Paragraaf 3. Grote projecten
In deze paragraaf staan de grote projecten en programma’s in de provincie Fryslân. Hieronder verstaan we projecten of programma’s die een meerjarig karakter hebben, en waarvan PS besloten hebben tot uitvoering over te gaan. Het gaat om projecten en programma’s met grote maatschappelijke impact. De realisatie is van belang voor het halen van de provinciale doelstellingen, zoals de resultaatdoelstellingen uit het bestuursakkoord. Daarbij geldt dat deze projecten (significante) bestuurlijke en/of juridische en/of financiële risico’s kennen. De provincie speelt in deze projecten een regisserende of stimulerende rol.
De paragraaf is ontstaan vanuit de periodieke sturingsbehoefte van PS op deze (en toekomstige) programma’s en projecten. Jaarlijks wordt in overleg met de auditcommissie bepaald welke projecten en programma’s voldoen aan de criteria om in de begroting van het volgende jaar in de paragraaf opgenomen te worden.
Elk project/programma wordt toegelicht aan de hand van de volgende onderdelen:
- De besluiten van Provinciale Staten.
- De financiële stand van zaken (provinciaal aandeel).
- De acties in 2026.
- De mogelijke risico’s.
Overzicht projecten
Terug naar navigatie - Paragraaf 3. Grote projecten - Overzicht projectenProjecten
1. Lelylijn
2. Vismigratierivier
3. Bruggen/Sluis Kornwerderzand
Programma’s
4. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave
5. Programma Natuur
6. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG)
7. Veenweide
a. Veenweideprogramma 2021-2031
b. Aldeboarn-De Deelen
c. Hegewarren
d. Idzegea
1. Lelylijn
Terug naar navigatie - - 1. LelylijnWat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 1. Lelylijn - Wat willen we bereiken?Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2026 door Provinciale Staten?
Vooralsnog zijn er geen PS-besluiten genomen.
Wat heeft het gekost?
De conclusie van de onderzoeksfase (2024) is dat nut en noodzaak van de Lelylijn is aangetoond, maar dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor een vervolgstap naar een MIRT-Verkenning. In 2025 hebben Rijk en Regio gezamenlijk het Masterplan Lelylijn opgesteld. Met het Masterplan Lelylijn is een volgende stap in het Lelylijn onderzoek gezet en de realisatie van de Lelylijn een stap dichterbij de MIRT-Verkenning gebracht. Bij het opstellen van het Masterplan Lelylijn is onderzoek gedaan naar:
- Financieringsmogelijkheden en financiële planning;
- De impact van de Lelylijn op de lange termijn (100 jaar);
- Integrale gebiedsverdiepingen bij Groningen, Drachten, Heerenveen en Emmeloord.
De heer Knot heeft als Lelylijn-gezant de financieel-economische mogelijkheden en onmogelijkheden in kaart gebracht om de Lelylijn te realiseren. In de Voorjaarsnota 2025 heeft het vorige kabinet het budget Lelylijn voor een belangrijk deel besteed aan andere infrastructurele projecten, waarmee er nog circa € 650 mln. resteert voor de Lelylijn. In het nieuwe landelijke regeerakkoord van Kabinet Jetten is de Lelylijn niet opgenomen. De Lelylijn is een prominent onderwerp in de (Friese) lobby.
In het Bestjoersakkoart 2023-2027 Oparbeidzje foar Fryslân is € 1 mln. gereserveerd, die in 2025 en 2026 is/wordt aangesproken voor de uitvoering van de vervolgstappen op basis van de afspraken in het BO MIRT 6 november en 20 december 2024. De middelen zijn deels ingezet voor het Masterplan Lelylijn en het restant is beschikbaar voor de ‘Klaar voor de Start MIRT-Verkenning-fase’.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
De Lelylijn is begin 2024 opgenomen in het 'extended core network' van het Trans-European Transport Network (TEN-T). Er wordt lobby gevoerd richting Europa om cofinanciering voor de aanleg van de Lelylijn te krijgen uit de budgetten achter de TEN-T verordening en andere mogelijke Europese fondsen.
In november 2024 is het MIRT- en NOVEX-onderzoek voor de Lelylijn afgerond. Doel van het onderzoek was het opleveren van voldoende informatie om de Startbeslissing Verkenning Tracéwet te nemen door de minister eind 2024, als start van de formele planvoorbereiding en realisatie van de Lelylijn. Het Rijk eist dat er zicht is op 75% van de benodigde middelen, dat ontbreekt nu en daarom is de Startbeslissing tot een MIRT-verkenning door de minister niet genomen ondanks dat Rijk en Regio van mening zijn dat de resultaten van de onderzoeken wel vervolgstap rechtvaardigen. Er is in het BO-MIRT december 2024 besloten om te komen tot een Masterplan Lelylijn om te kijken hoe de lijn ingebed kan worden in de ruimtelijke structuur van Nederland. In 2025 is dit Masterplan opgesteld onder aansturing door de Projectorganisatie Lelylijn en in opdracht van het Rijk en de provincies Groningen, Fryslân en Flevoland.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft het zicht op 75% van de financiering als spelregel voor het nemen van de startbeslissing tot een MIRT-verkenning. Doordat met de Voorjaarsnota 2025 de reservering voor de Lelylijn op de Rijksbegroting grotendeels is leeg gehaald, heeft het risico zich ten aanzien van de beschikbare middelen voltrokken waarmee het zicht op 75% van de financiering en daarmee het zicht op de startbeslissing MIRT-verkenning verder uit beeld is. Betrokken partijen zijn hierover met elkaar in gesprek, waarbij de regio recent de uitspreek heeft gedaan om een regionale bijdrage te willen verkennen.
2. Vismigratierivier
Terug naar navigatie - - 2. VismigratierivierWat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 2. Vismigratierivier - Wat willen we bereiken?Vismigratierivier
Terug naar navigatie - 2. Vismigratierivier - Wat willen we bereiken? - VismigratierivierIn 1932 is de afsluitdijk gerealiseerd. De afsluiting van de toenmalige Zuiderzee heeft ecologisch grote negatieve gevolgen gehad. Door het realiseren van de Vismigratierivier wordt de verbinding hersteld zodat trekvissen weer kunnen migreren tussen zoet en zout.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2026 door Provinciale Staten?
Er zijn in 2026 geen besluiten genomen.
Wat heeft het gekost?
| Budget | Besteed | ||
| Project | Totaal budget |
Aandeel provinciale bijdrage in budget |
Gerealiseerd t/m mei 2026 |
| Vismigratierivier deel 1 | 19.000.000 | 2.700.000 | 19.000.000 |
| Vismigratierivier deel 2 | 61.300.000 | 5.700.000 | 34.300.000 |
Provincie Fryslân is sinds 2018 opdrachtgever namens de vijf initiatiefnemers van de VMR: de Waddenvereniging, It Fryske Gea, Sportvisserij Nederland, Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk en NetVISwerk. Het project wordt grotendeels gefinancierd door subsidies vanuit o.a. het Waddenfonds, Nationale Postcode Loterij, het Rijk en Europa.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
In 2020 is de realisatie van de VMR gestart. Het project is volop in realisatie. De VMR wordt op basis van zes deelcontracten gerealiseerd:
Contract I = Rijkscontract – Doorlaatmiddel Afsluitdijk en inzwemopeningen
Contract II = Estuariëne deel Waddenzeezijde
Contract III = Estuariëne deel IJsselmeerzijde
Contract IV = Oostelijke en Zuidelijke Dam IJsselmeerzijde
Contract V = Westflank IJsselmeerzijde
Contract VI = Binnenzijde VMR, afsluitmiddel, inregelfase en beheer & onderhoud
De eerste vijf deelgebieden zijn gerealiseerd en worden reeds beheerd en onderhouden. Het contract voor het laatste deelgebied (contract VI) is in mei gesloten en wordt voor een groot deel in 2026 gerealiseerd. De VMR zal in 2027 functioneel zijn. Daarna start de inregelfase met onderzoek & monitoring om te komen tot een stabiel systeem.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
- Het realisatiecontract voor het laatste deelgebied is in mei 2026 gesloten. Er blijft een financieel rest-risico op dit punt, wanneer tussentijds scope, financiering of externe ontwikkelingen wijzigen (een nieuwe pandemie of oorlog bijvoorbeeld).
- Sinds februari 2026 is het onrustig in het Midden-Oosten. De geopolitieke onrust zorgt voor hogere brandstof- en energieprijzen, brede inflatie en hogere prijzen voor goederen en een verstoring van toeleveringsketens. Deze externe ontwikkeling heeft een directe financiële impact op het project. Als de geopolitieke onrust langdurig aanhoudt heeft dit dermate financiële gevolgen die niet door het project kan worden opgevangen. Dit kan in het uiterste geval leiden tot aanvullende financieringsbehoefte.
- Voor de realisatie van de VMR wordt gebruik gemaakt van meerdere subsidies. De definitieve subsidiebedragen worden uitgekeerd na afronding van het project en zijn afhankelijk van daadwerkelijke kosten, de toerekenbaarheid van activiteiten en de beoordeling door de subsidievertrekkers. Indien de definitieve subsidietoekenningen lager uitvallen dan waarvoor in de projectfinanciën is uitgegaan, ontstaat er mogelijk een (co)financieringsissue. Dit kan in het uiterste geval leiden tot aanvullende financieringsbehoefte.
3. Bruggen/Sluis Kornwerderzand
Terug naar navigatie - - 3. Bruggen/Sluis KornwerderzandWat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 3. Bruggen/Sluis Kornwerderzand - Wat willen we bereiken?Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2026 door Provinciale Staten?
Er zijn geen besluiten genomen in 2026.
Wat heeft het gekost?
| Budget | Besteed | Toelichting | ||
| Project | Totaalbudget | Aandeel provinciale bijdrage in budget | Gerealiseerd t/m mei 2026 | |
| Sluis Kornwerderzand | 80.000.000* | 16.000.000 | 3.000.000 | Besteding betreft voorbereidingskosten exclusief € 1,4 mln. verkenning/studie |
| Fase 1 bruggen Kornwerderzand | 100.000.000 | 3.500.000 | 13.300.000 |
*Gebaseerd op totaalbedrag € 180 mln. voor bruggen en sluis zoals dat in 2020 het uitgangspunt was.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
In 2020 is een BOK met het Rijk gesloten voor de realisatie van het project. Sindsdien hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan dit heeft geleid tot een herijking van het project en is een nieuwe raming met prijspeil 2024 opgesteld. Vervolgens is in het najaar van 2025 met de minister afgesproken dat het project programmatisch aangepakt zal worden. Langs vier sporen (bruggen, sluis incl. verzilting, vaargeulen en nieuwe bestuurlijke afspraken) is het project de afgelopen maanden verder uitgewerkt.
De inzet is dat in het tweede kwartaal van 2026 door het Rijk en de brede regio afspraken worden gemaakt over o.a. de scope, risicoverdeling, eventuele tekorten en het vervolg. Deze worden vervolgens vastgelegd in een nieuwe BOK. In 2027 zullen de gezamenlijke overheden werken aan de verdere voorbereiding van de nieuwe, bredere bruggen in de A7, het opstellen van een aangepast sluisontwerp waarin de noodzakelijke verziltingsmaatregelen worden geïntegreerd, en de verruiming van de vaargeulen in het IJsselmeer.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Voor het project zijn risico’s benoemd m.b.t. de verruiming van de sluis, de bouw van de bruggen en het verdiepen van de vaargeulen. Naar aanleiding van de herijking van het project en de verdere uitwerking van de project onderdelen zijn sommige risico's komen te vervallen. De belangrijkste actuele risico's voor het project zijn hieronder opgenomen.
- In de oorspronkelijke financiële dekking van het project (2020) is rekening gehouden met besparingen en inverdien-effecten. Deze onderdelen zullen in de nieuwe bestuursovereenkomst weer een plek moeten krijgen aangezien ze nog steeds onderdeel zijn van de regionale dekking.
- De bruggen in de A7 bij Kornwerderzand zijn einde levensduur. Een storingsvrije afwikkeling van het weg- en vaarwegverkeer kan niet meer worden gegarandeerd. Ondanks de afspraken die er zijn gemaakt over een spoedige vervanging, blijft vooreerst het risico bestaan dat storingen kunnen optreden.
- Er zijn afspraken gemaakt over de aanpak van de sluis en in samenhang daarmee het treffen van verziltingsmaatregelen. Hoewel er kansrijke maatregelen zijn onderkend, blijven er nog diverse onzekerheden en risico’s bestaan of deze maatregelen in voldoende mate het verziltingsprobleem reduceren.
- Ook stikstof is nog een risico, aangezien er sprake is een toename van de scheepvaart intensiteit van en naar de IJsselmeerregio. Dit leidt tot een, zij het zeer beperkte toename van stikstofdepositie.
- Bij de oorspronkelijk financiële opzet van het project was ons uitgangspunt dat er over het regionale financieringsdeel BTW gecompenseerd kan worden. Tevens was de aanname dat de marktbijdrage leidt tot het kunnen verrekenen van BTW. Dit moet nog nader uitgezocht worden.
- De provincie heeft voor het project reeds € 16 mln. aan kosten gemaakt. Deze kosten zullen worden ingebracht als projectkosten en zijn onderdeel van de provinciale bijdrage van € 19,5 mln. Mocht er geen overeenstemming met het Rijk worden bereikt dan is er een risico dat deze bijdrage, die grotendeels is besteed aan onderzoeken en formatie, deels of niet wordt verrekend door het Rijk.
- Per 1 januari 2025 is het Rijk gestart met een pilot waarbij vaargeul de Boontjes minder gebaggerd wordt. Een minimale vaardiepte van -3,30 m NAP wordt gegarandeerd. Bij het Rijk is het voornemen deze aangepaste diepte vast te leggen in het Nationaal Waterprogramma in plaats van de huidige – 3.80 NAP.
4. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave
Terug naar navigatie - - 4. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgaveWat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 4. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave - Wat willen we bereiken?Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave
Terug naar navigatie - 4. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave - Wat willen we bereiken? - Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgaveIn 2011 hebben provincies en het Rijk in het Onderhandelingsakkoord Natuur afspraken gemaakt over de decentralisatie van het natuurbeleid. Hiermee zijn wij verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de Natuuropgave.
De decentralisatie is verder uitgewerkt in het Natuurpact. Het Natuurpact is afgesloten voor de periode 2014 – 2027. De uitvoering van het Natuurpact is in de begroting opgenomen in hoofdstuk 3.1 Natuur. Het betreft daar de planning voor het lopende begrotingsjaar op hoofdlijnen. In deze paragraaf Grote projecten wordt een toelichting gegeven op één van de onderdelen van het Natuurpact: natuurontwikkelingsopgave.
In het kader van het Natuurpact is met het Rijk afgesproken dat in 2027 het NatuurNetwerkNederland (NNN) wordt gerealiseerd. Provinciale Staten heeft november 2022 besloten dat er maximaal wordt ingezet om het NNN te realiseren. Gelet op de beschikbaarheid van geld, menskracht en beschikbaar instrumentarium is gebleken dat niet zonder meer het gehele NNN in 2027 kan worden gerealiseerd. Vooral het verkrijgen van de benodigde grond dan wel het geïnteresseerd krijgen van grondeigenaren voor natuurbeheer is een cruciale factor voor het slagen van de ambities. En natuurlijk moeten voldoende middelen voorhanden zijn. Met Provinciale Staten is afgesproken dat we uitgaan van de realisatie van 750 ha verwerven/functiewijziging en 2.000 ha inrichting NNN in 2027. In voorjaar 2025 is middels een MidtermReview (Healweis Weromsjen NNN) deze opgave door PS herbevestigd.
De realisatie van het NNN wordt in Fryslân gedaan middels vier grote gebiedsontwikkelingsprojecten (Achtkarspelen Zuid, Alde Feanen, Beekdal Linde en Koningsdiep) en Natuer mei de Mienskip.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2026 door Provinciale Staten?
Januari 2026 is het plan van aanpak NNN in PS behandeld. In het plan van aanpak NNN is een aanpak beschreven voor de realisatie van de resterende opgave met de focus op de cruciale hectares en hierbij is ook aangegeven welke mogelijkheden er zijn om natuur buiten NNN naar binnen NNN te plaatsen. PS is akkoord gegaan met het plan van aanpak en er is afgesproken dat er in 2027 een evaluatie komt.
Welke besluiten zijn er eerder door Provinciale Staten genomen?
- Op 21 december 2011 hebben Provinciale Staten besloten het onderhandelingsakkoord Natuur (2011) niet te aanvaarden. Provinciale Staten hebben wel de bereidheid uitgesproken te zullen meewerken aan de uitvoering van het akkoord.
- Op 27 juni 2012 hebben Provinciale Staten ingestemd met de Nota ‘Natuer & Lanlik Gebiet’ en gekozen voor scenario 2 plus: dit scenario betreft de realisatie van de EHS-taakstelling volgens het Onderhandelingsakkoord Natuur met als plus de prioritaire Friese natuurprojecten in Achtkarspelen Zuid, Beekdal Linde en Beekdal Koningsdiep (minimaal 200 en maximaal 500 ha).
- Op 22 januari 2014 zijn Provinciale Staten akkoord gegaan met het Natuurpact tussen de Provincies en het Rijk.
- Op 10 maart 2015 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de ontwikkelingen in het financiële kader van het program Lanlik Gebiet.
- Op 10 mei 2017 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar de geconstateerde tekorten op de Natuuropgave door BMC.
- Naar aanleiding van dit onderzoek is een aantal scenario’s uitgewerkt in het rapport Natuur in Fryslân - Haalbaar en Betaalbaar. Uitgangspunten van deze scenario’s waren dat het tekort op de natuuropgave opgelost moest worden, én dat de oplossing gevonden moest worden in de natuurontwikkelingsopgave (1 van de onderdelen van de natuuropgave). Naast de provinciale scenario’s is vanuit de mienskip ook een scenario ingebracht. Provinciale Staten hebben op 18 juli 2018 een besluit genomen over deze scenario’s. Besloten is om drie scenario’s verder uit te werken (waaronder het alternatieve scenario van de mienskip, dat als voorkeursscenario is aangemerkt).
- Op 10 juli 2019 zijn de uitgewerkte scenario’s ter besluitvorming voorgelegd aan PS. PS hebben besloten om scenario 5b, Natuer mei de Mienskip (binnen bestaand budget) verder uit te werken door het uitvoeren van 3 pilots en in 2021 een definitieve scenariokeuze te maken. Als terugvaloptie is gekozen voor scenario 3+.
- Op 25 mei 2020 heeft PS het grondbeleid vastgesteld. Dit is relevant voor de grondverwerving voor natuur.
- Op 1 juli 2020 heeft PS de evaluatiecriteria pilots Natuer mei de Mienskip vastgesteld.
- Op 1 december 2020 is PS geïnformeerd over de financiële voortgang Natuurpact.
- Op 24 november 2021 hebben Provinciale Staten de financiële voortgang natuurontwikkelingsopgave besproken. Hierin is een doorkijk gegeven welk budget beschikbaar is voor de komende jaren voor de realisatie van het NNN. In dit stuk is aan de orde geweest dat realisatie in 2027 niet lukt, vanwege onvoldoende inzet capaciteit, te weinig middelen en instrumentarium op basis van vrijwilligheid. PS heeft besloten dat er € 10 mln. in 2022 beschikbaar wordt gesteld voor realisatiekansen prioriteit 3 en 4 NNN (betreft aankopen/functiewijziging, niet voor inzet capaciteit).
- Op 23 maart 2022 hebben Provinciale Staten het aanbod van Natuer mei de Mienskip besproken. NmdM heeft najaar 2021 een aanbod gedaan om 500 ha aan functiewijziging en 1000 ha aan inrichting te doen in de periode t/m 2027 in het NNN buiten de vier gebiedsontwikkelingsprojecten Alde Feanen, Achtkarspelen Zuid, Beekdal Linde en Koningsdiep. PS heeft ingestemd met optie 2, principebesluit: GS op te dragen om m.b.t. NmdM een aantal voorwaarden uit het aanbod uit te werken, zodat dit in de uitwerking van het herziene planning van het natuurpact meegenomen kan worden.
- Op 20 april 2022 hebben Provinciale Staten de strategische grondnota NNN besproken. Hierin ligt een aantal opties voor over de inzet van instrumentarium om de gronden binnen het NNN te realiseren voor natuur. PS heeft ingestemd met optie 3. Dit betekent inzetten op maximale vrijwilligheid in de periode t/m 2027 en inzet op basis van volledige schadeloosstelling vanaf 2028 voor realisatie van prioriteit 1 en 2 NNN. Dit betekent dat er meer capaciteit beschikbaar gesteld moet worden om actiever met de grondaankoop aan de slag te gaan en om meer instrumentarium in te zetten.
- Op 30 november 2022 hebben Provinciale Staten de herziene planning NNN besproken. PS heeft aangegeven dat de provincie haar maximaal gaat inzetten om het NNN te realiseren. En heeft hiervoor ook meer formatie voor beschikbaar gesteld (zowel voor de inzet van NmdM als voor de uitvoering van de strategische grondnota) en daarnaast is de aankoopstop voor het provinciale deel van het NNN (prioriteit 3 en 4 NNN) eraf gehaald zodat we weer in het gehele NNN aan de slag kunnen. Daarnaast is afgesproken dat er in 2025 een Mid Term Review is om de voortgang van de realisatie te bespreken.
- Op 23 april 2025 is de Mid Term Review (Healweis Weromsjen NNN) besproken in PS. Omdat de stemming 21 - 21 was, is de stemming verplaats naar 28 mei. Met deze stemming heeft PS besloten dat er een plan van aanpak opgesteld wordt voor de realisatie van de resterende opgave met de focus op de cruciale hectares en hierbij te onderzoeken of natuur buiten NNN naar binnen NNN geplaatst kan worden en om te onderzoeken of er minder NNN binnen prioriteit 3 en 4 mogelijk is. Het voorgestelde onderzoek voor het inzetten van volledige schadeloosstelling op basis van onteigening is door PS uit het besluit gehaald.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Met de realisatie van het NNN wordt invulling gegeven aan het vergroten van de biodiversiteit. Hiermee wordt een robuust netwerk gerealiseerd. In 2027 is een robuust en samenhangend natuurnetwerk gerealiseerd: vanaf 1-1-2023 betreft dit 750 ha verwerving/functiewijziging en 2000 ha inrichting NNN t/m 2027. Hiermee is er na 2027 nog een restanttaakstelling van ca. 850 ha verwerving/functiewijziging en 1.600 ha inrichting NNN voor de realisatie van het gehele NNN.
| Indicator | doelwaarde 2026 |
| Gerealiseerde hectare Natuurnetwerk Fryslân: grondverwerving / functieverandering (cumulatief) | 310 ha |
| Gerealiseerde hectare Natuurnetwerk Fryslân: inrichting (cumulatief) | 1.040 ha |
Voor de doelwaarde 2026 wordt uitgegaan vanaf 1 januari 2023.
Voor de grondverwerving/functiewijziging is in de Begroting uitgegaan van 100 ha realisatie in 2026. We zijn hierin afhankelijk van de medewerking van grondeigenaren. Onze inschatting is dat we in 2026 50-70 ha kunnen realiseren. De doelwaarde zal hiermee in 2026 op 260-280 ha uitkomen.
In 2026 gaan we voor inrichting van ca. 350 ha realisatie in 2026. Een groot deel zal in najaar 2026 in uitvoering zijn, afhankelijk van de weersomstandigheden zal het ook daadwerkelijk lukken om deze hectares in 2026 af te ronden en gereed te melden. In de doelwaarde zijn we uitgaan van gunstige weersomstandigheden. Daarnaast zijn er veel ha's in 2026 in uitvoering waarvan de realisatie na 2026 aan de orde is. Zie hiervoor de toelichting bij "Wat gaan we doen in 2026?".
Wat heeft het gekost?
Onderstaand is het overzicht opgenomen van de stand van zaken van het Natuurpact. De programmering in deze tabel is gebaseerd op ingeschatte reële programmering voor 2026 en 2027. Hiermee is het beeld dat er voor 2026 en 2027 nog voldoende middelen vanuit het Natuurpact beschikbaar zijn. In de begroting 2026 werd nog uitgegaan van een programmering van de natuuropgave in de nieuwe indeling op basis van het scenario 750 ha verwerven/functiewijziging en 2.000 ha inrichting NNN, conform het PS besluit over de herziene planning NNN (november 2022); het beeld was toen nog dat we uitkwamen op een tekort van ca. € 45 mln. De tabel betreft de periode 2014-2027. In deze tabel is voor de realisatiecijfers de peildatum 1/1/2026 aangehouden.
Natuurpact 2014 t/m 2027 |
|||
|---|---|---|---|
Natuurpact 2014-2027 |
|||
INKOMSTEN x € 1.000, - |
Realisatie
2014-2025 |
Begroting
2026-2027 |
Totaal |
1. Rijksmiddelen |
467.100 |
122.300 |
589.400 |
2. Provinciale middelen |
135.900 |
28.200 |
164.100 |
3. Europese middelen |
132.000 |
14.000 |
146.000 |
4. pMJP middelen |
20.900 |
20.900 |
|
5. Overige middelen |
34.100 |
5.300 |
39.400 |
SUBTOTAAL |
790.000 |
169.800 |
959.800 |
UITGAVEN x € 1.000, - |
Realisatie
2014-2025 |
Begroting
2026-2027 |
Totaal |
1. Ontwikkelopgave |
91.800 |
26.800 |
118.600 |
2. Natura 2000 |
21.300 |
10.300 |
31.600 |
3. Natuurbeheer |
213.900 |
47.500 |
261.400 |
4. Agrarisch natuurbeheer |
224.400 |
55.000 |
279.400 |
5. Wet natuurbescherming |
1.000 |
100 |
1.100 |
6. Soortenbeleid - weidevogels |
5.900 |
5.900 |
|
7. Soortenbeleid - Ganzen |
158.100 |
45.900 |
204.000 |
8. Soortenbeleid overige soorten |
2.900 |
3.600 |
6.500 |
9. Diversen |
45.600 |
5.700 |
51.300 |
SUBTOTAAL |
764.900 |
194.900 |
959.800 |
TOTAAL x € 1.000, - |
Realisatie
2014-2025 |
Begroting
2026-2027 |
Totaal |
Subtotaal inkomsten |
790.000 |
169.800 |
959.800 |
Subtotaal uitgaven |
764.900 |
194.900 |
959.800 |
TOTAAL |
25.100 |
-25.100 |
0 |
Op basis van de huidige programmering is er berekend dat het tekort op nihil uitkomt. We zijn uitgegaan van een realistische programmering. NB: hiermee halen we dus niet de afgesproken 750 ha verwerving/functiewijziging en 2000 ha inrichting NNN in 2027.
In de cijfers is wel rekening gehouden met de realistische lasten en inkomsten, zoals: de verhoging van de indexatie voor het Agrarische Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb), de aanpassing standaardkostprijzen van Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL), de verhoogde kosten voor de ganzenschade, de benodigde inzet voor NmdM en uitvoering strategische grondnota NNN (totaal 18 FTE in de periode 2023 t/m 2027) en vanaf 2024 zijn de rente lasten voor het IKG (Investeringskader Grond) substantieel hoger dan in voorgaande jaren. Daarnaast is de besluitvorming in PS, maart 2024, over het ganzenbeleid dat zorgt voor hogere kosten in de programmering verwerkt. De verwachting is dat het Rijk de extra lasten voor het ANLb zal compenseren. Daarmee maakt het ANLb geen deel uit van het tekort binnen het Natuurpact.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Inhoudelijk rapporteren we hier alleen over de voortgang van de natuurontwikkelingsopgave. Voor de andere onderdelen wordt verwezen naar programma 3.1 Natuur. De natuurontwikkelingsopgave wordt uitgevoerd middels Natuer mei de Mienskip en vier gebiedsontwikkelingsprojecten: Achtkarspelen Zuid, Alde Feanen, Beekdal Linde en Koningsdiep. Algemeen geldt dat we verder gaan met de uitvoering van de natuurontwikkelopgave conform de besluitvorming van PS. Hiervoor is een realisatiestrategie opgesteld waar uitvoering aan wordt gegeven. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan het verkopen van ingerichte provinciale grond conform het uitvoeringskader verkoop gronden NNN.
Natuer mei de Mienskip
De opdracht voor NmdM is onveranderd ten opzichte van voorgaande jaren; 500 ha functiewijziging en 1.000 ha inrichting.
In 2026 wordt verder gewerkt aan de realisatie van dat doel in de clusters die in 2025 als prioritair zijn aangemerkt. De doorloop en voortgang is afhankelijk van het proces in de gebieden en de bereidheid om mee te werken. Dit laatste kan, afhankelijk van de eigendomssituatie, voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de mogelijkheden die geboden worden voor de landbouw.
Ook in 2026 wordt door NmdM gewerkt aan de mogelijkheden hiervoor en het zoeken naar creatieve oplossingen.
In gebieden waar veel eigendommen van terreinbeherende organisaties liggen en kansen voor relatief snelle realisatie zijn, worden uitvoeringsplannen opgesteld en, waar mogelijk, in 2026 uitgevoerd. Indien uitvoering in 2026 nog niet mogelijk is, wordt voorbereid voor uitvoering in 2027. Dit geldt ook voor clusters met particuliere eigenaren.
In Burgumermar en De Leijen wordt verder gewerkt aan het aankopen en/of ruilen van gronden en de inrichting van de NNN begrensde percelen.
De kansen die herkend zijn in de verkenningen worden uitgediept en verder gebracht. Hierbij wordt instrumentarium ingezet dat passend is bij de situatie.
Via het loket Tsjoch Op! worden initiatieven voor kleine gebieden van particulieren opgepakt en verder gebracht voor realisatie NNN.
Gebiedsontwikkelingsprojecten
In 2026 wordt in gebiedsontwikkelingsproject Beekdal Linde het resterende deel van het hermeanderingsbestek Linde uitgevoerd. De planning is dat dit project in najaar 2026 wordt afgerond. Daarna volgt de decharge. In voorjaar 2026 is gestart met de uitvoering van de 6e uitvoeringsmodule en de afronding is in 2027. Het gaat dan in totaal om de inrichting van 14 hectare NNN-grond.
Verder is in 2026 gestart met de planvorming voor de 7e uitvoeringsmodule; de eerste opzet voor een inrichtingsplan is opgesteld.
In voorjaar 2026 is in het gebiedsontwikkelingsproject Achtkarspelen Zuid een deel van de Surhuzumermieden afgerond (ca. 70 ha). Voor het overige deel van de Surhuzumermieden is het beeld dat met de inrichting dit najaar gestart kan worden en deze hectares in 2027 worden gerealiseerd. Daarnaast wordt dit najaar Reahel-East uitgevoerd; hiermee wordt ca. 180 ha NNN gerealiseerd. De uitvoering van de Droegehamstermieden is voorzien in 2027; in 2026 wordt gewerkt aan een inrichtingsplan en bestek. In z’n algemeenheid wordt verder gegaan met de uitvoering van het plan “Mieden op z’n Mooist”. Er zijn diverse grondruilen waarmee er grond binnen het NNN beschikbaar komt t.b.v. de natuurontwikkeling.
In 2026 worden in het gebiedsontwikkelingsproject Alde Feanen de laatste werkzaamheden uit de 3e module in het gebied rond de Wolwarren afgerond. De werkzaamheden in de Westersanning, laatste deel uit de 3e module, worden gestart en afgerond. De werkzaamheden uit de 4e module (polder Siderius) worden gestart en afgerond. De werkzaamheden op de Oksekop worden gestart en afgerond. De inschatting is dat er in 2026 ca. 100 ha wordt gerealiseerd.
In 2025 is in het gebiedsontwikkelingsproject Koningsdiep op basis van de uitkomsten van de MER voor de boven- en middenloop (350 ha NNN) een inrichtingsprogramma opgesteld. Tegelijkertijd is voor een deel (225 ha NNN) van dit programma de 5e uitvoeringsmodule opgesteld; in 2026 wordt gestart met de voorbereiding van de uitvoering van deze 5e module. Met deze plannen wordt integraal invulling gegeven aan de natuur- en wateropgaven (NNN, KRW en WB21) in het beekdal Koningsdiep.
In 2026 wordt gestart met de uitvoering van het inrichtingsplan Dulf Mersken (240 ha). Hiermee wordt zowel invulling gegeven aan de Natura 2000 doelstellingen als de waterdoelen.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Algemeen:
In deze paragraaf lichten we alleen de risico’s toe van de natuurontwikkelingsopgave.
Ontwikkelopgave:
- Tempo grondverwerving te laag - Indien het tempo van vrijwillige grondverwerving te laag is zullen de doelen voor de ontwikkelopgave en daarmee de KaderRichtlijn Water (KRW) en Natura 2000 niet worden gehaald. In april 2022 heeft PS op basis van de strategisch grondnota NNN een besluit genomen over het in te zetten instrumentarium. Hiermee wordt ingezet op het maximaal vrijwillig realiseren van natuur, waarbij het mogelijk is om na 2027 prioriteit 1 en 2 NNN op basis van volledige schadeloosstelling te realiseren. Hier is een nieuw PS besluit voor nodig na 2027. Bij de behandeling van het plan van aanpak NNN in PS januari 2026 is afgesproken dat er in 2027 een evaluatie komt en een analyse voor het vervolg.
- Tempo van doorlevering van ingerichte natuurgrond te laag – Als het niet lukt om door de provincie verworven en als natuur ingerichte gronden door te verkopen aan een eindbeheerder heeft dit als gevolg dat de provincie dan kosten heeft voor het beheer maar ze kan zichzelf geen beheersubsidie toekennen. Als beheersmaatregel kunnen de beheerkosten dan worden gefinancierd uit het budget voor de ontwikkelopgave. Daarnaast is er in 2026 een nieuw uitvoeringskader verkoop provinciale ingerichte gronden door GS vastgesteld; het beeld is dat hiermee meer vaart in de verkoop gaat plaatsvinden.
- Onvoldoende budget voor de realisatie NNN – Op dit moment is er onvoldoende budget voor de totale realisatie van het NNN . Daarnaast is er nog een risico dat andere onderdelen van Natuurpact meer financiering nodig hebben en dit zou ten koste kunnen gaan van de realisatie van NNN. Het beeld voor de besteding in 2026 en 2027 is dat er voldoende budget is.
- Krapte op de arbeidsmarkt – Voor de realisatie van het NNN is voldoende inzet van capaciteit nodig. Op dit moment zijn er zoveel ontwikkelingen in het landelijk gebied dat het beeld is dat er mogelijk opnieuw onvoldoende beschikbare capaciteit is om het NNN te realiseren. Zowel qua inzet als het vinden van personeel dat voldoende kennis en ervaring heeft. Zeker gezien de grote opgaven die aan de orde zijn in het landelijk gebied.
- Invloed vervolg aanpak stikstofreductie en natuurherstel - het vervolg rond de aanpak stikstofreductie en natuurherstel kunnen invloed hebben op de realisatie van het NNN wat betreft het afwachten welk instrumentarium en budgetten vanuit dit programma beschikbaar gesteld worden.
5. Programma Natuur
Terug naar navigatie - - 5. Programma NatuurWat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 5. Programma Natuur - Wat willen we bereiken?
De provincies en het Rijk hebben als onderdeel van de structurele aanpak stikstof afgesproken om een gezamenlijk Programma Natuur op te stellen, aanvullend op het Natuurpact. Belangrijke hoofdlijn van het Programma Natuur is om condities te realiseren voor een gunstige staat van instandhouding (Svl) van alle soorten en habitats onder de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). Hiermee wordt gestreefd, in samenhang met de andere maatregelen in de structurele aanpak stikstof, om aan de eisen te voldoen die de VHR stelt. De inzet richt zich vooral op maatregelen in en rond beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland).
De provincie heeft voor de periode 2021-2023 een Uitvoeringsprogramma Natuur opgesteld ter grootte van € 44,5 mln. Hierin is beschreven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige Staat van Instandhouding, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitattypen in de provincie Fryslân. Voor de uitvoering hiervan is een SPUK ontvangen van het Rijk. Op 15 november 2023 heeft de minister van N&S besloten om de uitvoeringstermijn van het programma Natuur fase 1 te verlengen van ultimo 2025 naar ultimo 2026. Dit naar aanleiding van het verzoek van de provincies die aangaven meer tijd nodig te hebben om de maatregelen uit te kunnen voeren.
In het programma is ook aangegeven welke maatregelen in de gebieden worden uitgevoerd. Dit zijn vooral maatregelen gekoppeld aan het herstel van stikstofgevoelige natuur in zowel Natura 2000-gebieden als in het overige NNN die binnen drie jaar uitgevoerd kunnen worden en aanvullend op het Natuurpact zijn. Deze 2e fase loopt van 2024 tot 2032. De te treffen maatregelen hebben betrekking op benodigd systeemherstel voor realisatie instandhoudingsdoelstellingen, met de focus op de met stikstof overbelaste Natura 2000-gebieden. Voor deze 2e fase heeft de provincie Fryslân een Specifieke Uitkering (SPUK) ontvangen van € 88,6 mln. Een groot deel van de maatregelen wordt uitgevoerd door de terreinbeherende organisaties (TBO’s).
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2026 door Provinciale Staten?
Geen
Wetgeving:
Wet Stikstof en Natuurherstel (WSN)SN)
Wat heeft het gekost?
Voor het uitvoeringsprogramma Natuur fase 1 hebben we van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit € 44,8 mln. ontvangen, dit op basis van de ingediende plannen. De maatregelingen (€ 31 mln.) worden uitgevoerd door de terrein beherende organisaties (TBO) en door de provincie zelf. Verder kunnen de middelen ingezet worden voor grondaankopen (€ 10,7 mln.) en voor onderzoek en personeelsinzet (€ 3,2 mln.) . Onderling kan binnen het budget geschoven worden. Het totaalbedrag ad € 44,8 mln. is reeds ontvangen. Tot nu toe is er van dit bedrag ca. € 35 mln. besteed. Het zwaartepunt van de uitvoering ligt op de jaren 2024, 2025 en 2026. Niet bestede middelen gaan terug naar het ministerie. Jaarlijks vindt er een verantwoording plaats aan het Rijk over de stand van zaken. De eindafrekening vindt plaats in 2026. Het verantwoordingsproces vindt plaats via Sisa.
Voor fase 2 van het programma hebben we een beschikking van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ontvangen van € 88,6 mln. De TBO’s gaan een groot deel van deze maatregelen uitvoeren ca € 57 mln, via de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL). Een deel is bestemd voor vervolgonderzoeken als gevolg van de natuurdoelanalyses,(€ 3,4 mln) voor Grip op Kwaliteit (€ 10,3) mln, exotenbestrijding (ca €6,9mln) en ca € 10 mln voor apparaatskosten. Niet bestede middelen gaan terug naar het ministerie. Jaarlijks vindt er een verantwoording plaats aan het Rijk over de stand van zaken. De eindafrekening vindt plaats in 2033. Het verantwoordingsproces vindt plaats via Sisa.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
De 1e fase programma Natuur wordt in 2026 afgerond. Dit betreft de maatregelen van de verschillende TBO’s en projecten die de provincie zelf uitvoert. Voor fase 2 is in 2025 gestart met de uitvoering. In 2026 wordt dit vervolgd en zullen de TBO's via de SKNL-subsidieregeling beschikkingen ontvangen waarmee ook zij met de uitvoering kunnen starten.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Uitvoeringsprogramma Natuur:
Al deze werkzaamheden vroegen ook veel capaciteit die niet bij iedere organisatie aanwezig was. Het risico was dat er landelijk te weinig capaciteit aanwezig zou zijn om alle werkzaamheden tijdig uit te voeren. LNV heeft ter verkleining van het risico een kennisbank opgezet om daarmee kennis met elkaar te delen waardoor de kwetsbaarheid daalde. Daarnaast is de uitvoeringsperiode voor fase 1 met een jaar verlengd waardoor de verwachting is dat de maatregelen tijdig uitgevoerd kunnen worden.
Voor fase 2 is een programma vastgesteld en in 2024 met u gedeeld. Het programma heeft een looptijd van 8 jaar (2032). Een maatregelpakket samen stellen voor een dergelijke lange periode houdt in dat er ver vooruit gekeken moest worden. Dit kan betekenen dat situaties in de toekomst wijzigen waardoor maatregelen niet uitgevoerd kunnen worden. Om die reden is er een reservelijst aan maatregelen opgesteld die hiervoor dan in de plaats kunnen treden.
6. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG)
Terug naar navigatie - - 6. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG)Wat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 6. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG) - Wat willen we bereiken?Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG)
Terug naar navigatie - 6. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG) - Wat willen we bereiken? - Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG)In de zomer van 2024 heeft het Rijk (Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) een positief besluit genomen voor de uitvoering van de maatregelpakketten Landelijk Gebied. De komende jaren wordt er gewerkt aan doelen op het gebied van water, natuur, klimaat en landbouw. Voor de uitvoering van de maatregelen is € 180 mln. beschikbaar gesteld. De uitvoering loopt tot en met december 2028, met een mogelijke verlenging van vier jaar. Voor de onderdelen Weidevogels binnen het pakket Natuur, het pakket Klimaat en Veenweide en voor de KPI-Doelsturing systematiek binnen het pakket Landbouw is een verlenging aangevraagd en beschikt tot en met december 2032.
Vier maatregelpakketten
De uitvoering gebeurt via vier verschillende pakketten en 22 concrete maatregelen:
- Natuur: Dit pakket bevat maatregelen voor de uitvoering van de Friese bomen- en bossenstrategie, maatregelen die de instandhouding en verbetering van weidevogelgebieden stimuleren en kennisontwikkeling.
- Water & Bodem: Hierin gaat het om gebiedsplannen met duidelijke doorkijk naar uitvoering. Het doel is om het waterbeheer en de bodemkwaliteit te verbeteren.
- Klimaat & Veenweide: Dit pakket omvat zes maatregelen die volgen uit het vastgesteld Veenweideprogramma. De maatregelen richten zich op aanpassingen aan het watersysteem. Deze moeten bodemdaling tegengaan en de uitstoot van broeikasgassen verminderen.
- Landbouw: In dit pakket gaat het onder andere om het verlengen van de Noordelijke Investeringsregeling Reductie Stikstofemissie, het opzetten van een KPI-Doelsturing systematiek en de uitvoering van pilots voor monomestvergisters in Zuidoost Fryslân.
Versnellingsmaatregelen 2022
In aanvulling op de uitvoering van de maatregelpakketten worden onder de vlag van dit programma ook vier versnellingsmaatregelen uitgevoerd. Dit zijn maatregelen waar in 2022 € 24 mln. Rijksfinanciering voor is toegekend. Deze maatregelen moeten uiterlijk 31 december 2028 zijn uitgevoerd.
Het gaat om:
- Versnelling Aldeboarn – De Deelen (maatregelen rondom vernatting)
- Versnelling Middelen-Doelenbeleid (pilotprojecten KPI systematiek)
- Versnelling N2000 Fochteloërveen (kadeherstel Fochteloërveen)
- Gelijkwaardige positie boeren in gebiedsproces
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2026 door Provinciale Staten?
Geen, de uitvoering van het maatregelpakket valt onder het mandaat van Gedeputeerde Staten.
Wat heeft het gekost?
Uitvoeringsprogramma maategelen landelijk gebied x € 1.000,- |
Gerealiseerd tot en met 2025 |
Begroting 2026 |
Begroting 2027 |
Begroting 2028 |
Begroting 2029 |
Begroting 2030 |
Totaal |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Natuur |
1.410 |
11.715 |
6.906 |
5.296 |
4.700 |
12.905 |
42.932 |
|||
Bomen en bossen |
487 |
10.725 |
4.275 |
312 |
15.799 |
|||||
Kennisontwikkeling |
228 |
741 |
1.381 |
1.333 |
3.682 |
|||||
Weidevogels |
695 |
250 |
1.250 |
3.650 |
4.700 |
12.905 |
23.450 |
|||
Water en bodem |
20 |
115 |
190 |
125 |
450 |
|||||
Klimaat en veenweide |
445 |
3.155 |
1.933 |
11.773 |
1.511 |
26.928 |
45.744 |
|||
Landbouw en sociaaleconomisch |
338 |
7.572 |
16.501 |
51.339 |
4.648 |
9.576 |
89.975 |
|||
Versnellingsvoorstellen *) |
5.945 |
850 |
7.851 |
11.802 |
26.448 |
|||||
Beschikbaar |
8.158 |
23.408 |
33.381 |
80.335 |
10.858 |
49.409 |
205.549 |
|||
*) een bedrag van € 0,5 mln. staat nog gereserveerd op de balans |
||||||||||
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Maatregelpakketten Landelijk Gebied
2026 is het jaar van de verdere uitvoering van de maatregelen. Hieronder volgt een overzicht van de geplande realisaties per thema.
Natuur
Bomen en Bos
In 2026 worden twee nieuwe subsidieregelingen opengesteld die gericht zijn op:
- Uitbreiding van het bosareaal binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN);
- Revitalisering van bestaande bossen en landschapselementen;
- Aanplant van houtige landschapselementen zoals hagen, singels en struweelhagen;
- Stimulering van Agroforestry, waarbij landbouw wordt gecombineerd met bomenaanplant.
Kennisontwikkeling
In het maatregelpakket Kennisontwikkeling zitten circa 35 onderzoeken ten behoeve van de kennisleemtes uit de NDA's.
In 2026 worden opdrachten voor de verdere onderzoeken uitgezet en uitgevoerd. Het gaat concreet om onderzoeken rond bijv. de Grote Vuurvlinder en groenblauwe dooradering.
Weidevogels
In 2026 wordt de subsidieregeling ten behoeve van weidevogelbiotopen wederom opengesteld. Ook wordt de maatregel ten behoeve van duurzaam behoud weidevogelgrasland verder voorbereid en mogelijk uitgevoerd. Dit laatste is afhankelijk van een beschikbaar staatssteun kader.
Water & Bodem
In dit maatregelpakket zit één goed gekeurde maatregel 'gebiedsplannen opstellen. In 2026 wordt de pilot in de Noardlike Fryske Wâlden afgerond en getoetst of en hoe de werkwijze ingezet kan worden in andere gebieden.
Klimaat & Veenweide
In 2025 wordt een onderzoek uitgevoerd rond haalbaarheid en doelbereik van de goedgekeurde maatregelen. Op basis van dit onderzoek wordt de uitvoering van de maatregelen verder voorbereid en waar mogelijk uitgevoerd. Hierbij is een grote afhankelijkheid van de goedkeuring van de Compensatie Systematiek Veenweide in Brussel. (Voor verdere duiding zie onderdeel 7: Veenweide Programma van de paragraaf Grote projecten.)
Landbouw
- KPI-doelsturing: Volgende op de pilots uit 2025 wordt in 2026 een generieke KPI-doelsturingswerkwijze ontwikkeld en uitgerold voor heel Fryslân. Hierbij wordt nadrukkelijk ingezet op de samenwerking rondom de versnellingsmaatregelen voor innovatie in mono-mestvergisting. Dit betekent dat we actief samenwerken met relevante partners en stakeholders om innovatieve technieken en processen binnen de mono-mestvergisting sneller te ontwikkelen en te implementeren.
- Hooghangend Fruit (Gebiedsgericht Versnellen): In 2026 is in beeld hoe de pilots in Zuidoost-Fryslân verder vorm kunnen krijgen. Hierbij is ook een afhankelijkheid met de Rendac Uitspraak.
- Laaghangend fruit (Noordelijke Investeringsregeling Reductie Stikstof): In 2025 kon deze regeling niet uitgevoerd worden door de Rendac-Uitspraak. Vraag is of en hoe dit in 2026 kan.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
De grootste risico's in 2026 zijn:
- Slot op vergunningverlening (Rendac-uitspraak): De uitvoering van de maatregelen 'laaghangend fruit' en 'hooghangend fruit' is direct afhankelijk van vergunningverlening. De Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel is er op gericht om de vergunningverlening van het slot te krijgen. In dat licht wordt nauwlettend in de gaten gehouden op welk moment deze maatregelen tot uitvoering kunnen worden gebracht. Tot die tijd worden vooronderzoeken gedaan en wordt de haalbaarheid en uitvoerbaarheid (technisch en op bedrijfsniveau) in beeld gebracht.
- Geen staatssteunkader: De uitvoering van de maatregel 'duurzaam behoud weidevogelgrasland' is afhankelijk van het staatssteunkader in de Catalogus Groen Blauwe Diensten. Dit kader ligt voor ter notificering in Europa maar het is nog ongewis of dit wordt goedgekeurd.
- Onvoldoende budget voor realisatie: Voor de uitvoering van het Maatregelpakket Veenweide was oorspronkelijk € 60 mln. aangevraagd en is € 45 mln. toegekend. Dit betekent dat minder uitgevoerd kan worden dan oorspronkelijk beoogd. In 2027 wordt duidelijk in welke mate en waar het maatregelpakket Veenweide uitgevoerd kan worden.
7. Veenweide
Terug naar navigatie - - 7. VeenweideWat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 7. Veenweide - Wat willen we bereiken?Veenweide
Terug naar navigatie - 7. Veenweide - Wat willen we bereiken? - VeenweideVeenweide verdelen we onder in:
7a. Veenweideprogramma 2021-2030
7b. Gebiedsontwikkeling Aldeboarn De Deelen
7c. Gebiedsontwikkeling Hegewarren
7d. Gebiedsontwikkeling Idzegea
7a. Veenweideprogramma
Terug naar navigatie - 7. Veenweide - 7a. VeenweideprogrammaInleiding
In het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 hebben landen afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2 graden. Als uitvloeisel hiervan werd in Nederland op 2 juli 2019 de Klimaatwet van kracht. Het Veenweideprogramma richt zich op het realiseren van een bijdrage aan de CO2-uitstootreductie zoals vastgelegd in de Klimaatwet. In het Nationaal Klimaatakkoord maakten overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties in 2019 afspraken over de realisatie van de doelen uit de Klimaatwet. Het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet bevestigt bestaande afspraken t.a.v. klimaat en vormt daarmee een stimulans om uitvoering te blijven geven aan het Veenweideprogramma.
Onze ambitie voor de lange termijn (2050) is een blijvend evenwicht, waarin veenafbraak, bodemdaling en CO2-uitstoot nagenoeg zijn gestopt. De kwaliteit van landschap en natuur is verbeterd. Ook de leefbaarheid en vitaliteit staan op een hoog peil; de landbouw heeft zich aangepast aan de veranderde omstandigheden en recreatie en toerisme hebben zich verder ontwikkeld. Om tot deze ambitie te komen richten we ons voor 2030 op de volgende veenweidedoelen:
- De negatieve effecten van bodemdaling zijn verminderd (gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar): Enerzijds door de absolute bodemdaling te beperken, anderzijds door de negatieve effecten te beperken, mitigeren of te compenseren. Dit moet ertoe leiden dat schade aan woningen, wegen en infrastructuur wordt beperkt, de stijging van kosten van waterbeheer in het gebied ook in de toekomst beperkt blijft, de verdroging van natuurgebieden is afgenomen, en het landschap en de cultuurhistorie van het veenweidegebied herkenbaar blijven.
- De uitstoot van broeikasgassen uit de veenbodem is in 2030 met 0,4 megaton CO2 equivalenten per jaar afgenomen.
- De landbouw heeft een duurzaam toekomstperspectief.
- Het watersysteem is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht.
De uitvoering van het Veenweideprogramma vindt plaats in de gebiedsprocessen. Deze processen lopen in drie ontwikkelgebieden, Aldeboarn-De Deelen, de Hegewarren en Idzegea, terug te vinden als apart project in deze begroting. Ook zijn er drie kansrijke gebieden, Groote Veenpolder, Leechlân Grou-Warten en Akkrumer Goedland. Ontwikkelgebieden hebben prioriteit boven kansrijke gebieden en zijn verder in de uitvoering en planvorming.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2026 door Provinciale Staten?
Geen.
Wat heeft het gekost?
Overzicht programma veenweide t/m 2030 |
Toezeggingen |
Voortgang en prognose |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
bedragen x 1.000,- |
Provincie |
Wetterskip |
Rijk * |
Gemeenten |
Overig |
Totaal |
Gerealiseerd |
Gecontracteerd |
Prognose te gaan |
Prognose einde werk |
Resultaat |
||
Algemeen |
|||||||||||||
1.1 |
Veenweide algemeen |
27.840 |
5.898 |
3.345 |
0 |
-259 |
36.824 |
28.125 |
3.043 |
5.656 |
36.824 |
0 |
|
1.2 |
Investeringen in systeem |
7.500 |
7.500 |
0 |
0 |
7.500 |
7.500 |
0 |
|||||
1.3 |
Funderingsaanpak |
6.712 |
6.697 |
130 |
1.044 |
14.584 |
1.955 |
1.263 |
11.366 |
14.584 |
0 |
||
1.4 |
Hoogwatercircuits |
6.300 |
6.300 |
1.800 |
0 |
4.500 |
6.300 |
0 |
|||||
Subtotaal algemeen |
34.553 |
26.395 |
3.475 |
1.044 |
-259 |
65.207 |
31.880 |
4.305 |
29.022 |
65.207 |
0 |
||
Gelden t.b.v. gebieden |
|||||||||||||
Ontwikkelgebieden |
18.224 |
556 |
110.957 |
373 |
130.110 |
31.885 |
859 |
97.365 |
130.110 |
0 |
|||
Kansrijke gebieden Regiodeal |
666 |
666 |
332 |
0 |
334 |
666 |
0 |
||||||
NL2120 |
2.188 |
12.500 |
4.758 |
19.446 |
3.146 |
4.729 |
11.571 |
19.446 |
0 |
||||
Subtotaal gelden t.b.v. gebieden |
20.412 |
556 |
124.122 |
373 |
4.758 |
150.222 |
35.363 |
5.589 |
109.271 |
150.222 |
0 |
||
Totaal |
54.964 |
26.951 |
127.598 |
1.417 |
4.499 |
215.429 |
67.242 |
9.894 |
138.293 |
215.429 |
0 |
||
* De Rijksgelden betreft toezeggingen onder het SPUK regime, wat betekent dat deze voor strenge voorwaarden besteed moeten worden aan de aangevraagde doelen. |
|||||||||||||
Wordt niet aan spelregels voldaan, inclusief realisatie binnen de tijdsvensters, dan komen deze te vervallen. |
|||||||||||||
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
In het kader van het FPLG is in het najaar van 2024 € 45 mln. door het Rijk beschikt voor uitvoering van de maatregelpakketten Veenweide. Ook wordt er gebruik gemaakt van de mogelijkheden van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (Samenwerkingsmaatregel Veenweide en de niet grondgebonden maatregelen). Beide budgetten zijn een impuls om in de gebieden een nieuwe stap in de uitvoering te zetten.
Naar verwachting wordt er in 2026 ingestemd door de Europese Commissie met de Compensatiesystematiek Veenweide (CSV). Dit is een belangrijk instrument om in veenweidegebieden in Fryslân te komen tot uitvoering.
Vanaf 2026 is er onvoldoende budget om de doelstellingen uit het Veenweideprogramma 2021 – 2030 te realiseren zoals beoogd. Het streven vanuit het programma is om het Veenweideprogramma de komende jaren op de huidige wijze voor te zetten daarom zijn uit de uitvoeringsgerichte middelen voor 2026 en 2027 ook personeelskosten gedekt; hierdoor blijven echter minder middelen beschikbaar om uitvoeringsgerichte maatregelen met het oog op de doelstellingen Klimaat en Veenweide uit te voeren.
We blijven daarom voortdurend scherp op het benutten van externe financiering, met name door het Rijk; zo wordt momenteel actief het verband gelegd tussen het Veenweideprogramma en de (ministeriële) Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof en de ontwikkelingen rondom het nationale Veenplan 2e fase. Ook andere middelen en instrumenten worden actief opgezocht samen met de partners in het gebied en mede-overheden.
Eind 2025 is de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw afgerond. De verwachting is dat najaar 2026 de resterende middelen (ca. 1,3 miljoen) van de Regio Deal na de eindafrekening via de SISA en de eindbeschikking terug komen op de provinciale begroting. Volgens de werkafspraken wordt een voorstel voorbereid dit te besteden aan projecten in de veenweidegebieden.
De verschillende kansrijke- en ontwikkelprojecten bevinden zich een groot deel in de verkenningsfase. Na deze fase start de planfase en ligt er voornamelijk een grote grondopgave. Gezien de grootte van de projecten wordt ingeschat dat hiervoor de komende jaren in gedeelten minstens € 100 mln. tot € 150 mln. benodigd zal zijn. Hoewel wij daar nog geen zicht op hebben, zullen wij zoveel als mogelijk een beroep doen op het Rijk om deze middelen ter beschikking te stellen.
In 2026 hebben we binnen de programmalijnen de volgende zaken gerealiseerd:
Voor bodem en grondgebruik zetten we in op:
- Begeleiden bodemproeven, excursies organiseren, resultaten delen en vertalen naar een programmatische aanpak
- Maatregel Klei in veen op praktijkschaal beproeven met boeren uit kansrijke en ontwikkelgebieden
- Begeleiden onderzoek ‘weide en water’ wat gericht is op effecten van peilverhoging op gewasopbrengst, kwaliteit en draagkracht van de bodem
- Stimuleren en ondersteunen kennisnetwerk duurzame maisteelt
Voor de ondersteuning van een duurzaam toekomstperspectief van de landbouw (It Nije Buorkjen) zetten we in op:
- Uitrol en verbetering van de CSV in de ontwikkelgebieden
- Begeleiden deelnemer aan GLB-samenwerkingsmaatregel voor peilverhoging o.a. via GLB-praktijkbedrijven
- Voorlichting en advies geven over bedrijfseconomisch perspectief na peilverhoging
- Uitrol onderzoeksprogramma Innovatiebedrijven in de Hegewarren en bij Akkrumer Goedland
Op het gebied van Onderzoek en monitoring hebben we het volgende gerealiseerd:
- De monitoring van de GLB samenwerkingsregeling is volledig ingericht en loopt.
- Er is een adviestraject in gang gezet om de kenniscoördinator duurzaam onder te brengen bij de Stichting VIP Hegewarren.
- Er is een eerste conceptinrichting van een GIS-database gerealiseerd.
- De meerjarige monitoring op leverbot is afgerond.
- Er is een concept dashboard ingericht in het kader van het monitoringsplan. Op basis van dit dashboard wordt de monitoring van het Veenweideprogramma verder uitgebouwd.
- Voor het onderzoeken naar de gevolgen van peilverhoging op de infrastructuur wordt gewerkt aan het aanstellen van de projectleider, waarna het project verder vorm kan worden gegeven.
- De locaties voor het onderzoek naar maatregelen tegen pitrusvorming zijn ingericht.
Vanuit natuur, biodiversiteit, landschap en archeologie:
- Alle conceptonderdelen van de LESA en het maatregelimpact-overzicht zijn besproken met de adviesgroep en worden voorbereid voor oplevering.
- Uitwerking van de Basiskwaliteit Natuur in ADD-Zuid met concrete maatregelen is gestart.
- Een tweede bijeenkomst met natuurvertegenwoordigers in de gebieden is georganiseerd.
- De pilot Kruidenrijkheid op de Hegewarren is ingericht en de nulmeting is gedaan.
- De onderzoeksopzet Veenmospilot Hegewarren is aangepast op basis van feedback klankbordgroep Hegewarren. Inrichtingsvoorbereiding wordt uitgevoerd (vergunningen, voorbereiding werkzaamheden).
We continueren de uitvoering van de funderingsaanpak, inclusief de uitvoering van de moties, betreffende 1) het funderingsloket, 2) uitvoering subsidieregelingen funderingsonderzoek en – herstel, 3) Code Rood Groote Veenpolder en 4) lobby, w.o. financiële verbreding funderingsaanpak. Het onderwerp Garantieregeling is sinds juli 2025 ingevuld door het landelijke Fonds Duurzaam Funderingsherstel.
De lobby van de afgelopen jaren heeft geresulteerd in deelname in de Nationale Aanpak Funderingen als één van de zes landelijke koplopergebieden in het onderdeel gebiedsgerichte leeraanpak 2026-2028. Het Rijk heeft in dat kader € 1,13 mln. toegekend aan Fryslân. De aanvraag voor nog eens € 1 mln. loopt. De ontwikkeling van vijf Friese deelpilots vindt plaats in de eerste helft van 2026, de uitvoering zal medio 2026 beginnen en in het teken staan van leren en ontwikkelen. De Friese deelpilots zijn: a) Verkenning samenwerking overheden Fryslân, b) Inzicht in aard en omvang funderingsproblematiek Fryslân, c) Plan van aanpak hoogwatercircuits, d) Effectieve hulp aan Friese woningeigenaren en e) Aanpak funderingsproblematiek gespikkeld bezit kleinstedelijk. De kennis die hierin wordt opgedaan zullen de deelprojecten Funderingsaanpak Veenweide inhoudelijk en financieel tot en met 2028 versterken.
Voor sommige actiepunten uit 2026 is er daardoor sprake van een langere uitvoeringstijd, nl. het herdefiniëren van de kaders van de Funderingsaanpak: omvang van het probleem, het doel en de definitie en omvang en aard van hulp. Met deze actiepunten wordt een begin gemaakt in 2026, maar in 2028 zullen de resultaten voor liggen.
In 2026 zal de Aanpak Code Rood worden geëvalueerd en worden afgestemd met eventueel onderzoek naar hetzelfde onderwerp door de Noordelijke Rekenkamer en de Rekenkamer van de Waterschappen. Alle financieringen voor Code Rood zijn dan gekozen door de bewoner-eigenaren, een aantal hersteltrajecten zijn al afgerond en voor een aantal complexe hersteltrajecten is nazorg geregeld tot eind 2029. De versnelling op Code Rood heeft in 203 t/m 2025 gezorgd voor een temporisering van andere deelprojecten van de Funderingsaanpak. Op basis daarvan is een kasritmewijziging 2026 – 2030 voorgesteld voor dit tijdelijke budget.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Onvoldoende tempo in de grondverwerving: invulling van de opgaven in de gebiedsprocessen vraagt de mogelijkheid om af te kunnen waarderen en te kunnen compenseren. Grond is hierin cruciaal. Tot op heden hebben we onvoldoende grond beschikbaar in de verschillende gebieden om te kunnen afwaarderen en compenseren en kunnen wij onvoldoende snel handelen. Momenteel wordt gewerkt aan een analyse voor het aankoopplan strategische grondvoorraad zodat we hier meer grip op kunnen krijgen.
Onvoldoende budget voor de realisatie: Zoals bij de vaststelling van het FPLG is aangegeven is zo’n € 1,4 mld. nodig om het veenweideprogramma tot uitvoering te brengen, inclusief de aanpak funderingen. Met het wegvallen van het Transitiefonds landelijk gebied wordt voor de financiering gekeken naar overige financieringsbronnen vanuit het Rijk en Europa. Het is nog onvoldoende duidelijk welke financieringsbronnen waarvoor beschikbaar komen en in hoeverre dit ingezet kan worden voor de uitvoering van het veenweideprogramma. Duidelijk lijkt wel dat er onvoldoende budget is om de bestuurlijke taakstelling in 2030 te realiseren. Het is op dit moment niet te zeggen of de financiële verbreding van de Funderingsaanpak haalbaar is, omdat dit afhangt van de landelijke beleidsontwikkeling.
7b. Aldeboarn - De Deelen
Terug naar navigatie - 7. Veenweide - 7b. Aldeboarn - De DeelenInleiding
Aldeboarn- De Deelen is één van de ontwikkelgebieden in het Veenweideprogramma 2021-2030. Binnen deze gebieden liggen er op inhoudelijke gronden en vanuit maatschappelijke energie veel kansen, én zijn er middelen om aan de slag te gaan.
In het gebied loopt sinds 2016 een proces ‘van onderop’, gestart door burgers en boeren uit het gebied zelf .
Er is 2021 een breed samengestelde gebiedscommissie ingesteld met de opdracht om een integraal ontwerp gebiedsplan op te leveren. Eind 2023 is, als tussenstap naar een ontwerp gebiedsprogramma, door de gebiedscommissie een lange termijn visie (het Koersdocument) vastgesteld. De betrokken overheden (GS, DB Wetterskip en colleges van B&W van de drie betrokken gemeenten) hebben dit Koersdocument inmiddels als inspirerend en richtinggevend betiteld en uitgesproken er in gezamenlijkheid met de gebiedspartners verder invulling aan te willen geven. Het doel daarbij is de leefbaarheid en vitaliteit van het gebied, waarbij de opgaven uit het veenweideprogramma, maar ook de ambities uit het gebied zelf integraal onderdeel zijn te bevorderen. Het Koersdocument is tevens ter kennisgeving aan de Staten toegezonden.
Het gebied is opgesplitst in ADD Zuid en ADD Noord.
Er worden waar mogelijk door de provincie strategische grondaankopen gedaan. Koppelkansen met de veenweideopgave worden verder uitgewerkt met de beschikking van de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw, de Erfgoeddeal en een gebiedsofferte in het kader van Aanvalsplan Grutto voor ADD Noord.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2026 door Provinciale Staten?
- Geen.
Wat heeft het gekost?
Kosten Aldeboarn-De Deelen |
Begroot |
Besteed t/m 22-06-2026 |
Saldo |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
Gebiedsproces |
5.250.147 |
2.970.014 |
2.280.133 |
|||
Vastgoed |
32.022.889 |
7.494.522 |
24.528.367 |
|||
Regiodeal NIL |
1.392.188 |
451.608 |
940.580 |
|||
GLB pilot (via Stichting Koningsdiep) |
1.816.032 |
- |
1.816.032 |
|||
Totalen |
40.481.256 |
10.916.144 |
29.565.112 |
|||
Financiering Aldeboarn-De Deelen |
Begroot |
Besteed t/m 22-06-2026 |
Saldo |
|||
Impulsgelden (SPUK) |
7.000.000 |
4.602.982 |
2.397.018 |
|||
IBP-VP (SPUK) |
5.000.000 |
1.769.100 |
3.230.900 |
|||
Klimaatenvelop (DUK) |
3.150.000 |
3.150.000 |
- |
|||
Versnellingsagenda (SPUK) |
21.846.750 |
21.846.750 |
||||
Pachtopbrengsten |
263.100 |
291.954 |
-28.854 |
|||
SPUK L35 Rpml M311 GP11 ADDZ Vernatting |
10.000.000 |
- |
10.000.000 |
|||
Regiodeal NIL fase 1(SPUK) |
317.425 |
317.425 |
- |
|||
Regiodeal NIL fase 1 (via Stichting Koningsdiep) |
82.575 |
- |
82.575 |
|||
Regiodeal NIL fase 2 2022-2024 (SPUK) |
992.188 |
134.183 |
858.005 |
|||
Beschikking RVO inzake GLB-pilot |
1.206.032 |
1.206.032 |
||||
Bijdrage Wetterskip aan GLB pilot |
182.500 |
182.500 |
||||
Bijdrage Provincie aan GLB pilot |
332.500 |
332.500 |
||||
Bijdrage Provincie aan verlenging GLB pilot |
95.000 |
95.000 |
||||
Totalen |
50.468.070 |
10.265.644 |
40.202.426 |
|||
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
- Voor ADD Zuid heeft de gebiedscommissie in oktober 2025 een concreet voorstel voor een peilscenario (peilverhoging) aan GS en DB Wetterskip voorgelegd. Het BOF heeft hierover in december 2025 grotendeels positief geadviseerd. Het DB Wetterskip heeft per brief van 13 maart jl. positief gereageerd op het voorstel van de gebiedscommissie. Inmiddels hebben we ook een subsidie van ca € 7,25 mln. vanuit GLB gekregen voor uitvoering van de benodigde watersysteem maatregelen. Omdat de CSV (de systematiek voor berekening van de schade a.g.v. de peilverhoging) nog niet door de Europese Commissie is genotificeerd. En de gesprekken met LVVN over de inzet van de beschikbare middelen nog niet zijn afgerond, kan GS nog besluiten tot het daadwerkelijk, op basis van het peilscenario en CSV, doen van een voorstel voor nadeelcompensatie. We hopen hierover vlak na de zomer definitief te kunnen besluiten.
- De uitkering van de nadeelcompensatie zal naar verwachting voor een (groot) deel zal plaatsvinden in de vorm van grondcompensatie. Daarvoor is een herverdeling van gronden noodzakelijk. Dit zal gebeuren via een wettelijke participatieve herverkaveling op basis van de Omgevingswet. Het daarvoor benodigde Inrichtingsprogramma en Inrichtingsbesluit wordt momenteel geschreven en we verwachten ook hier na de zomer over te kunnen besluiten en voor de uitvoering ervan een afzonderlijke bestuurscommissie te kunnen instellen.
- Voor ADD Zuid hebben we tevens opdracht gegeven voor de ontwikkeling van een maatregelenpakket ten behoeve van de basiskwaliteit agrarische natuur (BKAN). Een eerste concept daarvan zal in juli gereed zijn.
- Omdat we vooralsnog geen functiewijzigingen voorzien gaan we er thans van uit dat er geen Milieueffectrapportage is. Wel zullen we nog een Mer beoordeling doen.
- De projecten onder de RegioDeal NIL zijn inmiddels afgerond en verantwoord richting penvoerder provincie Groningen. En we verwachten na de zomer de eindafrekening hiervan.
- Binnenkort (naar verwachting in juni) beginnen we de aanbestedingsprocedure voor facilitering en ontwikkeling van een peilscenario (incl. watersysteemplan) in ADD Noord. Daarin zal ook expliciet de resterende NNN opgave en de gebiedsofferte Aanvalsplan Grutto worden meegenomen.
- ADD maakt (vooralsnog als enige veenweidegebied) ook deel uit van het nationale prioritaire gebied Hart van het Noorden, samen met de gebieden Duurswold (Groningen), Drents-Friese Wold en Veenhuizen (Drenthe). Dit vertaalt zich nu reeds heel specifiek in extra inzet vanuit het Kadaster t.b.v. het te ontwikkelen Inrichtingsprogramma en - Besluit voor ADD Zuid.
7c. Hegewarren
Terug naar navigatie - 7. Veenweide - 7c. HegewarrenInleiding
De Hegewarren is één van de ontwikkelgebieden in het Veenweideprogramma 2021-2030. De bodem in de Hegewarren zakt en het waterbeheer wordt er ingewikkelder. Door het dalende veen komt er veel CO2 vrij en door lagere grondwaterstanden verdrogen omliggende natuurgebieden. Daarnaast ligt de Hegewarren naast het stikstofgevoelige natuurgebied De Alde Feanen. De peilen moeten omhoog om de problemen op te lossen. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor de mensen die in en om de Hegewarren wonen en de grond gebruiken. Daarom is juist hen gevraagd om na te denken over een goede invulling van het gebied met een hoger waterpeil.
Bijna een jaar lang heeft een groep inwoners en betrokkenen uit en rondom de Hegewarren gewerkt aan oplossingen voor de toekomst van de Hegewarren in het veenweidegebied. Ze deden dat in een zogenaamd co-creatieproces. In 2022 heeft u op basis van de resultaten uit dat proces het besluit genomen om de polder om te vormen naar een waterrijk gebied met veel ruimte voor natuur en recreatie.
Voor veehouders in het gebied verandert er veel. Ze kunnen of willen niet blijven in een polder met hogere grondwaterstanden. Ze gaven aan ervoor open te staan om in gesprek te gaan over het verplaatsen van hun bedrijf. Daarom heeft u hier in 2020 geld voor beschikbaar gesteld.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2026 door Provinciale Staten?
- Geen.
Wat heeft het gekost?
Kosten Hegewarren |
Begroot |
Besteed t/m 22-06-2026 |
Saldo |
|---|---|---|---|
Vastgoed |
28.199.734 |
12.001.767 |
16.197.967 |
Planstudie |
1.965.566 |
1.792.588 |
172.978 |
Regiodeal NIL |
450.000 |
403.688 |
46.312 |
Overgangsbeheer |
1.294.400 |
659.453 |
634.947 |
Innovatiepolder |
821.436 |
1.165.211 |
-343.775 |
Totalen |
32.731.136 |
16.022.707 |
16.708.429 |
Financiering Hegewarren |
Begroot |
Besteed t/m 22-06-2026 |
Saldo |
Impulsgelden (SPUK) |
15.000.000 |
11.029.533 |
3.970.467 |
Verkoopopbrengsten vastgoed |
14.452.000 |
- |
14.452.000 |
Bijdrage Veenweide programma |
1.570.000 |
1.570.000 |
- |
Pachtinkomsten |
137.700 |
229.590 |
-91.890 |
Overige inkomsten |
- |
14.000 |
-14.000 |
Bijdrage Gemeente Smallingerland |
150.000 |
150.000 |
- |
Bijdrage Wetterskip Fryslan |
150.000 |
150.000 |
- |
Regiodeal NIL 2022-2024 (SPUK) |
150.000 |
150.000 |
- |
Regiodeal kennismiddelen (SPUK) |
300.000 |
253.688 |
46.312 |
NL 2120 Cofinanciering Provincie |
38.520 |
38.520 |
- |
NL 2120 Subsidie |
629.037 |
629.037 |
- |
Totalen |
32.577.257 |
14.214.368 |
18.362.889 |
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Op dit moment is iets meer dan de helft van het gebied aangekocht. We blijven in gesprek met de overige eigenaren in het gebied over de aankoop (of verplaatsing) van hun bedrijf en gronden.
Dit jaar werken we aan de afronding van planfase deel 1 van de gekozen visie ‘Open en Natuurlijk’. Eerder was hiervoor al een Landschap ecologische systeem analyse (LESA) uitgevoerd, waarmee inzicht is verkregen in de potentiële effecten van de beoogde maatregelen op de kwaliteit van water, bodem en natuur. In de periode daarna zijn ook de overige thema’s inhoudelijk verder uitgewerkt en zijn verschillende fondsen aangeschreven om de investeringsmogelijkheden te verkennen. Daarnaast vormen onderzoeken, zoals de archeologische verkenning en tijdelijke ontwikkelingen belangrijke input op het integrale ontwerpproces.
Binnen planfase deel 1 zijn alle ontwerpthema’s (bouwstenen) uitgewerkt. De resultaten hiervan worden samengebracht in een samenvattend beeldverhaal, waarin tevens de koppeling wordt gelegd met het proces en de interactie van de overige projectzuilen, zoals vastgoed, tijdelijk beheer en investeringen. Daarmee ontstaat een volledig inzicht in de haalbaarheid van de verschillende onderdelen. Ook wordt inzichtelijk gemaakt welke externe factoren van invloed zijn op de planning en voortgang van het project.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Door beter te positioneren van het uitwerken van de bouwstenen, aangevuld met de inzet van een extern bureau, is de effectiviteit toegenomen. Hierdoor kunnen we vasthouden aan de (eerder bijgestelde) planning. In de tweede helft van 2026 worden de resultaten van planfase deel 1 voorgelegd, inclusief een voorstel voor een vervolgbesluit over de richting en uitwerking van planfase deel 2.
Een ander punt van aandacht blijft het aankoopproces. Het verplaatsen van bedrijven wordt lastiger in verband met het schaarser worden van landingslocaties met een goede vergunning (met ruimte voor de toekomst), concurrentie van agrariërs uit andere provincies (waar hectareprijzen hoger zijn) en stijgende (ver)bouwkosten. Uiteindelijk is de vrijwilligheid voor het verkrijgen van grondpositie een afbreukrisico. Dit kan bepalend zijn voor ontwerp mogelijkheden en realiseerbaarheid van het plan.
Daarnaast blijft, voor het tijdelijk beheer en de exploitatie van de polder, voldoende onderzoeks- en ontwikkelruimte van groot belang. Door stagnerende vergunningverlening ontstaat het risico dat lopende initiatieven stilvallen of dat er niet kan worden voldaan aan de subsidieverplichtingen. Met de huidige invulling van het beheer liggen er tegelijkertijd waardevolle kansen om bij te dragen aan de opgaven rondom stikstofreductie en natuurherstel.
7d. Idzegea
Terug naar navigatie - 7. Veenweide - 7d. IdzegeaInleiding
Idzegea is één van de ontwikkelgebieden in het Friese Veenweideprogramma 2021-2030. Het gebied is ongeveer 2500 hectare groot en telt rond de 50 boerenbedrijven. Het ligt in een waterrijke omgeving en is daardoor erg in trek bij toeristen. De bodem bestaat uit een dikke laag veen. Door de ligging biedt het gebied kansen voor weidevogels.
Boeren, betrokkenen, belanghebbenden en de overheden (provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en de gemeente Súdwest-Fryslân) werken samen toe naar een integraal plan voor de toekomst van het gebied.
In de eerste helft van 2025 is gewerkt aan een gebiedsanalyse als basis voor het integrale ontwerp voor de toekomst van Idzegea. Dit heeft inzicht gegeven in de fysieke, hydrologische, sociaaleconomische en historische kenmerken van het gebied. Hiervoor zijn onder andere een LESA, een landschapsbiografie en een nulmeting brede welvaart opgesteld. Samen met bewoners, agrariërs, maatschappelijke organisaties en overheden is integraal gekeken naar opgaven en kansen in het gebied
In de tweede helft van 2025 is de stap gezet om te komen tot een wat meer pragmatischer aanpak van het gebiedsproces. Daarbij staat het ontwikkelen van peilscenario’s centraal. Er is gestart met een watersysteemanalyse en hydrologische modellering van de verschillende bemalingsgebieden. Samen met betrokken partijen wordt gewerkt aan een gedeeld en realistisch beeld van het watersysteem, de knelpunten en de mogelijke bandbreedtes voor peilverhoging. Deze analyse vormt een belangrijke bouwsteen voor een toekomstig gebiedsdekkend peilenplan.
Parallel hieraan is gewerkt aan het versterken van de projectorganisatie, governance en projectsturing, om het gebiedsproces richting een uitvoerbaar en toekomstbestendig ontwerp voor 2032 verder te structureren.
Pilots en leren
In 2025 zijn we ook gestart met een pilot voor kruidenrijk grasland. Het project brengt de huidige status van de kruidenrijkheid in het gebied in beeld en er worden lokale en autochtone kruiden ingezaaid. Alle opgedane kennis wordt gedeeld met de boeren in het gebied.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2026 door Provinciale Staten?
Geen.
Wat heeft het gekost?
Er is € 1,6 mln. beschikbaar gesteld door de Provincie voor capaciteit en producten voor de ontwikkel en ontwerpfase die van 2023 tot 2026 loopt. Vanuit de Maatregelenpakketten Klimaat Veenweide zijn er middelen beschikbaar voor het Veenweideprogramma (€ 45 mln.). Uiterlijk ultimo 2027 wordt duidelijk hoeveel van deze middelen beschikbaar zijn voor Idzegea. Belangrijk risico in deze is dat het bestaansrecht van de gebiedsgerichte aanpak in Idzegea wegvalt zodra er geen perspectief is op inzet van middelen vanuit bijvoorbeeld de Maatregelpakketten.
Kosten Gebiedsproject Idzegea |
Begroot |
Besteed t/m 23-6-2026 |
Saldo |
|---|---|---|---|
Proceskosten |
€ 1.768.996 |
€ 1.116.145 |
€ 652.851 |
Regiodeal |
€ 292.200 |
€ 271.042 |
€ 21.158 |
Totalen |
€ 2.061.196 |
€ 1.387.187 |
€ 674.009 |
Financiering Gebiedsproject Idzegea |
Begroot |
Besteed t/m 23-6-2026 |
Saldo |
Bijdrage uit Veenweideprogramma |
€ 1.622.500 |
€ 1.228.533 |
€ 393.967 |
Bijdrage Wetterskip Fryslân (in kind) |
€ 73.248 |
€ 73.248 |
|
Bijdrage Gemeente Súdwest Fryslân (in kind) |
€ 73.248 |
€ 73.248 |
|
Regiodeal NIL 2022-2024 |
€ 292.200 |
€ 271.042 |
€ 21.158 |
Totalen |
€ 2.061.196 |
€ 1.499.575 |
€ 561.621 |
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
- Er is gestart met het opstellen van watersysteemmodellen voor de verschillende bemalingsgebieden.
- Per deelgebied zijn knelpuntenanalyses voorbereid en grotendeels uitgewerkt.
- De samenwerking tussen provincie, Wetterskip Fryslân en gebiedspartijen is verder versterkt.
- De kapstok gebiedsprocessen DLG en de bijbehorende fasering en thema’s zijn geïmplementeerd in het proces.
- De ervaringen uit pilots met flexibel peilbeheer, grondwatermonitoring en kruidenrijk grasland zijn geëvalueerd en ingebracht in de planvorming.
- Er is gewerkt aan een verdere professionalisering van omgevingsmanagement, participatie en risicobeheersing binnen het gebiedsproces.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Het gebrek aan voldoende instrumenten voor grondverwerving, grondmobiliteit en bedrijfsverplaatsing heeft, in combinatie met de huidige dynamiek op de grond- en onroerendgoedmarkt, directe impact op de manier waarop grondeigenaren en ondernemers in het gebied, op een reële en passende manier, gefaciliteerd kunnen worden om te komen tot een uitvoerbaar gebiedsplan. Dit zet nu al druk op het draagvlak in het gebied en vergroot de zorg of de gewenste gebiedsontwikkeling uiteindelijk daadwerkelijk uitvoerbaar is.