Programma 3: Omgeving

Portefeuillehouder: Douwe Hoogland, Klaas Fokkinga, Sietske Poepjes, Avine Fokkens

Begroting

Ambities

Brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat is de hoofdambitie voor de Friese leefomgeving. Deze ambitie staat in onze ontwerp Omgevingsvisie. Met de Friese leefomgeving wordt bedoeld de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven.

De Friese leefomgeving is dienstbaar aan allerlei vormen van gebruik èn ze heeft zelfstandige kwaliteiten. Wij willen deze wederkerigheid versterken, waarbij de balans tussen beschermen (gezond, veilig, behoud van omgevingskwaliteit) en benutten (gebruik en ontwikkeling van de omgeving om aan maatschappelijke behoeften te voldoen) centraal staat.

Wederkerigheid tussen gebruik en omgevingskwaliteit ontstaat niet vanzelf. Veel veranderingen vragen om ruimte, bovengronds èn ondergronds; bijvoorbeeld voor duurzame landbouw, het vergroten en herstellen van biodiversiteit, waterberging, toerisme en energievoorziening. Er is te weinig ruimte om deze ruimteclaims afzonderlijk en naast elkaar in te vullen. Vandaar dat gezocht wordt naar combinaties om deze opgaven gezamenlijk in te vullen. Ook zullen we er ons bewust van moeten zijn dat niet alles kan.

Om de ambities te kunnen realiseren moet de basis op orde zijn: de Friese leefomgeving heeft veel kwaliteiten die we willen behouden, versterken of herstellen: niet door veranderingen tegen te houden, maar door gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. Om deze kwaliteiten op orde te hebben en te houden (goed onderhoud en beheer) voeren we onze wettelijke taken uit en nemen we de verantwoordelijkheden die we als provincie hebben. Ook zorgen we voor de implementatie van het verbrede bodembeleid. Waar verbeteringen nodig zijn geven we sturing en uitwerking aan verbeterplannen. In de Omgevingsvisie hebben we zeven doelstellingen voor de bestaande kwaliteit geformuleerd.

De Omgevingsvisie geeft een perspectief voor de ontwikkeling van de Friese leefomgeving voor de lange termijn (2030 – 2040) en daarmee geven we richting aan alle activiteiten van de provincie op het gebied van de fysieke leefomgeving. Waar werken we naar toe, welke toekomst zien we voor ons. Vooruitkijken is moeilijk. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor hoe Fryslân erbij ligt over twintig of dertig jaar. Toch moeten we keuzes maken en daarop sturen. We sturen op doelen en zo min mogelijk op regels. Daarvoor hebben we principes benoemd van waaruit we willen werken; inhoudelijke principes en principes voor de manier van samenwerken. Die principes geven richting aan het maken van keuzes voor de uitvoering van plannen en programma ‘s. Ze zijn voldoende flexibel voor maatwerk per geval, maar niet vrijblijvend.

Er zijn 4 urgente opgaven benoemd die we actief, met behulp van de principes, willen oppakken. Deze opgaven zijn naar voren gekomen in de dialoog met de samenleving. Deze opgaven zijn groot, onderling verbonden, raken de hele provincie en vragen om een integrale en gezamenlijke aanpak. Alleen met elkaar kunnen we oplossingen vinden: maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven overheid en samenleving. De provinciale inbreng moet hierbij meerwaarde en synergie opleveren voor de opgaven:

  • Leefbaar, vitaal en bereikbaar
  • Energietransitie
  • Klimaatadaptatie
  • Versterken biodiversiteit

Binnen de opgave ‘versterken biodiversiteit’ geeft de provincie extra aandacht aan de stikstofproblematiek. Met een gerichte aanpak willen we zowel de korte termijn problematiek van de vergunningverlening, als de lange termijn problematiek van de te hoge stikstofdepositie in 11 natura2000 gebieden proberen op te lossen.

De urgente opgaven in de Omgevingsvisie zijn opgenomen in de diverse onderdelen binnen het begrotingsprogramma Omgeving. Dit programma bestaat uit de onderdelen Natuur en landschap, inclusief stikstof, Landbouw, Veenweide, Water, Milieu, Energietransitie en de transitie Omgevingswet/visie.

Vastgestelde beleidsnotities en verordeningen

Hieronder is een overzicht van de vastgestelde beleidsnotities en de verordeningen binnen het begrotingsprogramma Omgeving.

Soortenbeleid

Landbouw

Natuur

Stikstof

Water

Landschap

Veenweide (Arthur)

VTH/RO/Bodem

RO/omgevingsvisie

Verbonden partijen

Onderstaande verbonden partijen leveren een bijdrage aan de doelen en resultaten van dit programma. Een overzicht van de verbonden partijen en meer informatie hierover staat in paragraaf 5 van deze begroting.

  • Fryske Útfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO), Grou
  • Fûns Fryske Skjinne Enerzjy (FSFE), Leeuwarden
  • Fonds Nazorg Stortplaatsen
  • Stichting Nazorg Ouwsterhaule
  • Samenwerkingsovereenkomst Waddenglas
  • Natuer mei de Mienskip
Bekijk uitgebreide tabel

  • Bedragen x € 1.000,-
  • Totaal lasten
  • Totaal baten
  • Saldo van lasten en baten
  • Realisatie 2019
  • 98.591
  • 13.124
  • 85.467
  • Begroting 2020
  • 141.984
  • 15.592
  • 126.392
  • Begroting 2021
  • 89.473
  • 8.869
  • 80.604
  • Begroting 2022
  • 92.484
  • 4.992
  • 87.492
  • Begroting 2023
  • 75.071
  • 4.505
  • 70.567
  • Begroting 2024
  • 58.611
  • 1.272
  • 57.339

Toelichting:

De toelichting op de grootste verschillen tussen de jaren staat bij de afzonderlijke beleidsvelden.

  • Beleidsveld
  • Lasten
  • 3.1 Natuur en landschap
  • 3.2 Landbouw
  • 3.3 Veenweide
  • 3.4 Water en milieu
  • 3.5 Energietransitie
  • 3.6 Transitie omgevingswet/visie
  • Totaal lasten
  • Baten
  • 3.1 Natuur en landschap
  • 3.2 Landbouw
  • 3.4 Water en milieu
  • 3.5 Energietransitie
  • Totaal baten
  • Saldo van lasten en baten
  • Realisatie 2019
  • 71.617
  • 4.567
  • 3.494
  • 14.373
  • 4.474
  • 66
  • 98.591
  • 8.042
  • 2.320
  • 1.566
  • 1.197
  • 13.124
  • 85.467
  • Begroting 2020
  • 90.076
  • 11.749
  • 5.668
  • 24.514
  • 9.828
  • 150
  • 141.984
  • 13.375
  • 326
  • 1.005
  • 886
  • 15.592
  • 126.392
  • Begroting 2021
  • 65.186
  • 1.902
  • 7.286
  • 11.590
  • 3.509
  • 0
  • 89.473
  • 7.925
  • 19
  • 925
  • 0
  • 8.869
  • 80.604
  • Begroting 2022
  • 70.791
  • 2.238
  • 4.795
  • 11.356
  • 3.303
  • 0
  • 92.484
  • 4.050
  • 17
  • 925
  • 0
  • 4.992
  • 87.492
  • Begroting 2023
  • 57.689
  • 1.483
  • 3.000
  • 11.352
  • 1.547
  • 0
  • 75.071
  • 3.565
  • 15
  • 925
  • 0
  • 4.505
  • 70.567
  • Begroting 2024
  • 47.002
  • 10
  • 0
  • 11.252
  • 347
  • 0
  • 58.611
  • 335
  • 12
  • 925
  • 0
  • 1.272
  • 57.339

Eerste bestuursrapportage

De aanpak van de stikstofproblematiek loopt via meerdere sporen. Enerzijds loopt dit via het vergunningenspoor, anderzijds via de aanpak van natuurherstel en bronmaatregelen. Minister Schouten heeft in 2020 5 miljard hiervoor beschikbaar gesteld. De aanpak van natuurherstel is beschreven bij het onderdeel Programma Natuur, hiervoor is landelijk 3 miljard beschikbaar gesteld voor een periode van 10 jaar.

Programma Stikstof
De Raad van State heeft in mei 2019 een uitspraak gedaan waardoor vergunningverlening in het kader van de PAS niet meer mogelijk was. Hierdoor kunnen allerlei projecten op het gebied van bouw, infrastructuur, uitbreiding van agrarische bedrijven, etc. niet meer uitgevoerd worden. De stikstofproblematiek speelt in 11 van de 20 Natura 2000 gebieden.

Afgelopen kwartaal:

  1. Opkoopregeling

Gedeputeerde Staten heeft op 16 februari besloten een aanvraag in te dienen bij het Rijk voor de ‘Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden’.  Doordat de Provincie aan de Rijksregeling deelneemt, is het mogelijk een aantal Friese veehouderijen aan te kopen met het door het Rijk beschikbaar gestelde budget. Doel is de neerslag van stikstof op nabij gelegen Natura-2000 (N2000) gebieden structureel te verminderen. Het aantal bedrijven met interesse is groter dan de voor Fryslân beschikbaar gestelde middelen. Aanvullend op de landelijke voorwaarden heeft de provincie een prioritering opgesteld. De prioritering gaat uit van de hoogste uitstoot per bedrijf in absolute cijfers, in de meest kritische gebieden. Deze gebieden zijn: Bakkeveense Duinen, Fochteloërveen, Wynjeterper Schar en Drents-Friese Wold. De verwachting is dat met deze eerste trache de provincie 3 á 4 bedrijven dit jaar kan aankopen. Wanneer er nog ruimte over is voor aankoop, kan ook in de omgeving van andere Natura 2000 gebieden worden aangekocht.

  1. Startnotitie uitvoeringsprogramma Friese Aanpak Stikstof en stikstofwet

Op 17 februari 2021 heeft Provinciale Staten de startnotie ‘uitvoeringsprogramma Friese Aanpak Stikstof’ vastgesteld. In deze startnotie zijn concrete doelen opgenomen om stikstofdepositie te reduceren. Provinciale Staten heeft expliciet uitgesproken dat zij het ambitieniveau van het Rijk hanteren. Op 9 maart 2021 heeft de Eerste Kamer zich uitgesproken over het wetsvoorstel Stikstofreductie en Natuurverbetering. De resultaten die hierin zijn vastgelegd, worden door de provincie Fryslân overgenomen en moeten ook in Fryslân worden gerealiseerd. Dit betekent het volgende:

  • De provincie Fryslân heeft een inspanningsverplichting tot reductie van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. De verplichting kent drie ijkmomenten:
    • 2025 – 40% van het aantal hectares kwetsbare N2000 gebieden onder de KDW
    • 2030 – 50% van het aantal hectares kwetsbare N2000 gebieden onder de KDW
    • 2035 – 74% van het aantal hectares kwetsbare N2000 gebieden onder de KDW
  • De provincie Fryslân heeft de verplichting om provinciale gebiedsplannen op te stellen ter uitwerking van de landelijk vereiste depositiereductie.

Verder zijn de belangrijkste besluitpunten van de Staten:

  • Oplossing voor legalisering Friese bedrijven, waarbij de provincie naast de aanpak van de minister ook zelf onderzoekt of gericht gerichte lokale maatregelen genomen kunnen worden.
  • Gebiedsgerichte aanpak rondom N2000 gebieden krijgt prioriteit, vooralsnog worden er geen generieke maatregelen opgelegd voor heel Fryslân.
  • Alleen Rijksmiddelen worden ingezet voor de financiering van de stikstofaanpak
  1. Gebiedsanalyses

Gedeputeerde Staten heeft op 2 maart de gebiedsanalyses vastgesteld. Deze zijn uitgevoerd om een goed beeld te krijgen van de stikstofproblematiek in de N2000-gebieden. Elf van de twintig Natura 2000 (N2000) gebieden in Fryslân zijn stikstofgevoelig. De analyses geven inzicht in de natuur, economie, stikstofbronnen en -problematiek in het gebied. De gebiedsanalyses vormen de basis voor gesprekken over de (on)mogelijkheden voor de gebiedsgerichte stikstofaanpak in en rond de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Over het algemeen kan geconcludeerd worden dat landbouw (melkveehouderijen) in Fryslân de belangrijkste bron van stikstofuitstoot is. Op de Waddeneilanden zijn dat ook scheepvaart en uitstoot uit de zee.

  1. Uitvoeringsprogramma

Het uitvoeringsprogramma stikstof 2030 is een plan om de stikstofuitstoot en -neerslag in Fryslân structureel te verminderen. In het uitvoeringsprogramma worden de uitgangspunten, doelstellingen en maatregelen opgenomen. De stikstofproblematiek zal op provinciaal niveau in kaart wordt gebracht, evenals de knelpunten tussen maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Daarbij is aandacht voor de verschillende opgaven die in meer of mindere maten een rol hebben bij de stikstofopgave. De uitwerking van het programma vraagt om een integrale aanpak. Binnen de provincie, maar ook daar buiten. In het uitvoeringsprogramma wordt het volgende uitgewerkt:

  • Visie Friese aanpak stikstof
  • Stikstofproblematiek Fryslân in beeld
  • Robuuste natuur
  • Maatregelen emissiereductie
  • Gebiedsgerichte aanpak
  • Vergunningsverlening en toezicht/handhaving
  • Financiële middelen
  1. Legalisering meldingen

Het gaat hier om die gevallen waarbij sprake is van initiatiefnemers die onder de werking van de PAS konden volstaan met een melding, of vrijstelling hadden en die thans voor deze activiteit alsnog een vergunning nodig zijn. We hebben het dan uitsluitend over degenen die destijds te goeder trouw hebben gehandeld. In Fryslân gaat het om ruim 290 gevallen. We weten overigens niet met zekerheid of al deze gevallen nog steeds de activiteit verrichten waarvoor destijds een melding is gedaan. Daarom zijn alle bekende gevallen in Nederland (ongeveer 3600) vanuit de RVO benaderd met het verzoek hun dossier opnieuw ter beoordeling voor te leggen aan de bevoegd gezagen (lees: de colleges van GS). Dat loopt niet storm; in Fryslân zijn nu ongeveer 45 dossiers ontvangen. Om tot legalisatie te kunnen overgaan zal naar verwachting eerst stikstofruimte zijn vrijgemaakt. Dat is op grond van de recent vastgestelde wet stikstofreductie en natuurverbetering primair een verantwoordelijkheid voor het Rijk. De Minister heeft daarvoor drie jaren de tijd gekregen. Op dit moment bestaat nog geen zicht op beschikbare stikstofruimte in Fryslân, vrijgemaakt aan de hand van door het Rijk doorgevoerde (bron)maatregelen. Wij kunnen dan ook pas vergunningen verlenen, als de PAS-melder via extern salderen zelf de noodzakelijke stikstofruimte creëert. Of de PAS-melder slaagt erin om middels intern salderen de stikstofdepositie ‘onder de streep’ op nul te houden. In dat geval is er op dit moment geen vergunning meer vereist.

  1. Regionaal Stikstof Registratie Systeem (RSRS)

Bij het treffen van landelijke en provinciale (bron)maatregelen die tot gevolg hebben dat de stikstofdepositie afneemt is het onder omstandigheden toegestaan een deel van de afnemende stikstofdepositie in te zetten voor maatschappelijke en economische activiteiten. 70% van deze reductie kan weer opnieuw worden uitgegeven of vergund. Omdat het in de praktijk vaak zal voorkomen dat deze beschikbare stikstofruimte niet gelijk zal worden uitgegeven,  zijn we binnen IPO-verband een systeem aan het ontwikkelen om restruimte vast te leggen, om op een later moment weer uit te kunnen gegeven. In theorie niet een heel ingewikkelde onderneming. Eerder heeft de Rijksoverheid al een dergelijk systeem ingericht (het SSRS) waarin stikstofruimte is vastgelegd ten behoeve een beperkt aantal doelen (o.a. woningbouw). Toch is de praktijk van het RSRS weerbarstiger en zijn we er nog niet in geslaagd een bestuurlijk gedragen systeem te bouwen. De discussie spitst zich in hoofdzaak toe op de vraag wie kan bepalen aan welke doelen de geregistreerde stikstofruimte wordt toebedeeld. Maar om stikstofruimte te kunnen uitgeven moet eerst stikstofruimte worden vrijgemaakt waarmee het systeem gevuld kan worden. Restruimte uit extern saldeertransacties is daarvan een voorbeeld maar levert alleen onvoldoende ruimte op. Over andere mogelijkheden tot vullen van het RSRS zijn bestuurlijk nog geen afspraken gemaakt (onderling als 12 provincies en met de Minister).

  1. Dialoogsessies

Het komende jaar staan er nog drie dialoogsessies gepland. De eerste van dit jaar was op 16 maart. Het doel van de dialoogsessie is om alle relevante Friese partijen te betrekken bij de dialoog over stikstof teneinde zorgvuldig rekening te kunnen houden met de diverse belangen en alle oplossingsrichtingen te kunnen verkennen teneinde een gedragen aanpak te kunnen vaststellen. Op dit moment wordt de dialoogsessie geëvalueerd. Interne en externe belanghebbenden zijn geïnterviewd over de mate waarin de dialoog tot nog heeft voldaan en wat de verwachting is ten aanzien van de toekomst. Komende weken wordt op basis hiervan een GS en PS stuk voorbereid. Hierin wordt een samenvatting gegeven van de evaluatie, een advies gegeven voor de toekomst en de uitkomsten van de dialogen tot nog toe op hoofdlijn samengevat.

Programma Natuur
Een belangrijke pijler van de stikstofaanpak betreft het Programma Natuur. In 2020 hebben Rijk en provincies in nauwe samenwerking met de terrein beherende organisaties een Uitvoeringsprogramma Natuur uitgewerkt. Hierin staan afspraken over de ambitie en opgave, kaders voor de maatregelen, monitoring en rapportage en het samenwerkingsmodel. Met het Programma Natuur streven wij naar het op orde brengen van condities die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding conform de Vogel- en Habitatrichtlijn. Hiervoor wordt een samenhangend pakket van maatregelen ingezet dat gericht is op stikstofreductie, natuurversterking en verbetering van natuur, en meer natuurinclusieve ruimtelijke inrichting. In de periode 2021 t/m 2030 wordt jaarlijks een substantieel bedrag, oplopend naar € 300 mln. per jaar landelijk beschikbaar gesteld voor natuurherstel en natuurontwikkeling, met de focus op stikstofgevoelige soorten en habitats.

Het Programma Natuur wordt gefaseerd uitgevoerd. In de eerste fase van drie jaar zullen provincies, Rijk en maatschappelijke partners starten met de uitvoering van de eerste maatregelen. Waar in eerste instantie met een bandbreedte zou worden gewerkt, is voor het vaststellen van de Specifieke doeluitkering (SPUK) toch gekozen om deze bandbreedte om te zetten met een gelijkmatige verdeelsleutel voor alle provincies. Voor de provincie Fryslân betekent dit dat wij aanspraak kunnen maken op 7,5%, zijnde € 45 mln. voor de periode 2021 t/m 2023. Dit is exclusief een hogere beheervergoeding voor natuurbeheer die van 75% naar 84% wordt verhoogd. De middelen voor verhoging van de beheervergoeding komen eveneens vanuit de beschikbare gelden voor Programma Natuur.

In 2021 wordt de SPUK opgesteld. Dit wordt in samenwerking met vooral de terreinbeherende organisaties en particulier grondbezit gedaan. Het betreft vooral maatregelen die binnen 3 jaar uitgevoerd kunnen worden en ten goede komen van stikstof gevoelige natuur.

Bekijk uitgebreide tabel

Inzet beschikbare middelen

  • Exploitatie- Bedragen x € 1.000,-
  • Lasten
  • Structureel
  • Niet structureel
  • Totaal Lasten
  • Baten
  • Structureel
  • Niet structureel
  • Totaal Baten
  • Lasten-Baten
  • Begroting incl. vastgestelde wijzigingen
  • 89.082
  • 72.834
  • 161.915
  • 2.753
  • 44.710
  • 47.463
  • 114.453
  • Voorstel Begrotingswijziging
  • -3.997
  • 1.376
  • -2.621
  • 0
  • 70
  • 70
  • -2.691
  • Realisatie per 1-4
  • 3.884
  • 2.799
  • 6.683
  • 794
  • 577
  • 1.371
  • 5.313
  • Vastgelegde verplichtingen per 1-4
  • 25.541
  • 14.561
  • 40.103
  • 0
  • 0
  • 0
  • 40.103
  • Saldo
  • 55.659
  • 56.850
  • 112.508
  • 1.959
  • 44.203
  • 46.162
  • 66.346

  • Exploitatie - Bedragen x € 1.000
  • Lasten
  • Structureel
  • Niet structureel
  • Totaal lasten
  • Baten
  • Structureel
  • Niet structureel
  • Totaal baten
  • Lasten-Baten
  • Structurele budgetten
  • Reserves
  • Voorzieningen
  • Overlopende Passiva
  • Tijdelijke budgetten
  • Reserves
  • Overlopende Passiva
  • Structurele budgetten
  • Reserves
  • Voorzieningen
  • Overlopende Passiva
  • Tijdelijke budgetten
  • Reserves
  • Overlopende Passiva
  • Begroting inclusief vastgestelde wijzigingen
  • 20.996
  • 66.696
  • 732
  • 658
  • 89.082
  • 21.049
  • 24.155
  • 27.630
  • 72.834
  • 161.915
  • 415
  • 949
  • 731
  • 658
  • 2.753
  • 379
  • 16.701
  • 27.630
  • 44.710
  • 47.463
  • 114.453
  • Voorstel Begrotingswijziging
  • 302
  • -4.299
  • 0
  • 0
  • -3.997
  • 644
  • 732
  • 0
  • 1.376
  • -2.621
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 70
  • 0
  • 70
  • 70
  • -2.691
  • Realisatie per 1-4
  • 943
  • 2.935
  • 0
  • 7
  • 3.884
  • 1.391
  • 1.339
  • 69
  • 2.799
  • 6.683
  • 297
  • 492
  • 0
  • 5
  • 794
  • 158
  • 372
  • 46
  • 577
  • 1.371
  • 5.313
  • Vastgestelde verplichtingen per 1-4
  • 7.534
  • 17.884
  • 0
  • 123
  • 25.541
  • 4.510
  • 9.552
  • 499
  • 14.561
  • 40.103
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 40.103
  • Saldo
  • 12.821
  • 41.578
  • 732
  • 528
  • 55.659
  • 15.792
  • 13.996
  • 27.062
  • 56.850
  • 112.508
  • 118
  • 456
  • 731
  • 653
  • 1.959
  • 221
  • 16.399
  • 27.583
  • 44.203
  • 46.162
  • 66.346
Print deze pagina