (bedragen x € 1.000,-)
Looptijd
Besteed
Nog te besteden
Totaal beschikking
Terugbetaal- risico
Beheersmaatregelen
OP SPUK E118 NL2120
2024-2029
2.171
7.381
9.552
Laag
Een aanzienlijk deel van de begrote middelen zijn reeds als meerjarige subsidie verstrekt aan gebiedscoöperatie Akkrumer Goedland en Stichting Veeninnovatiepolder Hegewarren. De uitvoering van de innovatie-activiteiten verloopt volgens planning en wordt middels periodieke voortgangsrapportages gevolgd.
OP SPUK L7 IBP Vitaal platteland
2020-2032 (verlengd)
1.769
3.144
4.913
Laag
Voor gebiedsproject Aldeboarn - De Deelen Zuid wordt de laatste hand gelegd aan een nieuw watersysteemplan welke eind 2026 ter besluitvorming aan GS en het DB van het Wetterskip zal worden voorgelegd. Na bestuurlijke goedkeuring kan met de uitvoering gestart worden met o.a. inzet van de resterende IBP-VP middelen.
OP SPUK L10 Impuls veenweiden
2020-2027 (verlengd)
12.744
9.256
22.000
Laag
De impulsgelden maken eveneens onderdeel uit van het watersysteemplan voor gebiedsproject Aldeboarn - De Deelen Zuid. Zie hiervoor ook de toelichting bij IBP-VP. Met het Ministerie zijn gesprekken gaande over verlenging van de looptijd. Verlenging van de looptijd is kansrijk.

8a. Veenweideprogramma

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 8a. Veenweideprogramma

Inleiding 

In het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 hebben landen afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2 graden. Als uitvloeisel hiervan werd in Nederland op 2 juli 2019 de Klimaatwet van kracht. Het Veenweideprogramma richt zich op het realiseren van een bijdrage aan de CO2-uitstootreductie zoals vastgelegd in de Klimaatwet. In het Nationaal Klimaatakkoord maakten overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties in 2019 afspraken over de realisatie van de doelen uit de Klimaatwet. Het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet bevestigt bestaande afspraken t.a.v. klimaat en vormt daarmee een stimulans om uitvoering te blijven geven aan het Veenweideprogramma.

Onze ambitie voor de lange termijn (2050) is een blijvend evenwicht, waarin veenafbraak, bodemdaling en CO2-uitstoot nagenoeg zijn gestopt. De kwaliteit van landschap en natuur is verbeterd. Ook de leefbaarheid en vitaliteit staan op een hoog peil; de landbouw heeft zich aangepast aan de veranderde omstandigheden en recreatie en toerisme hebben zich verder ontwikkeld. Om tot deze ambitie te komen richten we ons voor 2030 op de volgende veenweidedoelen:

  1. De negatieve effecten van bodemdaling zijn verminderd (gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar): Enerzijds door de absolute bodemdaling te beperken, anderzijds door de negatieve effecten te beperken, mitigeren of te compenseren. Dit moet ertoe leiden dat schade aan woningen, wegen en infrastructuur wordt beperkt, de stijging van kosten van waterbeheer in het gebied ook in de toekomst beperkt blijft, de verdroging van natuurgebieden is afgenomen, en het landschap en de cultuurhistorie van het veenweidegebied herkenbaar blijven.  
  2. De uitstoot van broeikasgassen uit de veenbodem is in 2030 met 0,4 megaton CO2 equivalenten per jaar afgenomen. 
  3. De landbouw heeft een duurzaam toekomstperspectief.  
  4. Het watersysteem is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht.

De uitvoering van het Veenweideprogramma vindt plaats in de gebiedsprocessen. Deze processen lopen in drie ontwikkelgebieden, Aldeboarn-De Deelen, de Hegewarren en Idzegea. Ook zijn er drie kansrijke gebieden, Groote Veenpolder, Leechlân Grou-Warten en Akkrumer Goedland. Ontwikkelgebieden hebben prioriteit boven kansrijke gebieden en zijn verder in de uitvoering en planvorming.  

PS besluiten

  • Op 21 januari 2015 is de integrale visie vastgesteld voor het veenweidegebied, de Veenweidevisie, in nauwe samenwerking met Wetterskip Fryslân, de Friese gemeenten, belangenorganisaties en de mensen die er wonen en werken.
  • Op 18 juli 2018 is de zogeheten tussenstap 18/19 vastgesteld voor de uitvoering van de Veenweidevisie na 2019
  • Op 22 januari 2020 is ingestemd met de drie sporen aanpak gebaseerd op aanbevelingen uit de maatschappelijke kosten – batenanalyse van het veenweidegebied in Friesland.  
  • Op 26 mei 2021 is het Veenweideprogramma 2021-2030 vastgesteld waarmee invulling wordt gegeven aan de te realiseren opgaven in het Friese veenweidegebied tot 2030.
  • Op 21 december 2022 is de Funderingsaanpak vastgesteld door PS.
  • Op 12 juli 2023 hebben PS ingestemd met het voorstel voor de uitvoering van de moties die zijn ingediend door PS en AB naar aanleiding van de Funderingsaanpak d.d. 21 december 2022. Het gaat om de subsidie duurzaam funderingsherstel, financiering en doorpakken op code rood, maximale duur garantieregeling, eigen bijdragen funderingsonderzoek kwijtschelden, psychosociale kant van funderingsproblematiek, commissie bijzondere gevallen en financiële verbreding Funderingsaanpak.
  • Motie vreemd “Evaluatie Code Rood voor afhandeling Funderingsschade” van 26 november 2025  

Financiële stand van zaken

In onderstaande tabel is een totaal overzicht opgenomen van de inkomsten en uitgaven van het onderdeel veenweide algemeen. Onderdeel hiervan is de rijksbijdrage uit de SPUK maatregelpakket gebiedsgerichte aanpak, zie  hiervoor deel 7 van deze paragraaf. 

Veenweideprogramma
INKOMSTEN x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Provincie Fryslân; bestuursakkoord 2015-2019
12.000
0
12.000
Provincie Fryslân; bestuursakkoord 2019-2023
8.637
363
9.000
Provincie Fryslân; Veenweideprogramma 2021-2030
0
6.669
6.669
Provincie Fryslân; Veenweideprogramma 2021-2030 Funderingsaanpak
-1.241
3.630
2.389
Provincie Fryslân; Veenweideprogramma 2021-2030 cofin. NL2120
975
275
1.250
Provincie Fryslân; Funderingsaanpak
0
4.323
4.323
Provincie Fryslân; Proeftuin De Welle
4
168
172
Wetterskip Fryslân; bijdrage aan werkplannen
187
0
187
Wetterskip Fryslân; bijdrage aan Funderingsaanpak
2.727
3.970
6.697
Rijk; Klimaatenvelop
2.345
0
2.345
Rijk; SPUK Maatregelpakket gebiedsgerichte aanpak
0
45.744
45.744
Rijk; Gebiedsgerichte leeraanpak Funderingen
0
2.130
2.130
Rijk; Regio Deal NIL Veenweide 2022-2024
332
334
666
Rijk; SPUK Nationaal Groeifonds/NL2120
2.171
10.329
12.500
Gemeente: bijdrage 7 gemeenten aan Funderingsaanpak
469
575
1.044
Derden
-259
0
-259
TOTAAL
28.347
78.509
106.856
UITGAVEN x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Goederen & diensten werkplannen
19.457
7.163
26.620
Formatie werkplannen
3.458
1.036
4.494
Funderingsaanpak
1.955
14.629
16.584
Uitvoering maatregelpakket in de gebieden
0
44.744
44.744
Regio Deal NIL kansrijke gebieden
332
334
666
NL2120
3.146
10.604
13.750
TOTAAL
28.347
78.509
106.856
TOTAAL x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
1. Subtotaal inkomsten
28.347
78.509
106.856
2. Subtotaal uitgaven
28.347
78.509
106.856
TOTAAL SALDO
0
0
0

Wat gaan we doen in 2027?

In het najaar van 2024 is een bedrag van € 45 mln. door het Rijk beschikt voor uitvoering van de maatregelpakketten Veenweide. Ook wordt er gebruik gemaakt van de mogelijkheden van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (Samenwerkingsmaatregel Veenweide en de niet-grondgebonden maatregelen). Beide budgetten zijn een impuls om in de gebieden een nieuwe stap in de uitvoering te zetten. 

In juli 2026 heeft de Europese Commissie ingestemd met de Compensatiesystematiek Veenweide (CSV). Dit is een belangrijk instrument om in veenweidegebieden in Fryslân te komen tot uitvoering. 

Vanaf 2026 is er onvoldoende budget om de doelstellingen uit het Veenweideprogramma 2021 – 2030 te realiseren zoals beoogd. Het streven is om het Veenweideprogramma de komende jaren op de huidige wijze voort te zetten, hiervoor is tot en met 2030 jaarlijks een extra bedrag van ca € 1,5 mln. benodigd (totaal € 7,2 mln. voor de gehele planperiode). Dekking wordt vooral voorzien vanuit het Maatregelpakket Klimaat & Veenweide. Het bijbehorend risico is dat er straks niet voldoende middelen zijn om de daadwerkelijke maatregelen tot uitvoer te brengen. In de doorontwikkeling van het Friese Veenweideprogramma wordt in beeld gebracht wat de aanvullende middelen voor de looptijd voor het programma zullen bedragen. 

Daarnaast bevinden de verschillende kansrijke- en ontwikkelprojecten zich voor een groot deel in de verkenningsfase. Na deze fase start de planfase en ligt er voornamelijk een grote grondopgave. Gezien de grootte van de projecten wordt ingeschat dat hiervoor de komende jaren in gedeelten minstens € 100 mln. tot € 150 mln. benodigd zal zijn. Hoewel wij daar nog geen zicht op hebben, zullen wij zoveel als mogelijk een beroep doen op het Rijk om deze middelen ter beschikking te stellen.

Door Provinciale Staten is de motie ‘Provinciaal Strategisch lnvesterings- en Ontwikkelingsfonds’ bij de begroting 2026 aangenomen die vraagt om provinciale regie op actief grondbeleid. Het college heeft toegezegd een aankoopplan op te stellen. Dat plan voorziet in een integraal beeld van de verwervingsopgave, aanvullend instrumentarium en de daarvoor benodigde financieringsruimte. Dit kan ook ingezet worden ten behoeve van de grondverwervingsopgave voor het Veenweideprogramma, mits geschikte gronden beschikbaar komen.

In 2027 gaan we in de gebieden de volgende werkzaamheden uitvoeren binnen de programmalijnen:

Voor water en klimaatadaptatie zetten we in op:

  • Voortzetten tijdelijke verhogingen van peilen in HAKLAM projecten en GLB-samenwerkingsregelingen
  • Voorbereiding inrichten klimaatbestendig watersysteem Aldeboarn – De Deelen Zuid voor peilverhoging
  • Onderzoeken welk beheer en onderhoud van veensloten het beste werkt
  • Uitwerken peilscenario’s voor gebiedsprocessen
  • Aanpak hoogwatercircuits.

Voor bodem en grondgebruik zetten we in op:

  • Begeleiden bodemproeven, excursies organiseren, resultaten delen en vertalen naar een programmatische aanpak voor verdere aanpak in 2027
  • Uitwerken integrale beleidskeuzes voor het wel of niet toestaan van profielkeren en de condities waaronder dit eventueel zou kunnen plaatsvinden
  • Maatregel Klei in veen op praktijkschaal beproeven met boeren uit kansrijke en ontwikkelgebieden
  • Begeleiden onderzoek ‘weide en water’ wat gericht is op effecten van peilverhoging op gewasopbrengst, kwaliteit en draagkracht van de bodem
  • Stimuleren en ondersteunen kennisnetwerk duurzame maisteelt

Voor de ondersteuning van een duurzaam toekomstperspectief van de landbouw (It Nije Buorkjen) zetten we in op:

  • Uitrol en verbetering van de CSV in de ontwikkelgebieden (bij instemming in 2026)
  • Begeleiden deelnemers aan GLB-samenwerkingsmaatregel voor peilverhoging o.a. via GLB-praktijkbedrijven
  • Monitoren van gewasopbrengsten bij hoge peilen voor het verder kunnen onderbouwen en verbeteren van de CSV (bij instemming in 2026)
  • Voorlichting en advies geven over bedrijfseconomisch perspectief na peilverhoging
  • Uitrol onderzoeksprogramma Innovatiebedrijven in de Hegewarren en bij Akkrumer Goedland 

Op het gebied van onderzoek en monitoring zullen de volgende activiteiten worden ondernomen:

  • Voortzetten van monitoring meerdere facetten als gevolg van de GLB-samenwerkingsmaatregel.
  • Afronden van huidige mobiele CO2 monitoring en bepalen of en in welke vorm eigen broeikasgasmetingen nog nodig zijn. Daarnaast blijven deelnemen aan de begeleidingscommissie van het  Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden 
  • Voortzetten van de monitoring van grond- en oppervlaktewaterpeilen
  • Voortzetten monitoring bodemdaling
  • Voortzetten onderzoek naar consequenties van peilverhogingen op infrastructuur en gebouwen
  • Voortzetten onderzoek naar waterkwaliteit en ecologie
  • Voortzetten onderzoek naar maatregelen tegen pitrusvorming bij peilverhoging
  • Kennisdeling verder organiseren

Ten aanzien van natuur, biodiversiteit, landschap en archeologie zullen we inzetten op:

  • Borging groene thema's in gebiedsprocessen en kennisbijeenkomsten
  • Beheer, monitoring en communicatie van de pilot Kruidenrijkheid Hegewarren
  • Beheer, monitoring en communicatie van de pilot Veenmosteelt Hegewarren
  • Doorontwikkeling handreikingen o.a. Basiskwaliteit Agrarische Natuur & Landschap

Met betrekking tot de Funderingsaanpak zullen we de uitvoering continueren, inclusief de uitvoering van de moties: 

  • Doorontwikkeling van de samenwerkende overheden  
  • Uitvoering communicatieplan Funderingsaanpak Veenweide
  • Verder uitbouwen en ontwikkelen Funderingsloket om woningeigenaren te helpen met informatie, psychosociale hulp, funderingsonderzoek en -herstel 
  • Uitvoeren Subsidieregeling funderingsonderzoek incl. kwijtschelden eigen bijdrage funderingsonderzoek 
  • Uitvoeren Subsidieregeling funderingsherstel incl. hardheidsclausule bijzondere gevallen 
  • Beheer lopende subsidies code rood en nazorg
  • Uitwerken van een Fries Data- en kennissysteem Funderingen in aansluiting op Rijksontwikkelingen
  • Uitvoering vijf deelpilots op alle hiervoor genoemde onderwerpen binnen de Gebiedsgerichte Leeraanpak (GLA) in het kader van de Nationale Aanpak Funderingen (NAF) met het Rijk
  • Uitwerken lobbyfiche en strategie

Risico’s

De voortgang van de pilot Veenmosteelt is afhankelijk van vergunningverlening.

Onvoldoende tempo in de grondverwerving: Invulling van de opgaven in de gebiedsprocessen vraagt de mogelijkheid om af te kunnen waarderen en te kunnen compenseren. Grond is hierin cruciaal. Tot op heden hebben we onvoldoende grond beschikbaar in de verschillende gebieden om te kunnen afwaarderen en compenseren en kunnen wij onvoldoende snel handelen.  

Onvoldoende budget voor de realisatie: Ten tijde van het FPLG is aangegeven dat er zo’n € 1,4 mld. nodig is om het veenweideprogramma tot uitvoering te brengen, inclusief de aanpak funderingen. Met het wegvallen van het Transitiefonds landelijk gebied wordt voor de financiering gekeken naar overige financieringsbronnen vanuit het Rijk en Europa. Het is nog onvoldoende duidelijk welke financieringsbronnen waarvoor beschikbaar komen en in hoeverre dit ingezet kan worden voor de uitvoering van het veenweideprogramma. Duidelijk lijkt wel dat er onvoldoende budget is om de bestuurlijke taakstelling in 2030 te realiseren. Het is op dit moment niet te zeggen of de financiële verbreding van de Funderingsaanpak haalbaar is, omdat dit afhangt van de landelijke beleidsontwikkeling.  

8b. Aldeboarn - De Deelen

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 8b. Aldeboarn - De Deelen

Inleiding

Aldeboarn- De Deelen is één van de ontwikkelgebieden in het Veenweideprogramma 2021 -  2030. Binnen deze gebieden liggen er op inhoudelijke gronden en vanuit maatschappelijke energie veel kansen, én zijn er middelen om aan de slag te gaan.

In het gebied loopt sinds 2016 een proces ‘van onderop’, gestart door burgers en boeren uit het gebied zelf.

In 2021 is een breed samengestelde gebiedscommissie ingesteld die eind 2023 een lange termijn visie (het Koersdocument) heeft vastgesteld die in juni 2024 door de betrokken overheden (GS, DB Wetterskip, de drie gemeenten) is geaccepteerd als richtinggevend aan het gebiedsproces. Het doel daarbij is de leefbaarheid en vitaliteit van het gebied te bevorderen. Het Koersdocument is tevens ter kennisgeving aan de Staten toegezonden. 

Het gebied is opgesplitst in ADD Zuid en ADD Noord. Voor ADD Zuid is in najaar 2025 een definitief concept peilscenario (PSc4) met bijbehorend watersysteemplan door de gebiedscommissie aan de overheden aangeboden, nadat het eerst met de boeren in het gebied zelf besproken is. Dit PSc4 dient samen met de CSV (waarvoor in juli 2026 instemming is ontvangen) als basis voor het ingaan van de volgende fase: Het daadwerkelijk doen van een voorstel voor nadeelcompensatie en het opstarten van een wettelijk participatief herverkavelingsproces.

Er worden waar mogelijk door de provincie strategische grondaankopen gedaan om de benodigde compensatiegronden te verkrijgen maar dit proces verloopt met name voor ADD Noord nog niet snel genoeg. 

 PS besluiten

  • Op 25 november 2020 heeft PS besloten om € 7 mln., van de € 22 mln. aan Friesland toegekende Impulsgelden van het Rijk, toe te kennen aan de gebiedsontwikkeling Aldeboarn- De Deelen.
  • Op 12 juli 2022 heeft PS via de Berap besloten om € 21.846.750, toegekend door het Rijk via de Versnellingsagenda 2022 - 2023, toe te kennen aan de gebiedsontwikkeling Aldeboarn-De Deelen.

Financiële stand van zaken 

In onderstaande tabel is een totaal overzicht opgenomen van de inkomsten en uitgaven van het project Aldeboarn-De Deelen. Onderdeel hiervan is de rijksbijdrage uit de SPUK Versnellingsvoorstellen, zie hiervoor deel 7 van deze paragraaf. 

Aldeboarn - De Deelen
INKOMSTEN x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2032
Totaal
Rijk; Klimaatenvelop
3.150
0
3.150
Rijk; SPUK IBP-Vitaal Platteland
1.769
3.144
4.913
Rijk; SPUK Impulsgelden
1.117
5.883
7.000
Rijk; Regio Deal NIL
452
858
1.310
Rijk; SPUK Versnelingsagenda landelijk gebied
3.948
17.898
21.847
Europa; GLB subsidie Watersysteem ADD-Zuid
0
8.000
8.000
Derden; Pachtopbrengsten
422
-130
292
TOTAAL
10.858
35.654
46.511
UITGAVEN x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2032
Totaal
Vastgoed & Grondzaken incl. compensatie
7.454
11.800
19.254
Voorbereiding en planvorming
2.952
7.600
10.552
Regio Deal NIL
452
0
452
Realisatie civiele werken en natuur
0
13.400
13.400
Nazorg
0
2.854
2.854
TOTAAL
10.857
35.654
46.511
TOTAAL x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2032
Totaal
1. Subtotaal inkomsten
10.858
35.654
46.511
2. Subtotaal uitgaven
10.857
35.654
46.511
TOTAAL SALDO
0
0
0

Wat gaan wij doen in 2027?

  • De werkzaamheden in ADD Zuid zijn sterk afhankelijk van besluitvorming met betrekking tot het daadwerkelijk starten met het uitvoeringsproces tweede helft 2026. De uitvoering kan starten nu de Europese Commissie heeft ingestemd met  de CSV, de benodigde financiën zijn verzekerd en samenwerkingsafspraken tussen provincie en Wetterskip zijn gemaakt. Op dat moment kan ook een Inrichtingsbesluit t.b.v. de benodigde wettelijke participatieve herverkaveling worden genomen.
  • Voor ADD Noord wordt het proces om te komen tot een gedragen peilscenario en watersysteemplan opgestart. Daarbij worden ook nadrukkelijk de gebiedsofferte "Aanvalsplan Grutto", de resterende NNN opgave en (voor wat betreft het watersysteemplan) eventuele issues rondom hoogwatercircuits in het ontwikkelproces meegenomen. Dit ontwerpproces zal naar verwachting een groot deel van 2027 in beslag nemen.

8c. Hegewarren

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 8c. Hegewarren

Inleiding 

De Hegewarren is één van de ontwikkelgebieden in het Veenweideprogramma 2021-2030. De bodem in de Hegewarren zakt en het waterbeheer wordt er ingewikkelder. Door het dalende veen komt er veel CO2 vrij en door lagere grondwaterstanden verdrogen omliggende natuurgebieden. Daarnaast ligt de Hegewarren naast het stikstofgevoelige natuurgebied De Alde Feanen. De peilen moeten omhoog om de problemen op te lossen. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor de mensen die in en om de Hegewarren wonen en de grond gebruiken. Daarom is juist hen gevraagd om na te denken over een goede invulling van het gebied met een hoger waterpeil. 

Bijna een jaar lang heeft een groep inwoners en betrokkenen uit en rondom de Hegewarren gewerkt aan oplossingen voor de toekomst van de Hegewarren in het veenweidegebied. Ze deden dat in een zogenaamd co-creatieproces. In 2022 heeft u op basis van de resultaten uit dat proces het besluit genomen om de polder om te vormen naar een waterrijk gebied met veel ruimte voor natuur en recreatie.  
Voor veehouders in het gebied verandert er veel. Ze kunnen of willen niet blijven in een polder met hogere grondwaterstanden. Ze gaven aan ervoor open te staan om in gesprek te gaan over het verplaatsen van hun bedrijf. Daarom heeft u hier in 2020 geld voor beschikbaar gesteld.

PS besluiten 

  • Op 27 november 2019 heeft PS vastgesteld dat een integrale gebiedsontwikkeling van de Hegewarren kansrijk is.  
  • Op 25 november 2020 heeft PS (vooruitlopend op de planvorming) een uitvoeringskrediet van € 30 mln., waarvan € 15 mln. aan Impulsgelden van het Rijk, beschikbaar gesteld voor het aankopen van de agrarische bedrijven in de Hegewarren.
  • Op 21 april 2022 lag een keuze voor tussen voorkeursvarianten Polderaquarel en Open en Natuurlijk als oplossing voor de gestapelde problematiek in de Hegewarren. Uw Staten hebben verzocht een aantal punten verder uit te werken en eerst een besluit te willen nemen over de beroepsvaarweg Drachten.
  • Op 21 september 2022 heeft PS besloten dat de vaarweg Drachten door de Hegewarren niet gerealiseerd wordt.
  • Op 21 september 2022 heeft PS ook de toekomstige koers van de Hegewarren vastgesteld in de vorm van de voorkeursvariant ‘Open en Natuurlijk’, en daarmee ook besloten om het eerste deel van de planfase te starten.

Financiële stand van zaken 

Hege Warren
INKOMSTEN x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Provincie Fryslân; bestuursakkoord 2019-2023
1.150
0
1.150
Provincie Fryslân; Veenweideprogramma 2021-2030
570
0
570
Provincie Fryslân; voorfinanciering grondopbrengsten
0
14.000
14.000
Provincie Fryslân; pachtopbrengsten
241
-139
102
Provincie Fryslân; voorfinanciering aankoop tbv Hegewarren
0
488
488
Wetterskip Fryslân; bijdrage planstudie Hege Warren
150
0
150
Wetterskip Fryslân; exploitatie 2020-2030
150
0
150
Rijk; SPUK Impulsgelden
11.672
3.328
15.000
Rijk; Regio Deal NIL Veenweide 2022-2024
150
0
150
Rijk; Regio Deal NIL Kennismiddelen Veenweide
254
46
300
Gemeente Smallingerland; gebiedsproces Hegewarren
38
-1
38
Gemeente Smallingerland; planstudie Hegewarren
150
0
150
TOTAAL
14.525
17.722
32.247
UITGAVEN x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Vastgoed & Grondzaken
12.537
15.303
27.840
Voorbereiding en planvorming
2.004
1.700
3.704
Regio Deal NIL
404
0
404
Realisatie civiele werken en natuur
0
300
300
TOTAAL
14.944
17.303
32.247
TOTAAL x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
1. Subtotaal inkomsten
14.525
17.722
32.247
2. Subtotaal uitgaven
14.944
17.303
32.247
TOTAAL SALDO
-419
419
0

Wat gaan wij doen in 2027?

Op dit moment is iets meer dan de helft van het gebied aangekocht. We blijven in gesprek met de overige eigenaren in het gebied over de aankoop (of verplaatsing) van hun bedrijf en gronden.  

Eind 2026 zal de afronding van planfase deel 1 inzicht geven op de haalbaarheid van de visie ‘Open en Natuurlijk’. Het definitief vastleggen van het ontwerp vraagt meer tijd omdat de uitkomsten van het natuurbeheerplan N2000 hierop van invloed zal zijn. Dit zal naar verwachting 2028 gereed zijn. 

Tot die tijd is het van belang de verworven posities te beheren en kennis te blijven ontwikkelen. Gelijktijdig kan het gebied vernat worden en kan op een natuurlijke wijze omvorming van gebruik en vegetatie plaatsvinden. Ook kan verder gewerkt worden aan planfase 2 om enkele ontwerpthema’s inhoudelijk verder uit te werken en kunnen fondsen aangeschreven worden om de investeringsmogelijkheden te verkennen. 

Risico’s
Een ander punt van aandacht blijft het aankoopproces. Verplaatsen van bedrijven wordt lastiger in verband met het schaarser worden van landingslocaties met een goede vergunning (met ruimte voor de toekomst), concurrentie van agrariërs uit andere provincies (waar hectareprijzen hoger zijn) en stijgende (ver)bouwkosten. Uiteindelijk is de vrijwilligheid voor het verkrijgen van grondposities een afbreukrisico. Dit kan bepalend zijn voor ontwerp mogelijkheden en realiseerbaarheid van het plan. Daarnaast blijft voor het tijdelijk beheer en de exploitatie van de polder voldoende onderzoeks- en ontwikkelruimte van groot belang. Door stagnerende vergunningverlening ontstaat het risico dat lopende initiatieven stilvallen of dat niet kan worden voldaan aan subsidieverplichtingen. Met de huidige invulling van het beheer liggen er tegelijkertijd waardevolle kansen om bij te dragen aan de opgaven rondom stikstofreductie en natuurherstel.

8d. Idzegea

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - 8d. Idzegea

Inleiding

Idzegea is één van de ontwikkelgebieden in het Friese Veenweideprogramma 2021-2030. Het gebied is ongeveer 2.500 hectare groot en telt rond de 50 boerenbedrijven. Het ligt in een waterrijke omgeving en is daardoor erg in trek bij toeristen. De bodem bestaat uit een dikke laag veen, maar kent ook klei op veen en opduikende zandkoppen. Door de ligging biedt het gebied kansen voor weidevogels. Boeren, betrokkenen, belanghebbenden en de overheden (provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en de gemeente Súdwest-Fryslân) werken samen toe naar een integraal plan voor de toekomst van het gebied. Hiertoe is in 2023 een gebiedscommissie geïnstalleerd.

In 2024 is gestart met het opstellen van een gebiedsanalyse, die dient als basis voor een integraal ontwerp voor de toekomst van het gebied. Die gebiedsanalyse geeft inzicht in de fysieke, sociaal economische en historische stand van het gebied. In 2026 is de gebiedsanalyse aangevuld met een watersysteemanalyse, waarin de knelpunten in de 11 watersystemen in het gebied zijn geïnventariseerd. Parallel hieraan richt het project zich op het vergroten van de mogelijkheden van grondverwerving, als onmisbaar onderdeel van het gebiedsproces.

PS besluiten

Geen.

Financiële stand van zaken 

Door GS is bij de start van het gebiedsproces Idzegea een budget van € 1,6 mln. beschikbaar gesteld vanuit het Veenweideprogramma budget voor de ontwikkel- en ontwerpfase. De verwachting was toen, dat er in 2 jaar tijd een ontwerp gebiedsplan klaar zou zijn. Deze inschatting is – zoals in een eerder stadium al aangegeven – niet realistisch gebleken. Het projectbudget is nagenoeg uitgeput en zal vanuit het Veenweideprogramma aangevuld moeten worden om verder te kunnen werken aan de peilscenario’s. De uitwerking hiervan wordt opgenomen in het werkplan 2027. 

Vanuit de SPUK Maatregelenpakketten Klimaat Veenweide is er € 45 mln. beschikbaar voor het Veenweideprogramma. Oorspronkelijk was het idee dat dit geld voor een deel aan Idzegea zou worden toegewezen voor de uitvoering van het gebiedsplan, inclusief grondverwerving en uitvoering van de CSV. Aangezien het plan voor Idzegea nog niet planvolwassen is, kan dit budget nog niet aan Idzegea worden toegekend. Het is de vraag of het voor Idzegea mogelijk is om het geld binnen de gestelde looptijd van de SPUK uit te kunnen geven. Zo niet,  dan vloeit dit geld door naar andere gebiedsprocessen en is er op termijn vanuit een ander (Rijks)budget geld nodig voor de uitvoering van het gebiedsplan Idzegea.

Idzegea
INKOMSTEN x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Provincie Fryslân; Veenweideprogramma 2021-2030
1.116
506
1.623
Rijk; Regio Deal NIL Veenweide 2022-2024
271
21
292
TOTAAL
1.387
528
1.915
UITGAVEN x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
Voorbereiding en planvorming
1.117
523
1.640
Vastgoed
3
0
3
Regio Deal NIL
271
0
271
TOTAAL
1.392
523
1.914
TOTAAL x € 1.000,-
Realisatie 2020-2025
Begroting 2026-2030
Totaal
1. Subtotaal inkomsten
1.387
528
1.915
2. Subtotaal uitgaven
1.392
523
1.914
TOTAAL SALDO
-5
5
0

Wat gaan wij doen in 2027?

  • Vanaf eind 2026 gaat een ontwerpteam aan de slag om peilscenario’s op te stellen. In dit ontwerpteam komt de praktische kennis vanuit het gebied samen met de specialistische kennis over water en bodem. Die verbinding tussen theorie en praktijk, de mensen achter de bureaus en de mensen die het gebied op hun duimpje kennen, is belangrijk om te komen tot een realistisch plan voor een vitaal Idzegea. De peilscenario’s vormen de basis voor een ontwerpplan waarin invulling gegeven wordt aan de opgaven, kansen, (financiële) haalbaarheid en draagvlak. Het werken aan de peilscenario’s loopt door in 2028.
  • In het veenweidegebied worden diverse praktijkprojecten uitgevoerd om nieuwe kennis en inzichten op te doen. Daarin is er aandacht voor bijvoorbeeld hogere waterpeilen, slootbeheer, andere vormen van landbouw, weidevogels en de bodem. Hiermee gaan we in 2027 verder. Een voorbeeld: In 2025 is gestart met een pilot voor kruidenrijk grasland. Het project brengt de huidige status van de kruidenrijkheid in beeld en er worden lokale en autochtone kruiden ingezaaid. Het is belangrijk om dit over meerdere jaren te monitoren. Hiervoor gebruiken we middelen die incidenteel vrijkomen. Het zou mooi zijn als Idzegea hiervoor een meerjarig budget krijgt, zodat de voortgang van deze pilot geborgd is. We zetten ons maximaal in om hiervoor middelen te genereren.
  • We hopen eerste stappen te maken met de grondverwerving en richten daarnaast onze aandacht op degenen die de mogelijkheden hiervoor kunnen verruimen.

Risico's 

Zoals aangegeven is het projectbudget nagenoeg uitgeput en is er nog geen duidelijkheid of er geld beschikbaar komt voor de uitvoering van het gebiedsplan. Om het gebiedsproces te continueren, is er geld op zowel de korte als de lange termijn nodig.

Het gebrek aan voldoende instrumenten voor grondverwerving, grondmobiliteit en bedrijfsverplaatsing heeft, in combinatie met de huidige dynamiek op de grond- en onroerendgoedmarkt, directe impact op de manier waarop grondeigenaren en ondernemers in het gebied op een reële en passende manier gefaciliteerd kunnen worden om te komen tot een uitvoerbaar gebiedsplan. Dit zet druk op het draagvlak in het gebied en vergroot de zorg of de gewenste gebiedsontwikkeling uiteindelijk daadwerkelijk uitvoerbaar is.