3. Overige projecten

Eerste bestuursrapportage

3.    Heerenveen, stad van Sport (Nieuw Thialf) (programma mienskip)

Het doel is een schaatsaccommodatie te behouden die voldoet aan de normen van deze tijd, bestemd voor (topsport)wedstrijden, (topsport)trainingen en recreatiesport. Tevens is het streven om de A-status te behouden. De ambitie is om het schaatshart van de wereld te zijn met het snelste ijs op een laaglandbaan. De provincie is als tweederde aandeelhouder betrokken bij Thialf OG BV. Voor de overname van de aandelen is € 4 mln. uitgetrokken.

Gewenste resultaten

Beleid

  • Het gewenste resultaat zoals in de begroting is gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is inhoudelijk niet geheel gehaald
  • Het voorgenomen gewenst resulaat zoals beschreven in de begroting is Inhoudelijk niet gehaald

Tijd

  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is binnen de afgesproken tijd gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is niet geheel op tijd gehaald
  • Het voorgenomen gewenste resulaat zoals beschreven in de begroting is niet op tijd gehaald

Geld

  • T.a.v. het onderdeel geld is er geen afwijking (Overschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000 en Onderschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van onderbesteding (Onderschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van overbesteding (Overschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  Beleid Tijd Geld
3 Heerenveen, stad van Sport (Nieuw Thialf)

Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2021 door Provinciale Staten?
Geen

Wat heeft het gekost?
In 2020 hebben Provinciale Staten groen licht gegeven voor een reddingsbijdrage in de exploitatie van Thialf. Dat is gebeurd op grond van een herstelplan van Thialf waarbij voor de eerste drie jaren een bijdrage nodig was voor een gezonde exploitatie. Vanuit de rol van aandeelhouders sturen provincie en gemeente op de uitvoering van dit herstelplan en informeren Provinciale Staten en de Gemeenteraad van Heerenveen over de voortgang hierin. De Europese Commissie heeft inmiddels ingestemd met de reddingsbijdrage van de beide aandeelhouders. Wel is daarbij afgesproken dat er naast de reddingssteun een herstructureringsplan moet komen. Met goedkeuring daarvan rechtvaardigt de Europese Commissie het toekkenen van de reddingssteun. Dit is in maart 2021 voorgelegd aan de Europese Commissie.  Per 2021 heeft de NOC-NSF toegezegd een bijdrage van maximaal € 250.000,- per jaar te leveren in de exploitatie. Onder leiding van de heer Pier Eringa bespreken NOCNSF, KNSB en Thialf de structurele inzet voor Thialf.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
IJshal:
Thialf B.V. doet op dit moment de exploitatie van de ijshal. Aangezien de exploitatie op dit moment verlieslatend is, is er een zoektocht naar een nieuw verdienmodel. Daarbij valt te denken aan:

  • kosten voor energieleveranties te reduceren;
  • meer profijt van zonnepanelen, met de kanttekening dat verzekeraars een brandveiliger installatie eisen, anders vervalt de brandverzekering. Er is tweemaal uitstel verleend, er moet nu voor 1 juni 2021 een oplossing liggen. Welke oplossing er ook komt, dit gaat Thialf geld kosten.
  • vinden van een hoofdsponsor en verhogen andere bijdragen stakeholders;
  • heroverwegen rol tot meer faciliterende organisatie;
  • de Belastingdienst werkt sinds de herfst van 2020 aan een mogelijke vrijstellingsregeling van BTW voor topsportaccommodaties. Indien dit ook voor Thialf van toepassing is kan dit tot maximaal € 145.000 positief bijdragen aan exploitatiesaldo. Tot nu toe zit hier geen schot in.

IJshockeyhal:
De gemeente Heerenveen is eigenaar van de ijshockeyhal. Bij het verlenen van een reddingsbijdrage door de gemeente is toegezegd een onderzoek te doen naar het scheiden van de ijshal en de ijshockeyhal, waarbij de exploitatie van de ijshockeyhal mogelijk voor rekening van de gemeente Heerenveen komt: De exploitatie van de ijshockeyhal is met lusten en lasten de verantwoordelijkheid van  Thialf OG B.V. Een ingrijpende renovatie van de ijshockeyhal is noodzakelijk vanwege de bouwkundige toestand van de hal en de behoefte om er ook activiteiten als curling en short track in te kunnen organiseren; sporten die een grote vlucht nemen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
GS is tot het inzicht gekomen dat het voor Thialf BV vrijwel onmogelijk is om zonder bijdrage van aandeelhouders tot een gezonde exploitatie te komen. Voorstellen hiervoor zijn pas te maken als de Europese Commissie zich heeft uitgesproken over de reddingssteun en de heer Eringa de gesprekken met Thialf, NOCNSF en KNSB heeft afgesloten. Inmiddels brengt GS een bijdrage voor Thialf ook naar voren bij de kabinetsformateur, gezien de nationale en internationale rol die het ijsstadion heeft.

Een ander risico is het nakomen van de afspraken door de KNSB en ISU ten aanzien van wedstrijden in de toekomst (vier wedstrijden per jaar gedurende vijf jaar); een minimale hoeveelheid wedstrijden is mede van belang voor een gezonde exploitatie. In de coronawinter was Thialf het enige stadion waar Nederlandse, Europese en wereldkampioenschappen waren voor langebaanschaatsers.  Een schaatsbubbel die hiervoor georganiseerd is, verliep vlekkeloos. Dit kan een goede basis bieden voor een stevige positie op de internationale schaatskalender van de komende jaren.

Wanneer de verzekering uiteindelijk niet akkoord gaat met combinatie zonnepanelen en de uitgevoerde isolatie leidt dit tot een extra last in de exploitatie voor afname energie via het reguliere net. Een groen lening van de Rabobank komt dan in het geding, evenals de toegezegde SDE-subsidie. Kunnen de panelen met een speciale coating wel op het dak blijven, dan vergt dit een extra investering.

4     Europese watertechnologiehub (programma economie)

Gewenste resultaten

Beleid

  • Het gewenste resultaat zoals in de begroting is gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is inhoudelijk niet geheel gehaald
  • Het voorgenomen gewenst resulaat zoals beschreven in de begroting is Inhoudelijk niet gehaald

Tijd

  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is binnen de afgesproken tijd gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is niet geheel op tijd gehaald
  • Het voorgenomen gewenste resulaat zoals beschreven in de begroting is niet op tijd gehaald

Geld

  • T.a.v. het onderdeel geld is er geen afwijking (Overschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000 en Onderschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van onderbesteding (Onderschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van overbesteding (Overschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  Beleid Tijd Geld
4 Europese watertechnologiehub

Voor het WaterCampus Actieplan 2017-2020 is voor enkele onderdelen uitstel gevraagd i.v.m. de corona-pandemie. Het gaat voornamelijk om fysieke evenementen, zoals internationale beurzen. Uitgestelde events zullen in 2021 alsnog plaatsvinden. Bovendien hebben de WaterCampus partijen in het kader van de digitale transitie ingezet op digitalisering en zullen dit ook in 2021 blijven doen, zodat dergelijke events ook online kunnen plaatsvinden.

De WaterCampus partijen hebben een vervolg op het Actieplan ontwikkeld voor de periode 2021-2023 (hierna te noemen WaterCampus Actieplan II). In dit Actieplan wordt de strategie beschreven voor de verdere uitbouw van de regionale impact en de internationale positie van WaterCampus Leeuwarden. Voor dit plan is een subsidieaanvraag ingediend bij de provincie.

Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2021 door Provinciale Staten?
Geen.

Wat heeft het gekost?
De provincie Fryslân draagt in 2021 € 1,125 miljoen bij aan Wetsus. Deze bijdrage is tot en met 2023 begroot.

De jaarlijkse provinciale bijdrage aan het Watercampus Actieplan II bedraagt € 1,7 miljoen en is tot en met 2023 begroot.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Het huidige WaterCampus Actieplan 2017-2020 loopt eind van dit jaar af. WaterCampus partijen hebben een vervolg op dit Actieplan ontwikkeld voor de periode 2021-2023 (hierna te noemen WaterCampus Actieplan II). In dit Actieplan wordt de strategie beschreven voor de verdere uitbouw van de regionale impact en de internationale positie van WaterCampus Leeuwarden. Voor dit plan is inmiddels ook een subsidieaanvraag ingediend bij de provincie.

Jaarlijks wordt over de uitvoering van het WaterCampus Actieplan een monitor uitgevoerd. De uitkomsten van de monitor over 2019 zijn te raadplegen via de volgende link: Monitoring 2019 WaterCampus. De monitor over 2020 is nog niet beschikbaar.

Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Om uit te groeien tot Europese hub op het gebied van Watertechnologie is zekerheid over langjarige continuïteit van Wetsus een essentiële voorwaarde. Dit geldt zowel voor de contracten met het bedrijfsleven en vooraanstaande universiteiten als voor het aantrekken van de beste onderzoektalenten.

Begin juni 2020 is het rapport van de expertgroep Governance Watertechnologisch Onderzoek aangeboden aan de staatssecretaris EZK. Het ministerie van EZK neemt alle conclusies uit het rapport over. Daarmee is een belangrijke stap gezet in de zoektocht naar financiering voor Wetsus op de langere termijn.

Een van de belangrijkste punten uit het rapport is dat expertgroep concludeert dat voor de voor de langere termijn het toevoegen van Wetsus aan het institutenportfolio van NWO/KNAW een kansrijk perspectief is. Daarnaast wordt een aantal kansrijke andere financieringsbronnen benoemd voor de middellange en lange termijn. Aan deze kansrijke financieringsbronnen is in november 2020 nog een andere optie toegevoegd, namelijk de status van TO2-insituut. Dit spoor wordt momenteel nader onderzocht met de gemeente Leeuwarden, SNN en Wetsus.

De gemeente Leeuwarden en de provincie Fryslan hebben onlangs in een verklaring opnieuw de intentie uitgesproken instituut Wetsus langjarig financieel te ondersteunen tot in ieder geval 2030. Met deze verklaring staan Wetsus, Leeuwarden en Fryslan sterker in de onderhandelingen met Rijk voor structurele financiering voor Wetsus.

5   De Nieuwe Afsluitdijk (programma’s infrastructuur, omgeving en economie)

Het onderdeel ‘De Nieuwe Afsluitdijk’ bestaat uit:
a. Het programma De Nieuwe Afsluitdijk;
b. De Vismigratierivier;
c. De bruggen en de sluis Kornwerderzand.

5a   Programma De Nieuwe Afsluitdijk

Gewenste resultaten

Beleid

  • Het gewenste resultaat zoals in de begroting is gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is inhoudelijk niet geheel gehaald
  • Het voorgenomen gewenst resulaat zoals beschreven in de begroting is Inhoudelijk niet gehaald

Tijd

  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is binnen de afgesproken tijd gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is niet geheel op tijd gehaald
  • Het voorgenomen gewenste resulaat zoals beschreven in de begroting is niet op tijd gehaald

Geld

  • T.a.v. het onderdeel geld is er geen afwijking (Overschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000 en Onderschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van onderbesteding (Onderschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van overbesteding (Overschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  Beleid Tijd Geld
5a Programma De Nieuwe Afsluitdijk

De Nieuwe Afsluitdijk (DNA) is opgedeeld in twee ontwikkelfasen:

  • Fase 1 betreft de projecten die meelopen met het Rijkscontract voor de versterking van de Afsluitdijk, zoals de Vismigratierivier, of al gerealiseerd zijn, zoals het Afsluitdijk Wadden Center (AWC) en enkele duurzame energie pilots.
  • Fase 2 betreft opgaven als marketing, het verder benutten van de Afsluitdijk als kraamkamer op het gebied van duurzame energie, het verbreden van de sluis Kornwerderzand.

Het programma is van de ontwikkel naar de realisatiefase verschoven en wordt – zoals nu voorzien – in 2023 afgerond.

Vanwege de strategische belangen, omvang en complexiteit zijn de projecten Vismigratierivier (5b) en Sluis Kornwerderzand (5c), inclusief nieuwe bruggen en verdiepen vaargeuelen, separaat opgenomen in de begroting.

Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2021 door Provinciale Staten?
In het eerste kwartaal van 2021 zijn er geen besluiten genomen door Provinciale Staten.

Wat heeft het gekost?
De financiering van het programma is rond, behoudens de financiering van het programmabureau voor 2023 (en mogelijk 2024).

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Het Afsluitdijk Wadden Center (AWC) heeft in 2020 een zeer lastig jaar gekend door de coronacrisis. Het AWC is meerdere maanden gesloten geweest. De veel lagere bezoekersaantallen hebben grote gevolgen voor de exploitatie. Ook de eerste maanden van 2021 heeft het AWC de deuren moeten sluiten. In samenwerking met de exploitanten is er verder gewerkt aan een oplossing voor de exploitatie van het AWC, voor de korte en lange termijn. De exploitant ziet bijvoorbeeld kansen om met een andere opzet van de horeca de besteding per bezoeker te verhogen. Ook wordt er gekeken naar het heffen van een toegangsprijs. Definitieve afspraken met de exploitant moeten nog gemaakt worden. Daarover zullen wij u informeren.

Voor de pilot met zonnepanelen in het wegdek van het parkeerterrein van het AWC heeft de provincie in januari een incidentele subsidie beschikt. De aanleg wordt momenteel voorbereid.
De afgelopen maanden zijn de mogelijkheden voor opschaling van Blue Energy op de Afsluitdijk verder verkend. Er hebben diverse gesprekken plaatsgevonden, oa. met InvestNL over de financiering van het project. Dit jaar moet duidelijk worden of opschaling op de Afsluitdijk haalbaar is.

De buitenruimte van het Monument zit in het Rijkscontract en zal de komende jaren opgeknapt worden door aannemer Levvel. De voorbereidingen daarvoor zijn gestart. De precieze invulling van de ontwikkeling van het vastgoeddeel van het Monument is nog onderwerp van gesprek. De afgelopen periode is er oa. met het Rijk gesproken over een duurzame energie- en watervoorziening. De regio participeert financieel en inhoudelijk in het project.

In december 2017 is door PS een motie aangenomen om een breed Living Lab, meerdere thema’s, op de Afsluitdijk te verkennen. De verwachting was in 2020 dat een Living Lab rondom de innovaties Duurzame Energie op de Afsluitdijk een verbijzondering zou worden van c.q. zich zou gaan aansluiten bij het initiatief voor de Energiecampus in Leeuwarden. De Energiecampus heeft daarvoor subsidie aangevraagd bij SNN. Deze subsidie is randvoorwaardelijk voor het slagen ervan. Er loopt momenteel een bezwaar op een eerdere afwijzing van de subsidie. In Q2 2021 verwachten initiatiefnemers definitief duidelijkheid over het wel of niet toekennen van de subsidie.
DNA is een project en kan geen langjarige exploitaties rondom een Living Lab starten. Daarom is de strategie om het initiatief maatschappelijk sterk in te bedden.  Daarom wordt aansluiting gezocht bij o.a. de Fryslân Campus, Blue Delta discussie, IPF en het Global Centre on Climate Adaptation (GCA) van de VN te Groningen.  De belangstelling vanuit de kennissector is nog steeds groot. In 2021 wordt duidelijk of een kennisnetwerk in een brede opzet kan slagen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
De Friese financiering van de programmakosten is geregeld voor de jaren 2021 en 2022. Vooralsnog is afronding van het programma voorzien in 2023. Maar vanwege de forse vertraging bij het Rijksproject is dat momenteel onzeker. Voor 2023, en mogelijk 2024, moet financiering van de programmakosten nog geregeld worden.

De exploitatie van het Afsluitdijk Wadden Center staat onder druk. In 2020 heeft het AWC de deuren een aantal maanden moeten sluiten in verband met het coronavirus. De afgelopen periode is het AWC wederom gesloten geweest. Onduidelijk is wat de effecten van het virus in het verdere verloop van 2021 zullen zijn. Er wordt gewerkt aan een structurele oplossing.  

5b   Vismigratierivier  

Gewenste resultaten

Beleid

  • Het gewenste resultaat zoals in de begroting is gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is inhoudelijk niet geheel gehaald
  • Het voorgenomen gewenst resulaat zoals beschreven in de begroting is Inhoudelijk niet gehaald

Tijd

  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is binnen de afgesproken tijd gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is niet geheel op tijd gehaald
  • Het voorgenomen gewenste resulaat zoals beschreven in de begroting is niet op tijd gehaald

Geld

  • T.a.v. het onderdeel geld is er geen afwijking (Overschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000 en Onderschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van onderbesteding (Onderschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van overbesteding (Overschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  Beleid Tijd Geld
5b Vismigratierivier

Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2021 door Provinciale Staten?
In het eerste kwartaal van 2021 zijn er geen besluiten genomen door Provinciale Staten.

Wat heeft het gekost?
De financiering van de Vismigratierivier is rond met het GS-besluit van juni 2018, behoudens beheer en onderhoud. Eerder is gemeld een dekkingsvoorstel voor de beheer- en onderhoudskosten uiterlijk 2022 voor te leggen aan PS.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd? 
Levvel is in opdracht van Rijkswaterstaat in januari 2021 gestart met de bouw van de coupure (het gat in de dijk) van de Vismigratierivier. Dit is een opdracht onder het Rijksproject Versterking Afsluitdijk. Inmiddels is beken dat hier een forse vertraging op zit. Oplevering van de coupure stond gepland voor 2023, maar de verwachting is dat dit ook zal vertragen.

In september 2020 is, al onderdeel van de Vismigratierivier begonnen met de bouw van de westflank in het IJsselmeer. Begin 2021 is er riet getransplanteerd van de Makkumer Noordwaard naar de westflank. De westflank is inmiddels gereed.

De afgelopen maanden is druk gewerkt aan de voorbereiding van het realisatiecontract. Wegens vertraging op het Rijksproject zijn de uitvoeringsplanning en de aanbestedingsstrategie voor de Vismigratierivier momenteel nog onzeker.
Met Rijkswaterstaat en Levvel vinden gesprekken plaats om duidelijkheid te krijgen over de afhankelijkheden en complexe raakvlakken tussen de beide projecten en de wijze waarop  de gevolgen van de vertraging kunnen worden beperkt.

Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Voor de Vismigratierivier blijven PFAS en stikstof actuele thema’s in relatie tot vergunningen. Vooralsnog leidt dat echter niet tot aandachtspunten.

De vertraging van het Rijksproject zal ook leiden tot vertraging voor de Vismigratierivier. Een langere doorlooptijd heeft financiële consequenties (o.a. indexering, personeelslasten, en hogere bouwkosten) en heeft mogelijk gevolgen voor de natuurwetvergunning. Tezamen met RWS wordt gekeken in hoeverre met een betere afstemming en integratie van werkzaamheden de vertraging en vertragingskosten kunnen worden beperkt.
Dit alles betekent mogelijk ook dat het dekkingsvoorstel voor de beheer- en onderhoudskosten op een later moment wordt voorgelegd dan het eerder vermelde moment van 2022.

In het licht van alle wijzigingen en ontwikkelingen wordt overwogen een deel van de inregelfase van de rivier onderdeel te maken van de beheer- en onderhoudsfase.  

5c   De bruggen en de sluis Kornwerderzand  

Gewenste resultaten

Beleid

  • Het gewenste resultaat zoals in de begroting is gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is inhoudelijk niet geheel gehaald
  • Het voorgenomen gewenst resulaat zoals beschreven in de begroting is Inhoudelijk niet gehaald

Tijd

  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is binnen de afgesproken tijd gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is niet geheel op tijd gehaald
  • Het voorgenomen gewenste resulaat zoals beschreven in de begroting is niet op tijd gehaald

Geld

  • T.a.v. het onderdeel geld is er geen afwijking (Overschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000 en Onderschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van onderbesteding (Onderschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van overbesteding (Overschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  Beleid Tijd Geld
5c De bruggen en de sluis Kornwerderzand

Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2021 door Provinciale Staten?
In het eerste kwartaal van 2021 zijn er geen besluiten genomen door Provinciale Staten.

Wat heeft het gekost?
Zoals gemeld aan de Staten bij behandeling van de Bestuursovereenkomst (BOK) juni 2020 zijn de kosten geraamd op € 180 miljoen. De regionale bijdrage daarin is € 69 miljoen. De Friese bijdrage is € 19,5 miljoen euro, waarvan € 4,5 miljoen nog aan PS zal worden gevraagd in fase 2 van het project. Dit is conform het PS-besluit van 17 juni 2020.
Voor de realisatie van fase 1 (vervanging bruggen, aanpak vaargeulen en voorbereiding sluis) is bedrag van € 100 miljoen beschikbaar gesteld. De planfase van het project is daarmee afgesloten.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd? 
De provincie Fryslân is verantwoordelijk voor de aanbesteding en uitvoering van het project. Dit is afgesproken met het Rijk en vastgelegd in de bestuursovereenkomst welke juni 2020 ondertekend is. De realisatieovereenkomst is behoudens afspraken over BTW en de SPUK (specifieke uitkering) gereed. Medio dit jaar verwachten wij deze definitief te hebben afgerond.

Het project wordt gefaseerd uitgevoerd. Eerst worden de bruggen gebouwd en de geulen in het IJsselmeer aangepakt. Als de financiering definitief is zal ook gestart worden met het verruimen van de sluis.
In 2021 zijn we begonnen met het technisch uitwerken van de bruggen en het opstellen van een beeldkwaliteitsplan. Doel is om in 2022 de aanbestedingsprocedure voor de bruggen te starten.

In 2021 werken wij aan een definitieve regeling voor het innen van de marktbijdrage (€ 26,5 miljoen) voor het verruimen van de Sluis. De oorspronkelijk beoogde regeling bleek juridisch niet haalbaar. In samenwerking met Ministerie en marktpartijen wordt een quickscan uitgevoerd naar een alternatief.
In maart heeft het Waddenfonds besloten een bedrag van € 6 miljoen beschikbaar te stellen voor het project Beleef Kornwerderzand. Dit project wordt in de uitvoering gecombineerd met de realisatie van de sluis en de bruggen. Met deze waddenfondsbijdrage is weer een deel van de dekking voor het project geregeld.

Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
In het PS-voorstel van 17 juni 2020 zijn de risico’s benoemd m.b.t. de verruiming van de sluis, de bouw van de bruggen en het verdiepen van de vaargeulen. De belangrijkste risico’s zijn hieronder opgenomen.

  • Project/bouwrisico’s; elk project kent risico’s in de voorbereiding- en bouwfase. Er moeten o.a. nog diverse vergunningen worden aangevraagd. Wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen soms tot onverwachte neveneffecten leiden, zoals momenteel de PAS (Programma Aanpak Stikstof).
  • De complexe raakvlakken met het Rijksproject Versterking Afsluitdijk brengen risico’s met zich mee. De onzekerheid in de planning van het Rijksproject heeft invloed op met name de realisatie van de bruggen. Om deze risico’s zo goed mogelijk te beheersen zijn we in gesprek met Rijkswaterstaat.
  • Financieringsrisico’s; Aangezien een subsidie beschikbaar is gesteld is er geen risico meer ten aanzien van de Waddenfondsbijdrage. De marktbijdrage én op welke wijze de markt haar bijdrage betaald is momenteel nog niet duidelijk. Diverse regelingen zijn besproken en bekeken, maar een definitieve oplossing voor een marktbijdrageregeling is op dit moment nog niet gevonden.
    Een ander risico is BTW-compensatie. Uitgangspunt is dat er over het regionale financieringsdeel BTW gecompenseerd kan worden. Een voorlopig standpunt van de inspecteur of compensatie mogelijk is, wordt wel voor de zomer verwacht Het definitieve besluit hierover van de Inspecteur heeft pas plaats nadat het project is gerealiseerd.
  • Met betrekking tot het onderdeel vaargeulen blijkt de werkwijze zoals oorspronkelijk voorzien en de opgave die de provincie heeft zoals beschreven in de BOK, vanuit concessieverlening in de praktijk slechts in beperkte mate mogelijk. Daardoor zijn de mogelijkheden om opbrengsten te genereren middels werk-met-werk ook beperkt. De lucratieve vakken zijn of worden vergund aan marktpartijen. Een scenario waarbij de opgave van de provincie zich mogelijk beperkt tot de aanpak van de resterende, onrendabele stukken lijkt daarmee waarschijnlijk. In plaats van een opbrengst wordt de provincie dan geconfronteerd met een kostenpost. Over het opvangen van de financiële gevolgen hiervan zijn we met het ministerie in gesprek.

6     Innovatiecluster Drachten (voorheen technocampus)

Gewenste resultaten

Beleid

  • Het gewenste resultaat zoals in de begroting is gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is inhoudelijk niet geheel gehaald
  • Het voorgenomen gewenst resulaat zoals beschreven in de begroting is Inhoudelijk niet gehaald

Tijd

  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is binnen de afgesproken tijd gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is niet geheel op tijd gehaald
  • Het voorgenomen gewenste resulaat zoals beschreven in de begroting is niet op tijd gehaald

Geld

  • T.a.v. het onderdeel geld is er geen afwijking (Overschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000 en Onderschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van onderbesteding (Onderschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van overbesteding (Overschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  Beleid Tijd Geld
6 Innovatiecluster Drachten (voorheen technocampus)

Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2021 door Provinciale Staten?
Geen

Wat heeft het gekost?
Voor de vierde fase is op 6 februari 2019 een bedrag ter hoogte van € 3.587.197,- beschikbaar gesteld. Onderdeel van dat besluit betreft een bedrag van € 538.400 voor de periode 2021-2022. Dekking hiervoor moet komen uit vrijval uit de eerdere fasen eventueel aangevuld vanuit het budget Agenda Economie. De bijdrage van de provincie is maximaal 25% van de totale projectkosten. De gemeente Smallingerland draagt ook 25% bij, de overige 50% komt van de deelnemende bedrijven.

Voor de financiering na 2023 is een bedrijfsplan 2028 opgesteld. Voor dit bedrijfsplan moet nog noordelijke steun worden verkregen.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Het Innovatiecluster Drachten is opgedeeld in vier fasen.

  • Fase 1 (2013-2014): eerste aanzet geven voor het realiseren van een volwaardig innovatiecluster in Drachten. Accent ligt op het boeien en binden van personeel.
  • Fase 2 (2015-2016): nadruk op doorontwikkeling van fase 1 en het realiseren van twee R&D projecten.
  • Fase 3 (2017-2018) en fase 4 (2019-2022): opschalen naar nog meer ecosysteemfuncties, zoals precompetatieve gezamenlijke R&D in samenwerking met regionale onderzoeksinstellingen (UCF, NHL Hogeschool/Stenden, Hanzehogeschool, Windesheim, RUG, UT Twente).

Zwaartepunt in de vierde fase is gericht op het laten doorgroeien van het cluster naar 20-24 bedrijven waardoor er een soort Noordelijk vliegwiel met een as in Drachten ontstaat. Inmiddels zijn er 23 bedrijven uit de drie noordelijke provincies aangesloten bij het Innovatiecluster Drachten.

In de vierde en laatste fase van het project (2019-2022) blijft de nadruk liggen op de doorontwikkeling van het boeien en binden van personeel, aansluiten van regionale HBO en universitaire kennisinstellingen, gezamenlijke R&D projecten en shared facilities. Met name het vinden van geschikt personeel is een belangrijk aandachtspunt. De Mastertrack HTSM die door de RUG wordt ontwikkeld, speelt hierbij een belangrijke rol.

Een volgende stap is de noordelijke samenwerking in de Smart Industry Hub. Het ICD is het Friese onderdeel van deze noordelijke hub. Doel van deze hub is het meenemen van de regio Noord-Nederland in de digitalisering. Dit door Noordelijke bedrijven de kans te geven om met sparringpartners op niveau in Europa samen te werken, zodat de digitalisering van bedrijven en daarmee de regio versnelt. Inmiddels is de EFRO-aanvraag toegekend voor deze Smart Industry Hub en het project is eind 2020 gestart.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Een mogelijk risico is dat de inzet van de reeds participerende bedrijven zich reduceert, en daarmee ook de financiële inbreng, waardoor de geformuleerde doelstellingen van het project niet worden gehaald. Vooralsnog lijkt hier geen sprake van te zijn, ondanks de impact van de coronacrisis.

7   Gebiedsontwikkelingsplan Franekeradeel – Harlingen (programma mienskip)

Gewenste resultaten

Beleid

  • Het gewenste resultaat zoals in de begroting is gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is inhoudelijk niet geheel gehaald
  • Het voorgenomen gewenst resulaat zoals beschreven in de begroting is Inhoudelijk niet gehaald

Tijd

  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is binnen de afgesproken tijd gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is niet geheel op tijd gehaald
  • Het voorgenomen gewenste resulaat zoals beschreven in de begroting is niet op tijd gehaald

Geld

  • T.a.v. het onderdeel geld is er geen afwijking (Overschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000 en Onderschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van onderbesteding (Onderschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van overbesteding (Overschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  Beleid Tijd Geld
7 Gebiedsontwikkelingsplan Franekeradeel – Harlingen

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2021 genomen?
In 2021 heeft PS geen besluiten genomen.

Wat heeft het gekost? 
Voor 2021 is circa € 4,9 mln. aan uitgaven gepland, waarvan de provincie ongeveer 21,5% bijdraagt. De totale uitgaven van provincie en betrokken partijen vanaf 2014 tot 1 april 2021 bedragen bijna € 44,3 mln., waarvan € 0,2 mln. uitgaven in het 1ste kwartaal van 2021. Tot de € 44,3 mln. behoort de aankoop van grond  – in de periode 2014-2017- voor ongeveer € 14,1 mln. voor de wettelijke herverkaveling. De aangekochte grond met opstal is vooruitlopend op de wettelijke herverkaveling verkocht (€ 1,5 mln.). De door partijen en provincie beschikbaar gestelde budgetten voor de uitvoering van de maatregelen zijn toereikend om het plan uit te voeren.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?  
De geplande bouw van een gemaal in het deelgebied de Mieden is opnieuw vertraagd, omdat het verkrijgen van medewerking van grondeigenaren erg veel tijd vroeg en de technische uitwerking lastig bleek te zijn. De aanbesteding zal in mei of juni 2021 plaatsvinden en het gemaal zal in 2022 gerealiseerd zijn. De vertraging blijft binnen de looptijd van het totale project (2023/2024). De lopende uitvoering van het waterlopenbestek Herbaijum is vrijwel klaar en zal in juni 2021 afgerond worden. In dit bestek gaat het om verhoging van kades, verbreding van vaarten en sloten en aanleg van stuwen en duikers.

Het Ruilplan (wettelijke herverkaveling) is- met vertraging- op 19 januari 2021 door GS vastgesteld en zal ter inzage gelegd worden. Betrokkenen kunnen desgewenst een beroep indienen bij de rechter. Belangrijke oorzaak van de vertraging was dat bij ruilingen op goede wijze rekening gehouden moest worden met landschappelijke waarden. De gemeenten Waadhoeke en Harlingen hebben in dit verband haar beleidsregel voor landschap en cultuurhistorie op 15 december 2020 vastgesteld. De afronding van het Ruilplan, inclusief de financiële verrekening, loopt langer door. Die afronding blijft binnen de planning tot 2024.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
De kosten blijven binnen de planbegroting. Er is naast de planbegroting € 50,5 mln.  voor € 14,1 mln. aan grond en opstallen grond aangekocht. De opstallen en daarbij behorende grond zijn verkocht. De overige aangekochte gronden worden in het ruilplan ingebracht en verkocht. GS heeft op 9 februari 2021 een voorstel voor provinciale voorfinanciering van grond vastgesteld en PS daar per brief over geïnformeerd. Daarmee is de verdere financiering van de planuitvoering geborgd. In de planbegroting is geld gereserveerd voor mogelijke waardedaling van aangekochte grond en de (voor)financiering van grondaankopen.

Het risico van vertraging door de corona problematiek is vrijwel niet meer aan de orde. Bij de  wettelijke herverkaveling is er wel een risico. Het  rekening houden met landschappelijke waarden kan in een aantal situaties onvoldoende oplossingen bieden in de verkaveling. Dat kan later bij de terinzagelegging leiden tot meer beroepen en daarmee vertraging en bijbehorende extra kosten. De kans op het zich voordoen van dit risico is redelijk groot. Er zijn geen nieuwe risico’s bijgekomen.

8  Uitvoering natuuropgave

Gewenste resultaten

Beleid

  • Het gewenste resultaat zoals in de begroting is gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is inhoudelijk niet geheel gehaald
  • Het voorgenomen gewenst resulaat zoals beschreven in de begroting is Inhoudelijk niet gehaald

Tijd

  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is binnen de afgesproken tijd gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is niet geheel op tijd gehaald
  • Het voorgenomen gewenste resulaat zoals beschreven in de begroting is niet op tijd gehaald

Geld

  • T.a.v. het onderdeel geld is er geen afwijking (Overschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000 en Onderschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van onderbesteding (Onderschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van overbesteding (Overschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  Beleid Tijd Geld
8 Uitvoering natuuropgave

In 2011 hebben provincies en het Rijk in het Onderhandelingsakkoord Natuur afspraken gemaakt over de decentralisatie van het natuurbeleid. Hiermee zijn wij verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de Natuuropgave.

De decentralisatie is verder uitgewerkt in het Natuurpact. Het Natuurpact is afgesloten voor de periode 2014 – 2027. Wij rapporteren over de uitvoering van het Natuurpact in hoofdstuk 3.1 Natuur. Het betreft daar de verantwoording over het lopende begrotingsjaar. Daarnaast is inzicht nodig in de voortgang van de uitvoering over de gehele looptijd van het Natuurpact, met name voor de natuurontwikkelingsopgave. Om dit inzicht te kunnen bieden, nemen we het Natuurpact op in de paragraaf grote projecten.

Naar aanleiding van dit PS besluit is de programmering vorig jaar geactualiseerd. Dat wil zeggen dat de peildatum van zowel de inkomsten als de uitgaven is aangepast naar 1-1-2019. Hierover is PS in december 2020 geïnformeerd.

M.b.t. de natuurontwikkelingsopgave is het beeld dat de realisatie van de afgesproken opgave op basis van scenario 5B niet alle gronden gerealiseerd gaan worden. Reden hiervoor is dat de gronden op basis van vrijwilligheid verworven moeten worden. De inschatting is dat dit niet voor alle grond gaat lukken.

Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2021 door Provinciale Staten?
In 2021 zijn er nog geen besluiten door PS genomen.
Voor november 2021 staan er wel 2 onderwerpen op de agenda die te maken hebben met het Natuurpact, namelijk een toelichting op de financiële voortgang van het Natuurpact en de strategische nota grond NNN.

Wat heeft het gekost?
De uitvoering van de natuuropgave bestaat uit verschillende onderdelen. In het onderzoek naar de tekorten op het Natuurpact door BMC is geconstateerd dat er op verschillende onderdelen tekorten te verwachten waren. In het kader van het BMC onderzoek is berekend dat het verwachte tekort in totaal op € 63 mln. uitkwam. Het beleid was om deze tekorten ten laste te brengen van de natuurontwikkelingsopgave, onder andere omdat kwaliteit voor kwantiteit van natuur gaat. Dit is ook het uitgangspunt geweest bij het PS besluit van 10 juli 2019.

Naar aanleiding van dit PS besluit is de programmering vorig jaar geactualiseerd. Dat wil zeggen dat de peildatum van zowel de inkomsten als de uitgaven is aangepast naar 1-1-2019. Na de besluitvorming in PS is de tabel geactualiseerd en zijn de tekorten op de andere onderdelen verrekend ten laste van de ontwikkelopgave. In de onderstaande tabel is de peildatum aangepast naar 1-1-2020. Deze nieuwe programmering staat in onderstaande tabel, inhoudelijk rapporteren we in deze paragraaf alleen over onderdeel 1, de natuurontwikkelingsopgave. Over de andere onderdelen wordt gerapporteerd in programma 3.1 bij het onderdeel natuur.

Tabel met programmering totale natuuropgave in nieuwe indeling op basis van het scenario 5b van de Natuer mei de Mienskip. Betreft periode 2014-2027, peildatum 1-1-2021

 

De programmering komt uit op een plus van ca. € 3,7 mln. Deze plus wordt vervolgens ingezet op de natuurontwikkelingsopgave voor de realisatie van het NNN prioriteit 3 en 4. De hiervoor genoemde programmering is voor het onderdeel natuurontwikkelingsopgave gebaseerd op uitvoering van scenario 5B. Er is nog steeds een tekort als de gehele NNN gerealiseerd wordt.

Bij de uitwerking van de scenario’s voor de natuurontwikkelingsopgave is aangegeven dat er vanaf 1-1-2018 € 79 mln. beschikbaar is voor verwerving en nog te starten inrichtingsprojecten. Het bedrag van € 79 mln. is in bovenstaande tabel bij de ontwikkelopgave niet zo terug te vinden, omdat in het bedrag in de tabel ook het budget voor de lopende inrichtingsprojecten is opgenomen. Dit bedrag is over de verschillende kolommen bij de ontwikkelopgave verdeeld. In de 1e berap was aangegeven dat in de 2e berap een toelichting op de € 79 mln. wordt gegeven en hoe dit terug te vinden is in de bedragen in bovenstaande tabel. De inzichten zijn na het schrijven van de 1e Berap gewijzigd. Er wordt momenteel gewerkt aan een stresstest voor de gehele natuuropgave.
Deze stresstest geeft inzicht in de financiële voortgang en geeft tevens op basis van een scenario-analyse een prognose van de financiële ruimte, zodat duidelijk is of er het berekende budget dat beschikbaar is voor de realisatie van het resterende deel van het NNN nog actueel is. PS zal in de loop van 2021 geïnformeerd worden over de uitkomsten van de stresstest.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?

Natuer mei de Mienskip

  • In 2021 werken wij in samenwerking met de partners van Natuer mei de Mienskip aan een vernieuwende aanpak van het natuurbeleid door pilots uit te voeren. Daarvoor een samenwerkingsorganisatie die volop aan de slag is. Er zijn twee gebiedspilots gestart met een voorverkenning. In het eerste pilotgebied Burgumer mar en De Leijen heeft dat een vervolg gekregen en wordt via een verkenning met het gebied een plan opgesteld. In het tweede pilotgebied bij het Sneekermeer zijn enkele concrete kansen voor realisatie van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) naar voren gekomen en die worden opgepakt, maar bleek een gebiedsproces geen haalbare weg. Er is s een nieuwe gebiedspilot opgestart die aansluit bij bestaande initiatieven genaamd Tsjoch op!.
    Om gebiedsprocessen te laten slagen zijn instrumenten nodig. Ook daar wordt aan gewerkt. Er is een set van instrumenten uitgewerkt die nieuw zijn of op vernieuwede wijze kunnen worden ingezet. De volgende stap is deze instrumenten in de praktijk te toetsen i.s.m. o.a. de gebiedscommissies.
    Ook is er inzet op fondsenwerving en het vinden van koppelkansen om extra middelen beschikbaar te maken voor het NNN. Er zijn in 2020 o.a. drie LIFE-aanvragen gedaan een vierde volgt in 2021.
    Er is een leertraject opgezet in samenwerking met het ministerie van BZK om de leerervaringen in beeld te brengen en de pilotfase te kunnen evalueren. Het leertraject heeft inmiddels een 0-meting opgeleverd en begin 2021 is er een tussenevaluatie gedaan. Op 3 februari is daarover teruggekoppeld naar PS via een informatibijeenkomst.
    Vanwege de corona-maatregelen zijn de gebiedsbijeenkomsten voor de pilots meerder keren uitgesteld. De aanpak is daarom aangepast. Dat heeft gevolgen voor de kwaliteit van de resultaten. Eind 2021 levert Natuer mei de Mienskip een evaluatie van de pilotfase en nieuw advies en/of aanbod over/voor de afronding van het NNN.

Natuurontwikkelingsopgave

  • We gaan verder met de uitvoering van de ontwikkelopgave conform de besluitvorming van PS.
  • In 2021 wordt verder gewerkt aan de realisatie van het NNN via een aantal gebiedsontwikkelingsprojecten. De inschatting is dat door de Corona-maatregelen deze projecten toch vertragen omdat besluitvorming naar achteren schuift. In Achtkarspelen Zuid wordt het plan Mieden op z’n Mooist verder uitgewerkt en wordt gewerkt aan de voorbereiding van de uitvoering van de Drogehamstermieden (50 ha NNN). In Alde Feanen wordt gewerkt aan de uitvoering van de 3e module en met het opstellen van de 4e In Beekdal Linde uitvoering van het fietspad langs de Linde (tussen Kontermansbrug en de A32) en voorbereiding van de uitvoering van de hermeandering (tussen Kontermansbrug en de A32) en opstellen van de 4e module. In Koningsdiep wordt voor de inrichting van midden- en bovenloop van het Alddjip een MER-traject doorlopen en WILG-plan opgesteld. Daarnaast vindt in 2021 de afsluiting van de module 2 en 3 plaats. In de Dulf Mersken (bij Beetsterzwaag) wordt gewerkt aan een inrichtingsplan. De werkzaamheden in Oude Willem (in Drents Friese Wold) zijn nagenoeg afgerond. In 2021 vindt de afsluiting van dit project plaats.
  • b.t. de verwerving van gronden binnen NNN lopen er diverse onderhandelingen, maar omdat dit een minnelijk traject betreft is het onzeker of deze onderhandelingen tot een aankoop komen en zo ja wanneer. De inschatting is dat er dit jaar niet zoveel hectares worden verworven, o.a. doordat door de corona onderhandelingen lastiger zijn. Naast te verwerven hectares worden er ook ingerichte provinciale gronden verkocht. De inschatting is dat er dit jaar ca. 150 hectare ingerichte provinciale gronden worden verkocht.

Tabel met programmering re realiseren ha’s in de natuurontwikkelingsopgave
Betreft periode 2021-2027, peildatum 1-4-2021. Gebaseerd op scenario 5b

De hectares in de kolommen zijn gebaseerd op de berekeningen van sceneario 5b van de Natuer mei de Mienskip. Dit betekent dat we het programma uitvoeren conform besluit zoals PS dat 10 juli 2019 hebben genomen, dus binnen het beschikbare budget. Een deel van de totale provinciale ambitie wordt niet gerealiseerd.

Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Algemeen:
In deze paragraaf lichten we alleen de risico’s toe van de natuurontwikkelingsopgave. Over de risico’s van de rest van het Natuurpact rapporteren we in hoofdstuk 3.1 Natuur van deze begroting.

Ontwikkelopgave:

  • Tempo grondverwerving te laag Het tempo van de vrijwillige grondverwerving is te laag om de doelen voor de ontwikkelopgave en daarmee de KaderRichtlijn Water (KRW) en Natura 2000 te behalen. Als maatregel kan worden gekozen om het instrument onteigening in te zetten om de laatste percelen, die nodig zijn om een groter gebied in te richten, sneller te verwerven. PS heeft in 2020 m.b.t. de onteigening gevraagd om een strategische nota op te stellen. Deze wordt in 2021 ter besluitvorming aan PS voorgelegd. Onteigening/schadeloosstelling brengt wel hogere kosten met zich mee wat op zichzelf weer een negatief effect heeft op het aantal ha’s dat kan worden gerealiseerd met het budget. PS is op 27 mei 2020 akkoord gegaan met de inzet van de grondbank. De inzet van de grondbank kan ook dienen om de grondverwerving te versnellen.
  • Risico op vertraging vanwege de Corona-maatregelen – Zie bij ‘wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt’
  • Tekorten op andere onderdelen van het Natuurpact komen mogelijk ten laste komen van € 79 mln. – De natuurontwikkelingsopgave is onderdeel van het Natuurpact. Binnen het Natuurpact is afgesproken dat er voldoende financiering moet zijn voor de andere onderdelen. En dat als er een tekort is binnen het Natuurpact dit ten laste komt van de € 79 mln. met als gevolg dat er minder NNN wordt aangelegd. In PS d.d. 10 juli 2019 is afgesproken dat indien dit aan de orde is, we dit ter goedkeuring aan u voorleggen en we 2x per jaar een risicoanalyse op het totale Natuurpact aan u opleveren.
  • Bij verdere uitwerking blijkt scenario 5b niet uitvoerbaar te zijn – scenario 5b vergt nog verdere uitwerking, er zijn nog vragen over de concrete uitvoerbaarheid, de tools en de governance. Daarom zullen er 3 pilots uitgevoerd worden. Het risico bestaat dat scenario 5b toch niet uitvoerbaar zal blijken. PS hebben besloten om in dat geval scenario 3+ als terugvaloptie te kiezen. Scenario 3+ is het scenario dat door de Provincie is opgesteld en dat gebaseerd is op de reguliere uitgangspunten.

9        Breed cofinancieringsbudget

Gewenste resultaten

Beleid

  • Het gewenste resultaat zoals in de begroting is gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is inhoudelijk niet geheel gehaald
  • Het voorgenomen gewenst resulaat zoals beschreven in de begroting is Inhoudelijk niet gehaald

Tijd

  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is binnen de afgesproken tijd gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is niet geheel op tijd gehaald
  • Het voorgenomen gewenste resulaat zoals beschreven in de begroting is niet op tijd gehaald

Geld

  • T.a.v. het onderdeel geld is er geen afwijking (Overschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000 en Onderschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van onderbesteding (Onderschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van overbesteding (Overschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  Beleid Tijd Geld
9 Breed cofinancieringsbudget

Verduidelijking
Een belangrijke pijler voor het behalen van resultaat 59 is de Friese Projectmachine(FPM). Op dit moment is het stuk rond de FPM nog niet geheel gereed en zijn er nog vragen op juridisch gebied. Daarnaast dient de financiering van de FPM van tevoren gereed te zijn, wat nog niet het geval is.

Financiële stand van zaken

Opbouw reserve breed cofinancieringsbudget

  • x € 1.000
  • Europese programma’s:
  • Efro-ez/Interreg
  • IKW/Waddenfonds*
  • POP3
  • Totaal
  • Stand per 1-1-2020
  • 10.408
  • 16.840
  • 27.248
  • Stand per 31-12-2020
  • 3.961
  • -1.492
  • 13.708
  • 16.177
 * Met ingang van de jaarrekening 2020 wordt dit onderdeel van het breed cofinancieringsbudget apart weergegeven, daarvoor was het onderdeel van het Europese programma’s Efro-ez, interreg gedeelte.

Toelichting
De cofinancieringsbijdrage is in de meerjarenbegroting opgenomen. Wanneer deze in het jaar zelf niet tot besteding komt, dan vloeien de restant middelen naar de reserve. Voor een deel zal dit al belegd zijn met verplichtingen voor projecten/maatregelen die nog in uitvoering zijn. Aan het eind van dit onderdeel is een overzicht opgenomen van de co-financieringsmiddelen die nog inzetbaar zijn in deze collegeperiode.

Het saldo van de reserve onderdeel IKW/Waddenfonds is eind 2020 negatief vanwege de stelselwijziging lastneming subsidies. Hiervoor zijn de lasten van reeds afgegeven subsidiebeschikkingen ten laste van 2020 gebracht. Bij de 1e berap 2021 zal een voorstel worden gedaan om budgetten uit volgende jaren naar voren te halen waarmee de reserve zal worden aangevuld.

Voor de rapportage van het aantal projecten en de bijbehorende kosten en bijdrage-verdeling maken wij onderscheid tussen de vorige en huidige collegeperiode. Dit doen wij omdat in het bestuursakkoord het volgende resultaat is opgenomen:
Resultaat 59: we halen minimaal 130 mln. aan Europese middelen binnen die bijdragen aan de brede Friese welvaart.”
Ook dragen wij daarmee bij aan de aan de beleidsbrief Fryslân en Europa 2020-2023 en de daarin opgenomen integrale inhoudelijke resultaten uit het bestuursakkoord waarop het Friese Europabeleid is gericht.
Voor de monitoring daarvan is het gewenst om in deze paragraaf dat onderscheid aan te brengen waarmee we niet helemaal meer aansluiten bij de Europese programmaperiodes die lopen van 2014-2020 en van 2021-2027.

Projecten collegeperiode 2015-2019

EFRO-EZ/Interreg/Overig
Hieronder is een overzicht gegeven van de projecten die gestart zijn in de vorige collegeperiode (vóór 1-8-2019) en die op 1 april 2020 nog niet waren vastgesteld door Europa/Provincie. In het overzicht zijn de totale kosten opgenomen en de bijdrageverdeling daarvan. Hierbij wordt opgemerkt dat een aantal projecten voor het gehele noorden zijn en dat niet de gehele bijdrage van de EU in onze provincie terecht komt. De bijdrage die wij ontvangen is daarom apart weergegeven.

  • Europees programma (bedragen x €1.000)
  • Programma 2007-2013
  • Creative Europe
  • Programma 2014-2020
  • EFRO-EZ
  • Interreg VA
  • Interreg North Sea
  • Interreg Europa
  • Horizon 2020
  • Creative Europe
  • Erasmus +
  • Overige EU fondsen
  • Overig
  • Fryslân fernijt (restant)
  • SNN regeling KEI
  • SNN regeling VIA
  • Totaal EU programma’s
  • Aantal vastgesteld
  • 1
  • 8
  • 7
  • 3
  • 2
  • 4
  • 25
  • Aantal lopend
  • 1
  • 20
  • 17
  • 7
  • 9
  • 6
  • 1
  • 5
  • 11
  • 1
  • 1
  • 1
  • 80
  • Project omvang
  • 206
  • 32.664
  • 85.145
  • 64.298
  • 14.464
  • 24.684
  • 205
  • 2.305
  • 9.600
  • 10
  • 4.500
  • 13.500
  • 251.375
  • Europese subsidie
  • 103
  • 12.113
  • 41.244
  • 31.547
  • 12.295
  • 24.684
  • 102
  • 2.060
  • 4.860
  • 0
  • 4.500
  • 13.500
  • 146.905
  • Europese subsidie Fryslân
  • 103
  • 7.132
  • 3.848
  • 2.875
  • 2.087
  • 6.703
  • 102
  • 983
  • 1.502
  • 0
  • 1.500
  • 4.500
  • 31.232
  • Cofinanciering Provincie
  • 103
  • 2.339
  • 994
  • 1.546
  • 268
  • 0
  • 102
  • 39
  • 233
  • 10
  • 0
  • 0
  • 5.532
  • Regionale opbrengst Fryslân
  • 206
  • 18.899
  • 7.365
  • 6.477
  • 2.456
  • 6.703
  • 205
  • 1.228
  • 2.072
  • 10
  • 1.500
  • 4.500
  • 51.415

POP3
Het Europees Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) maakt sinds 2000 deel uit van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De Europese Commissie heeft op 16 februari 2015 het nationaal plan van Nederland voor het POP3-programma goedgekeurd. Het programma is gemaakt in een samenwerking van het Ministerie van Economische zaken, de 12 provincies en landbouw- en natuurorganisaties. POP3 richt zich op 5 thema’s:

  • versterken van innovatie, verduurzaming en concurrentiekracht
  • jonge boeren
  • natuur en landschap
  • verbetering van waterkwaliteit
  • LEADER (versterken landelijk gebied)

De provincies bepalen zelf op welke thema’s ze de nadruk leggen.

In onderstaand overzicht zijn de maatregelen uit het lopende POP3 programma aangegeven die gestart zijn in de vorige collegeperiode en die nog niet zijn vastgesteld per 1 maart 2021. In het overzicht zijn de totale kosten en de bijdrageverdeling opgenomen. De uitvoering van deze maatregelen vindt de komende jaren nog plaats.

  • Bedragen x € 1.000,-
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5a
  • 5b
  • 6a
  • 6b
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10a
  • 10b
  • 10c
  • POP3 Maatregel
  • Trainingen, workshops
  • Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering landbouwbedrijven
  • Jonge landbouwers
  • Proceskosten kavelruil
  • Niet productieve investeringen biodiversiteit
  • Niet productieve investeringen PAS *
  • Niet productieve investeringen water
  • Niet productieve investeringen water internationale doelen
  • Samenwerking voor innovaties
  • Samenwerking in het kader van EIP
  • Leader
  • ANLB *
  • ANLB blauwe diensten
  • Behoude akker- en weidevogels
  • Overgangsmaatregelen POP2
  • Uitvoeringskosten
  • Totaal POP3
  • Aantal lopend
  • 0
  • 34
  • 72
  • 0
  • 0
  • 0
  • 1
  • 3
  • 0
  • 2
  • 7
  • Project omvang
  • 12
  • 37
  • 78
  • 1
  • 2
  • 4
  • 15
  • 5
  • 18
  • 9
  • 22
  • Totale kosten
  • 2.748
  • 1.868
  • 1.321
  • 1.750
  • 4.265
  • 5.957
  • 19.501
  • 8.407
  • 4.042
  • 1.318
  • 3.694
  • 97.946
  • 2.900
  • 2.288
  • 6.054
  • 9.000
  • 173.058
  • Bijdrage EU
  • 1.374
  • 934
  • 661
  • 875
  • 2.133
  • 2.978
  • 9.750
  • 8.407
  • 2.021
  • 659
  • 1.847
  • 63.310
  • 1.450
  • 2.288
  • 6.054
  • 744
  • 105.485
  • Cofinanciering Provincie
  • 1.374
  • 934
  • 661
  • 875
  • 2.133
  • 2.978
  • 0
  • 2.021
  • 659
  • 1.826
  • 34.636
  • 0
  • 0
  • 0
  • 8.256
  • 56.352
  • Bijdrage Overig
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 9.750
  • 0
  • 0
  • 0
  • 21
  • 0
  • 1.450
  • 0
  • 0
  • 0
  • 11.221
* De provinciale cofinancieringsbijdrage bij deze maatregelen wordt geleverd vanuit de natuurpactgelden.

Waddenfonds
Naast de cofinanciering van Europese programma’s levert de provincie ook een cofinancieringsbijdrage aan door het Waddenfonds gesubsidieerde programma’s en projecten. Eind 2016 hebben Provinciale Staten van de drie Waddenprovincies het Investeringskader Waddengebied 2016 – 2026 vastgesteld. Doel is om via dat  Investeringskader robuuste meerjarige programma’s en projecten voor de versterking van de economie en ecologie van het Waddengebied van de grond te krijgen en succesvol te realiseren. Het investeringskader Waddengebied richt zich daarbij op 6 majeure opgaven, waarvoor verwezen wordt naar  www.investeringskaderwaddengebied.nl

Sindsdien betreft de provinciale cofinanciering van met Waddenfondsmiddelen gesubsidieerde programma’s en projecten twee (in plaats van één) categorieën. Ten eerste de gebruikelijke cofinanciering van projecten die via de (reguliere) Waddenfondstenders lopen en ten tweede de cofinanciering van robuuste meerjarige programma’s en projecten die invulling geven aan het Investeringskader Waddengebied.

In onderstaand overzicht staat de totale cofinanciering vanuit de provincie Fryslân van met Waddenfonds middelen gesubsidieerde programma’s en projecten die gestart zijn in de vorige coalitieperiode en nog niet zijn vastgesteld per 1 april 2020.

  • Bedragen x €1.000,-
  • Waddenfonds tenders
  • Investeringskader waddengebied
  • Totaal waddenfonds
  • Aantal lopend
  • 13
  • 2
  • 15
  • Totale kosten
  • 33.985
  • 9.936
  • 43.921
  • Bijdrage Waddenfonds
  • 24.123
  • 5.433
  • 29.556
  • Cofinanciering Provincie
  • 4.751
  • 1.229
  • 5.980
  • Bijdrage Overig
  • 5.109
  • 3.274
  • 8.383

Bestuursakkoord 2019-2023
Het Bestuursakkoord gaat uit van het centrale begrip ‘brede welvaart’ en kiest voor intensivering van de Friese inzet op Europa. Het binnenhalen van meer Europese middelen in deze collegeperiode is de meest tastbare vertaling van deze grotere inzet.

De intensivering van de inzet op Europa heeft een tweeledige achtergrond:

  • Inhoudelijk: meer aanhaken bij Europese ambities stelt Fryslân beter in staat de eigen doelen te realiseren. We verbreden onze horizon, worden erop gevergd onze doelen scherper te formuleren, meer samen te werken met andere regio’s in Europa en bij te dragen aan Europese doelstellingen. Projecten die een beroep kunnen doen op Europese middelen, opereren steevast in een omgeving van internationale concurrentie en worden beoordeeld op excellentie. We worden hierdoor voortdurend uitgedaagd het beste uit onszelf te halen
  • Financieel: door de krimpende provinciale begroting wordt het binnenhalen van meer Europese middelen steeds urgenter.

We willen dit realiseren via:

  • Door gericht uit te blinken in Friese sterke punten als Watertechnologie, Circulaire Economie, de Maritieme sector en Natuurinclusieve Landbouw – waar Fryslân goed in is en echt iets kan bijdragen aan de Europese ambities – willen we ook een groter beroep doen op Europese middelen. In de Beleidsbrief Fryslân en Europa zijn daarnaast ook andere onderwerpen aangewezen die passen binnen het overkoepelende perspectief van de Duurzame Dynamisch Delta en die ook voor Europ[a interessant zijn: LF2028, Mobiliteit, Digitalisering, Van zorg naar positieve gezondheid, Landbouw breed en Overige ondewerpen die bijdragen aan de brede welvaart in Fryslân als onderdeel van de Duurzame Dynamische Delta. Op basis daarvan ontwikkelen we projecten rondom deze onderwerpen en halen daarmee extra Europese middelen naar Fryslân.”
  • Zoals aangekondigd in de Uitvoeringsagenda Fryslân en Europa 2020-2023 is als instrument voor het stimuleren van de Europese projectontwikkeling in Fryslân de Friese Projectenmachine ontworpen, als samenwerking tussen de provincie en de Friese partners (gemeenten, kennisinstellingen, clusterorganisaties en het Innovatiepact Fryslân). Na afronding van de besluitvorming binnen de provincie en de partnerorganisaties zal de FPM naar verwachting rond de zomer 2021 van start kunnen gaan.
  • Onze belangrijkste partner buiten de landsgrenzen is de Europese Unie zelf. We stellen ons de komende jaren als een open partner op tegenover Europa en stoppen meer menskracht en tijd in de verbinding met Europa. Daarbij blijven wel altijd onze eigen Friese doelen uitgangspunt. Op veel terreinen dragen we daarmee ook bij aan de doelen van Europa.

Projecten collegeperiode 2019-2023
Hieronder is een overzicht gegeven van de projecten gestart na 1 augustus 2019 per Europees programma met daarbij de totale kosten en de bijdrageverdeling daarvan. Hierbij wordt opgemerkt dat een aantal projecten voor het gehele noorden zijn en dat niet de gehele bijdrage van de EU in onze provincie terecht komt. De bijdrage die wij ontvangen is daarom apart weergegeven.

  • Europees programma - bedragen x €1.000,-
  • Programma 2019-2023
  • EFRO-EZ
  • Interreg VA
  • Interreg Europe
  • Erasmus+
  • Horizon 2020
  • LIFE
  • Totaal EU programma’s
  • Aantal
  • 13
  • 8
  • 2
  • 6
  • 4
  • 2
  • 35
  • Project omvang
  • 39.606
  • 5.507
  • 1.292
  • 8.429
  • 29.148
  • 5.600
  • 89.582
  • Europese subsidie
  • 20.209
  • 2.761
  • 180
  • 7.179
  • 24.631
  • 2.960
  • 57.920
  • Europese subsidie Fryslân
  • 9.360
  • 500
  • 79
  • 1.381
  • 3.367
  • 2.640
  • 17.327
  • Cofinanciering Provincie
  • 1.954
  • 274
  • 54
  • 93
  • 2.000
  • 4.375
  • Regionale opbrengst Fryslân
  • 17.557
  • 1.237
  • 234
  • 1.690
  • 4.056
  • 2.640
  • 27.414

Regeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren voor Noord-Nederland (MIT)
Voor de uitvoering van de regeling MIT ontvangen wij een Rijkssubsidie. De verplichte cofinanciering vanuit de provincie komt vanuit het breed cofinancieringsbudget vandaar dat wij deze regeling ook in deze paragraaf weergeven.

  • Regeling - bedragen x €1.000
  • MIT 2021
  • Totaal MIT
  • Aantal
  • 1
  • 1
  • Project omvang
  • 7.007
  • 7.007
  • Rijkssubsidie
  • 3.767
  • 3.767
  • Rijkssubsidie Fryslân
  • 875
  • 875
  • Cofinanciering Provincie
  • 875
  • 875
  • Regionale opbrengst Fryslân
  • 1.750
  • 1.750

POP3
Het huidige POP3 programma loopt nog door t/m 2020. In onderstaand overzicht zijn de maatregelen uit het lopende POP3 programma aangegeven die gestart zijn na 1 augustus 2019 inclusief de totale kosten en de bijdrageverdeling. De uitvoering van deze maatregelen vindt de komende jaren nog plaats.

  • Bedragen x € 1.000,-
  • 3
  • 6a
  • 10a
  • POP3 Maatregel
  • Jonge landbouwers
  • Niet productieve investeringen water
  • ANLB *
  • Totaal POP3
  • Aantal vastgesteld
  • 1
  • Aantal lopend
  • 30
  • Totale kosten
  • 1.063
  • 2.051
  • 1.390
  • 4.505
  • Bijdrage EU
  • 532
  • 1.026
  • 943
  • 2.500
  • Cofinanciering Provincie
  • 532
  • 1.026
  • 448
  • 2.005
  • Bijdrage Overig
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
* De provinciale cofinancieringsbijdrage bij deze maatregelen komt vanuit de natuurpactgelden.

Waddenfonds
Het brede cofinancieringsbudget is tevens bedoeld voor provinciale cofinanciering (subsidies) voor de regeling Cofinanciering Waddenfonds Fryslân. (zie tevens eerdere toelichting in deze paragraaf). Het gaat daarbij om de cofinanciering van Waddenfondstender-projecten en om de cofinanciering van robuuste meerjarige programma’s die uitvoering geven aan het Investeringskader Waddengebied.

Het overzicht van de lopende projecten die gestart zijn na 1 augustus 2019 is hieronder weergegeven met ook hierbij de totale kosten en de bijdrageverdeling. Voorbeelden van cofinanciering van robuuste meerjarige IKW-programma’s zijn Wij & Wadvogels, Swimway en Vermarkten Werelderfgoed en het project Donkerte.

Het overzicht van de lopende projecten die gestart zijn na 1 augustus 2019 is hieronder weergegeven met ook hierbij de totale kosten en de bijdrageverdeling.

  • Bedragen x €1.000,-
  • Waddenfonds tenders
  • Investeringskader Waddengebied
  • Totaal waddenfonds
  • Aantal
  • 4
  • 8
  • 12
  • Totale kosten
  • 2.573
  • 35.240
  • 37.813
  • Bijdrage Waddenfonds
  • 1.400
  • 19.589
  • 20.989
  • Cofinanciering Provincie
  • 409
  • 2.596
  • 3.005
  • Bijdrage Overig
  • 763
  • 13.054
  • 13.818

Risico’s

  • De middelen uit het ELFPO (Europees fonds voor Plattelandsontwikkeling) zal naar verwachting ook gekort gaan worden na het vaststellen van het MFK. Naast de gecalculeerde korting door het vertrek van lidstaat Engeland, is er ook zorg over een korting nav het ‘level playingfield’ met betrekking tot de hectare premies voor agrarische ondernemers. Landen als Polen, onder leiding van EU commissaris Wojciechowski, vinden de hectare vergoeding in Nederland gelijk getrokken zou moeten worden met de rest van de lidstaten. Dit kan in het ergste geval leiden tot een reductie van 25 % van het pijler 1 budget. De budgetten van het POP3 spoor wat in de transitieperiode tussen POP3 en GLB – NSP georganiseerd is, worden voortgezet door een landelijke (LNV) en een IPO bijdrage van 2 maal 12 mln extra om de korting na vaststelling MFK op te vangen. De start GLB – NSP staat vooralsnog gepland vanaf 2023. Huidige situatie ELFPO (POP3): 28 lidstaten, 58 miljard euro (2018). Waarvan 888 miljoen euro (NL). Nieuwe geschatte begroting MFK 52 miljard euro (2021 ?, waarvan 770 miljoen euro (NL).
  • Daar staat tegenover dat de Europese Commissie inzet op een forse verschuiving van middelen richting de Europese Green Deal. Voor de aanpak van de klimaatverandering gaat daardoor extra geld naar de lidstaten dat ook zal neerdalen in de regio’s. mits daarvoor goede voorstellen worden ingediend.
  • De start GLB – NSP staat vooralsnog gepland vanaf 2023. Huidige situatie ELFPO (POP3): 28 lidstaten, 58 miljard euro (2018). Waarvan 888 miljoen euro (NL). Nieuwe geschatte begroting MFK 52 miljard euro (2021, waarvan 770 miljoen euro (NL).
  • Dat betekent dus een verlaging van budget. De verdeling van dit budget over de middelen vindt na de zomer van 2021 plaats. Daar staat tegenover dat de Europese Commissie inzet op een forse verschuiving van middelen richting de Europese Green Deal. Voor de aanpak van de klimaatverandering gaat daardoor extra geld naar de lidstaten dat ook zal neerdalen in de regio’s. mits daarvoor goede voorstellen worden ingediend.
  • GLB transitieperiode
  • Het POP3+ is vastgesteld in het BO van 28 januari 2021. Bij de verdere uitwerking van het NSP zal worden voortgebouwd op de hierin gemaakte keuzes voor een focus op klimaat, biodiversiteit/bodem en kringlooplandbouw (incl. stikstof). Daarmee wordt ook bijgedragen aan de opgaven ten aanzien van water. Goedkeuring van het POP3+ door de Commissie moet daarna nog plaatsvinden. Ook zal besluitvorming plaatsvinden over een voorstel op hoofdlijnen voor de besteding van de Economische Herstelfondsmiddelen, die tijdens de transitieperiode aan het reguliere (MFK) POP3+ wordt toegevoegd. Ingezet wordt op een Investeringsmaatregel ‘Groen-economisch Herstel’ en een Samenwerkingsmaatregel ‘Groen-economisch Herstel’. Voorgesteld wordt om de maatregelen uit het Herstelfondsmiddelen via het Rijk open te stellen. Vooruitlopend op het GLB-NSP vindt voor de verdere invulling afstemming plaats met provincies en waterschappen.
  • Verdeling GLB budgetten
  • Om toe te werken naar een 95% versie medio 2021 is verdere duiding van de inzet van de budgetten op de bouwstenen wenselijk. De invulling is niet louter een wetenschappelijke exercitie of een logische uitwerking van de behoefteanalyse of de SWOT. De Europese kaders, de Green Deal ambities ingegeven door de Europese Commissie, maar ook wensen vanuit de Tweede Kamer, de provincies en de waterschappen spelen mee.
  • Deze leveren een bandbreedte op waarbinnen een keuze gemaakt zou moeten worden. Deze keuze is nog niet gemaakt en hierover willen we de discussie starten. Zolang er in Brussel nog geen besluit is genomen over verplichte percentages (en dus vastgelegd in de verordening) stellen wij voor uit te gaan van de volgende bandbreedtes binnen de eerste pijler.
  • Het Europees Parlement wil minimaal 60%. De Raad heeft hier geen minimum percentage vastgelegd (nu in onderhandeling met Raad en EC, zogenaamde triloog)
  • Hoe de verdeling uit gaat pakken in de gebieden, welk impact het heeft op de bedrijven en hoe het bijdraagt aan de maatschappelijke doelen zal in juni 2021 worden voorgelegd. Hiertoe wordt onderzoek uitgezet bij Wageningen Research. Deze wordt gevraagd een aantal verschillende ontwerpen door te rekenen en de inkomenseffecten in beeld te brengen. Tevens zal een consultatie van de sector worden georganiseerd.
  • Gelet op de discussie in Europa, Tweede Kamer, met belanghebbers, en de breed gedragen wens van bestuurders om de middelen meer doelgericht in te kunnen zetten op de GBA en innoveren en investeren, stuurt het programma momenteel in het bijzonder naar twee werkvarianten binnen de bandbreedtes:
  • 60% basispremie, 30% ecoregelingen en 10% overheveling.
  • 60% basispremie, 25% ecoregelingen en 15% overheveling.
  • Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de uitkomst van de nu nog lopende trilogen over het oormerken van een minimaal percentage van de eerste pijler voor ecoregelingen bepaalt of de tweede variant mogelijk is.

Inzetbaar deel cofinancieringsbudget

De volgende provinciale cofinancieringsmiddelen zijn per 1 januari 2021 nog beschikbaar voor de projecten die in deze collegeperiode starten:

  • Programma - bedragen x € 1.000,-
  • Europese programma’s waaronder Efro-EZ/Interreg
  • GLB-NSP (POP4)
  • Investeringskader Waddengebied/Tenders Waddenfonds
  • Totaal beschikbaar
  • Cofinancieringsbudget
  • 5.051
  • 14.500
  • 11.515
  • 31.066

10   Corona maatregelen

Gewenste resultaten

Beleid

  • Het gewenste resultaat zoals in de begroting is gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is inhoudelijk niet geheel gehaald
  • Het voorgenomen gewenst resulaat zoals beschreven in de begroting is Inhoudelijk niet gehaald

Tijd

  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is binnen de afgesproken tijd gehaald
  • Het gewenste resultaat zoals geformuleerd in de begroting is niet geheel op tijd gehaald
  • Het voorgenomen gewenste resulaat zoals beschreven in de begroting is niet op tijd gehaald

Geld

  • T.a.v. het onderdeel geld is er geen afwijking (Overschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000 en Onderschrijding is kleiner dan 10% en kleiner dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van onderbesteding (Onderschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  • T.a.v. het onderdeel geld is er sprake van overbesteding (Overschrijding groter dan 10% en groter dan € 50.000).
  Beleid Tijd Geld
10 Corona maatregelen

Door corona heeft het begrip `Geluk op 1’ nog meer betekenis en richting gegeven aan onze bestuurlijke verantwoordelijkheden. Corona heeft een grote impact op de Friese mienskip. Sinds half maart 2020 zijn er diverse maatregelen getroffen door het college waarvan wij u periodiek op de hoogte hebben gesteld via corona update brieven. In deze paragraaf geven wij een kort overzicht van de getroffen financiële maatregelen.

In maart 2020 hebben wij het besluit genomen dat onze bijdrage in het openbaar vervoer gestand blijft ook al wordt het aantal reizigers niet meer gehaald vanwege de Rijks maatregelen. Ook hebben wij besloten dat wij coulant zullen omgaan met de gesubsidieerde activiteiten en instellingen wanneer zij vanwege de corona maatregelen hun prestatie niet (geheel) kunnen leveren. In deze maand is de voucherregeling MKB Fryslân uitgebreid met een extra subsidiabele activiteit namelijk het omscholen of bijscholen van werknemers die gericht is op het versterken of vergroten van de inzetbaarheid van deze medewerkers binnen de organisatie van de subsidieontvanger. Daarnaast zijn de volgende maatregelen genomen om het bedrijfsleven tegemoet te komen: uitstel aflossing MKB kredieten, betaaltermijn van 21 naar 7 dagen, 1e lijn service via Ynbusiness en het samen optrekken met het Rijk in borgstelling MKB (BMKB).

In april 2020 zijn vooruitlopend op het corona budget een aantal subsidieregelingen opengesteld. Er is een subsidieplafond van € 1 mln. opengesteld door de 3 noordelijke provincies voor de EFRO-EZ regeling gericht op kennisontwikkeling (onderzoek) en innovatie op het gebied van de huidige gezondheidscrisis rond het corona virus. Daarnaast is via het Kansfonds € 100.000,- per jaar in de periode 2020-2023 beschikbaar gesteld voor de subsidieregeling “Lok op ien”. Vanuit het IMF budget is € 50.000,- beschikbaar gesteld voor kleine eenzaamheids- en leefbaarheidsinitiatieven. De FOM heeft een kredietregeling met een plafond van € 2 mln. opengesteld voor bedrijven die door corona zijn getroffen en waar de bank geen (extra) financiering aan kan verstrekken.

In mei heeft u bij de 1e berap 2020 een budget van € 5 mln. beschikbaar gesteld voor de coronamaatregelen. Uit bestaande budgetten wordt voor de herstelmaatregelen nog € 4,9 mln. gehaald waarmee een totaalbudget van € 9,9 mln. beschikbaar is.

De stand van de openstellingen van regelingen op 1 februari 2021 vanuit de € 9,9 mln. is als volgt:

  • Onderdeel
  • Arbeidsmarkt
  • 1. Opleidingsvoucher
  • 2. Begeleidings-voucher
  • 3. Facilitering arbeidsmarkt
  • Innovaties
  • 4. Innovatiematrix
  • 5. Nieuwe economie challenge
  • 6. Toekomst gericht investeren
  • 7. Faciliteren innovaties
  • Vestigingsklimaat/vitaliteit
  • 8. Actieplan recreatie en toerisme
  • 9. Actieplan leefbaarheid
  • 10. Actieplan cultureel
  • Aanvullende projecten ter versterking
  • Vrijval 2020
  • Omschrijving
  • Totaal beschikbaar
  • Subsidieregeling arbeidsmarktscholing
  • Uitvoeringskosten SNN
  • Subsidieregeling stageplaatsen
  • Uitvoeringskosten SNN
  • Subsidieregeling
  • Subsidieregeling
  • Proces en uitvoeringskosten
  • Subsidieregeling tender
  • Proces en uitvoeringskosten
  • Subsidieregeling
  • Proces en uitvoeringskosten
  • Subsidieregeling/subsidies
  • Subsidieregeling COVID-19 maatregelen VTE sector Fryslân
  • Aanvullende boekjaarsubsidie merk Fryslân
  • Kwijtschelding huur afsluitdijkwaddencentrum
  • Uitvoeringskosten SNN
  • Cofinanciering marketing
  • Subsidieregeling COVID-19 maatschappelijke sector
  • Uitvoeringskosten
  • Sportverenigingen zomeractiviteiten
  • Cofinanciering OCW-middelen Fries Museum en filmhuis Slieker, kleinere culturele initiatieven
  • Budget
  • Proceskosten
  • Budget blockbuster
  • Steun lokale Friese media
  • Subsidieregeling duurzaamheid
  • Subsidieregeling retail
  • Subsidieregeling Wolkom Tus
  • Totalen
  • Nog inzetbaar
  • Totaal
  • 9.900.000
  • 300.000
  • 25.000
  • 300.000
  • 25.000
  • 550.000
  • 200.000
  • 650.000
  • 550.000
  • 890.000
  • 1.000.000
  • 180.000
  • 45.300
  • 250.000
  • 124.700
  • 375.000
  • 35.000
  • 50.000
  • 250.000
  • 300.000
  • 250.000
  • 100.000
  • 1.000.000
  • 950.000
  • 1.500.000
  • 9.900.000
  • Ingezet Coronabudget
  • 5.000.000
  • 300.000
  • 25.000
  • 400.000
  • 25.000
  • 150.000
  • 50.000
  • 550.000
  • 100.000
  • 500.000
  • 50.000
  • 380.000
  • 700.000
  • 180.000
  • 45.300
  • 375.000
  • 25.000
  • 50.000
  • 256.300
  • 150.000
  • 15.000
  • 100.000
  • 4.426.600
  • 354.000
  • 219.400
  • Ingezet Extra uit bestaande budgetten
  • 4.900.000
  • 300.000
  • 250.000
  • 1.000.000
  • 1.550.000
  • 3.350.000

Compensatie schade decentrale overheden door het Rijk
In 2020 heeft het Rijk de provincies gecompenseerd met € 1,4 mln. voor de coronaschade op het gebied van cultuur. Dit bedrag is gebaseerd op een inventarisatie van de schade tot 1 juni 2020 onder de provinciaal gesubsidieerde instellingen. Inmiddels is dit bedrag uitgekeerd aan betreffende instellingen.

Daarnaast hebben wij een bedrag van € 4,8 mln. ontvangen als beschikbaarheidsvergoeding 2020 voor de concessiehouder openbaar vervoer. Dit bedrag is gebaseerd op een opgave van de concessiehouder over de periode van 15 maart tot 31 december 2020.

Momenteel wordt de schade geïnventariseerd bij de culturele instellingen voor de periode na 1 juni 2020 t/m 2021. Ook voor het openbaar vervoer is voor 2021 een regeling beschikbaar.

Voor wat betreft de schade op het gebied van Regionale Economie het Rijk voor om met de inhoudelijke ministeries EZK en SZW eerst een integraal beeld te verkrijgen.

Via deze paragraaf zullen wij u op de hoogte houden van de toegekende compensatie door het Rijk.

Print deze pagina