Paragraaf 1. Provinciale heffingen
De provincie heeft verschillende inkomstenbronnen. Eén van die bronnen is de provinciale heffingen. In afnemende volgorde van omvang bestaan die heffingen uit:
- Opcenten op de motorrijtuigenbelasting
- Grondwaterbelasting
- Leges
1 – Opcenten motorrijtuigenbelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf 1. Provinciale heffingen - 1 – Opcenten motorrijtuigenbelastingDe motorrijtuigenbelasting wordt geheven over het bezit van een motorvoertuig. De Belastingdienst verzorgt de heffing en inning van de motorrijtuigenbelasting, waarop de provinciale opcenten meeliften. Bovenop de motorrijtuigenbelasting betalen houders van personenauto’s en motoren “provinciale opcenten”. De provincies stellen het opcenten tarief vast, en zijn daarbij gehouden aan het door het Rijk bepaald wettelijk maximum. Het huidige wettelijk maximum bedraagt per 1 januari 2027 147,7 (Provinciewet artikel 222, 2e lid).
Ontwikkeling wagenpark
Onderstaand overzicht geeft de ontwikkeling aan in het soort brandstof van de voertuigen (incl. motoren) vanaf 2023 t/m 2026. Dit betreft de voertuigen die volledig of deels onder de heffing motorrijtuigenbelasting vallen. Het overzicht toont aan dat het aantal benzine voertuigen in onze provincie met ingang van 2026 met 5% toeneemt ten opzichte van 2025. We zien een neerwaartse ontwikkeling van het aantal diesel voertuigen met ingang van 2026 die 27% afneemt ten opzichte van 2025. Het aantal elektrische voertuigen daarentegen neemt nog steeds toe.
Met ingang van 2025 hanteert de belastingdienst een andere toewijzing aan de categorieën.
De gemiddelde groei van het totaal aantal voertuigen ligt de afgelopen jaren op ongeveer 1%.
Aantal voertuigen (incl. motoren) |
01/01/2023 |
01/01/2024 |
1-1-2025 * |
01/01/2026 |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Benzine |
313.428 |
321.259 |
324.906 |
341.100 |
|||
Diesel |
66.989 |
60.193 |
53.552 |
38.899 |
|||
Gas (+ overig) |
2.357 |
2.484 |
5.707 |
5.753 |
|||
Electro |
8.305 |
11.461 |
13.978 |
16.395 |
|||
Aardgas |
595 |
488 |
- |
- |
|||
Schoongas |
3.797 |
3.754 |
411 |
402 |
|||
Waterstof |
90 |
19 |
- |
- |
|||
Totaal |
395.561 |
399.658 |
398.554 |
402.549 |
|||
gecorrigeerd t.o.v. begroting 2026: per abuis waren de voertuigen die vallen onder het 25% tarief dubbel verwerkt. |
|||||||
Ontwikkeling gewichtsklassen voertuigen
Terug naar navigatie - Paragraaf 1. Provinciale heffingen - Ontwikkeling gewichtsklassen voertuigenOnderstaand overzicht geeft aan hoe de voertuigen verdeeld zijn over de verschillende gewichtsklassen. Per 1-1-2026 zien we een daling van het aantal voertuigen in de gewichtsklassen 1.051 t/m 2.050 kg en 2.015 t/m 3.050 kg naar de lichtere gewichtsklasse 0 t/m 1.050 kg.
Gewichtsklasse |
01/01/2023 |
01/01/2024 |
1-1-2025* |
01/01/2026 |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
0 t/m 1.050 kg |
36% |
35% |
33% |
39% |
|||
1.051 t/m 2.050 kg |
60% |
61% |
62% |
58% |
|||
2.015 t/m 3.050 kg |
3% |
4% |
4% |
2% |
|||
3.051 t/m 3.5551 kg |
0% |
0% |
0% |
0% |
|||
Totaal |
100% |
100% |
100% |
100% |
|||
gecorrigeerd t.o.v. begroting 2026: per abuis waren de voertuigen die vallen onder het 25% tarief dubbel verwerkt. |
Ontwikkeling heffing opcenten motorrijtuigenbelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf 1. Provinciale heffingen - Ontwikkeling heffing opcenten motorrijtuigenbelastingBij de vaststelling van de Begroting 2026 in Provinciale Staten is besloten om de opcenten voor 2026 niet te indexeren. Vanaf 2027 worden de opcenten weer jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie.
Punten opcenten |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Heffing voorgaand jaar |
92,1 |
92,1 |
94,4 |
96,9 |
99,4 |
|||
Jaarlijkse inflatiecorrectie (in punten) |
0 |
2,3 |
2,5 |
2,5 |
2,6 |
|||
Totaal heffing |
92,1 |
94,4 |
96,9 |
99,4 |
102,0 |
|||
Wettelijk maximum |
144,0 |
147,7 |
||||||
De inflatiecorrectie voor 2027 is gebaseerd op de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp CEP). Er is voor 2027 een indexering toegepast van 2,5% per jaar wat zich vertaald in 2,3 opcenten. Voor de jaren daarna is sprake van een voorlopige raming.
Gemiddelde niveau
In onderstaande grafiek staat het niveau van de provinciale opcenten van onze provincie. In de grafiek staan ook de gemiddelde niveaus van de opcenten van alle provincies en het wettelijk toegestane niveau. De provincie Fryslân zit iets boven het landelijk gemiddelde.

Opbrengsten 2026-2030
De raming van de opcenten is gebaseerd op de opgave van de belastingdienst van het wagenpark per 1-1-2026 waarover belasting wordt geheven. Gezien de correcties in 2025 van de afdracht opbrengst motorrijtuigenbelasting ramen wij 95% van de verwachte berekening van de opbrengst voor 2026 en verder in de begroting.
Bedragen x € 1 mln. |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Opbrengst |
84,9 |
87,1 |
89,4 |
91,7 |
94,1 |
|||
Motorrijtuigenbelasting
De korting op de wegenbelasting voor volledig elektrische voertuigen blijft in 2027 gehandhaafd op 30%. Het half tarief (50% van de normale wegenbelasting in plaats van het oude kwarttarief) is voor campers al per 1 januari 2026 ingegaan.
Betalen naar Gebruik
Voor het zomerreces 2025 heeft het Kabinet de contourenbrief Autobelastingen naar de Kamer gestuurd. De contourenbrief verkent onder meer de mogelijkheden van het instrument Betalen naar Gebruik in de vorm van een vlakke heffing. Op dit moment is onzeker hoe het nieuwe kabinet hiermee om wil gaan.
Onbenutte belastingcapaciteit 2027
Het verschil tussen het maximaal mogelijke tarief en het feitelijk door de provincie gehanteerde tarief voor de opcenten, bepaalt de zogenoemde vrije ruimte. Dit is de onbenutte (belasting)capaciteit die de provincie heeft tot verhoging van haar inkomsten. De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt in 2027, uitgaande van het wettelijk maximum van 2027, 53,3 punten (147,7 – 94,4 punten). Eén punt verhoging komt in 2027 overeen met circa € 922.000. De onbenutte belastingcapaciteit in 2027 bedraagt daarmee ongeveer € 49,1 mln.
Deze capaciteit wordt betrokken bij de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit. Zie paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
2 – Grondwaterbelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf 1. Provinciale heffingen - 2 – GrondwaterbelastingOp het onttrekken van grondwater wordt door de provincie een heffing geheven. Dit is een wettelijke bevoegdheid. De wet en de daarop gebaseerde Algemene Maatregel van Bestuur geven nauwkeurig aan waar de provincie de opbrengst van de heffing aan mag besteden. Het betreft met name het monitoren van de kwaliteit en kwantiteit van het Friese grondwater en het faciliteren van onderzoek naar de schadelijke gevolgen van grondwateronttrekking.
De Verordening grondwaterheffing Fryslân 2024 bepaalt de omvang van de heffing. Deze heffing bedraagt sinds 1 januari 2016 1,32 eurocent per m³ gewonnen grondwater voor heffingsplichtige onttrekkers. De baten uit de grondwaterbelasting worden geraamd op circa € 691.000.
Onderwerp |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000,- |
|||||
Opbrengst grondwaterbelasting |
691 |
691 |
691 |
691 |
691 |
3 – Leges
Terug naar navigatie - Paragraaf 1. Provinciale heffingen - 3 – Leges3.1 Algemeen
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden daarom is eind 2023 de Nota Actualisatie Legesverordening 2024 voorgelegd aan Provinciale Staten. In deze nota is het beleid voor 2024– 2027 voor de provinciale leges vastgesteld. Daarbij zijn nieuwe voorstellen gedaan met betrekking tot het beleidskader en de tarieventabel.
3.2 Beleidskader
De juridische grondslag voor het kunnen heffen van leges is voor provincies geregeld in de Provinciewet. De provincie heft leges voor diverse diensten en producten op basis van de Legesverordening Provincie Fryslân 2026 met de bijbehorende Tarieventabel. In beginsel worden leges geheven voor alle beschikkingen op aanvraag. Het beleidskader daarvoor is opgenomen in de Legesverordening Provincie Fryslân. De tarieven zijn maximaal kostendekkend. In de Tarieventabel 2026 behorende bij de Legesverordening Provincie Fryslân 2026 zijn de vastgestelde tarieven terug te vinden.
Bij het vaststellen van de tarieven zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Tarieven zijn gebaseerd op het gemiddeld aantal uren van ambtelijke inzet voor de behandeling van de aanvraag, vermenigvuldigd met het door Gedeputeerde Staten vastgestelde externe uurtarief behorende bij de salarisschaal van de hiermee belaste medewerker. In dit uurtarief is overhead opgenomen;
- Bij het vaststellen van de tarieven wordt maximaal 100% kostendekkendheid gehanteerd, zodat het beginsel van de opbrengstlimiet wordt gevolgd: de geraamde baten mogen de ter zake geraamde lasten niet overschrijden;
- Bij het vaststellen van de tarieven wordt er aanvullend getoetst op kostendekkendheid.
Daarnaast zijn de volgende keuzes uit de Nota Actualisatie Legesverordening richtinggevend:
- de gebruiker (aanvrager of degene waarvoor de aanvraag wordt gedaan) betaalt;
- de tarieven zijn maatschappelijk acceptabel;
- de tarieven zijn zo mogelijk kostendekkend;
- kruissubsidiëring wordt beperkt toegepast.
Het streven blijft om waar mogelijk de legestarieven kostendekkend vast te stellen. Op basis van het stimuleren van bepaalde ontwikkelingen of het willen voorkomen van ontduiking kan gekozen worden om het legestarief lager dan kostendekkend vast te stellen.
Als het gewenst is om een lager dan kostendekkend tarief te hanteren, kan kruissubsidiëring toegepast worden.
Hiermee worden de legestarieven voor sommige diensten hoger dan kostendekkend vastgesteld, om daarmee de legestarieven voor andere diensten laag (lager) te kunnen houden.
De provincie Fryslân heeft de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving gemandateerd aan twee omgevingsdiensten, de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) en de Omgevingsdienst Groningen (ODG). Met hen zijn afspraken gemaakt over de uit te voeren werkzaamheden in het Vergunning, Toezicht en Handhaving domein (VTH -domein). Daarnaast wordt de behandeling van een aanvraag om tegemoetkoming in faunaschade uitgevoerd door BIJ12 Faunazaken.
3.3 Kwijtscheldingsbeleid
Voor de invordering van leges bestaat er geen mogelijkheid tot kwijtschelding. Wel is er in de Legesverordening een artikel opgenomen voor teruggaaf en kent de verordening een zogenaamde hardheidsclausule. Dit geeft het college van Gedeputeerde Staten de mogelijkheid af te wijken van de verordening, gelet op het belang van een doelmatige en evenwichtige heffing van leges.
3.4 Tarieventabel
In rubriek A van de tarieventabel staan de vergunningen en ontheffingen voor wegen, vaarwegen en wadlopen.
In rubriek B worden alle omgevingsvergunningen vermeld.
In de begroting zijn onderstaande baten opgenomen.
Onderwerp |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000,- |
|||||
Vaarwegen |
53 |
53 |
53 |
53 |
53 |
Wegen |
96 |
96 |
96 |
96 |
96 |
Grondwaterwet |
13 |
13 |
13 |
13 |
13 |
Ontgrondingen |
76 |
76 |
76 |
76 |
76 |
Omgevingswet |
98 |
98 |
98 |
98 |
98 |
Omgevingswet: Milieubelastende activiteiten |
122 |
122 |
122 |
122 |
122 |
Omgevingswet: Natuurtaken |
234 |
234 |
234 |
234 |
234 |
Wadlopen |
41 |
3 |
3 |
3 |
3 |
Totaal |
732 |
694 |
694 |
694 |
694 |
Naar verwachting ontvangt de provincie Fryslân in 2027 de volgende aantallen aanvragen:
Onderwerp |
2027 |
|---|---|
Vaarwegen |
377 |
Wegen |
356 |
Wadlopen |
52 |
Omgevingsrecht algemeen en bouw |
28 |
Milieubelastende activiteiten |
7 |
Water |
10 |
Ontgrondingen |
116 |
Natuur inclusief faunaschade |
2.825 |
Luchtvaart |
23 |
Totaal |
3.793 |
Toelichting
Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet.
De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving.
Onder de Omgevingswet is het sinds 2024 mogelijk om leges te heffen voor vergunningsaanvragen voor milieubelastende activiteiten. Dit heeft geleid tot een toename van aanvragen aan het einde van 2023. Daarnaast zijn de tarieven voor milieubelastende activiteiten zo vastgesteld dat het voor de aanvrager gunstig is om meerdere activiteiten tezamen aan te vragen. Deze feiten maken dat er nog weinig ervaring opgedaan is ten aanzien van aantallen aanvragen en behandelduur. Pas in 2025 en latere jaren worden hierover inzichten opgebouwd, die aanleiding kunnen geven tot tariefwijzigingen. De tarieven voor vergunningen voor milieubelastende activiteiten zijn in onderling overleg tussen de provincies vastgesteld op een niveau van 100% kostendekkendheid.
Verwacht wordt dat het aantal vergunningaanvragen voor ontgrondingen verder toeneemt in 2027. Hetzelfde geldt voor de aanvragen voor het aanleggen van kabels en leidingen.
Aanpassing legesverordening en tarieventabel 2027
Bij de behandeling van de begroting in Provinciale Staten wordt een voorstel voorgelegd voor de aanpassing van de legesverordening en het vaststellen van de tarieventabel 2027. Hierbij is de behandelduur van enkele typen vergunningaanvraag herijkt en zijn enkele kostendekkendheidspercentages aangepast. Waar activiteiten verband houden met provinciale beleidsdoelen, of deel zijn van kleinschalige initiatieven, is getracht de tarieven te verlagen of op nul te stellen. Voor enkele activiteiten waarvoor vergunningen nodig zijn van meerdere overheden, zijn tarieven verlaagd zodat het effect van de stapeling gematigd wordt. Door toename van het aantal aanvragen en gestegen loonkosten wordt een toename van de legesopbrengsten verwacht.