Beleidsprogramma 3: Omgeving

Portefeuillehouders

Gedeputeerden Douwe Hoogland, Klaas Fokkinga, Sietske Poepjes, Avine Fokkens, Friso Douwstra

Inleiding

Voor de komende jaren is de belangrijkste opgave om te werken aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied in Fryslân. Dit wordt integraal aangepakt vanuit de opgaven natuur/biodiversiteit, landbouw, veenweide, water, klimaat en stikstof. Opgaven die gezamenlijk in het landelijk gebied moeten worden vormgeven, met behoud van landschappelijke kwaliteiten. Waardoor dit bijdraagt aan een landelijk gebied waar het goed wonen en recreëren is, en waar ruimte is en blijft voor een krachtige landbouwsector. 

Het is een uitdagende maatschappelijke opgave om de balans tussen natuur en economische ontwikkeling duurzaam te herstellen. Daarbij zijn het grote vraagstukken die ruimte vragen. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van een duurzame landbouw, het waarborgen van waterveiligheid en klimaatbestendigheid (ook in veenweide), voldoende zoet water en de aandacht voor ons zo noodzakelijke drinkwatervoorziening. En tegelijkertijd is er volop aandacht voor het versterken van onze natuur, mede vanwege de stikstofcrisis. Het op orde brengen van de kwaliteit van de natuur is een randvoorwaarde voor vergunningverlening en daarmee een randvoorwaarde een economische ontwikkeling. Dat is het niet alleen, ook het opwekken van energie, het verbeteren van de biodiversiteit en de daarbij behorende gezonde bodem hebben ruimte nodig. Al deze verschillende, toenemende en mogelijk strijdige claims op de ruimte vragen om een goede afweging in onze aanpak, in de gebieden met de betrokken stakeholders. 

Veel van bovengenoemde opgaven kennen een wettelijke grondslag, en zijn daarmee kerntaken van de provincie. We hebben het dan over de Omgevingswet/ Waterwet, Wet ruimtelijke ordening en de wet Natuurbescherming. In taken hebben we het dan over onder meer: 
•    realiseren nieuwe natuur en behouden van huidige natuur;
•    regionaal waterbeleid, kaderstellend voor het Wetterskip (ook toezicht); 
•    Grondwater beleid en monitoring 
•    bepalen of steden en dorpen kunnen uitbreiden en waar bedrijventerreinen en kantorenparken mogen worden aangelegd; 
•    toezicht houden op de naleving van milieuwetten voor lucht, bodem en water. 
Dit laatste voert de FUMO grotendeels uit in opdrachtgeverschap van Omgevingszaken. 

Specifiek gaan we in op een aantal belangrijke ontwikkelingen die het komend jaar verder vorm krijgen. 


Nationaal Programma Landelijk Gebied
Zoals hiervoor geschetst zijn de opgaven in het landelijk gebied fors. Opgaven die niet op zichzelf staan maar integraal samenkomen in de gebieden. Dat is dan ook de reden dat het Rijk heeft gekozen voor een integrale aanpak via het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) om al deze opgaven in gezamenlijkheid aan te pakken. Het Rijk stelt het ontwerp van het nationaal programma voor het landelijk gebied op samen met de landbouw en watersector, natuur-, landschaps- en andere maatschappelijke organisaties en de medeoverheden. Het streven is dat dit ontwerpprogramma eind dit jaar gereed is. 

Wat zijn de hoofdaccenten van het NPLG:
•    Het behalen van de drie dwingende doelstellingen op gebied van VHR, KRW en Klimaat en de doelstellingen voor een duurzame, toekomstbestendige landbouw en economie, door:
o    Versterken van de natuur, verlaging stikstofneerslag, zorgen voor schoon water en een schone lucht. 
o    Een omslag naar duurzame landbouw met een duidelijk toekomstperspectief. De landbouwsector heeft een sleutelrol in het realiseren van de doelen op het gebied van voedselzekerheid, biodiversiteit, landschap, waterberging, koolstofopslag en andere ecosysteemdiensten.
•    Het in balans brengen van wonen, werken en natuur, als robuuste basis voor houdbare vergunningen.
•    De uitgangspunten zijn integraal, gebiedsgericht, onontkoombaar, perspectief sectoren, nationale regie en aandacht voor uitvoering. 

Aanpak Stikstofopgave
Vanuit de verplichtingen uit de wet stikstofreductie en natuurverbetering, waaronder de realisatie van de omgevingswaarden voor stikstofreductie die op dit moment in de wet zijn vastgelegd, is het van belang om onverkort tempo te houden in de stikstofaanpak. 
De aanpak van de stikstofproblematiek loopt via meerdere sporen. Als eerste loopt dit via de aanpak van natuurherstel en bronmaatregelen. Ten tweede loopt dit via het  vergunningenspoor. Ten derde is een uitvoeringsprogramma Stikstof opgesteld voor de provincie Fryslân, waarvan programma Natuur en het vergunningenspoor onderdeel zijn. Als vierde is landelijk een opkoopregeling vastgesteld waarvoor de provincie Fryslân een opkoopbudget toegewezen heeft gekregen. Als laatste moet in het kader van de Wsn een gebiedsplan per provincie worden opgesteld voor realisatie van de omgevingswaarden voor stikstofreductie. 

Beleidsveld 3.1 Natuur en landschap

Prestatie-indicatoren natuur

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Natuur

 

 

 

Programma herstel biodiversiteit

Basis op orde Percentage  provinciale programma’s met concrete actiepunten biodiversiteit

25%

 

 

Kennisplatform: beschikbaarheid beoogde kennis

50%

 

 

Kennis beschikbaar voor alle doelgroepen

30%

 

 

Verbindingen realiseren : participerende partijen in uitvoering samenhangend beheer 

15

 

 

Bewustwording en educatie: percentage geïnteresseerde burgers

25%

 

 

Natuurinclusief: Percentage plannen , visies en projecten van Friese overheden met natuurinclusieve paragraaf

25%

 

Natuur: Weidevogels

Aantal gruttobroedparen

10.000

 

NNN

Hectares verworven (de doelwaarde in 2022 op basis van lineaire programmering, geen realistische planning)

250

 

 

Hectares ingericht

190

 

 

Hectares verkocht

150

 

 

Hectares in beheer binnen NNN

64.473

 

 

Hectares in beheer buiten NNN

4.064

 

Natura 2000 1e beheerplanperiode

Percentage totaal afgeronde maatregelen, 1e getal is het totaal aantal maatregelen dat binnen de looptijd van het N2000 beheerplan gerealiseerd moet worden (6 jaar = 1e beheerplanperiode).

258 maatregelen (70%)

 

 

Waarvan het percentage afgeronde stikstofgevoelige maatregelen, 1e getal is het totaal aantal maatregelen, dat binnen de looptijd van het N2000 beheerplan gerealiseerd moet worden (6 jaar = 1e beheerplanperiode).

77 maatregelen (80%)

 

Natura 2000 1e beheerplanperiode

Vast te stellen beheerplan

1 beheerplan

N.v.t.

 

Vast te stellen evaluatiedocumenten

14 documenten

 

Natura 2000 2e beheerplanperiode

Voor te bereiden beheerplannen

13 beheerplannen

 

 

Vast te stellen beheerplan

1 beheerplan

 

Ganzen

Gewasschade in kg droge stof

5-10% lager dan het gemiddelde van de voorgaande 2 jaren

 

Wat willen we bereiken?

Doelstellingen beleidsveld 3.1 Natuur

Wij blijven de mooiste provincie van Nederland met een fraai en vitaal platteland en dynamische natuurgebieden. Hierbij speelt onder andere het herstel van de biodiversiteit. 

Natuurpact
In 2013 hebben Rijk en Provincies afspraken gemaakt over de realisatie van de ontwikkeling en het beheer van de natuur in Nederland. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Natuurpact, in het kader van decentralisatie van deze taken naar de provincies. Binnen deze afspraken werken we aan de realisatie van het Natuur Netwerk Nederland, met daarbinnen de N2000 gebieden. Waar de natuur is gerealiseerd, zorgen we voor beheerafspraken vanuit het Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer. De afspraken worden jaarlijks gemonitord in de Voortgangsrapportage natuur. We houden ons aan de afspraken zoals we die in het kader van het Natuurpact gemaakt hebben. 

Programma natuur
De provincies en het Rijk hebben als onderdeel van de structurele aanpak stikstof afgesproken om een gezamenlijk Programma Natuur op te stellen, aanvullend op het Natuurpact. Belangrijke hoofdlijn van het Programma Natuur is om condities te realiseren voor een gunstige staat van instandhouding (Svl) van alle soorten en habitats onder de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). Hiermee wordt gestreefd, in samenhang met de andere maatregelen in de structurele aanpak stikstof, om aan de eisen te voldoen die de VHR stelt. Voor 2030 verwacht het Rijk met de te nemen maatregelen 70% doelrealisatie te behalen met specifiek aandacht voor stikstofgevoelige natuur. De inzet richt zich vooral op maatregelen in en rond beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland). 

De provincie heeft voor de periode 2021-2023 een Uitvoeringsprogramma Natuur opgesteld. In dit Uitvoeringsprogramma Natuur is beschreven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige Staat van Instandhouding, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitattypen in de provincie Fryslân. 
In het Uitvoeringsprogramma is aangegeven welke maatregelen in de gebieden worden uitgevoerd. Dit zijn vooral maatregelen gekoppeld aan het herstel van stikstofgevoelige natuur in zowel Natura 2000-gebieden als in het overige NNN die binnen drie jaar uitgevoerd kunnen worden en aanvullend op het Natuurpact zijn. In deze fase vindt een voorbereiding plaats op de gebiedsgerichte aanpak stikstof en wordt de koppeling met brongerichte maatregelen stikstof voorbereid. Voor de fase 2024-2030 zal t.z.t. een volgend Uitvoeringsprogramma worden opgesteld.

Naast het Uitvoeringprogramma werken Rijk en provincies aan een agenda 'natuurinclusief’ waarin voor de langere termijn de ambities en kansen voor een natuurinclusieve samenleving in beeld worden gebracht, met versterkte aandacht voor de natuur in onze nabije omgeving, zowel binnen als buiten natuurgebieden. 

Natuurontwikkeling en (agrarisch) natuurbeheer
De provincie streeft naar een kwalitatief goed, effectief en vernieuwend (agrarisch) natuurbeheer. Wij voeren de regie op het natuurbeheer binnen en buiten het Natuurnetwerk (NNN). Op 10 juli 2019 hebben Provinciale Staten besloten om voor de natuurontwikkeling scenario 5b, Natuer mei de Mienskip (binnen bestaand budget) verder uit te werken door het uitvoeren van 3 pilots. In 2022 zal PS een definitieve scenariokeuze maken. De voortgang van de natuurontwikkeling wordt in de paragraaf ‘Grote projecten’ beschreven. Ook voeren we de herstelmaatregelen uit de N2000 beheerplannen uit. 

Soortenbeleid
Het afgelopen jaar is het beleid vernieuwd en vastgesteld door Provinciale Staten. Dit geldt voor de Nota Faunabeleid Fryslân en de Nota Weidevogelbeleid. Dit geeft heldere kaders voor de uitvoering van deze beleidsvelden. Tegelijkertijd vinden ontwikkelingen plaats die een goede aanvulling zijn op deze beleidsnotities, zoals het Aanvalsplan Grutto en de uitvoering van de LIFE IP subsidies. Het Aanvalsplan Grutto is een initiatief van Pieter Winsemius en Ferd Crone, It Fryske Gea, de Friese Milieu Federatie en Vogelbescherming Nederland. De Provincie is bij de uitwerking van dit initiatief betrokken. Met deze impuls kan een mooie stap worden gezet in behoud en versterking van de weidevogelpopulatie. Eveneens worden nieuwe LIFE IP aanvragen voorbereid om de inhoudelijke en financiële impuls verder te versterken voor het behalen van de doelstelling t.a.v. de weidevogels. 

Het ganzendossier krijgt in 2022 en 2023 grote aandacht, aangezien de evaluatie en de startnotitie in 2022 worden aangeboden aan PS, waarna het herziene (uitvoerings)beleid van de ganzenaanpak volgt. 
Soorten kent in brede zin een steeds grotere maatschappelijke aandacht. Zo is naar aanleiding hiervan de Provinciale Werkgroep Wolven opgericht, waarvan de provincie het secretariaat voert. Voor zover mogelijk spelen we zoveel mogelijk in op de actualiteiten over uiteenlopende soorten, de vogelgriep van vorige winter is hier een voorbeeld van. 

In oktober wordt het beleidsstuk over exotenbestrijding aan PS aangeboden. Het beleidsstuk wordt op basis van de door PS vastgestelde startnotitie uitgewerkt. De vraag is of er financiële middelen zijn om de door PS  gewenste keuze tot uitvoering te laten komen.

Nationale parken
De nationale parken vertellen het verhaal van de mooie en veelzijdige Nederlandse natuur. De vier nationale parken in Fryslân (en buurprovincies) zorgen ervoor dat deze karakteristieke landschappen behouden blijven en dat bezoekers van de Nederlandse natuuriconen kunnen blijven genieten. 
De provinsje Fryslân ondersteunt de Friese Nationale Parken Schiermonnikoog en de Alde Feanen middels een financiële bijdrage en het voeren van het secretariaat. Groningen en Drenthe voeren het secretariaat van Lauwersmeer en Drents Friese Wold. De provinsje Fryslân levert daarnaast een financiële bijdrage aan deze laatstgenoemde Nationale Parken.  

Nationale parken nieuwe stijl
Het ministerie wil dat nationale parken zich niet beperken tot de donkergroene natuur (vaak natura 2000) met een schil eromheen, maar wil naar robuustere gebieden met meerdere natuurkernen, een landschappelijke eenheid en koppelingen met de grote maatschappelijke opgaven. Hiervoor heeft ze een nieuwe standaard voor Nationale Parken ontwikkeld. Momenteel zijn alle Nationale Parken aan het onderzoeken in welke mate ze voldoen aan die nieuwe criteria en als dat niet het geval is op welke wijze zich door moeten ontwikkelen om in de toekomst daaraan te voldoen. Op basis van een regeling waar nationale parken op in konden schrijven om in aanmerking te komen voor procesgelden, hebben alle vier noordelijke nationale parken de aangevraagde middelen toegewezen gekregen. Als provincie leveren we cofinanciering aan deze processen, aan de hand van in-kind bijdrage en contante middelen.

Stand van zaken gewenste resultaten

Doelstellingen beleidsveld 3.1 Stikstof

Wij willen dat stikstofgevoelige natuurgebieden hersteld en robuust zijn en dat de uitstoot van stikstof duurzaam gereduceerd is. Onze vergunningverlening is vervolgens weer op gang gekomen en kent een duurzame (juridische) basis. Economische- en maatschappelijke ontwikkelingen zijn dan weer mogelijk. 

Wij werken vanuit twee hoofdthema’s: herstel van stikstofgevoelige natuurgebieden en reductie van uitstoot van stikstof. Uit de gebiedsanalyses 2021 komt naar voeren dat voor elf Natura 2000-gebieden de kritische depositiewaarde (KDW) wordt overschreden. Het gevolg hiervan is dat momenteel geen of weinig extra stikstofuitstoot is toegestaan en vergunningverlening voor economische- en maatschappelijke ontwikkelingen nauwelijks meer mogelijk is. In de komende jaren wordt met het uitvoeringsprogramma natuur sterk ingezet op herstel en reductie van de stikstofneerslag in de deze stikstofgevoelige gebieden. Met een gebiedsgerichte aanpak in de randzones van natuurgebieden wordt  gezocht naar verdere natuurverbetering en stikstofreductie. Het terugdringen van de stikstof uitstoot vraagt een nadrukkelijke inspanning van alle sectoren in Fryslan zoals industrie, mobiliteit en energie, maar zeker ook van de landbouw. In juli 2021 is een voortgangsrapportage aangeboden aan Provinciale Staten waarin is aangegeven wat de voortgang is ten aanzien van de aanpak en maatregelen om natuur te herstellen, de Wet natuurbeschermingsvergunningen op orde te brengen en stikstofuitstoot te reduceren. In mei 2022 is het Uitvoeringsprogramma Stikstof 2035 aangeboden aan Provinciale Staten waarin de aanpak en de maatregelen staan omschreven om ons goed voor te bereiden op de toekomst.

Op 20 juli heeft het ministerie LNV een brief gezonden waarin 250 miljoen euro voor alle provincies wordt uitgetrokken als bijdrage voor een oplossing voor de PAS-melders. 200 miljoen daarvan  wordt verdeelt naar rato van het aantal melders dat gelegaliseerd dient te worden per provincie. 50 miljoen wordt als buffer ter beschikking gesteld complexe situaties. In Friesland zijn er nu 212 aanmeldingen voor legalisatie. 

Stand van zaken gewenste resultaten

Doelstellingen beleidsveld 3.1 Landschap en ruimtelijke kwaliteit

Wij zorgen ervoor dat Fryslân mooi blijft. Hierbij werken wij samen met gemeenten, Wetterskip, experts, belangengroeperingen en boeren en burgers. We gebruiken daarbij nieuwe werkwijzen zoals De Nije Pleats en de Sinnetafels.  We werken vanuit de Omgevingsvisie De Romte diele  aan onze opgaven en houden de basis op orde. Onze opgave voor het landschap hebben we vastgelegd in een Startnotitie Omgevingsprogramma Landschap. 

In het landelijk gebied vergen voedselproductie, natuur, water, wonen, de productie van duurzame energie, het landschap aanpassen bij de klimaatverandering en recreatie steeds meer aandacht en ruimte ten behoeve van een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. De inzet van het ruimtelijk kwaliteitsteam richt zich dan ook mede op de ontwerpopgaven rondom deze opgaven in combinatie met kwaliteit voor de leefomgeving (brede welvaart). We benutten daarbij de principes uit de Omgevingsvisie en de provinciale belangen uit Grutsk op ‘e Romte. Onze rol verandert de komende tijd van een voorschrijvende en reactief adviserende overheid naar een overheid die samen met partners zoekt naar oplossingen en die proactief adviseert en meedenkt. We gebruiken daarbij de 9 principes uit de Omgevingsvisie De Romte diele.

Daarnaast verandert het landschap ook sluipenderwijs door vele kleine ingrepen. Wij streven naar herstel van landschapselementen die de provinciale kernkwaliteiten, zoals vastgelegd in de structuurvisie Grutsk op ‘e Romte, versterken en het draagvlak voor het Friese landschap vergroten. Om dit draagvlak voor ons landschap nog extra kracht bij te zetten willen wij in 2023 samen met de partners een Friese Landschapstriënnale organiseren.  

Stand van zaken gewenste resultaten

Toelichting natuur

Programma Herstel Biodiversiteit - Natuurinclusief:
 De genoemde indicator en de doelstelling in het jaarplan 2022 van het thema Natuurinclusief Werken komen niet overeen. Een percentage op plannen, visies en projecten met en natuurinclusieve paragraaf bij Friese overheden is daardoor niet eenduidig te geven. De doelstelling in 2022 van het thema Natuurinclusief Werken is om een netwerk op te bouwen en om bouwstenen te ontwikkelen voor een meer natuurinclusieve werkwijze bij de Friese overheden. In 2022 zijn 4 van deze netwerkbijeenkomsten geweest en is ingezet op een betere afstemming tussen overheden over hoe biodiversiteit kan worden versterkt.  De bijenkomsten worden goed bezocht.  

In te richten hectares
Het beeld is dat er in 2022 minder hectares worden opgeleverd. Een aantal projecten wordt later gestart omdat er meer tijd nodig is voor de voorbereiding; hierdoor vertraagt de uitvoering en de oplevering van hectares.

Natura 2000 1e beheerplanperiode 
Per abuis is opgenomen dat er nog 1 beheerplan vastgesteld moet worden. Dit is niet aan de orde, alle beheerplannen voor de 1e periode zijn vastgesteld. Wat betreft de evaluatiedocumenten is de capaciteit geschoven naar het opstellen van de natuurdoelanalyses voor het gebiedsplan stikstof. Hierdoor schuift het opstellen van de evaluatiedocumenten naar achteren. Hier is ook ruimte in tijd, aangezien op korte termijn de beheerplannen Groote Wielen en Friese Meren voor de 2e periode opgesteld moeten worden. Deze evaluatiedocumenten worden op tijd opgesteld.

Weidevogels:  Het aantal broedparen grutto 2022 wordt eind oktober door alle betrokken partijen in het Jaarbericht weidevogels bekend gemaakt. De prognose is dat het aantal broedparen iets onder de 8000 uitkomt. 

Waarom is de ganzenschade niet met 5 - 10% afgenomen: In de periode 2018 -2021 is de ganzenschade aan voorjaarsgras in kilogram droge stof min of meer gestabiliseerd. Er is geen duidelijke oorzaak aan te wijzen voor het feit dat de schade niet is gedaald. De aantallen ganzen en verjaaginspanningen zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren. Variabele invloeden als temperatuur, regenval, begrazing door muizen spelen in samenspel met elkaar ook een rol. Geen van deze factoren kan afzonderlijk aangewezen worden als oorzaak van de schadeontwikkeling. 

 

Prestatie-indicatoren stikstof

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Stikstof

 

 

 

Natuurherstel stikstofgevoelige N2000 gebieden

% te herstellen oppervlakte volgens uitvoeringsprogramma natuur

 50%

 

Gebiedsgerichte aanpak (GGA): Gebiedsplannen gereed

Aantal gebieden

 11

 

Stikstof depositie bank (SDB)

Stikstof depositie bank (SDB) operationeel

 100%

 

De opkoopregeling

Aantal bedrijven dat is aangekocht

2

 

Toelichting stikstof

Gebiedsgerichte aanpak
Op Ameland is een start gemaakt met gesprekken met de LTO op het eiland, agrarische natuurvereniging VANG en de gemeente Ameland.  Op andere plaatsen waar eerste stappen waren gezet tot een gebiedsproces waaronder het Drents Friese Wold zijn tot stilstand gekomen. De landbouwpartners hebben zich voorlopig uit het overleg teruggetrokken waardoor er nu geen voortgang kan plaatsvinden.

Aankoopregeling
Met betrekking tot de Maatregel Gerichte Aankoop 1 (MGA-1) verwachten wij met twee partijen tot overeenstemming te komen. 4 september 2022 was de deadline voor deze regeling, maar deze is onlangs verlengd tot 30 november 2022.   Na de MGA-1 is een MGA-2 regeling in de maak. Deze is gericht op piekbelasters. Alleen de 2% hoogste piekbelasters per N2000 gebied kunnen voor deze regeling in aanmerking komen.  De totstandkoming van deze regeling laat op zich wachten, vooral omdat deze nog niet staatssteunproof is. Dit is een belangrijke reden dat MGA-1 is verlengd.   Een veehouder die met MGA-2 een locatie heeft beëindigd mag in beginsel op een andere locatie weer vee gaan houden, maar enkel voor het houden van dieren met productierecht.  Als provincie Fryslân hameren we in IPO verband op flexibiliteit en regionaal maatwerk. Naast de MGA-2 zal er naar verwachting ook een  landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties worden opengesteld. 

Prestatie-indicatoren landschap en ruimtelijke kwaliteit

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Landschap en ruimtelijke kwaliteit

Samenwerking t.b.v. ruimtelijke kwaliteit via Omgevingstafels

Aantal omgevingstafels

6

 

Advies ruimtelijke kwaliteit

Percentage provinciale projecten met ruimtelijke impact waarover het ruimtelijke kwaliteitsteam advisering heeft gedaan.

100%

 

 

Aantal grote gemeentelijke projecten waarover wordt geadviseerd

20

 

Landschapsherstel (POP)

Aantal landschapsherstelprojecten in het kader van POP

3

 

Beleidsveld 3.2 Landbouw

Wat willen we bereiken?

Doelstellingen beleidsveld 3.2

De agrarische sector is voor Fryslân van groot economisch belang zowel voor de werkgelegenheid en export als voor kennisontwikkeling en innovatie. Naast producent van voedsel is de landbouw ook gebruiker en tegelijk de belangrijkste beheerder van het landelijk gebied. De landbouw bepaalt in sterke mate het aanzicht van het landschap, draagt bij aan de biodiversiteit en aan een leefbaar en aantrekkelijk platteland. De agrarische sector is van groot belang voor brede welvaart in Fryslân en ontwikkelingen in de landbouw zijn mede bepalend voor de totale leefomgeving.

Overeenkomstig het bestuursakkoord is het onze ambitie dat de landbouw in 2025 duurzaam en natuurinclusief is. Dat is een landbouw die grondgebonden en circulair is, bijdraagt aan herstel van biodiversiteit, maatschappelijk draagvlak heeft en duurzaam economisch renderend.

We willen de landbouwsector helpen om van een viersterren landbouw een vijfsterren landbouw te maken, waarbij de vijfde ster een groene ster is. Daarbij staat kwalitatieve groei voorop en willen we het spanningsveld tussen landbouw en andere maatschappelijke wensen doorbreken. Daarbij is het van cruciaal belang dat boeren een levensvatbaar bedrijfsmodel kunnen vinden.

De ontwikkelingen van de agrarische sector worden vooral bepaald door Europa en het Rijk. Van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid van de EU (GLB-beleid vanaf 2021) wordt verwacht dat daarin duurzaamheid, natuurinclusief en vergroening een essentiële rol zullen spelen. De rol van de provincie is vooral om vernieuwingen te faciliteren en te ondersteunen. Daarnaast ligt een belangrijke rol bij de hele agrofoodketen van boeren tot consument.

Als provincie willen we de transitie van de landbouw begeleiden binnen de kaders van het klimaatakkoord, de problematiek van het terugdringen van emissies w.o. stikstof en de veenweideproblematiek. We willen voor Fryslân hierin een voorbeeldfunctie vervullen door in te zetten op aansluiting bij Europees- en Rijksbeleid, samen te werken in netwerken, gebiedsgericht werken en kennisontwikkeling/innovatie die vraag gestuurd is.

Dairy Valley / - Campus wordt via het economisch programma ondersteund als integrale inzet op agrofood (zie voor doelen en resultaten bij beleidsveld 4.3 Economische structuurversterking)

Stand van zaken gewenste resultaten

Prestatie-indicatoren

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Landbouwagenda

Uitvoering geven aan de door PS vastgestelde Landbouwagenda

In samenwerking met de stakeholders uitvoering geven aan een vastgesteld programma

 

Stikstof

Landbouw neemt namens de provincie de lead in de stikstofproblematiek

Met de sector breed betrekken, optimaal communiceren en komen tot een concrete aanpak

 

Regiodeal natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland

Halfjaarlijks (in juli en december) wordt een voortgangsrapportage opgesteld

Gereed

 

Kenniscentrum Verzilting

Het Kenniscentrum Verzilting komt in samenwerking met betrokken partijen tot stand

Gereed Q1

 

Jonge boeren regeling

Subsidie in relatie tot investeringsomvang (multiplier)

Tenminste 1

 

Toelichting

Het consortium heeft in overleg met de provincie iets meer tijd nodig voor de uitwerking van haar voorstel. In  oktober komt er dit voorstel naar het bestuur, waarna vervolgens de opdracht kan worden verleend tot het oprichten van een Kenniscentrum Verzilting. 

Beleidsveld 3.3 Veenweide

Wat willen we bereiken?

Doelstellingen beleidsveld 3.3

In het Friese veenweidegebied daalt de bodem. Oorzaak is de ontwatering van het veen, waardoor er zuurstof bij komt en het veen langzaam afbreekt (oxideert). Het grootste deel hiervan verdwijnt als CO2 in de lucht. Als er geen maatregelen worden genomen is het veen in Fryslân aan het eind van deze eeuw verdwenen. Tegelijkertijd heeft de bodemdaling veel negatieve effecten: woningen, wegen en riolering verzakken, natuurgebieden komen steeds hoger te liggen ten opzichte van omliggend agrarisch gebied en verdrogen, de kwaliteit van het landschap verandert, er moet steeds meer water weggepompt worden om gronden geschikt te houden voor landbouw, waardoor grondwaterstanden lager en lager worden.

Onze ambitie voor de lange termijn (2050) is een blijvend evenwicht, waarin veenafbraak, bodemdaling en CO2-uitstoot nagenoeg zijn gestopt. De kwaliteit van landschap en natuur zijn verbeterd. Ook de leefbaarheid en vitaliteit staan op een hoog peil; de landbouw heeft zich aangepast aan de veranderde omstandigheden en recreatie en toerisme hebben zich verder ontwikkeld. Om tot deze ambitie te komen richten we ons voor 2030 op de volgende veenweidedoelen: 
1.    De negatieve effecten van bodemdaling zijn verminderd (gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar): Enerzijds door de absolute bodemdaling te beperken, anderzijds door de negatieve effecten te beperken, mitigeren of te compenseren. Dit moet ertoe leiden dat schade aan woningen, wegen en infrastructuur wordt beperkt, de stijging van kosten van waterbeheer in het gebied ook in de toekomst beperkt blijft, de verdroging van natuurgebieden is afgenomen, en het landschap en de cultuurhistorie van het veenweidegebied herkenbaar blijven.
2.    De uitstoot van broeikasgassen uit de veenbodem is in 2030 met 0,4 megaton CO2 equivalenten per jaar afgenomen. 
3.    De landbouw heeft een duurzaam toekomstperspectief. 
4.    Het watersysteem is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. 

De invulling van de doelstellingen vindt plaats in gebiedsprocessen. Daarbij is maatwerk cruciaal. De structurele veranderingen die nodig zijn vragen een integrale benadering en brede samenwerking tussen partijen in en buiten het gebied. Dit doen we via een gebiedsgerichte aanpak. De Veenweideproblematiek is bij uitstek een integrale opgave. Hoe graag we ook willen; niet alle doelstellingen zijn al concreet in resultaten te vertalen. Wij zijn mede afhankelijk van de dynamiek in de samenleving en de middelen die het Rijk beschikbaar stelt. Op dit moment zijn de volgende middelen beschikbaar voor het programma binnen verschillende organisaties die onderdeel zijn van het programma:

Provincie Fryslân; bestuursakkoord 2019-2023     € 10.150.000 
Provincie Fryslân; krediet voorfinanciering grond Hegewarren     € 14.000.000 
Provincie Fryslân; Veenweideprogramma 2021-2030     € 12.500.000 
Wetterskip Fryslân; Veenweideprogramma 2021-2030     € 12.500.000 
Rijk; Klimaatenvelop      €   3.150.000 
Rijk; IBP-Vitaal Platteland     €   4.913.200 
Rijk; Impulsgelden Aldeboarn-De Deelen     €   7.000.000 
Rijk; Impulsgelden Hegewarren     € 15.000.000
Rijk; Regiodeal NIL 1e fase     €      400.000 
NB: bovenstaande bedragen zijn beschikbaar voor het programma maar staan niet allemaal op de provinciale begroting. 

Door maximaal in te zetten op dynamische programmering en financiering wordt deze bestuursperiode gestreefd naar een zo groot mogelijk resultaat bij bovenstaande doelstellingen. Dynamisch programmeren en financieren wil zeggen dat we een aanpak opstellen, maar deze niet voor lange tijd helemaal vastleggen. We brengen initiatieven en projecten op gang en zoeken daar werkende weg (aanvullende) financiering bij. Daarbij zoeken we naar een mix van publieke en private middelen.

In 2021 is het Veenweideprogramma 2021 – 2030 door Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van Wetterskip Fryslân vastgesteld. In het najaar van 2021 stellen de zeven veenweidegemeenten het Veenweideprogramma 2021-2030 vast. De uitvoering van het Veenweideprogramma 2020-2030 krijgt vorm in een netwerkorganisatie, waarin de provincie, het Wetterskip, gemeenten, ANWB (namens de recreatiepartijen), de landbouwpartijen, en de Friese Milieufederatie en natuurorganisaties participeren. 

Met het uitvoeren van de maatregelen zoals beschreven in het Veenweideprogramma 2021-2030 werken we als Provincie ook aan de toepassing van de ‘Sustainable Development Goals’ van de Verenigde Naties. Door de uitstoot van CO2 te verminderen werken we aan lokale, nationale en internationale klimaatdoelstellingen (SDG 13: ‘Climate action’). De Veenweideopgave benaderen we daarnaast niet alleen, maar in samenwerking met betrokken stakeholders (SDG 17: ‘Partnerships for the goals’). 

Stand van zaken gewenste resultaten

Prestatie-indicatoren

 

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Herijking Veenweideprogramma 2021-2030

Vaststelling door PS, AB Wetterskip en gemeenteraden Veenweidegemeenten

1

 

PL 1: Inrichten proeven en demonstraties waterbeheer en klimaatadaptatie

Aantal proeven en demo’s ingericht

3

 

PL 2: Opstarten proeftuin bodem

Aantal proeftuinen opgestart

1

 

PL 2: Inrichten bodemproeven en demo’s

Aantal proeven en demo’s ingericht

2

 

PL 3: flankerend beleid opgeleverd en beoordeeld door onafhankelijke deskundigencommissie

Vaststelling door GS, DB Wetterskip en B&W Veenweidegemeenten

1

 

 

PL 4: Uitvoeren pilot project voor inrichting van een overgangszone tussen natuur en landbouw

Aantal projecten in uitvoering

1

 

PL 4: Ecosysteem- en landschapsanalyses maken voor de gebiedsprocessen

Aantal uitgevoerde analyses

2

 

PL 4: In beeld brengen van de archeologische waarden/ resten van het veenweidegebied.

Aantal uitgevoerde onderzoeken

1

 

PL 5: Aldeboarn-De Deelen

Vaststellen gebiedsplan

1

 

PL 5: Hegewarren

Besluitvorming toekomstige inrichting

1

 

Toelichting

Herijking Veenweideprogramma 2021-2030: Vanwege de ontwikkelingen rondom het NPLG is de herijking van de CO2 reductiedoelstelling voor het veenweidegebied in overleg met het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF) uitgesteld tot medio 2023. De besluitvorming zal nu plaats vinden als onderdeel van de vaststelling van het gebiedsplan dat de provincie moet maken voor het NPLG. 

PL3: flankerend Beleid opgeleverd en beoordeeld door onafhankelijke deskundigencommissie: De uitwerking van het flankerend beleid vraagt op onderdelen meer tijd dan verwacht. Zo wordt een praktijksimulatie uitgevoerd binnen het gebiedsproces Aldeboarn - De Deelen, deze kan hierdoor niet eerder starten dan in dit najaar. Deze simulatie zal naar verwachting inzichten opleveren over hoe het flankerend beleid in de praktijk toegepast kan worden en leidt naar verwachting tot mogelijke aanpassingen en/of aanscherpingen waardoor het definitieve flankerend beleid waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2023 ter vaststelling voorgelegd kan worden aan de dagelijks besturen.

PL5: Aldeboarn- De Deelen: De ontwikkeling van een integraal ontwerp gebiedsplan vraagt meer tijd dan verwacht. Het gaat om een proces van onderop met verschillende stakeholders uit het gebied. Dit vraagt zorgvuldigheid en meer tijd dan op voorhand gedacht, maar is cruciaal om te komen tot een gedragen plan voor de toekomstige inrichting van het gebied. De vertraging heeft, zoals eerder ook per brief aangegeven, onder andere te maken met de koppeling met de ontwikkeling van het flankerend beleid. Maar ook de ontwikkelingen van het NPLG maken dat meer tijd nodig is om in beeld te brengen welke bijdrage vanuit het gebiedsproces geleverd kan worden aan het behalen van andere doelstellingen zoals bijvoorbeeld de stikstofopgave.

Beleidsveld 3.4 Water en milieu

Wat willen we bereiken?

Doelstellingen beleidsveld 3.4 Water

We willen ervoor zorgen dat Fryslân een provincie is en blijft met veilige, gezonde, toekomstbestendige en veerkrachtige watersystemen die duurzaam gebruikt worden. Daarbij gaat het om watersystemen waarin economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht zijn. De provincie richt zich met haar beleid op de toekomst, zodat wij in Fryslân op tijd klaar zijn voor de stijgende zeespiegel, klimaatverandering en bodemdaling. Daarnaast worden wateropgaven gerealiseerd via de verschillende gebiedsontwikkelingen in onze provincie.

Hieronder gaan we eerst in op het nieuwe Regionaal Waterprogramma, klimaatadaptatie en resultaat nummer 13 van het bestuursakkoord. Vervolgens gaan we nader in op de drie beleidslijnen: waterveiligheid, voldoende water en schoon water. 

Regionaal Waterprogramma
Op basis van de Omgevingswet en als uitwerking van de Omgevingsvisie is in 2022 het Regionaal Waterprogramma vastgesteld. De uitvoeringsperiode van dit waterprogramma is maximaal 6 jaar, dus van 2022 tot en met uiterlijk 2027. Het Regionaal Waterprogramma is de opvolger van het Vierde Waterhuishoudingsplan (2016 – 2021). Klimaatadaptatie is een belangrijk onderwerp in het Regionaal Waterprogramma.

Klimaatadaptatie 
Klimaatadaptatie heeft betrekking op de thema’s veilig, voldoende en schoon waaraan we ook al werkten in onze Waterhuishoudingsplannen. De tijdshorizon van klimaatadaptatie ligt wat verder weg (2050) en de relatie met andere programma’s zoals Energie en Vitaal en Leefbaar is van groot belang.
Vanaf 2016 werkten we al samen met Wetterskip Fryslân, Vitens en de gemeenten aan klimaatadaptatie. Deze werkwijze is bestendigd in het Fries Bestuursakkoord Water en Klimaat 3.0 (FBWK3). 

Resultaten bestuursakkoord
Ten aanzien van de Opgave Water is in het bestuursakkoord het volgende resultaat opgenomen:

Water
Resultaat 13: er zijn meetbare successen behaald op het gebied van klimaatadaptatie, door sterk verbeterde wateropvang en het concreet inrichten van retentiegebieden. 

Bij de uitwerking van deze bestuursopdracht is voorgesteld om hierbij de aanpak te hanteren van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw. Deze aanpak werkt volgens de trits: Vasthouden, Bergen, Afvoeren (VBA). Dat betekent dat in eerste instantie water zoveel mogelijk dient te worden vastgehouden (wateropvang) als dat niet meer lukt moet het water worden geborgen (waterretentie) en tenslotte wordt het water afgevoerd. 

Waterveiligheid
Ons doel is dat de inwoners van Fryslân en de Friese economie goed beschermd zijn tegen overstromingen en wateroverlast. We willen Fryslân zo inrichten dat het risico op  overstroming zo klein mogelijk is, en dat als dit zich toch voordoet, de gevolgen beperkt zijn. Hiervoor is het nodig dat de waterkeringen (bijvoorbeeld boezemkaden en sluizen) voldoen aan de veiligheidsnormen, en dat er gebieden zo ingericht zijn dat ze wateroverlast kunnen helpen voorkomen. 

Onze verantwoordelijkheid ligt (vooral) bij de regionale waterkeringen. Deze beschermen ons tegen het boezemwater uit meren, kleine rivieren en kanalen. Wij stellen de veiligheidsnormen vast. Wetterskip Fryslân versterkt en onderhoudt deze waterkeringen. In 2027 moeten alle regionale waterkeringen aan de veiligheidsnormen voldoen. Om dit te halen moest vanaf 2016 in totaal door Wetterskip Fryslân nog 400 km boezemkaden op hoogte worden gebracht. Door nieuwe inzichten wordt verwacht dat een deel van de eerdere opgave voor kadeherstel alsnog voldoet aan de normen. De resterende (bekende) opgave bedraagt naar verwachting daardoor ca. 125 kilometer voor de periode 2022- 2027. In 2021 zijn nieuwe hoogtegegevens beschikbaar gekomen, die door Wetterskip Fryslân gebruikt zullen gaan worden voor de veiligheidstoetsing van de boezemkaden. De resultaten van deze toetsing komen uiterlijk in 2022 ter beschikking en kunnen dan tot een bijstelling van de resterende opgave en daarmee de jaarlijkse doelstellingen tot 2027 leiden. Bij de versterking van de regionale waterkeringen worden waar mogelijk andere functies (natuur, recreatie, landschap) integraal meegenomen en wordt ‘werk met werk’ gemaakt. 

In 2018 is de instemmingsverklaring Agenda IJsselmeer 2050 officieel ondertekend. Daarmee is deze Agenda vooral een werkvorm geworden tussen de 60 partijen die zijn betrokken bij het IJsselmeer. De IJsselmeeragenda omvat ook het Deltaprogramma IJsselmeer en is daarmee ook een platform voor waterveiligheid en wateroverlast van de IJsselmeerregio.

Stand van zaken gewenste resultaten

Doelstellingen beleidsveld 3.4 Voldoende water

Ons doel is dat het grond- en oppervlaktewatersysteem zo is ingericht dat de verschillende functies en gebruikers van water zo optimaal mogelijk bediend worden, nu en in de toekomst. Hierbij spelen we in op de regionale verschillen: 

In het verziltingsgevoelige deel van het noordelijk Zeekleigebied willen we de verzilting tegengaan en het zoete water optimaal benutten. Hiervoor lopen verschillende praktijkproeven zoals “Boeren meten water” en “Zoet op Zout” en middels het initiatief Zoet Zout Knooppunt (o.a. samen met provincies Groningen en Noord-Holland). In het kader van het Deltaprogramma Zoetwater willen we middels het project FRESHEM nauwkeurig in beeld brengen hoe de huidige verdeling van zoet en zout grondwater in de ondergrond is. Dit willen we doen in samenwerking met andere provincies en waterschappen en waterleidingbedrijf Vitens. 

Op de hogere zandgronden stimuleren we verschillende partijen zoals boeren, Wetterskip Fryslân, gebiedscollectieven en natuurbeheerders om maatregelen te treffen om meer (grond)water vast te houden. Hiermee willen we in de toekomst de afhankelijkheid van inlaatwater vanuit het IJsselmeer verminderen.

Ook willen we ervoor zorgen dat ons grondgebied zo is ingericht dat wateroverlast wordt voorkomen. In lijn met het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) richten we ons daarbij eerst op het vasthouden van water, daarna op bergen en als laatste op afvoeren. Het realiseren van extra waterbergingscapaciteit wordt uitgevoerd door Wetterskip Fryslân of via gebiedsontwikkelingen van de provincie Fryslân.

We richten ons met de bestrijding van de verdroging vooral op de Natura 2000 gebieden met een grondwateropgave vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze moeten gereed zijn in 2027. Verdrogingsbestrijding kan op verschillende manieren worden uitgevoerd: bijvoorbeeld door: het minder diep maken of dempen van sloten, het aanleggen van zogenaamde “kwelschermen” of de manier van ontwatering aanpassen (bijvoorbeeld door een andere type drainage). 

Hoe willen we in de toekomst omgaan met de Friese Boezem zodanig dat het boezemsysteem voorbereidt is op de klimaatverandering? En wat betekent dat voor de verschillende belangen die zijn gekoppeld aan de Friese boezem, zoals scheepvaart en natuur? Om deze vragen te kunnen beantwoorden stellen Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân gezamenlijk een lange termijnverkenning op voor Friese Boezem. 

Naar aanleiding van de droogte in 2018 worden door Rijkswaterstaat, provincies en waterschappen rond het IJsselmeer de afspraken over de verdeling van IJsselmeerwater in tijden van droogte geactualiseerd. Hieruit volgt in 2022 ook een voorstel voor aanpassing van de verdringingsreeks, zoals deze in de huidige waterverordening is vastgelegd. 

Stand van zaken gewenste resultaten

Doelstellingen beleidsveld 3.4 Schoon water

Ons doel voor de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater is dat deze goed is en blijft.  Daarmee zorgen we voor gezonde aquatische en terrestrische ecosystemen en kan het grond- en oppervlaktewater veilig gebruikt worden voor de drinkwatervoorziening, recreatie en economische activiteiten, nu en in de toekomst. Vervuiling -een slechte toestand en verslechtering van de toestand- wordt voorkomen. Afwenteling op andere watersystemen of is onwenselijk.  

Schoon oppervlaktewater
Voor de bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater maken we onderscheid in KRW- en niet-KRW wateren (KRW staat voor: Kaderrichtlijn Water).
Voor de KaderRichtlijn Water (KRW)-wateren stellen wij doelen vast voor de biologische kwaliteit (vissen, waterplanten, algen en macrofauna) en normen voor parameters zoals nutriënten (stikstof en fosfaat) en doorzicht. Normen voor chemische stoffen worden vastgesteld door de EU en/of het Rijk. De doelen, normen en ligging van de KRW-wateren zijn vastgelegd in de KRW-nota en bijbehorende factsheets (december 2021).
De overige, niet-KRW wateren, zijn de kleinere oppervlaktewateren. Voor deze wateren gaan we komende jaren ,samen met Wetterskip Fryslân, de gemeenten, terreinbeheerders en landbouworganisaties uitwerken hoe we bescherming in gaan vullen.
Voor verontreinigingen houden wij de Europese en landelijke normen aan.
Wij willen dat oppervlaktewateren natuurvriendelijk ingericht en beheerd worden waar dat mogelijk is. Hiervoor willen we het principe hanteren: ja, mits verenigbaar met andere functies.
We willen dat er meer schone en veilige zwemwaterlocaties gerealiseerd worden.

Schoon grondwater
Wij beschouwen het grondwater van een goede kwaliteit als het voldoet aan de eisen die voortvloeien uit de Europese richtlijnen, zoals de Kader Richtlijn Water (KRW) met daar onder de Richtlijn Prioritaire Stoffen en de Grondwaterrichtlijn. De KRW-beoordeling vindt plaats in grote lijnen, op de schaal van grondwaterlichamen. Binnen de provincie beoordelen we de grondwaterkwaliteit aanvullend op detailniveau, om achteruitgang van de grondwaterkwaliteit op lokaal niveau ook te kunnen signaleren en agenderen. De vergrijzing van grondwater vraagt hierom, passend beleid dient gemaakt te worden. Voor schoon grondwater monitoren we de kwaliteit (we willen géén achteruitgang van de grondwaterkwaliteit) en daarnaast de projectmatige acties waarmee we deze achteruitgang in kwaliteit proberen te voorkomen. Opstellen van beleid is nodig voor de aanpak van lokaal gemeten grondwaterverontreinigingen.
Rondom drinkwaterbronnen is de kwaliteit zodanig, dat er met minimale inspanning drinkwater van kan worden gemaakt. Daaraan voldoen we als we in de grondwaterbeschermingsgebieden voor drinkwater gerelateerde verontreinigingen geen stijgende trends waarnemen en ook geen overschrijdingen van signaleringswaarden. 
Verzilting van het grondwater is een actueel probleem, deels veroorzaakt door natuurlijke processen, deels door humane invloed. We willen de verzilting, binnen onze mogelijkheden, vertragen zodat de gebruiksmogelijkheden van het grondwater zo lang mogelijk behouden blijven. Belangrijk onderdeel voor 2022 is de verbetering van het monitoringsnetwerk verzilting. 

Wij willen geen risico’s lopen op verontreiniging van het grondwater als gevolg van fracking ten behoeve van schaliegaswinning of onderzoek. Wij willen ook geen risico lopen op verontreiniging van het grondwater door boringen voor duurzame energie, zoals geothermie en ondergrondse warmte- en koudeopslag. 

Het is belangrijk om goed inzicht te hebben en te houden in de kwaliteit van het grondwater . en ook dat dat inzicht gebruikt wordt voor beslissingen over de ruimtelijke ordening en het gebruik van de ondergrond. Hiervoor monitoren wij de kwaliteit in peilbuismeetnetten.

Voor de derde fase (2022 – 2027) is de “Nota KRW yn Fryslân” opgesteld. Deze notitie is eind 2021 definitief aan u voorgelegd. 

Stand van zaken gewenste resultaten

Doelstellingen beleidsveld 3.4 VTH - milieu en natuur

Hoofddoelstelling van ons milieubeleid is “een verantwoord gebruik van het fysieke leefmilieu, zodat dit gebruik oneindig kan voortduren”. Om dat te bereiken is het nodig om belangrijke stappen te zetten die leiden naar een Fries leefmilieu waarin in 2030 alle schadelijke onttrekkingen en toevoegingen zijn uitgebannen.
In juli 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet naar verwachting in werking. Op basis van deze wet moeten provincies verplicht een Omgevingsvisie vaststellen (zie ook beleidsveld 3.6 Transitie omgevingswet/visie). Al het strategisch beleid uit de plannen voor de fysieke leefomgeving wordt in deze nieuwe Omgevingsvisie opgenomen. Dat geldt dus ook voor het strategisch deel van het milieubeleid. 

Milieubeheer
Dit spoor bevat de wettelijke omgevingstaken. Met de uitwerking van dit spoor willen we bereiken dat het fysieke leefmilieu in Fryslân voldoet aan alle geldende wettelijke normen. Sommige wettelijke normen zijn uitgewerkt in bestuurlijke afspraken. Deze afspraken komen we na. De nadruk in dit spoor ligt op vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er moet worden voorkomen dat nieuwe knelpunten ontstaan. De uitvoering van de wettelijke taken ligt primair bij de FUMO. De Wabo en Brzo 2015 taken bij de majeure risico bedrijven worden uitgevoerd door de Brzo Omgevingsdienst Groningen in Noord-Nederland.
In 2019 is het programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) beëindigd. Overheden gaan op basis van een gezamenlijke meerjarenagenda 2021-2024 (met 7 clusters) wel door met versterking van omgevingsveiligheid. Vanaf 2021 verloopt de financiering rechtstreeks via het gemeentefonds/provinciefonds.
Op basis van het integrale beleidsplan bodem willen wij onze bodem zo schoon mogelijk houden en geen vreemde stoffen in de Friese bodem.

Wij benaderen het beleidsveld bodem vanuit een breed en integraal programma en perspectief, waarin wij bodemsaneringen, duurzaam bodembeheer maar voornamelijk ook de verbreding van het bodembeleid naar alle relevante opgaven centraal stellen. 

Voor de nazorg van stortplaatsen is de provincie middels de Wet milieubeheer (en ook in de aanstaande Omgevingswet) eindverantwoordelijk. Om deze nazorg te kunnen bekostigen wordt door Provinciale Staten een nazorgheffing aan de stortplaatsexploitanten opgelegd. Deze heffing wordt door Gedeputeerde Staten geïnd en gestort in het Fonds Nazorg Stortplaatsen Fryslân. Hiermee wordt gegarandeerd dat tot in lengte van jaren de opgelegde nazorgheffingen aan een verantwoorde uitvoering van de nazorg van de stortplaatsen kan worden besteed. 
Voor het Fonds wordt jaarlijks een aparte begroting en jaarrekening opgesteld, die gelijk met deze begroting en jaarrekening aan PS wordt voorgelegd. 
Op 1 januari 2022 vallen zeven stortplaatsen onder deze nazorgregeling, waarvan drie “droge” stortplaatsen en vier baggerspeciestortplaatsen. Naast deze zeven stortplaatsen zijn er drie stortplaatsen die onder een vergelijkbaar regime vallen waarvoor provincie ook de nazorg coördineert. Met deze opgave willen we, in samenwerking met alle betrokkenen en stakeholders een zorgvuldige nazorg organiseren en de stortplaatsen daarmee toekomstbestendig conserveren en beheren.  

Wij adviseren aan het Rijk inzake de Mijnbouwwet. Het Rijk is de vergunningverlenende instantie. In onze adviezen aan het Rijk maken wij steeds kenbaar tegen nieuwe gaswinning te zijn en hanteren wij het Fries manifest over gas- en zoutwinning.
Het ministerie hanteert bij de vergunningverlening voor de zoutwinning onder het Wad het ‘hand aan de kraan’-principe. We dragen bij aan het aanvullend meetnet voor de stad Harlingen. Met de gemeente Noardeast-Fryslân en het Wetterskip werken we aan een gebiedsproces in Ternaard, mocht de minister besluiten om tot gaswinning over te gaan.
Als het zich voordoet, zullen wij geen medewerking verlenen aan (proef-)boringen naar schaliegassen en aan de opslag van kernafval en CO2 in de ondergrond.

Voor de transitie van het bodembeleid is op 23 maart een startnotitie vastgesteld.  In de startnotitie is het proces en stappenplan opgenomen om te komen tot een beleidskader.  Onderdeel hiervan is de studie naar verkenning van de bodemvitaliteit in Fryslân.  Deze studie heeft aangetoond dat de huidige bodemdata diffuus en geaggregeerd of nog niet toegankelijk van aard is. Om dit voldoende te ontsluiten en aan te vullen voor het doel om de bodemvitaliteit te kunnen aantonen en te monitoren, moet hiervoor een provincie brede scan plaatsvinden. Deze scan is gericht op bodemtype, bodemgebruik en kwetsbare gebieden (trends) in Fryslân. De scan is onderdeel van het vervolg van de bodemstudie en ligt aan de basis van het kunnen vaststellen van meetbare doelen en sturingsmechanismen zoals opgenomen in de startnotitie.  Het proces om te komen tot een geactualiseerd beleidskader vraagt daarom meer tijd. Tevens dragen kennisontwikkelingsprojecten (Living Labs) bij aan het maken van concrete doelen voor het beleidskader.  Het proces tot nieuwe projecten voor duurzaam bodembeheer loopt op dit moment gezamenlijk met kennisinstellingen.  Het uitvoeren en bijdragen aan Livings labs is tevens de insteek van de Europese bodemstrategie en heeft een meerjarig karakter.   Daarnaast spelen er belangrijke ontwikkelingen op het gebied van ruimtelijke ordening/ontwikkeling waarbij water en bodem sturende principes gaan worden.  Ook zijn de landelijke bodemafspraken 2023-2030 als gevolg van uitstel van de Omgevingswet nog niet tot stand gekomen.  

Stand van zaken gewenste resultaten

Prestatie-indicatoren water

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Water

 

 

 

Regionale keringen

Voortgang herstelopgave door Wetterskip Fryslân.

25 km  

Toelichting schoon water

dit is onderdeel water veiligheid

Prestatie-indicatoren voldoende water

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Voldoende water

 

 

 

Vasthouden zoet (grond)water

Aantal uitgevoerde projecten

5

 

Wateroverlast

Aantal hectares dat Wetterskip jaarlijks inricht om wateroverlast te voorkomen

150 ha

 

Verdrogingsbestrijding

Aantal hectares waarvoor maatregelen zijn uitgevoerd

250 ha

 

Toelichting voldoende water

Zie de bovenstaande toelichting. 
In polder Hoekstra  (gebied de Lende)  worden in 2022 maatregelen uitgevoerd gerelateerd aan verdrogingsbestrijding. De maatregelen in gebied Rome (Koningsdiep) zijn uitgesteld naar volgende jaar. Wel is bij de zandwinplas Nijbeets een stuw geplaatst, waarmee de waterstand vooruitlopend op verdere inrichting al 20 cm hoger wordt gehouden, om zo het wegzakken uit aangrenzende natuurgebieden te verminderen. Wetterskip Fryslân realiseert bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers circa 50 hectare extra oppervlak, dat bijdraagt aan de bergingscapaciteit van de Friese Boezem en daarmee het tegengaan van de kans op wateroverlast.  ?    We vragen Wetterskip Fryslân om samen met ons en de natuurbeheerders in 2023 afspraken te maken over de manier van inzet van natuurgebieden voor waterberging en om maatregelen te programmeren die nodig zijn om in 2035 aanvullend 2200 hectare waterbergingsgebied ter beschikking te hebben.

Bij de inwerkingtreding van het Regionaal Waterprogramma zijn afspraken met Wetterskip Fryslan gemaakt over waterconserveringsprojecten. Wetterskip Fryslan (met financiering vanuit Provincie en Deltaprogramma Zoetwater) zet hiervoor het programma waterconservering Hogere Zandgronden op.  Ook worden in het kader van de regiodeel ZO-Fryslan maatregelen genomen Vanuit het programma waterconservering zandgronden zijn in 2022 3 projecten in voorbereiding, maar worden in dit jaar geen projecten afgerond. Wetterskip Fryslan heeft daarnaast in 2022 een nieuw programma gestart in het kader van de regiodeal ZO Fryslan om  landeigenaren/ grondgebruikers te helpen om met eenvoudige maatregelen meer water vast te houden.  Verwachting is dat beide programma's (in  2022/ 2023) tot waterconserveringsmaatregelen op ca. 900 hectare leiden. 

Prestatie-indicatoren schoon water

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Schoon water

 

 

 

KRW-maatregelen in watersystemen

Voorbereiding uitvoering prioritair KRW-maatregelenpakket gereed

1

 

Bescherming niet-KRW water

Aantal gemeenten waarvoor doelen overig water zijn vastgesteld volgens uitgangspunten provincie (geen slechte kwaliteit, geen achteruitgang, etc.)

4

 

 

Overige acties zijn uitgevoerd:

  • Analyses NNN-water zijn opgestart
  • Promotiemateriaal natuurvriendelijk inrichten en onderhouden is ontwikkeld
  • Bkl-normen door laten werken in de omgevingsverordening

3

 

Zwemwatervisie

Aantal zwemwaterlocaties dat in de klasse uitstekend, goed of aanvaardbaar valt

51

 

Grondwater – KRW

Aantal projectmatige acties uitgevoerd

2

 

Grondwater – uitvoering gebiedsdossiers drinkwater

Aantal projectmatige acties uitgevoerd

5

 

Grondwater Monitoring kwaliteit

Rapportage meetresultaten: aantal peilbuizen waar géén achteruitgang in kwaliteit wordt gemeten

100%

 

Handelingskader/beleid achteruitgang lokale meetpunten

Beleid maken, afspraken met gemeenten over aanpak

1

 

Toelichting schoon water

Bescherming niet KRW- water

Doelen overig water voor bebouwd gebied , landelijk gebied en natuurwateren: zoals hierboven benoemd worden deze acties opgestart in 2023 vanwege onvoldoende beschikbare capaciteit.

Het beleid voor het vaststellen van BKL- normen als richtwaarde voor overig water is in regionaal waterprogramma (vastgesteld in 2022) verankerd. Dit beleid moet worden vertaald naar de omgevingsverordening. Vanwege uitstel van de Omgevingswet, voorzien we hierin enige vertraging.  

Zwemwatervisie
Voor zwemwater verwachten we dat we dit jaar nog niet voor alle 53 locaties de kwaliteit op orde hebben. Bij de beoordeling van de zwemwaterkwaliteit tot en met zwemseizoen  2021 scoorden vier van de 53 locaties niet in de klassen aanvaardbaar of hoger. Voor deze locaties zijn we met de betrokkenen – de locatiehouders, gemeenten en de waterbeheerders – bezig met het uitvoeren van maatregelen. Maatregelen zoals intensiever beheer en onderhoud en inzet van zwemwaterdashboard  heeft geleid,  bij de twee van total vier locaties,  tot een verbetering van de waterkwaliteit.  Verwachting is dat voor komende zwemseizoen (2023) de inzet van afgesproken maatregelen tot verbetering van de zwemwaterkwaliteit op deze vier locaties leidt.   

 

Grondwater Monitoring kwaliteit
De meetresultaten zijn nog niet definitief gerapporteerd, maar duidelijk is dat op verschillende locaties  milieu-vreemde stoffen worden aangetroffen in het grondwater. 

Handelingskader/beleid achteruitgang lokale meetpunten
Dit onderwerp zal waarschijnlijk niet binnen 2022 kunnen worden afgerond. De opgave Water heeft een aantal openstaande vacatures welke we nog niet hebben kunnen invullen. Dit komt door de krappe arbeidsmarkt, bovendien is er specialistische kennis nodig.  Dit maakt dat er een (her)prioritering in het werk is aangebracht. Deze actie wordt alsnog opgepakt wanneer we de openstaande vacatures in hebben kunnen vullen.  aangezien de vacature voor een nieuwe collega waterkwaliteit niet ingevuld is. Water en bodem zijn echter in 2022 samengevoegd in één opgave en de bundeling van deze kennis kan voor een versnelling zorgen.

Prestatie-indicatoren VTH - milieu en natuur

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Slim milieubeheer

 

 

 

VTH Uitvoeringsprogramma

Voortgang taakafspraken aantal controles toezicht & handhaving door FUMO/ODG[1]

Controle conform jaarplanning

 

 

Tijdigheid afgeven vergunningen, ontheffingen, beoordelen meldingen enz. 1

90%

 

 

BIG-8 samenhang verbeteren

Indicatoren vastgesteld

 

 

VTH jaarverslag (2021) is tijdig vastgesteld door GS voor 1 juni (2022)

100 %

 

Wet natuurbescherming

Percentage tijdig verleende vergunningen en ontheffingen (exclusief stikstofaanvragen[2])

95%

 

Wet milieubeheer, externe veiligheid

Beheren Risicokaart

Eén actuele Risicokaart

 

Transitie Bodembeleid

Startnotitie bodembeleid (voorjaar 2022) en de nieuwe bodemafspraken tussen Rijk, IPO en VNG.

Vastgestelde startnotitie

 

Nazorg stortplaatsen

Goedgekeurde/geactualiseerde nazorgplannen en/of sluitingsverklaringen

Vastgestelde nazorgplannen voor 6 stortplaatsen

 

Aanvullend meetnet voor de zoutwinning onder de Waddenzee

Uitvoeren monitoring 2019-2049

Geen bodemdaling door zoutwinning. Hiervoor wordt monitoring toegepast.

 

 

 

Toelichting VTH - milieu en natuur

VTH Uitvoeringsprogramma-BIG-8 samenhang verbeteren:  zie de toelichting onder de ‘gewenste resultaten’.

Wet natuurbescherming: zie de toelichting onder de ‘gewenste resultaten’.

Beleidsveld 3.5 Energietransitie

Wat willen we bereiken?

Doelstellingen beleidsveld 3.5

Wij conformeren ons aan de nationale vertaling van het klimaatakkoord van Parijs, waaronder de vermindering van CO2-uitstoot met 49% in 2030. De vermindering van CO2-uitstoot moet haalbaar en betaalbaar zijn en op voldoende maatschappelijk draagvlak rusten. We stellen na de zomer een klimaatnotitie op van de stand van zaken van de uitvoering van het Klimaatakkoord.

De provinciale ambitie voor 2030 is:
•    33% van de Friese energie wordt duurzaam opgewekt.
•    25% energie wordt bespaard ten opzichte van 2010.

De uitvoering van de plannen in het klimaatakkoord moet onder andere plaatsvinden via Regionale Energiestrategieën (RES).  De rollen van de provincie in de energietransitie zijn reguleren, regisseren, stimuleren, faciliteren en loslaten. Daarnaast geven we zelf ook het goede voorbeeld door de provinciale organisatie te verduurzamen.

In het tweede kwartaal 2022 is het nieuwe Energieprogramma 2022-2025 vastgesteld  met daarin een nadere uitwerking van het bestuursakkoord/begroting. De RES 1.0 is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het nieuwe Energieprogramma vormt ook de basis voor de opdracht aan het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE). Deze opdracht wordt tegelijkertijd met het nieuwe Energieprogramma vastgesteld. Ook vormt het Energieprogramma een belangrijk kader voor de besteding van de inkomsten van Windpark Fryslân, i.c. het verduurzamen van dorpen en wijken.

Stand van zaken gewenste resultaten

Prestatie-indicatoren

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Energie opwekken

Windmolenmakelaar

Gereed

 

 

Gezondheidsmonitor Nij Hiddum-Houw

In uitvoering

 

Energie besparen

Aantal aanvragen Friese Energiepremie

1000 p/j

 

 

Aantal aanvragen rentekortingsregeling

1000 p/j

 

Aanvalsplan Energiebesparing

Aantal energiecoaches

100

 

 

Aantal deelnemers Klimop

50

 

Warmte transitie

Aantal wetterwaarmte projecten

5

 

Overig 

Roadmap warmtetransitie

Gereed

 

 

Waterstofagenda

Gereed

 

Lokale initiatieven

Aanvragen Ontwikkelfonds

10

 

 

Aantal proeftuinen

2

 

Energienetwerk

Systeemstudie

Gereed

 

 

Uitvoeringsanalyse Netimpact

Gereed

 

Toelichting

Het aantal aanvragen voor de rentekortingsregeling ligt achter op de prognose. In maart is de regeling aangepast waardoor het voor de doelgroep (smalle beurs) eenvoudiger wordt om een lening af te sluiten. We zien sinds de aanpassing en door de snel stijgende energieprijzen wel een stijging van het aantal aanvragen.  We verwachten echter niet dat we het aantal van 1.000 aanvragen dit jaar nog zullen halen. 
De roadmap warmtetransitie wordt opgepakt binnen de RES. De roadmap is in 2023 klaar.

Een rapport met een update van de doelen uit de landelijke Klimaatnotitie ontvangt u in het najaar. 
 

 

Beleidsveld 3.6 Transitie omgevingswet/ - visie

Wat willen we bereiken?

Doelstellingen beleidsveld 3.6

De kamer heeft een principe besluit genomen dat de Omgevingswet per 1-1-2023 in werking zal treden. 

 

Stand van zaken gewenste resultaten

Prestatie-indicatoren

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Prognose 2022

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening is vastgesteld bij inwerkingtreding van de omgevingswet.

1 januari 2023

 

Omgevingsvergunning

Voldoen aan de uitgangspunten Omgevingswet

Behandeling vergunningaanvragen binnen 26 weken, tenzij wettelijk een andere termijn is vastgelegd.

 

Toelichting

Omgevingsvergunning: zoals reeds bij resultaat 3 is beschreven geldt voor bijna alle vergunningverlening bij de provincie de uitgebreide procedure waardoor de beslistermijn 26 weken bedraagt. 

 

Inzet beschikbare middelen programma 3 Omgeving

Inzet beschikbare middelen

Exploitatie- Bedragen x € 1.000 Begroting incl. vastgestelde wijzigingen Voorstel Begrotingswijziging Realisatie per 1-9 Vastgelegde verplichtingen per 1-9 Saldo
Lasten
Structureel 84.626 -1.598 39.542 30.348 13.138
Niet structureel 99.028 -23.204 18.232 12.754 44.838
Totaal Lasten 183.653 -24.802 57.774 43.101 57.976
Baten
Structureel 2.730 0 1.013 0 1.717
Niet structureel 56.862 -1.631 7.239 0 47.992
Totaal Baten 59.592 -1.631 8.252 0 49.708
Lasten-Baten 124.062 -23.171 49.522 43.101 8.267

Uitgebreide financiële tabel

Exploitatie Bedragen x € 1.000 Begroting inclusief vastgestelde wijzigingen Voorstel Begrotingswijziging Realisatie per 1-9 Vastgestelde verplichting per 1-9 Saldo
Lasten
Structurele budgetten 22.394 -73 11.882 7.617 2.822
Reserves 60.922 -1.525 26.707 22.173 10.516
Voorzieningen 746 0 726 0 20
Overlopende Passiva 564 0 228 557 -220
Structureel 84.626 -1.598 39.542 30.348 13.138
Tijdelijke budgetten 19.820 -6.391 8.647 4.860 -79
Reserves 30.828 -16.813 4.897 3.777 5.341
Overlopende Passiva 48.380 0 4.687 4.117 39.576
Niet structureel 99.028 -23.204 18.232 12.754 44.838
Totaal Lasten 183.653 -24.802 57.774 43.101 57.976
Baten
Structurele budgetten 415 0 579 0 -164
Reserves 1.025 0 0 0 1.025
Voorzieningen 726 0 726 0 0
Overlopende Passiva 564 0 -292 0 856
Structureel 2.730 0 1.013 0 1.717
Tijdelijke budgetten 472 -226 28 0 218
Reserves 8.010 -1.405 6.290 0 315
Overlopende Passiva 48.380 0 922 0 47.458
Niet structureel 56.862 -1.631 7.239 0 47.992
Totaal Baten 59.592 -1.631 8.252 0 49.708
Lasten-Baten 124.062 -23.171 49.522 43.101 8.267

Voorstel begrotingswijziging