9.3 Overige projecten

Begroting

3 Heerenveen, stad van Sport (Nieuw Thialf) (programma mienskip)

Het doel is een schaatsaccommodatie te behouden die voldoet aan de normen van deze tijd, bestemd voor (topsport)wedstrijden, (topsport)trainingen en recreatiesport. Tevens wordt gestreefd naar het behoud van de A-status. De ambitie is om het schaatshart van de wereld te worden met het snelste ijs.
Het project is uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van Thialf Onroerend Goed BV (OG), waarin de provincie voor 2/3 deel aandeelhouder is en de gemeente Heerenveen voor 1/3 deel. Het project bestaat uit vier onderdelen:
1. Het vernieuwen van het schaatscomplex (geregeld);
2. Het aanpassen van de governance op de Thialf organisatie (afhankelijk van de exploitatie);
3. Een gedeelte van de exploitatie: horeca en schoonmaak heeft inmiddels plaatsgevonden;
4. De opening van het vernieuwde Thialf heeft eind januari 2017 plaatsgevonden.
De provincie is als aandeelhouder én subsidieverstrekker betrokken bij het project.

Financiële stand van zaken:
In 2013 hebben Provinciale Staten groen licht gegeven voor deelname in de rechtspersoon Thialf en daarnaast € 50 mln. subsidie beschikbaar gesteld voor de vernieuwbouw van de wedstijdhal. Deze subsidie is in 2019 afgerekend. Voor de overname van de aandelen (2/3) is € 4 mln. uitgetrokken. Ook is er een lening verstrekt door FSFE voor de aanleg zonnepanelen.

Wat gaan we doen in 2020?

IJshal:
Thialf B.V. doet op dit moment de exploitatie van de ijshal. Gezien de omvang van de opdracht zou volgens de aanbestedingsregelgeving de nieuwe exploitatie openbaar moet worden aanbesteed. Aan de Europese Commissie is gevraagd om toestemming om hier van af te wijken. De verwachting is dat de EC in 2019 een uitspraak zal doen over het verdere aanbestedingstraject. Wanneer het doorgezet moet worden zal er na 2019 een nieuwe exploitant komen. Wanneer afgezien kan worden van het vervolgt traject, wordt Thialf de exploitant. In 2020 zal dan een aanpassing van de governancestructuur plaatsvinden.

IJshockeyhal:
De gemeente Heerenveen is eigenaar van de ijshockeyhal. Het groot onderhoud is de verantwoordelijkheid van Thialf OG B.V. (waar de provincie voor 2/3 deel aandeelhouder is). Een ingrijpende renovatie van de ijshockeyhal is noodzakelijk vanwege de bouwkundige toestand van de hal en de behoefte om er ook activiteiten als curling en short track in te kunnen organiseren; sporten die een grote vlucht nemen. De verwachting is dat een beslisdocument daaromtrent eind 2019 aan PS kan worden gepresenteerd. Het beslisdocument wordt door een externe partij opgesteld. De kosten voor de renovatie zijn voor Thialf OG BV en dat betekent dat de provincie als aandeelhouder daaraan een bijdrage zal verstrekken, als ook de gemeenten Heerenveen zijn aandeel betaalt. De verwachting is dat de renovatie in totaal € 8 tot € 10 mln. zal gaan kosten.

Risico’s

IJshal

  • Wanneer de aanbesteding wordt doorgezet, bestaat het risico dat een exploitant alleen met een bijdrage van de aandeelhouders een exploitatie wil aangaan.
  • Wanneer Thialf BV uiteindelijk de exploitatie blijft doen en niet in de zwarte cijfers blijft, is het mogelijk dat er een bijdrage van de aandeelhouders in de exploitatie wordt gevraagd. Een aanhoudende zorg is dat er weinig opbrengsten uit schaatshal zijn.
  • Een ander risico is het nakomen van de afspraken door de KNSB en ISU ten aanzien van wedstrijden in de toekomst (vier wedstrijden per jaar gedurende vijf jaar); een minimale hoeveelheid wedstrijden is van belang voor gezonde exploitatie. Het aantal wedstrijden en grote evenementen waar Thialf gastheer van is in de komende tijd neemt toe.

IJshockeyhal

  • Wat betreft de ijshockeyhal zal de provincie als aandeelhouder van Thialf gevraagd worden om bij de renovatie van de hal een bijdrage te overwegen. Daar zijn echter nog geen middelen voor geraamd. Op grond van een motie in PS (nummer 1810) wordt een business case ontwikkeld voor de verbouwing, in het licht van de totale schaatssport. Deze notitie wordt mede gemaakt op grond van het door externe partij opgestelde beslisdocument.
  • Wanneer wij besluiten tot een bijdrage voor renovatie van de IJshockeyhal dan zal daarvan opnieuw melding bij de EU moeten worden gedaan om het risico op staatssteun te voorkomen.

4 RUG / Campus Fryslân (programma mienskip)

PS-besluiten
Op 15 december 2015 hebben Provinciale Staten besloten € 16,83 miljoen te investeren in de ontwikkeling van een Campus Fryslân, de elfde faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen gevestigd in Leeuwarden. Daarnaast zijn de resterende middelen van University Campus Fryslân (UCF), ca. € 1 miljoen, overgeheveld worden naar het budget RUG/Campus Fryslân. Provinciale Staten heeft destijds ook ingestemd om in 2020 een brede evaluatie te houden over het programma RUG/Campus Fryslân in samenwerking met de RUG en de gemeente Leeuwarden.

Financiële stand van zaken
In totaal kost het project RUG/Campus Fryslân € 57,1 miljoen voor de periode 2016 t/m 2023. Na 2023 kan RUG/Campus Fryslân naar verwachting zichzelf bekostigen.

De verdeling ziet er als volgt uit:
Provincie Fryslân              € 17,83 miljoen
Gemeente Leeuwarden     € 3,33 miljoen
RUG                                 € 29,94 miljoen
Derden                             € 5,67 miljoen
Stelpost                            € 0,33 miljoen
Totaal                               € 57,1 miljoen

Op 1 juli 2019 bedroeg het totaal uitbetaald subsidie door de provincie € 4.690.359,- (geraamd was € 6.148.928). Naar verwachting zal in 2019 een voorschot van € 3.007.622 van de subsidie aan RUG/Campus Fryslân worden overgemaakt voor de realisatie van RUG/Campus Fryslân. Dit bedrag is onder voorbehoud. De jaarlijkse begroting van de RUG/Campus Fryslân is hiervoor bepalend.

  • Projecten peildatum 1 juli 2019
  • Opbouw RUG CF, inclusief bijdrage gemeente Leeuwarden ad. € 583.000
  • Flankerend Beleid (overname UCF-werkzaamheden door RUG CF, maakt geen deel uit van het project Opbouw RUG CF)
  • Marketing en werving (overname UCF-werkzaamheden door RUG CF, maakt geen deel uit van het project Opbouw RUG CF)
  • toegekend subsidie
  • 18.413.000
  • 1.768.000
  • 190,750
  • uitbetaald
  • 4.690.359
  • 707,200
  • 152,600
  • restsaldo
  • 13.722.641
  • 1.060.800
  • 38,150

Wat gaan we doen?
De RUG/Campus Fryslân omvat de volgende onderdelen (tevens doelstellingen van het project Opbouw RUG Campus Fryslân).
1. Een residentieel bachelor college voor 600 studenten (op termijn een instroom van 200 studenten p/j; voor de eerste jaren liggen de prognoses lager). Het bachelor college van is van start op gegaan 1 september 2018 met 26 studenten.
2. Zes nieuwe masteropleidingen in samenwerking met de andere hogescholen en universiteiten op de Friese hotspots; dit zijn 1-jarige opleidingen met per master of master/track circa 40 studenten. In totaal moeten er in 2023 400 masterstudenten zijn (inclusief de ‘oude’ UCF1 masters). Naast de zes genoemde masteropleidingen wordt ook gerapporteerd over de drie bestaande ‘oude’ UCF1 masters voor wat betreft studentenaantallen. In 2019 (collegejaar 2018/2019) waren er drie nieuwe master/tracks (32 ingeschreven studenten), naast de drie ‘oude’ UCF1 masters (95 ingeschreven studenten). De verwachting is dat er in 2020 minimaal één nieuwe master van start gaat, die al is goedgekeurd door de doelmatigheidscommissie.
3. Onderzoeksschool (International Graduate Research School) met jaarlijks 15 promovendi t.b.v. onderzoek gericht op de Friese hotspots, dit in samenwerking met het Friese bedrijfsleven. Er zijn 35 promovendi uit UCF1 overgegaan naar de graduate school van RUG CF, waarvan tenminste 9 zijn gepromoveerd. Evenals in 2017, 2018 en 2019 worden ook in 2020 nieuwe promovendi aangetrokken. Op 31 december 2018 bedroeg het totaal aantal nieuwe promovendi 27.

Verder:
4. Premasters; dit zijn extra onderwijsmodules voor HBO-ers die na hun afstuderen een aansluitende masteropleiding willen volgen. Deze pre-masteropleidingen zijn vooral interessant voor studenten die aan de Friese HBO´s afstuderen. De hogescholen zijn begonnen met het ontwikkelen en aanbieden van enkele premasters die aansluiten op de masters van RUG/Campus Fryslân. Deze ontwikkeling gaat door in 2020 indien nieuwe masters/tracks aansluitende opleidingen hebben in het HBO. De premasters vallen buiten het project Opbouw RUG Campus Fryslân.
5. Er worden jaarlijks minimaal 4 voortgangsgesprekken met RUG/Campus Fryslân gevoerd en er is minimaal 1 bestuurlijk overleg. Daarnaast wordt twee maal per jaar aan Provinciale Staten gerapporteerd over de voortgang van RUG/Campus Fryslân. Voorts hebben drie universiteiten, 4 hogescholen, 6 kennisinstellingen, 1 bibliotheek en de gemeente Leeuwarden en de provincie zich met de ondertekening van het Hoger-Onderwijsakkoord Fryslân op 24 juni 2016 verbonden aan samenwerking met RUG/Campus Fryslân. Het doel van deze samenwerking is om aan het niveau van het Friese hoger onderwijs een impuls te geven. De provincie is initiatiefnemer van de totstandkoming van dit akkoord.
6. Drie maal per jaar komt de Raad van Advies RUG Campus Fryslân bijeen. Hierin zitten alle ondertekenaars van het Hoger Onderwijs Akkoord Fryslân. De provincie heeft een ‘standing invitation’. Eens per jaar vindt het HOAF-overleg plaats dat de provincie voor zit. De verdere uitwerking van de geactualiseerde Kennisagenda Fryslân 2019-2025 is in 2020 een terugkerend agendapunt.
7. Het ‘oude’ UCF project ‘Flankerend beleid onderzoeksschool RUG/Campus Fryslân’ (provinciaal subsidie van € 1.768.000), dat is overgedragen aan RUG Campus Fryslân, loopt formeel tot 31 december 2019. Op 1 juli 2018 was er een onderbesteding van € 180.000 ten opzichte van de begroting. RUG Campus Fryslân heeft een verzoek ingediend om het project met een jaar te mogen verlengen. Het project draagt bij aan het opzetten en uitbreiden van de International Graduate Research School (IGRS) door dekking van een groot deel van de kosten van de infrastructuur van de IGRS, door opleidings- en onderzoeksactiviteiten te organiseren en onderzoekers aan te stellen die als opdracht hebben de onderzoeksportefeuille van RUG Campus Fryslân te versterken en voor de lange termijn te borgen. Het project maakt geen deel uit van het project Opbouw RUG CF.
8. De looptijd van het UCF-project marketing & werving van studenten voor masters die zijn ontwikkeld in de UCF periode is inmiddels voorbij. Dit project moet nog worden afgerekend. Het project maakt geen deel uit van het project Opbouw RUG CF.

Risico’s
Macrodoelmatigheidstoets en accreditatietoets: Het doorlopen van de toetsing van deze twee commissies is bepalend voor het tempo waarin nieuwe masters of master/tracks van start kunnen gaan. Wanneer een opleiding de toetsing met goed gevolg doorloopt, is rijksfinanciering geborgd.

Te weinig studenten: De ambities in de plannen van RUG/Campus Fryslân zijn hoog. Er staat daarom in het ontwikkelplan dat het risico aanwezig is dat de gestelde aannames voor studentenaantallen niet worden gehaald. De RUG gaat uit van een periode van zes à zeven jaar om 1000 studenten en 50 promovendi aan Fryslân te binden. De RUG draagt het financiële risico wanneer er sprake is van een lagere instroom van studenten. In de beschikking is rekening gehouden met enige vertraging. Met de start van het collegejaar 2018/2019 is duidelijk naar voren gekomen dat de instroom aanzienlijk onder de geprognosticeerde aantallen ligt, zowel per opleiding, als in z’n totaliteit. Dit laatste wordt mede veroorzaakt doordat er een vertraging is in de start van nieuwe opleidingen. Deze kan worden toegeschreven aan het feit dat de voorbereiding van een opleiding veel samenwerking vraagt met andere onderwijsinstellingen en dat er complexe trajecten moeten worden doorlopen t.b.v. de accreditatie van een opleiding. In 2020 zal de RUG samen met de provincie en de gemeente een tussenbalans opmaken, waarbij we onderzoeken hoe het gesteld is met het toekomstperspectief en -bestendigheid van RUG/CF. In de beschikking is rekening gehouden met enige vertraging in de opbouwfase.

Imago Leeuwarden als (studie)stad: Leeuwarden heeft geen vergelijkbaar imago als studiestad Groningen. Een risico is ook de nabijheid van Groningen, met als gevolg dat er te weinig studenten in Leeuwarden komen wonen. Binnen de planvorming van Campus Fryslân hebben de partijen afspraken gemaakt om de krachten te bundelen en een aansprekend programma te ontwikkelen voor het bevorderen van het academisch klimaat in Leeuwarden. Dit programma moet in 2020 zich verder ontwikkelen en indien gewenst worden aangepast. Het residentieel college (bachelorstudenten wonen het 1e jaar op de campus) kan een belangrijke bijdrage aan leveren aan de omvang van het aantal studenten dat in Leeuwarden woont.

5 Leeuwarden – Fryslân 2028 (programma mienskip)

In 2018 heeft Leeuwarden – Fryslân zich namens Nederland als Europese Culturele Hoofdstad Fryslân nationaal en internationaal op de kaart gezet. Na dit succesvolle jaar willen we de in gang gezette ontwikkelingen vasthouden en uitbouwen. Provincie Fryslân en gemeente Leeuwarden hebben hierin het voortouw genomen. Het programma voor LF2028 wordt gevuld met sterke culturele producties die zijn verbonden met onze Iepen Mienskip, bijdragen aan het culturele veld, cultuurtoerisme, het vestigingsklimaat en de leefbaarheid van Fryslân. Cultuur wordt daarbij ingezet als aanjager. Hierbij wordt samenwerking gezocht met andere partijen, zowel overheden als onderwijsinstellingen, bedrijven en particulieren. Hiertoe richten we een effectieve uitvoeringsorganisatie op die onafhankelijk opereert rondom culturele keuzes. De resultaten en de financiële werkwijze van deze uitvoeringsorganisatie wordt wel gecontroleerd door de betrokken overheden.
Een deel van de culturele activiteiten draagt meetbaar bij aan positieve economische effecten.

PS-besluiten
Op 31 oktober hebben PS ingestemd met het beschikbaar stellen voor middelen aan de legacy van LF2018 – Agenda LF2028. Voor 2019 en 2020 in totaal € 4,0 mln.

Financiële stand van zaken
Met de gemeente Leeuwarden is een samenwerkingsovereenkomst gesloten om gezamenlijk handen en voeten te geven aan de organisatie en programmering van LF 2028. Er wordt voor de jaren 2019 en 2020 gewerkt met een gezamenlijke begroting van € 5,470 mln.

In juni 2017 hebben PS 1 mln. beschikbaar gesteld voor het afgeven van garanties voor ticketrisico’s LF2018. Besloten is deze middelen beschikbaar te houden voor een – nog op te stellen- vergelijkbare regeling voor LF 2028.

Wat gaan we doen in 2020?
De Agenda2028 betreft de doorontwikkeling van LF2018 door verschillende Friese partijen. Er is een nieuw bidbook LF2028 opgeleverd (“Generatie 2028”), waarin ook de programmering voor 2020 en een doorkijk met ambities richting 2028 staat. Hierbij wordt uitgegaan van een triënnale, waarbij in de aanloop naar het triënnale jaar ook wordt ingezet op extra culturele impulsen. Hierbij wordt cultuur ingezet als middel om resultaten te bereiken op de volgende vijf programmalijnen:
1. Versterken economie en cultuurtoerisme
2. Verbetering artistiek klimaat
3. Werken aan ecologie en circulariteit
4. Elkenien docht mei
5. Meertaligheid/Frysk.

Agenda2028 voorziet in een langjarig en aantrekkelijke programmering als “plus” bovenop de bestaande en reguliere activiteiten in de provincie, met als bovenliggende doelen:

  • Via culturele interventies verschillende maatschappelijke issues (economisch, sociaal, ecologisch) bespreekbaar maken;
  • Blijvende (inter)nationale aandacht;
  • Blijvende energie in Fryslân (zowel bij amateurs als professionals);
  • Blijvend investeren in A-merk Fryslân, met effect op inkomend toerisme

We willen hiermee tevens bijdragen aan de global goals.

Risico’s
Een belangrijke afspraak die is gemaakt is dat LF2018 blijvende effecten moet hebben. Een risico is onvoldoende inzet hier op, waardoor die blijvende effecten zullen achterblijven. Fryslân kan zich optillen als er een gemeenschappelijk doel voor de toekomst wordt gesteld. Het is noodzakelijk de energie van 2018 vast te houden voor de toekomst, allereerst voor de jaarschijven 2019 en 2020. Er is in de Mienskip veel energie opgebouwd. Er is energie om door te gaan na 2018 op voor de provincie belangrijke thema’s. Er moet worden voorkomen dat de energie wegzakt. Door een actief faciliterende rol van de overheden in Agenda2028 kan dit worden voorkomen. De beschikbare middelen zullen gematched worden met middelen van derden. Met dit budget kan het werken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat in Fryslân vooreerst gecontinueerd worden. Er is een risico dat dit onvoldoende omvang krijgt.

Voor 2019 zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor marketing aanvullend op de reguliere begroting. Voor de jaren daarna niet.

6 Europese watertechnologiehub (programma economie)

PS-besluiten
Op 24 september 2014 hebben de Staten het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020 vastgesteld, waarbij € 13 miljoen uit het REP-regio ter beschikking is gesteld. Het uitvoeringskader geeft aan op welke wijze we gaan werken aan het doel om uit te groeien tot de Europese hub op het gebied van watertechnologie. In de Kadernota 2018 hebben de Staten € 1 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het WaterCampus Actieplan 2017-2020.

In het bestuursakkoord 2019-2023 zijn financiële middelen voor Wetsus, WaterCampus (waaronder Water Alliance) gealloceerd zijnde in totaal € 9 miljoen voor de jaren 2021-2023.

Financiële stand van zaken
Op 4 december 2012 heeft het Dagelijks Bestuur van SNN ingestemd met een bijdrage aan de Stichting Wetsus uit het centrale deel van het REP van € 38 miljoen. Eerst is een bijdrage van € 19 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2013-2017. De € 19 miljoen voor de periode 2017 tot en met 2020 is in 2016 toegekend na een positieve evaluatie van Wetsus.

De WaterCampus partijen hebben in 2016 een actieplan opgesteld. Het plan beschrijft het doel, de acties en brengt in beeld wat het benodigde budget is voor de jaren 2017 tot en met 2020 om het plan te kunnen uitvoeren. Uitgangspunt van het actieplan is dat de huidige activiteiten van de WaterCampus partijen gecontinueerd worden en daarmee het innovatie ecosysteem van de WaterCampus in stand kan worden gehouden. Voor het WaterCampus Actieplan is in 2017 een bijdrage van € 6.030.000,- beschikbaar gesteld vanuit de beschikbare middelen REP-regio. De bijdrage wordt in 2-jaarlijkse tranches van € 3.015.000,- beschikbaar gesteld voor de periodes 2017-2018 en 2019-2020.

Begin 2017 is ten behoeve van het project “Research infrastructuur Wetsus 2017-2020” een subsidie van € 3.019.804,- beschikbaar gesteld vanuit REP-regio en € 480.196,- vanuit het restant RijksREP.

In 2018 is een subsidie verstrekt aan de Water Alliance om een impuls te geven aan de internationalisering van de Friese watertechnologiesector (einddatum 31-12-2020).
Het budget dat beschikbaar is gesteld ten behoeve van het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014 tot en met 2020, zijnde € 13 miljoen (REP-regio), is voor het overgrote deel verplicht en/of uitgegeven.

Wat gaan wij doen in 2020?

  • Wij faciliteren en jagen projecten aan die passen in het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020 en de Beleidsbrief ‘Wurkje mei Fryslân’.
  • Het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020 gaan we actualiseren.
  • Onze lobby om het innovatie ecosysteem van de WaterCampus meer nationaal/EU gefinancierd te krijgen voor met name de periode na 2020 zal worden gecontinueerd.
  • We blijven Wetsus en de Water Alliance (en WaterCampus) ondersteunen. Concreet betekent dit dat we:
    o De bijdrage aan Wetsus voor de jaren 2021, 2022 en 2023 gaan we formaliseren.
    o WaterCampus partijen zullen we vragen om in 2020 te komen met een WaterCampus actieplan voor de periode 2021 tot en met 2023 (het huidige plan loopt in 2020 af). Op basis van het actieplan 2021 – 2023 zal de financiële bijdrage voor de periode 2021 tot en met 2023 worden geformaliseerd.
  • De monitor die gaat over de uitvoering van het WaterCampus actieplan zullen we jaarlijks ter kennisname aanbieden aan PS.

Risico’s

  • Om uit te groeien tot Europese hub op het gebied van Watertechnologie is zekerheid over langjarige continuïteit van Wetsus een essentiële voorwaarde. Dit geldt zowel voor de contracten met het bedrijfsleven en vooraanstaande universiteiten als voor het aantrekken van de beste onderzoek talenten. Het Wetsus-programma werkt met promovendi die worden aangesteld op een vierjarig contract. De langere termijn financiering van Wetsus (na 2020) is nog niet volledig afgedekt. Wij blijven onze lobby inzet richting o.a. Rijk en EU continueren. Ook ten behoeve van de financiering van het totale innovatie ecosysteem van de WaterCampus.
  • De cofinanciering door gemeente Leeuwarden voor Wetsus zijnde en € 0,5 miljoen is beschikbaar vanuit het huidige collegeprogramma voor 2021. Voor de periode daarna is dat nog niet geregeld.

7 De Nieuwe Afsluitdijk (programma’s infrastructuur, omgeving en economie)

De Nieuwe Afsluitdijk (DNA) is opgedeeld in twee fasen:

  • Fase 1 betreft de lopende projecten zoals de Vismigratierivier, het Afsluitdijk Wadden Center, de energieprojecten en het vernieuwen van het Monument.
  • Fase 2 betreft opgaven als marketing, het verder benutten van de Afsluitdijk als kraamkamer op het gebied van duurzame energie en het verbreden van de sluis Kornwerderzand.

De sluis Kornwerderzand wordt uitgevoerd door de projectorganisatie DNA maar kent een andere geografische bestuurlijke samenwerking. Om die reden en om het strategische belang is dit project hierna separaat opgenomen in de begroting. De stand van zaken rondom de verbreding van de sluis vindt u separaat.

PS-besluiten

  • Op 21 december 2011 hebben Provinciale Staten de Bestuursovereenkomst Afsluitdijk (inclusief ambitie agenda Afsluitdijk) vastgesteld.
  • Op 21 januari 2015 hebben Provinciale Staten diverse provinciale budgetten vastgesteld.
  • Op 20 april 2016 hebben Provinciale Staten besloten geen wensen of bedenkingen kenbaar te maken voor vaststelling van vier Realisatieovereenkomsten met RWS.
  • Op 20 april 2016 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Inpassingsplan voor de Vismigratierivier vastgesteld.
  • Met de vaststelling van de begroting 2017 heeft Provinciale Staten ingestemd met een bijdrage van 5 ton tbv het project Icoon Afsluitdijk en 5 ton tbv de aansluiting van de Afsluitdijk op het energienetwerk.
  • November 2016 is tijdens de 2e begrotingsrapportage een begrotingswijziging (investeringskrediet) opgenomen voor het Afsluitdijk Wadden Center.

De financiële stand van zaken
De financiering van de projecten in fase 1 is rond. De projecten in fase 2 zoals Marketing en duurzame energie zijn financieel ook rond.

De Provincie Fryslân draagt tot 2020 jaarlijks € 500.000 bij aan de financiering van het programmabureau. Het programma heeft echter een doorlooptijd tot en met 2023. Voor de resterende drie jaar moet er dus nog financiering geregeld worden. Wij komen daar in een separaat voorstel in een later stadium op terug. Naar verwachting is de bijdrage in de kosten substantieel lager dan voorgaande jaren.

Wat gaan wij doen in 2020?
De komende jaren staan voor De Nieuwe Afsluitdijk grotendeels in het teken van het uitvoeren van projecten waarvan één iconisch (de vismigratierivier) en het oogsten van de revenuen. Daarnaast blijft er vanuit De Nieuwe Afsluitdijk inzet nodig om het Rijkscontract en de regionale onderdelen daarin, zoals de coupure Vismigratierivier en fietspaden, te begeleiden.

Het project Vismigratierivier is inhoudelijk (ontwerphoofdlijn), financieel en planologisch rond. In verband met complexe raakvlakken met de projecten versterking Afsluitdijk en Windpark Fryslân, actief in hetzelfde gebied, is de aanbesteding van deel 2 opgeschoven. Over onderdelen van deel 2 vinden afrondende onderhandelingen plaats met aannemers voor een gunning onder de percelenregeling van de aanbestedingswet. Deze gunningen moeten nog voor de zomer plaatsvinden. Het rivierdeel wordt na de zomer gepubliceeerd op de tendersite.
In basis is er genoeg tijd om het project in 2022 af te ronden. Echter, gezien de complexe raakvlakken en het gegeven dat we moeten wachten met de afronding van het project totdat Levvel zijn werkzaamheden heeft afgerond, houden we er inmiddels rekening mee dat het project uiteindelijk in 2023 afgerond kan worden.

De komende jaren kan de regio al profiteren van de economische spin-off van enkele investeringen in de Afsluitdijk, zoals het in maart 2018 geopende Afsluitdijk Wadden Center. Daar is wel een marketinginspanning voor nodig. Samen met de bestaande regionale marketingorganisaties, waaronder Merk Fryslân, wordt er in 2019 en de jaren daarna uitvoering gegeven aan dit plan.

Het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie en daarmee uitvoering van de motie van PS inzake een thematisch breed Living Lab Afsluitdijk is bijna afgerond. Er is ruime interesse om het Living Lab te ontwikkelen. In 2019 zal een advies inclusief financiële consequenties worden voorgelegd.

Naast de bestaande projecten Blue Energy, stromingsenergie, het Off Grid Test Centre en een test met een onderwaterkite willen Rijk en De Nieuwe Afsluitdijk – mits inpasbaar – ook andere innovaties de ruimte bieden om hun technieken te beproeven op de Afsluitdijk.

In 2019 gaan we samen met Rijkswaterstaat verder met de ontwikkeling van het Monument. De buitenruimte van het Monument zit in het Rijkscontract en zal de komende jaren opgeknapt worden. De precieze invulling van de ontwikkeling van het vastgoeddeel van het Monument is nog onderwerp van gesprek.

Risico’s

  • Rijkswaterstaat heeft aangegeven geen ruimte te willen geven aan andere aannemers dan Levvel ten tijde van de versterking Afsluitdijk (tot en met 2022). Dit betekent mogelijk dat enkele projecten van DNA die nog niet uitgevoerd zijn, zoals de stromingsenergiecentrale Kornwerderzand, hierdoor met uitvoering moeten wachten. Dit zet deze projecten mogelijk financieel onder druk. Afstemming met Levvel is nodig om hier ruimte in te zoeken;
  • Voor de jaren 2020 tot en met 2024 moet de financiering van het Programma DNA nog georganiseerd worden. Naast een bijdrage van de provincie Fryslân moeten er ook bijdragen vanuit de andere partners van DNA worden georganiseerd. Als die bijdragen niet komen is er onvoldoende budget voor de aansturing en begeleiding van het programma DNA.

7a Sluis Kornwerderzand

Het onderdeel sluis Kornwerderzand wordt uitgevoerd door de projectorganisatie DNA maar kent een andere geografische bestuurlijke samenwerking. Om die reden en om het strategische belang is dit project hierna separaat opgenomen in de begroting.

PS-besluiten

  • In het kader van het uitvoeringsprogramma DNA is € 10 mln. gereserveerd als regionale bijdrage in de investeringskosten voor de sluis Kornwerderzand.
  • Het beschikbaar stellen van maximaal € 5 mln extra investeringsbijdrage.

Financiële stand van zaken
In juni 2019 is een akkoord bereikt tussen Rijk en regio over financiering en risico’s van het project Verruiming Sluis Kornwerderzand. De totale projectkosten zijn € 200 mio. Hiervoor worden de verkeersbruggen vervangen de sluis verruimd en vaargeulen op het IJsselmeer verruimd. Het rijk draagt € 111 mio bij, de regio draagt € 88,5 mio bij.
Ten opzichte van de eerder door de regio toegezegde bijdrage van 73,5 mio is dus nog een extra bedrag van € 15 mio toegezegd, om een akkoord te bereiken.
Een deel van de totale regionale bijdrage (maximaal € 24,5 mio) komt voor rekening van de provincie Fryslân. Als provinciale bijdrage in de financiering was inmiddels al een bedrag van € 15 mln. beschikbaar gesteld. In het kader van de onderhandelingen hebben GS, onder voorbehoud van Provinciale Staten ingestemd met het garant staan van het extra aandeel van € 9,5 mio in de totale regionale bijdrage.

Wat gaan we doen in 2020
De regio zal verantwoordelijk worden voor de aanbesteding en uitvoering van het project. Namens de regio gaat de provincie deze taak op zich nemen. Naast een samenwerkingsovereenkomst zal in 2019 nog een realisatie-overeenkomst gesloten worden tussen het Rijk en de provincie Fryslân. Daarin zijn o.a vastgelegd over de financiering, kasritme, projectscope en planning. Tussen de betrokken provincies zal een bestuursovereenkomst worden gesloten waarin onder meer de financiële verplichtingen zijn vastgelegd.
De verdere projectuitwerking/voorbereiding zal in 2020 plaatsvinden. De uitvoeringstermijnen zijn afhankelijk van nog nader te maken afspraken met de aannemer van de versterking van de Afsluitdijk. De provincie streeft naar realisatie uiterlijk in 2024.

Risico’s

  • Project/bouwrisico’s; elk project kent risico’s in de voorbereiding- en bouwfase. Er moeten o.a nog diverse vergunningen worden aangevraagd. Wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen soms tot onverwachte neveneffecten leiden, zoals bv momenteel de PAS (Programma Aanpak Stikstof).
  • Financieringsrisico’s; Onduidelijk is momenteel welke bijdrage vanuit het Waddenfonds verwacht mag gaan worden. De 3 betrokken provincies (Fryslân, Overijssel en Flevoland) hebben zich wel garant gesteld. Het risico voor Fryslân is maximaal € 4,5 mln. Ook de marktbijdrage en de regeling op welke wijze de markt haar bijdrage betaald is nog niet uitgewerkt.

8 Innovatiecluster Drachten (technocampus) (programma economie)

Het Innovatiecluster Drachten is opgedeeld in vier fasen van twee jaar:

  • fase 1 (2013-2014): eerste aanzet geven voor het realiseren van een volwaardig innovatiecluster in Drachten. Accent ligt op het boeien en binden van personeel.
  • fase 2 (2015-2016): nadruk op doorontwikkeling van fase 1 en het realiseren van twee R&D projecten.
  • fase 3 (2017-2018) en fase 4 (2019-2020): opschalen naar nog meer ecosysteemfuncties, zoals precompetatieve gezamenlijke R&D in samenwerking met regionale onderzoeksinstellingen (UCF, NHL Hogeschool/Stenden, Hanzehogeschool, Windesheim, RUG, UT Twenthe).

PS-besluiten
Provinciale Staten hebben op 3 juli 2013 besloten om de ontwikkelingen van innovatiecluster Drachten te ondersteunen met een bijdrage van maximaal € 8 mln.

Financiële stand van zaken
Provinciale Staten hebben voor het project Innovatiecluster Drachten een bijdrage van € 8 mln. beschikbaar gesteld uit de REP-middelen.

– Voor de eerste fase is er € 192.500,- beschikbaar gesteld.
– Voor de tweede fase is er € 1.744.255,- beschikbaar gesteld.
– Voor de derde fase is er van € 2.379.350,- beschikbaar gesteld .

Voor de vierde fase is op 18 december 2018 € 3.587.197,- beschikbaar gesteld. Er is toen ook besloten om een bedrag van € 538.400 beschikbaar te stellen voor de periode 2021-2022. Dekking hiervoor moet komen uit vrijval uit de eerdere fasen eventueel aangevuld vanuit het budget Agenda Economie. De bijdrage van de provincie is maximaal 25% van de totale projectkosten. De gemeente Smallingerland draagt ook 25% bij, de overige 50% komt van de deelnemende bedrijven.

Wat gaan we doen in 2020?

  • Zwaartepunt in de vierde fase is gericht op het laten doorgroeien van het cluster naar 20-24 bedrijven waardoor er een soort Noordelijk vliegwiel met een as in Drachten ontstaat.
  • In de nieuwe fase zitten 8 R&D-projecten. Deze projecten richten zich op 3D metal printing, remote sensoring & big data, visual intelligence, robotics en renewable propulsion.
  • Naast de R&D richt ICD zich op:
    o Aantrekken en behouden van technisch personeel op alle opleidingsniveaus (boeien en binden van personeel)
    o Kennisdelen en ontwikkelen: netwerkvorming en pre-competitieve R&D-projecten tussen de deelnemende bedrijven
    o Faciliteiten delen: inrichten en ter beschikking stellen van verschillende test- en productiefaciliteiten
    o Helpen: ondersteunen van technostarters en processuppliers in de regio
    o Regiopromotie en regioverankering: activiteiten gericht op het versterken van (het imago) van het ecosysteem als technisch en innovatief
    o Spinnen: het laten ontstaan van nieuwe technostarters in de high-tech

Een volgende stap hierin is de samenwerking op noordelijk niveau in de Digital Innovation Hub Noord-Nederland. Het ICD is het Friese onderdeel van deze Noordelijke Hub. Doel van deze hub is het meenemen van de regio Noord-Nederland in de digitalisering. Dit door Noordelijke bedrijven de kans te geven om met sparringpartners op niveau in Europa samen te werken, zodat de digitalisering van bedrijven en daarmee de regio versnelt. Voor de Hub wordt een subsidieaanvraag gedaan bij de OIC, penvoerder is de NOM.

Vanaf het studiejaar 2019-2020 zal ook de Master Mechinical engineering van start gaan bij de RUG. Onderdeel van deze studie is de track Smart Factories. Deze track is van groot belang voor het ICD. Naast het personeelstekort dat deze opleiding gunstig moet beïnvloeden, kan het onderzoek dat gekoppeld is aan de track, uitgevoerd door masterstudenten en promovendi, het innovatieve vermogen van de bedrijven vergroten. De studenten zullen op locatie in Drachten les krijgen en onderzoek doen. Bekostiging van de onrendabele top van de track is onderdeel van de vierde fase ICD.

Risico’s
Een mogelijk risico is dat de inzet van de reeds participerende bedrijven zich reduceert, en daarmee ook de financiële inbreng, waardoor de geformuleerde doelstellingen van het project niet worden gehaald.

9 Gebiedsontwikkelingsplan Franekeradeel-Harlingen (programma mienskip)

PS-besluiten
Op basis van het ontwerp-inrichtingsplan Franekeradeel-Harlingen hebben Provinciale
Staten op 23 mei 2012 een bedrag van € 12,8 mln beschikbaar gesteld. Op 18 oktober 2017
heeft PS de vierde planwijziging vastgesteld.

Financiële stand van zaken
Voor 2020 is circa € 4 mln. aan uitgaven gepland, waarvan de provincie ongeveer 21,5%
bijdraagt. De totale uitgaven van provincie en betrokken partijen vanaf 2014 tot medio 2019
bedragen bijna € 36 mln. Daartoe behoort de aankoop van grond voor ongeveer € 14 mln. voor de wettelijke herverkaveling. De beschikbare budgetten van provincie en partijen zijn
toereikend om het plan uit te voeren.

Wat gaan we doen in 2020?
In het deelgebied de Mieden wordt gewerkt aan de bouw van een nieuw gemaal. In deelgebied Herbaijum wordt een waterloopbestek opgeleverd (verhoogde kades, verbrede vaarten en sloten en aangelegde stuwen en duikers). De verhoogde brug bij Ried wordt opgeleverd en we verbreden twee gemeentelijke landbouwwegen. Tot slot zal een rioleringsbestek uitgevoerd worden. Dit is het laatste bestek van de totale planuitvoering. Het definitieve ruilplan (wettelijke herverkaveling) komt ter inzage. De afronding van het ruilplan, inclusief de financiële verrekening, loopt langer door. Dit vergt volgens planning nog tijd tot 2023.

Risico’s
De planuitvoering loopt volgens planning. Er zijn geen nieuwe risico’s in beeld. Het
wantrouwen bij de betrokkenen in de streek over de cijfers voor de bodemdaling en de
planuitvoering neemt af. De zichtbare resultaten van de uitvoering dragen bij aan het herstel van het vertrouwen.

10 Uitvoering natuuropgave

In 2011 hebben provincies en het Rijk in het Onderhandelingsakkoord Natuur afspraken gemaakt over de decentralisatie van het natuurbeleid. Hiermee zijn wij verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de Natuuropgave.

De decentralisatie is verder uitgewerkt in het Natuurpact. Het Natuurpact is afgesloten voor de periode 2014 – 2027. Wij rapporteren over de uitvoering van het Natuurpact in hoofdstuk 3.1 Natuur. Het betreft daar de verantwoording over het lopende begrotingsjaar. Daarnaast is inzicht nodig in de voortgang van de uitvoering over de gehele looptijd van het Natuurpact, met name voor de natuurontwikkelingsopgave. Om dit inzicht te kunnen bieden, nemen we het Natuurpact op in de paragraaf grote projecten. In afwachting van de besluitvorming over de uitgewerkte scenario’s voor het oplossen van de tekorten op de Natuuropgave is tot en met de 1e BERAP 2019 met een voorlopig format gewerkt. Naar aanleiding van het PS besluit op 10 juli 2019 is nu een eerste aanzet gegeven voor een definitieve opzet van dit onderdeel.

PS besluiten

  • Op 21 december 2011 hebben Provinciale Staten besloten het onderhandelingsakkoord Natuur (2011) niet te aanvaarden. Provinciale Staten hebben wel de bereidheid uitgesproken te zullen meewerken aan de uitvoering van het akkoord.
  • Op 27 juni 2012 hebben Provinciale Staten ingestemd met de Nota ‘Natuer & Lanlik Gebiet’ en gekozen voor scenario 2 plus: dit scenario betreft de realisatie van de EHS-taakstelling volgens het Onderhandelingsakkoord Natuur met als plus de prioritaire Friese natuurprojecten in Achtkarspelen Zuid, Beekdal Linde en Beekdal Koningsdiep (minimaal 200 en maximaal 500 ha).
  • Op 22 januari 2014 zijn Provinciale Staten akkoord gegaan met het Natuurpact tussen de Provincies en het Rijk.
  • Op 10 maart 2015 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de ontwikkelingen in het financiële kader van het program Lanlik Gebiet.
  • Op 10 mei 2017 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar de geconstateerde tekorten op de Natuuropgave door BMC.
  • Naar aanleiding van dit onderzoek is een aantal scenario’s uitgewerkt in het rapport Natuur in Fryslân – Haalbaar en Betaalbaar. Uitgangspunten van deze scenario’s waren dat het tekort op de natuuropgave opgelost moest worden, én dat de oplossing gevonden moest worden in de natuurontwikkelingsopgave (1 van de onderdelen van de natuuropgave). Naast de provinciale scenario’s is vanuit de mienskip ook een scenario ingebracht. Provinciale Staten hebben op 18 juli 2018 een besluit genomen over deze scenario’s. Besloten is om drie scenario’s verder uit te werken (waaronder het alternatieve scenario van de mienskip, dat als voorkeursscenario is aangemerkt)
  • Op 10 juli 2019 zijn de uitgewerkte scenario’s ter besluitvorming voorgelegd aan PS. PS hebben besloten om scenario 5b, Natuer mei de Mienskip (binnen bestaand budget) verder uit te werken door het uitvoeren van 3 pilots en in 2021 een definitieve scenariokeuze te maken.

Financiële stand van zaken
De uitvoering van de natuuropgave bestaat uit verschillende onderdelen. In het onderzoek naar de tekorten op het Natuurpact door BMC is geconstateerd dat er op verschillende onderdelen tekorten te verwachten waren. In het kader van het BMC onderzoek is berekend dat het verwachte tekort in totaal op € 63 mln uitkwam. Het beleid was om deze tekorten ten laste te brengen van de natuurontwikkelingsopgave, onder andere omdat kwaliteit voor kwantiteit van natuur gaat. Dit is ook het uitgangspunt geweest bij het PS besluit van 10 juli jl.

Naar aanleiding van dit PS besluit is de programmering geactualiseerd. Dat wil zeggen dat de peildatum van zowel de inkomsten als de uitgaven is aangepast naar 1-1-2019. Na de besluitvorming in PS is de tabel geactualiseerd en zijn de tekorten op de andere onderdelen verrekend ten laste van de ontwikkelopgave. Deze nieuwe programmering staat in onderstaande tabel, inhoudelijk rapporteren we in deze paragraaf alleen over onderdeel 1, de natuurontwikkelingsopgave. Over de andere onderdelen wordt gerapporteerd in programma 3.1 bij het onderdeel natuur.

Tabel met geactualiseerde programmering totale natuuropgave in nieuwe indeling
Betreft periode 2014-2027, peildatum 1-1-2019

Wat gaan we doen in 2020?

  • We gaan verder met de uitvoering van de ontwikkelopgave conform de besluitvorming van PS.
  • In 2020 ronden we uitvoering van de gebiedsontwikkelingsprojecten Icoonproject Oude Willem en Koningsdiep 2e module af. Dit betreft de inrichting van 264 ha. Daarnaast ronden we de planvoorbereiding van Achtkarspelen Zuid 4e module (Rohel Oost), Achtkarspelen Zuid 5e module en Koningsdiep 4e module af zodat deze modules in uitvoering kunnen worden genomen.
  • In 2020 werken wij in samenwerking met de partners van Natuer mei de Mienskip aan de opzet van 3 pilots.

Tabel met geactualiseerde programmering re realiseren ha’s in de natuurontwikkelingsopgave
Betreft periode 2019-2027, peildatum 1-1-2019. Gebaseerd op scenario 5b

Risico’s
Algemeen:
In deze paragraaf lichten we alleen de risico’s toe van de natuurontwikkelingsopgave. Over de risico’s van de rest van het Natuurpact rapporteren we in hoofdstuk 3.1 Natuur van deze begroting.

De bovengenoemde financiële gegevens zijn gebaseerd op een prognose tot en met 2027. Deze prognose is gebaseerd op aannames over bijvoorbeeld indexering, afspraken in IPO-verband, bijdragen van derden/cofinanciering, te hanteren normkosten etc. Jaarlijks zal de programmering van de Natuuropgave bij de 1e BERAP worden geactualiseerd. Hierbij zal ook gekeken worden of de aannames bijgesteld moeten worden.

Ontwikkelopgave:

  • Tempo grondverwerving te laag – Indien het tempo van vrijwillige grondverwerving te laag is zullen de doelen voor de ontwikkelopgave en daarmee de KaderRichtlijn Water (KRW) en Natura 2000 niet worden gehaald. Als maatregel kan worden gekozen om het instrument onteigening in te zetten. Daarvoor is een besluit van PS nodig. Dit brengt wel hogere kosten met zich mee wat op zichzelf weer een negatief effect heeft op het aantal ha’s dat kan worden gerealiseerd met het budget.
  • Tempo van doorlevering van ingerichte natuurgrond te laag – Als het niet lukt om door de provincie verworven en als natuur ingerichte gronden door te verkopen aan een eindbeheerder heeft dit twee gevolgen: Ten eerste heeft de provincie dan kosten voor het beheer maar ze kan zichzelf geen beheersubsidie toekennen. Als beheersmaatregel kunnen de beheerkosten dan worden gefinancierd uit het budget voor de ontwikkelopgave. Ten tweede loopt het Investeringskrediet Grond (IKG) dan vol waardoor er geen ruimte meer is om nieuwe gronden te verwerven. Als beheersmaatregelen kan extra inspanning gezet worden op de verkoop van ingerichte natuurgronden en/of verkoop van ruilgrond en/of het plafond van het IKG kan worden verhoogd. Dat laatste is echter een tijdelijke oplossing indien het tempo van doorlevering te laag is. Het IKG zal dan opnieuw vol raken.
  • Bij verdere uitwerking blijkt scenario 5b niet uitvoerbaar te zijn – scenario 5b vergt nog verdere uitwerking, er zijn nog vragen over de concrete uitvoerbaarheid, de tools en de governance. Daarom zullen er 3 pilots uitgevoerd worden. Het risico bestaat dat scenario 5b toch niet uitvoerbaar zal blijken. PS hebben besloten om in dat geval scenario 3+ als terugvaloptie te kiezen.

11 Breed cofinancieringsbudget

In 2018 hebben de Staten ingestemd met het instellen van een reserve breed cofinancieringsbudget. Met dit breed cofinancieringsbudget wordt meer flexibiliteit in de begroting gecreërd.

Hierbij is de volgende werkwijze afgesproken:

  • Het betreft cofinancieringen van specifieke (europese) programma’s die door de Staten expliciet benoemd worden.
  • De middelen die nu in de begroting staan als cofinanciering van een specifiek programma blijven in totaliteit beschikbaar voor dat programma.
  • Het breed cofinancieringsbudget wordt als GS voorwaardelijk budget opgenomen in het begrotingsprogramma algemene dekkingsmiddelen.
  • Op basis van concrete projecten worden de middelen via een GS besluit overgeheveld naar de betreffende inhoudelijke begrotingsprogramma’s waar ook de verantwoording plaats zal vinden.
  • Er wordt een bestemmingsreserve ‘breed cofinancieringsbudget’ ingesteld waarbij de vorming en beschikking over de reserve bij de jaarovergang door het college kan worden uitgevoerd op dezelfde manier als dit voor de tijdelijke budgetten gebeurt. Hiermee blijft gewaarborgd dat de cofinancieringsmiddelen beschikbaar blijven voor de gehele looptijd van de programma’s. Deze looptijd zal overigens per programma verschillend zijn.
  • In de paragraaf grote projecten bij de begroting en jaarrekening wordt het totaal overzicht van het cofinancieringsbudget gepresenteerd waarbij het onderscheid in de verschillende (europese) programma’s wordt gemaakt. Hiermee is voor de Staten inzichtelijk wat de stand van zaken is van zowel het totale budget als het budget voor de onderliggende programma’s.
  • De programma’s mogen tot maximaal 10% overgecommiteerd worden waarbij rekening moet worden gehouden dat de hoogte van het percentage afhankelijk is van de potentiële lagere vaststelling bij projecten die in uitvoering zijn.
  • Het risico van een benodigde hogere cofinancieringsbijdrage vanuit de provincie bij vaststelling van de subsidie door de (europese) partner moet opgevangen worden binnen het breed cofinancieringsbudget.
  • Gezien het feit dat er altijd programma’s zullen zijn waarop wij als provincie moeten cofinanciering zal op termijn een voorstel worden gedaan voor structurele voeding van het breed cofinancieringsbudget. De hoogte daarvan zal dan periodiek herijkt worden op basis van de dan onderliggende programma’s waarop wij gaan cofinancieren.

PS besluiten

  • Op 31 oktober 2018 hebben Provinciale Staten de notitie vereenvoudiging financieel beleid vastgesteld. Onderdeel hiervan vormt het instellen van een breed cofinancieringsbudget.
  • Op 26 juni 2019 hebben Provinciale Staten het bestuursakkoord 2019-2023 vastgesteld waarin extra middelen voor het breed cofinancieringsbudget zijn opgenomen.

Financiële stand van zaken

Opbouw reserve breed cofinancieringsbudget per 31-12-2018

  • bedragen x € 1.000
  • Europese programma’s:
  • Efro-ez/Interreg/Waddenfonds
  • POP3
  • Totaal
  • Stand per 31-12-2018
  • 1.838
  • 9.366
  • 11.204

Lopende projecten vanaf 1-1-2019 tot en met 1-8-2019

Hieronder is een overzicht gegeven van de lopende projecten per 1 januari 2019 per Europees programma met daarbij de totale kosten en de bijdrageverdeling daarvan. Hierbij wordt opgemerkt dat een aantal projecten voor het gehele noorden zijn en dat niet de gehele bijdrage van de EU in onze provincie terecht komt.

Europees programma

  • bedragen x €1.000
  • EFRO-EZ
  • Interreg
  • Europees globaliseringsfonds
  • EU Life
  • Erasmus +
  • Horizon 2020
  • Fryslan Fernijt (restant)
  • Totaal EU programma’s
  • Aantal
  • 27
  • 20
  • 1
  • 1
  • 1
  • 1
  • 1
  • 52
  • Totale kosten
  • 53.503
  • 26.128
  • 1.908
  • 300
  • 715
  • 15
  • 10
  • 85.579
  • Bijdrage EU
  • 17.571
  • 12.052
  • 1.218
  • 150
  • 471
  • 15
  • 0
  • 31.477
  • Cofinanciering Provincie
  • 8.045
  • 1.930
  • 83
  • 150
  • 39
  • 0
  • 10
  • 10.257
  • Bijdrage Overig
  • 27.887
  • 12.146
  • 608
  • 0
  • 206
  • 0
  • 0
  • 40.847

In onderstaand overzicht zijn de maatregelen uit het lopende POP3 programma aangegeven inclusief de totale kosten en de bijdrageverdeling. De uitvoering van deze maatregelen vindt de komende jaren nog plaats.

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5a
  • 5b
  • 6a
  • 6b
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10a
  • 10b
  • 10c
  • POP 3 Maatregel - bedragen x € 1.000
  • Trainingen, workshops
  • Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering landbouwbedrijven
  • Jonge landbouwers
  • Proceskosten kavelruil
  • Niet productieve investeringen biodiversiteit
  • Niet productieve investeringen PAS *
  • Niet productieve investeringen water
  • Niet productieve investeringen water internationale doelen
  • Samenwerking voor innovaties
  • Samenwerking in het kader van EIP
  • Leader
  • ANLB *
  • ANLB blauwe diensten
  • Behoude akker- en weidevogels
  • Overgangsmaatregelen POP2
  • Uitvoeringskosten
  • Totaal POP3
  • Totale kosten
  • 3.255
  • 4.140
  • 3.600
  • 1.750
  • 4.265
  • 5.957
  • 20.357
  • 13.102
  • 4.381
  • 1.482
  • 3.617
  • 97.946
  • 2.900
  • 2.288
  • 6.054
  • 9.000
  • 184.094
  • Bijdrage EU
  • 1.628
  • 2.070
  • 1.800
  • 875
  • 2.133
  • 2.978
  • 10.179
  • 13.102
  • 2.191
  • 741
  • 1.808
  • 63.310
  • 1.450
  • 2.288
  • 6.054
  • 744
  • 113.351
  • Cofinanciering Provincie
  • 1.628
  • 2.070
  • 1.800
  • 875
  • 2.133
  • 2.978
  • 0
  • 0
  • 2.191
  • 741
  • 1.774
  • 34.636
  • 0
  • 0
  • 0
  • 8.256
  • 59.082
  • Bijdrage Overig
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 10.179
  • 0
  • 0
  • 0
  • 34
  • 0
  • 1.450
  • 0
  • 0
  • 0
  • 11.663

* De provinciale cofinancieringsbijdrage bij deze maatregelen wordt geleverd vanuit de natuurpactgelden.

Naast de bijdrage vanuit de europese programma’s ontvangen wij ook een bijdrage vanuit het waddenfonds. Het overzicht van de lopende projecten per 1 januari 2019 tot 1 augustus 2019 is hieronder weergegeven met ook hierbij de totale kosten en de bijdrageverdeling.

  • bedragen x €1.000
  • Waddenfonds
  • Investeringskader waddengebied
  • Totaal waddenfonds
  • Aantal
  • 25
  • 1
  • Totale kosten
  • 52.443
  • 6.436
  • 58.879
  • Bijdrage Waddenfonds
  • 30.820
  • 4.183
  • 35.003
  • Cofinanciering Provincie
  • 14.259
  • 429
  • 14.688
  • Bijdrage Overig
  • 7.364
  • 6.007
  • 13.371

Bestuursakkoord 2019-2023

Het Bestuursakkoord gaat uit van het centrale begrip ‘brede welvaart’ en kiest voor intensivering van de Friese inzet op Europa. Het binnenhalen van meer Europese middelen in deze collegeperiode is de meest tastbare vertaling van deze grotere inzet.

De intensivering van de inzet op Europa heeft een tweeledige achtergond:

  • Inhoudelijk: meer aanhaken bij Europese ambities stelt Fryslân beter in staat de eigen doelen te realiseren. We verbreden onze horizon, worden erop gevergd onze doelen scherper te formuleren, meer samen te werken met andere regio’s in Europa en bij te dragen aan Europese doelstellingen. Projecten die een beroep kunnen doen op Europese middelen, opereren steevast in een omgeving van internationale concurrentie en worden beoordeeld op excellentie. We worden hierdoor voortdurend uitgedaagd het beste uit onszelf te halen
  • Financieel: door de krimpende provinciale begroting wordt het binnenhalen van meer Europese middelen steeds urgenter.

We willen dit realiseren via:

  • Door gericht uit te blinken in Friese sterke punten als Watertechnologie, Circulaire Economie, de Maritieme sector en Natuurinclusieve Landbouw – waar Fryslân goed in is en echt iets kan bijdragen aan de Europese ambities – willen we ook een groter beroep doen op Europese middelen. Op basis daarvan ontwikkelen we projecten rondom deze onderwerpen en halen daarmee extra Europese middelen naar Fryslân.”
  • Onze belangrijkste partner buiten de landsgrenzen is de Europese Unie zelf. We stellen ons de komende jaren als een open partner op tegenover Europa en stoppen meer menskracht en tijd in de verbinding met Europa. Daarbij blijven wel altijd onze eigen Friese doelen uitgangspunt. Op veel terreinen dragen we daarmee ook bij aan de doelen van Europa.

In het bestuursakkoord is het volgende resultaat benoemd:
Resultaat 59: we halen minimaal 130 miljoen aan Europese middelen binnen die bijdragen aan de brede Friese welvaart.”

De volgende provinciale cofinancieringsmiddelen zijn beschikbaar voor de projecten die in deze collegeperiode starten:

  • Programma - bedragen x € 1.000
  • Efro-EZ/Interreg/Waddenfonds
  • Investeringskader Waddengebied
  • POP4
  • Totaal beschikbaar
  • Cofinancieringsbudget
  • 8.000
  • 15.000
  • 16.000
  • 39.000

In deze paragraaf zullen wij u blijven op de hoogte houden van de inzet van deze middelen en de bijdrage uit Europa cq. Waddenfonds die wij daarmee binnen halen.

Print deze pagina