9.3 Overige projecten

Begroting

7  Heerenveen, stad van Sport (Nieuw Thialf) (programma mienskip)

Het doel is een schaatsaccommodatie te behouden die voldoet aan de normen van deze tijd, bestemd voor (topsport)wedstrijden, (topsport)trainingen en recreatiesport. Tevens wordt gestreefd naar het behoud van de A-status. De ambitie is om het schaatshart van de wereld te worden met het snelste ijs.

Het project is uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van Thialf Onroerend Goed BV (OG), waarin de provincie voor 2/3 deel aandeelhouder is en de gemeente Heerenveen voor 1/3 deel. Het project bestaat uit vier onderdelen:

  1. Het vernieuwen van het schaatscomplex (geregeld);
  2. Het aanpassen van de governance op de Thialf organisatie (afhankelijk van de exploitatie);
  3. Een gedeelte van de exploitatie: horeca en schoonmaak heeft inmiddels plaatsgevonden);
  4. De opening van het vernieuwde Thialf heeft eind januari 2017 plaatsgevonden.

De provincie is als aandeelhouder én subsidieverstrekker betrokken bij het project.

PS-besluiten
Op 26 juni 2013 hebben Provinciale Staten groen licht gegeven voor deelname in de rechtspersoon Thialf en daarnaast € 50 mln. subsidie beschikbaar gesteld voor de vernieuwbouw van de wedstrijdhal.

Financiële stand van zaken
De subsidie van de provincie bedraagt € 20 mln REP en € 30 mln Nuon (WfF), in kasritme uit te keren over de jaren 2013-2017. Voor de overname van de aandelen (2/3) is € 4 mln uitgetrokken.  Ook is er een lening verstrekt door FSFE voor de aanleg zonnepanelen.
De afrekening van de subsidies is in 2018 afgerond. De volledige verbouwing heeft binnen het budget plaatsgevonden. De jaarcijfers voor het seizoen 2016-2017 zijn ingediend in en behandeling.

Wat gaan we doen in 2019?
De verwachting is dat de EU nog in 2018 een uitspraak zal doen over het verdere aanbestedingstraject. Wanneer het doorgezet moet worden, zal er in 2019 een nieuwe exploitant komen. Wanneer afgezien kan worden van het vervolgtraject, wordt Thialf BV de exploitant. In 2019 zal dan een aanpassing van de governancestructuur gaan plaatsvinden.
Daarnaast zal in 2019 de renovatie van de ijshockeyhal moeten worden opgestart. De kosten voor die renovatie zijn voor Thialf OG BV, en dat betekent dat de provincie als aandeelhouder daaraan een bijdrage zal gaan verstrekken, als ook de gemeente Heerenveen zijn aandeel betaalt. De verwachting is dat de renovatie in totaal € 4 mln tot € 5 mln zal gaan kosten.

Risico’s
Wanneer wij besluiten tot een bijdrage voor de renovatie van de ijshockeyhal, dan zal daarvan opnieuw melding bij de EU moeten worden gedaan om het risico op staatssteun te voorkomen.

Risico’s exploitatie
Wanneer de aanbesteding wordt doorgezet, bestaat het risico dat een exploitant alleen met een bijdrage van de aandeelhouders een exploitatie wil aangaan. Wanneer Thialf BV uiteindelijk de exploitatie blijft doen en niet in de zwarte cijfers blijft, is het mogelijk dat er een bijdrage van de aandeelhouders in de exploiatie wordt gevraagd. Een aanhoudende zorg is dat er weinig opbrengsten uit schaatshal zijn. Een ander risico is het nakomen van de afspraken door de KNSB en ISU ten aanzien van wedstrijden in de toekomst (vier wedstrijden per jaar gedurende vijf jaar); een minimale hoeveelheid wedstrijden is van belang voor gezonde exploitatie.

8  RUG / Campus Fryslân (programma mienskip)

PS-besluiten
Op 15 december 2015 hebben Provinciale Staten besloten € 16,83 mln te investeren in de ontwikkeling van een Campus Fryslân, de elfde faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen gevestigd in Leeuwarden. Daarnaast zullen de resterende middelen van University Campus Fryslân (UCF), ca. € 1 mln, overgeheveld worden naar het budget RUG/Campus Fryslân. Verder hebben Provinciale Staten ingestemd om in 2020 een brede evaluatie te houden over het programma RUG/Campus Fryslân in samenwerking met de RUG en de gemeente Leeuwarden.

Financiële stand van zaken
In totaal kost het project  RUG/Campus Fryslân € 57,1 mln voor de periode 2016-2023. Na 2023 kan RUG/Campus Fryslân naar verwachting zichzelf bekostigen.

De verdeling ziet er als volgt uit:
Provincie Fryslân                      €  17,83 mln.
Gemeente Leeuwarden             €    3,33 mln.
RUG                                         €  29,94 mln.
Derden                                     €    5,67 mln.
Stelpost                                    €    0,33 mln.
Totaal                                       €    57,1 mln.

Naar verwachting zal in 2019 een voorschot van € 3.573.200,- van de subsidie aan RUG/Campus Fryslân worden overgemaakt voor de realisatie van RUG/Campus Fryslân. Dit bedrag is onder voorbehoud. De jaarlijkse begroting van de RUG/Campus Fryslân is bepalend hiervoor.

Wat gaan we doen?
De RUG/Campus Fryslân omvat de volgende onderdelen.

  • Een residentieel bachelor college voor 600 studenten (200 studenten p/j de eerste drie jaar). Bachelor college van start op 1 september 2018.
  • Tien masteropleidingen in samenwerking met de andere hogescholen en universiteiten op de Friese hotspots; dit zijn 1-jarige opleidingen met per master circa 40 studenten. In totaal moeten er in 2023 400 masterstudenten zijn.
  • Premasters; dit zijn 1-jarige schakelklassen voor HBO afgestudeerden die daarna een masteropleiding willen volgen. Deze opleidingen zijn vooral interessant voor studenten die aan de Friese HBO´s afstuderen. De hogescholen zijn begonnen met het ontwikkelen en aanbieden van enkele premasters die aansluiten op de masters van RUG/Campus Fryslân. Deze ontwikkeling gaat door in 2019.
  • Onderzoeksschool met jaarlijks 15 promovendi t.b.v. onderzoek gericht op de Friese hotspots, dit in samenwerking met het Friese bedrijfsleven. Er zijn de 35 promovendi uit UCF1 ondergebracht in de graduate school van RUG CF en worden, evenals in 2017 en 2018, ook in 2019 nieuwe promovendi aangetrokken.
  • Er worden jaarlijks minimaal 4 voortgangsgesprekken met RUG/Campus Fryslân gevoerd en er is minimaal 1 bestuurlijk overleg. Daarnaast wordt twee maal per jaar aan Provinciale Staten gerapporteerd over de voortgang van RUG/Campus Fryslân. Voorts hebben drie universiteiten, 4 hogescholen, 6 kennisinstellingen, 1 bibliotheek en de gemeente Leeuwarden en de provincie zich met de ondertekening van het Hoger-Onderwijsakkoord Fryslân op 24 juni 2016 verbonden aan samenwerking met RUG/Campus Fryslân. Het doel van deze samenwerking is om aan het niveau van het Friese hoger onderwijs een impuls te geven. De provincie is initiatiefnemer van de totstandkoming van dit akkoord.

Risico’s
Macrodoelmatigheidstoets en accreditatietoets: Het doorlopen van de toetsing van deze twee commissies is bepalend voor het tempo waarin nieuwe masters of master/tracks van start kunnen gaan. Wanneer een opleiding de toetsing met goed gevolg doorloopt, is rijksfinanciering geborgd.

Te weinig studenten: De ambities in de plannen van RUG/Campus Fryslân zijn hoog. Er bestaat daarom in het ontwikkelplan het risico dat de gestelde aannames voor studentenaantallen niet worden gehaald. De RUG gaat uit van een periode van zes à zeven jaar om 1000 studenten en 50 promovendi aan Fryslân te binden. De RUG draagt het financiële risico wanneer er sprake is van een lagere instroom van studenten. In 2020 zal de RUG samen met de provincie en de gemeente een tussenbalans opmaken, waarbij we onderzoeken hoe het gesteld is met het toekomstperspectief en -bestendigheid van RUG/CF.

Imago Leeuwarden als (studie)stad: Leeuwarden heeft geen vergelijkbaar imago als studiestad Groningen. Een risico is ook de nabijheid van Groningen, met als gevolg dat er te weinig studenten in Leeuwarden komen wonen. Binnen de planvorming van Campus Fryslân hebben de partijen afspraken gemaakt om de krachten te bundelen en een aansprekend programma te ontwikkelen voor het bevorderen van het academisch klimaat in Leeuwarden. Dit programma moet in 2019 zich verder ontwikkelen. Het residentieel college (bachelorstudenten wonen het 1e jaar op de campus) kan een belangrijke bijdrage aan leveren aan de omvang van het aantal studenten dat in Leeuwarden woont.

9  Leeuwarden – Fryslân 2018 (programma mienskip)

Leeuwarden is op 6 september 2013 uitgeroepen tot Europese Culturele Hoofdstad in 2018. Afgelopen jaar presteerde Leeuwarden – Fryslân zich namens Nederland op Europees niveau met min­stens 40 grote culturele evenementen en honderden mienskipsprojecten, verspreid over heel Fryslân. Heel Fryslan, jong en oud, kon meedoen aan Leeuwarden – Fryslân 2018.  Voor de culturele evenementen was de stichting Leeuwarden – Fryslan 2018 verant­woordelijk. Voor de programma’s en projecten voor de lange termijn, en de blijvende effecten, zijn met name de provincie en gemeente Leeuwarden verantwoordelijk.

PS-besluiten
In 2012 hebben Provinciale Staten ingestemd met het inhoudelijk en financieel ondersteunen van de kandidatuur van Leeuwarden als Europese Culturele Hoofdstad in 2018 namens Nederland.  Op 21 juni 2017 hebben Provinciale Staten besloten om aanvullende middelen beschikbaar te stellen in 2017 en garantievoorzieningen te treffen voor 2018 om van Leeuwarden-Fryslân 2018 een succes te maken.
De doorontwikkeling van LF2018, Agenda2028, vanuit verschillende Friese partijen staat geagendeerd voor oktober 2018.

Financiële stand van zaken
In het eerste kwartaal 2019 vindt de financiële afronding van het project plaats. De verwachting is dat dit binnen de hiervoor opgenomen voorzieningen valt. Agenda2028 inclusief de financiële vraag staat ter besluitvorming door Provinciale Staten geagendeerd in oktober 2018.
In juni 2017 hebben PS 1 mln beschikbaar gesteld voor het afgeven van garanties voor ticketrisico’s LF2018. Dit bedrag is aangevuld door gemeente Leeuwarden en Fonds Podiumkunsten. De regeling die hiervoor is geopend zorgt voor een aantrekkelijk cultureel vestigingsklimaat en versterking van het cultureel ondernemerschap. Bij Agenda2028 wordt voorgesteld om het resterende budget ook na 2018 in te zetten voor deze doelen d.m.v. een nieuwe regeling.

Wat gaan we doen in 2019? 
In oktober 2018 besluiten de Staten over Agenda2028. De Agenda2028 betreft de doorontwikkeling van LF2018 door verschillende Friese partijen.

Risico’s
Een risico is dat er bij de financiële afronding van LF2018 onvoorziene financiële effecten zichtbaar worden. Gezien de geïntensiveerde sturing op financiën is de verwachting dat dit niet het geval zal zijn en dat financiën binnen de hiervoor opgenomen voorzieningen passen.
Resultaat 14 van het Coalitieakkoord geeft aan dat LF2018 blijvende effecten moet hebben. Een risico is onvoldoende inzet hier op, waardoor die blijvende effecten zullen achterblijven. Fryslân kan zich optillen als er een gemeenschappelijk doel voor de toekomst wordt gesteld. Het is noodzakelijk de energie van 2018 vast te houden voor de toekomst, allereerst voor de jaarschijf 2019. Er is in de Mienskip veel energie opgebouwd. Er is energie om door te gaan na 2018 op voor de provincie belangrijke thema’s. Er moet worden voorkomen dat de energie wegzakt. Door een actief faciliterende rol van de overheden in Agenda2028 kan dit worden voorkomen.  De beschikbare middelen zullen gematcht worden met middelen van derden, bijvoorbeeld de gemeente Leeuwarden, het bedrijfsleven e.a. Met dit budget kan het werken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat in Fryslân vooreerst gecontinueerd worden. Er is een risico dat dit onvoldoende omvang krijgt. Er wordt op ingezet de beschikbare middelen zoveel mogelijk te vermenigvuldigen.

10  Europese watertechnologiehub (programma economie)

PS-besluiten
Op 24 september 2014 hebben de Staten het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020 vastgesteld, waarbij € 13 mln uit het REO-regio ter beschikking is gesteld. Het uitvoeringskader geeft aan op welke wijze we gaan werken aan het doel om uit te groeien tot de Europese hub op het gebied van watertechnologie.In de Kadernota 2018 hebben uw Staten € 1 mln extra beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het WaterCampus Actieplan 2017-2020.

Financiële stand van zaken
Op 4 december 2012 heeft het Dagelijks Bestuur van SNN ingestemd met een bijdrage aan de Stichting Wetsus uit het centrale deel van het REP van € 38 mln. Eerst is een bijdrage van € 19 mln beschikbaar gesteld voor de periode 2013-2017. De € 19 mln voor de periode 2017-2020 wordt toegekend na een positieve evaluatie van Wetsus eind 2015.

De WaterCampus partijen hebben in 2016 een actieplan opgesteld. Het plan beschrijft het doel, de acties en brengt in beeld wat het benodigde budget is voor de jaren 2017 tot en met 2020 om het plan te kunnen uitvoeren. Uitgangspunt van het actieplan is dat de huidige activiteiten van de WaterCampus partijen gecontinueerd worden en daarmee het innovatie ecosysteem van de WaterCampus in stand kan worden gehouden. Voor het WaterCampus Actieplan is in 2017 een bijdrage van € 6.030.000,- beschikbaar gesteld vanuit de beschikbare middelen REP-regio. De bijdrage wordt in 2-jaarlijkse tranches van € 3.015.000,- beschikbaar gesteld voor de periodes 2017-2018 en 2019-2020.

Begin 2017 is ten behoeve van het project “Research infrastructuur Wetsus 2017-2020” een subsidie van € 3.019.804,-  beschikbaar gesteld vanuit REP-regio en € 480.196,- vanuit het restant RijksREP.

In 2018 is een subsidie verstrekt aan de Water Alliance om een impuls te geven aan de internationalisering van de Friese watertechnologiesector. Het budget dat beschikbaar is gesteld ten behoeve van het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020, zijnde € 13 mln (REP-regio), is voor het overgrote deel verplicht en/of uitgegeven.

Wat gaan wij doen in 2019?
Wij faciliteren en jagen projecten aan die passen in het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020 en de Beleidsbrief ‘Wurkje mei Fryslân’.

Het Wetsus-programma werkt met aio’s. Om het onderzoek te kunnen continueren en aio’s te kunnen aanstellen op vierjarig contact is uiterlijk voor 1 januari 2019 duidelijkheid nodig over de voortzetting van de financiering na 2020. In de Kadernota 2019 is voor de jaren 2021 en 2022 een provinciale bijdrage gevraagd van € 1.125.000,- per jaar ten behoeve van de continuering van Wetsus. Dit betreft geen structurele bijdrage. In 2019 worden de uitkomsten van de verkenning naar de mogelijkheden voor Wetsus ten aanzien van een nationaal samenwerkingsmodel verwacht en de wijze waarop Wetsus meer structureel gefinancierd kan worden. Het kan zijn dat er in de overgangsperiode, de periode na 2022, nog een incidentele provinciale bijdrage nodig is om Wetsus te kunnen continueren. Zonodig zal in 2019 met een voorstel worden gekomen voor een financiële bijdrag van de continuering van Wetsus na 2022.

De lobby om het innovatie ecosysteem van de WaterCampus meer nationaal/EU gefinancierd te krijgen voor met name de periode na 2020 zal worden gecontinueerd.
In 2019 zal de uitvoering van het WaterCampus Actieplan over de jaren 2017 en 2018 worden geëvalueerd. De uitkomsten van de evaluatie zullen worden gedeeld met PS.
In 2019 zal de monitor van het WaterCampus Actieplan over het jaar 2018 verschijnen. Deze monitor zal ter kennisname aan PS worden aangeboden.

Risico’s
Om uit te groeien tot Europese hub op het gebied van Watertechnologie is zekerheid over langjarige continuïteit (minimaal 10 jaar) van Wetsus een essentiële voorwaarde. Dit geldt zowel voor de contracten met het bedrijfsleven en vooraanstaande universiteiten als voor het aantrekken van de beste onderzoek talenten. De langere termijn financiering van Wetsus (na 2022) is nog niet afgedekt. Dat geldt ook voor de financiering van Water Alliance. In 2019 verwachten wij voor Wetsus daarover meer duidelijkheid (uitkomsten verkenning nationaal samenwerkingsmodel). Wij blijven onze lobby inzet richting Rijk en EU continueren. Ook ten behoeve van de financiering van het totale innovatie ecosysteem van de WaterCampus.
In april 2013 hebben wij met gemeente Leeuwarden een intentieverklaring getekend waarin staat dat we ons gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor de ondersteuning van Wetsus en voor de ontwikkeling en exploitatie van deze Watercampus, ook ná afloop van de huidige subsidieperiode tot in ieder geval 2030.

11  De Nieuwe Afsluitdijk (programma’s infrastructuur, omgeving en economie)

De Nieuwe Afsluitdijk (DNA) is opgedeeld in twee fasen:

  • Fase 1 betreft de lopende projecten zoals de Vismigratierivier, het Afsluitdijk Wadden Center, de energieprojecten en het vernieuwen van het Monument.
  • Fase 2 betreft opgaven als marketing, het verder benutten van de Afsluitdijk als kraamkamer op het gebied van duurzame energie en het verbreden van de sluis Kornwerderzand.

De sluis Kornwerderzand wordt uitgevoerd door de projectorganisatie DNA maar kent een andere geografische bestuurlijke samenwerking. Om die reden en om het strategische belang is dit project hierna separaat opgenomen in de begroting.

PS-besluiten

  • Op 21 december 2011 hebben Provinciale Staten de Bestuursovereenkomst Afsluitdijk (inclusief ambitie agenda Afsluitdijk) vastgesteld.
  • Op 21 januari 2015 hebben Provinciale Staten diverse provinciale budgetten vastgesteld.
  • Op 20 april 2016 hebben Provinciale Staten besloten geen wensen of bedenkingen kenbaar te maken voor vaststelling van vier Realisatieovereenkomsten met RWS.
  • Op 20 april 2016 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Inpassingsplan voor de Vismigratierivier vastgesteld.
  • Met de vaststelling van de begroting 2017 heeft Provinciale Staten ingestemd met een bijdrage van 5 ton tbv het project Icoon Afsluitdijk  en 5 ton tbv de aansluiting van de Afsluitdijk op het energienetwerk.
  • November 2016 is tijdens de 2e begrotingsrapportage een begrotingswijziging (investeringskrediet) opgenomen voor het Afsluitdijk Wadden Center.

De financiële stand van zaken
De financiering van de projecten in fase 1 is rond met uitzondering van Deel 2 van de Vismigratierivier (de toe leidende rivier naar de coupure). Met de toezegging van de bijdrage van de Nationale Postcodeloterij is Deel 2 van de VMR nagenoeg gefinancierd. GS zal worden voorgesteld de aanbestedingsprocedure van de VMR eind 2018 te starten en er hierbij vanuit te gaan om Deel 2 in één keer te realiseren. De financiële restopgave maakt onderdeel uit van het GS voorstel waarbij als uitgangspunt wordt gehanteerd dat deze binnen het mandaat van GS wordt geregeld.

December 2017 heeft PS een motie vastgesteld om een thematisch breed Living Lab Afsluitdijk op haalbaarheid te onderzoeken. Dat loopt. Wanneer een breed Living Lab haalbaar blijkt is er vanuit de Provincie waarschijnlijk een bijdrage nodig voor de ontwikkeling daarvan. Wel is DNA al gestart met het opzetten van een Living Lab binnen het thema duurzame energie, als uitwerking van de kraamkamerambitie (Uitvoeringsplan De Nieuwe Afsluitdijk 2017-2020) en als mogelijke opmaat naar een breed Living Lab. Voor de financiering daarvan is voorstel opgenomen in de kadernota 2019.

De Provincie Fryslân draagt jaarlijks € 500.000,- bij aan de financiering van het programmabureau. Tot en met 2020 is deze bijdrage geregeld. Het programma heeft echter een doorlooptijd tot en met 2022. Voor de periode na 2020 moet er dus nog financiering geregeld worden. Daar is in deze begroting nog geen rekening mee gehouden. Wij komen daar in een separaat voorstel in een later stadium op terug. In het uiterste geval betekent het het doorzetten van de huidige bijdrage, maar de verwachting is dat er enige afbouw kan plaatsvinden.

Wat gaan wij doen in 2019?
De komende jaren staan voor De Nieuwe Afsluitdijk grotendeels in het teken van het uitvoeren van de projecten en het oogsten van de revenuen. Daarnaast blijft er vanuit De Nieuwe Afsluitdijk inzet nodig om het Rijkscontract en de regionale onderdelen daarin, zoals de coupure Vismigratierivier en fietspaden, te begeleiden.

Eind 2018 wordt de aannemer gecontracteerd voor de bouw van Deel 2 van de VMR. In het tweede kwartaal van 2019 zal deze aannemer buiten starten met de werkzaamheden. De aannemer van het Rijk, consortium Levvel, zal de coupure realiseren tussen 2020 en 2022. Wanneer beide delen gereed zijn kan de VMR in werking gesteld worden.

De komende jaren kan de regio profiteren van de economische spin-off van de huidige investeringen in de Afsluitdijk, zoals het in maart 2018 geopende Afsluitdijk Wadden Center. Daar is wel een marketinginspanning voor nodig. Daarom is er begin 2018 een marketingplan opgesteld. Dit plan maakt onderdeel uit van een bredere marketingopgave voor het Waddengebied. Samen met de bestaande regionale marketingorganisaties, waaronder Merk Fryslân, wordt er in 2019 en de jaren daarna uitvoering gegeven aan dit plan.

Als blijkt dat een breed Living Lab haalbaar is dan kan er op basis van besluitvorming in 2019 invulling aan gegeven worden. Vanuit De Nieuwe Afsluitdijk zal er dan de eerste jaren ondersteuning nodig zijn om het brede Living Lab op te zetten en te begeleiden. Daarna zal het Living Lab zowel organisatorisch als financieel zelfstandig gaan functioneren.
Ondertussen is de ontwikkeling van een Living Lab Energiedijk gestart. Naast de bestaande projecten Blue Energy, stromingsenergie, het Off Grid Test Centre en een test met een onderwaterkite willen Rijk en De Nieuwe Afsluitdijk ook andere innovaties de ruimte bieden om hun technieken te beproeven op de Afsluitdijk.
Om hier beter aan te kunnen faciliteren moet de dijk aangesloten worden op het energienet. Hier heeft de Provincie middels de begroting 2017 een bijdrage voor gereserveerd. De netbeheerders zijn nog met elkaar in gesprek om de definitieve koers te bepalen. Er zijn voorzichtige stapjes gezet.

In 2019 gaan we samen met Rijkswaterstaat verder met de ontwikkeling van het Monument. De buitenruimte van het Monument zit in het Rijkscontract en zal de komende jaren opgeknapt worden. De precieze invulling van de ontwikkeling van het vastgoeddeel van het Monument is nog onderwerp van gesprek.

  • Risico’s
    Grond uit het project N31 ligt tijdelijk opgeslagen in depot Oostpoort voor toepassing in de VMR. Een niet tijdige oplevering van het depot (einddatum september 2021) vormt een risico voor het project. Dit risico wordt beheerst door het project tijdig (in 2018) aan te besteden zodat de aannemer voldoende tijd heeft om het werk uit te voeren en af te stemmen op beperkende omgevingsfactoren;
  • Rijkswaterstaat heeft aangegeven geen ruimte te willen geven aan andere aannemers dan Levvel ten tijde van de versterking Afsluitdijk (tot en met 2022). Dit betekent mogelijk dat enkele projecten van DNA die nog niet uitgevoerd zijn, zoals de stromingsenergiecentrale Kornwerderzand, hierdoor met uitvoering moeten wachten. Dit zet deze projecten mogelijk financieel onder druk. Afstemming met Levvel is nodig om hier ruimte in te zoeken;
  • De Provincies en gemeenten dragen financieel bij aan de bekostiging van het programmabureau. Deze bijdragen staan onder druk. Vanuit de Provincie is tot en met 2020 financiering geregeld. Er is echter tot 2022 inzet nodig voor de begeleiding van het Rijkscontract en de uitvoering van het programma De Nieuwe Afsluitdijk.

a.    Sluis Kornwerderzand
Het onderdeel sluis Kornwerderzand wordt uitgevoerd door de projectorganisatie DNA maar kent een andere geografische bestuurlijke samenwerking. Om die reden en om het strategische belang is dit project hierna separaat opgenomen in de begroting.

PS-besluiten
In het kader van het uitvoeringsprogramma DNA is € 10 mln gereserveerd als regionale bijdrage in de investeringskosten voor de sluis Kornwerderzand.
Het beschikbaar stellen van maximaal € 5 mln extra investeringsbijdrage.

Financiële stand van zaken
Als provinciale bijdrage in de financiering is inmiddels een bedrag van € 15 mln beschikbaar gesteld. De voorbereidingskosten die worden gemaakt, worden, wat het Friese deel betreft, gedekt op basis van het PS-besluit over fase 1 van het DNA-programma. Mocht het project onverhoopt niet doorgaan, dan zal het provinciale aandeel van de voorbereidingskosten worden gedekt uit de reeds bij PS-besluit beschikbaar gestelde middelen.
Op basis van een Tweede Kamermotie heeft het rijk € 30 mln gereserveerd voor het project. De gesprekken met het Rijk kosten meer tijd dan voorzien De verwachting is dat in 2018 overeenstemming met het Rijk wordt bereikt. Er zal dan ook een definitief financieringsvoorstel aan Provinciale Staten zal worden voorgelegd.

Wat gaan we doen in 2019?
De verwachting was dat in het BO-mirt van 2016 afspraken met de minister zouden worden gemaakt over de financiering van het project. Dit is niet gebeurd. Wel heeft de minister in december 2016 naar aanleiding van een motie € 30 mln toegezegd als financieringsbijdrage in de sluis. Dit bedrag is gereserveerd tot medio 2018, onder de voorwaarde dat de regio met een nieuw en solide financieringsvoorstel komt.
Aan de inhoudelijke onderbouwing van het financieringsvoorstel wordt door Rijk en regio gewerkt. De verwachting is, dat in het BO-Mirt 2018 definitieve afspraken met het Rijk gemaakt kunnen worden over de financiering van het project. In vervolg daarop zullen de afspraken tussen Rijk en regio over financiering, projectscope en planning in een nader worden uitgewerkt en in een overeenkomst worden vastgelegd. Besluiten die het rijk kent in het kader van het MIRT  zullen ook nog moeten worden genomen. Een van de laatste stappen in dat kader is de aanbestedingsprocedure met uiteindelijk contractering van een marktpartij.  Het streven van de regio is nog steeds gericht op een realisatie in 2023.

Risico’s
Afspraken tussen Rijk en regio over de financiering van de sluis. In het BO-Mirt 2018 worden definitieve afspraken gemaakt tussen regio en Rijk over de financiering van de nieuwe sluis Kornwerderzand en het verdere proces.
Het rijk is onvoldoende overtuigd dat het bedrijfsleven rondom het IJsselmeer daadwerkelijk gaat investeren naar aanleiding van de verbrede sluis.
De marktbijdrage. De markt is bereid substantieel bij te dragen in de financiering onder de voorwaarde dat er marktbijdragewet komt om zogenaamde freeridders te voorkomen. Een marktbijdragewet c.q. financieringswet is echter politiek naar verwachting moeilijk haalbaar.

12   Breedbandinfrastructuur Fryslân (programma economie)

Inleiding
Gedurende de tijd dat het Breedbandfonds van de provincie in 2016 operationeel was, kreeg de provincie via het Breedbandfonds signalen van marktpartijen, dat zij geïnteresseerd zijn in een achtergestelde lening van de provincie. Deze achtergestelde lening is nodig om de volledige financiering van een grootschalig glasvezelproject in de provincie Fryslân voor elkaar te krijgen. Hiermee kan het buitengebied van Fryslân voorzien worden van een NGA(glasvezel)netwerk. Provincie Fryslân kan een achtergestelde lening aan een marktpartij verstrekken via een openbare tenderprocedure onder marktconforme condities.

De besluiten van Provinciale Staten
Op 25 januari 2017 stemden Provinciale Staten in met het voorstel tot het beëindigen en afhechten van het oude breedband instrumentarium. Bij dit voorstel zijn deze middelen nu (nominaal revolverend) ingezet voor het verstrekken van een achtergestelde lening aan een marktpartij. Deze lening is maximaal € 35 mln onder marktconforme condities. Daarnaast is € 12 mln gereserveerd voor een marktconforme lening in grijs gebied. Ook zijn (niet nominaal revolverend) € 5 mln voor de meest onrendabele adressen en € 250.000,-  voor proceskosten ter voorbereiding en operationalisering van een tender vrijgemaakt. Dit is om de aanleg van een NGA(glasvezel)netwerk in de buitengebieden van de provincie te faciliteren.

Financiële stand van zaken
Op 3 oktober 2017 is de subsidietender gegund aan Kabelnoord. Op 29 maart 2018 zijn de financieringsovereenkomsten tussen de provincie, Kabelnoord en de bancaire financiers afgesloten. Het verstrekken van de achtergestelde lening (€ 35 mln) van de provincie aan Kabelnoord, verloopt in tranches (voor deelprojecten). In 2018 zijn de eerste tranches achtergestelde lening aan Kabelnoord verstrekt voor de deelgebieden waar gestart is met de aanleg van het glasvezelnetwerk.

Verder is er € 12 mln vrijgemaakt voor een marktconforme lening in de grijze gebieden en is er € 5 mln beschikbaar gesteld voor een regeling voor de duurste aansluitingen in de buitengebieden. Aan een aanpak en besteding van deze middelen wordt gewerkt. Om de aanpak in de grijze gebieden te bespoedigen zijn wij voornemens geweest een subsidie van € 200.000,- beschikbaar te stellen aan de coöperatie De Fryske Mienskip op Glas. Deze subsidie is gedekt vanuit het eerder beschikbaar gestelde budget ‘voorfinanciering versnellingstrajecten’ voor breedband van € 1 mln. Tot slot is er € 250.000,- gereserveerd voor proceskosten ter voorbereiding en operationalisering van deze nieuwe aanpak. Van deze proceskosten is tot nu toe € 100.000,- besteed.

Wat gaan we doen in 2019?
In 2019 zullen wij de aanleg van het glasvelnetwerk door Kabelnoord monitoren. Passend bij de voortgang van deze aanleg zullen wij vervolgtranches achtergestelde lening verstrekken aan Kabelnoord. Verder zullen wij in 2019 een aanpak voor de grijze gebieden en de realisatie van snel internet naar de duurste aansluitingen in het buitengebied operationaliseren.

Risico’s

  • De afdwingbaarheid van de aanleg en sturing tijdens de doorlooptijd van het project is beperkt, omdat het hier gaat om een subsidie en geen overeenkomst waarmee de aanleg afgedwongen kan worden.
  • Gedurende de looptijd van de lening kan er een afbreukrisico ontstaan omdat de geldlener in het project niet verplicht kan worden om tegenvallers zelf op te vangen in de businesscase. Het risico dat hierbij kan optreden is dat deze partij stopt met de aanleg waardoor het project niet volledig wordt gerealiseerd. Financieel is dit risico beperkt omdat er geen vervolgtranches meer opgevraagd kunnen worden.
  • Na afloop van het project , zodra het netwerk is gerealiseerd, is sturing nauwelijks meer mogelijk aangezien de bijbehorende financiering enkel ziet op de subsidiabele activiteit, namelijk de aanleg. Beheer, prijsstelling en exploitatie maken hier geen onderdeel meer van uit. Hoewel hier wel op gescoord is bij de tenderprocedure in de businesscase, kunnen wij hier niet op sturen na het verstrekken van de achtergestelde lening.
  •  Een risico t.a.v. het nominaal in stand houden van het fonds is dat de marktpartij die de financiering bij de Provincie aangaat er na enige jaren voor kiest om het “project” te herfinancieren en de lening dus niet de gehele looptijd wordt verstrekt. Indien dit korter is dan 5 jaar, bestaat de kans dat het niet revolverende deel van het fonds niet in z’n geheel terug gespaard kan worden. Het revolverende deel van het fonds bestaat in totaal uit € 47 mln (35 achtergestelde lening en 12 mln. voor grijs gebied).

13   Innovatiecluster Drachten (technocampus) (programma economie)

Het Innovatiecluster Drachten is opgedeeld in vier fasen van twee jaar:

  • fase 1 (2013-2014): eerste aanzet geven voor het realiseren van een volwaardig innovatiecluster in Drachten. Accent ligt op het boeien en binden van personeel.
  • fase 2 (2015-2016): nadruk op doorontwikkeling van fase 1 en het realiseren van twee R&D projecten.
  • fase 3 (2017-2018) en fase 4 (2019-2020): opschalen naar nog meer ecosysteemfuncties, zoals precompetatieve gezamenlijke R&D in samenwerking met regionale onderzoeksinstellingen (UCF, NHL Hogeschool/Stenden, Hanzehogeschool, Windesheim, RUG, UT Twenthe).

PS-besluiten
Provinciale Staten hebben op 3 juli 2013 besloten om de ontwikkelingen van innovatiecluster Drachten te ondersteunen met een bijdrage van maximaal € 8 mln.

Financiële stand van zaken
Provinciale Staten hebben voor het project Innovatiecluster Drachten een bijdrage van € 8 mln. beschikbaar gesteld uit de REP-middelen. Voor de eerste fase (2013-2014) hebben we hieruit een bijdrage van € 192.500,- ter beschikking gesteld. Voor projecten in de tweede fase (2015-2016) hebben wij een positief besluit genomen en € 1.744.255,- beschikbaar gesteld op een totale kostenpost van ruim € 7 mln Voor de derde fase is een REP-bijdrage beschikbaar gesteld van € 2.379.350,-. De bijdrage van de provincie is maximaal 25% van de totale projectkosten. De gemeente Smallingerland draagt ook 25% bij, de overige 50% komt van de deelnemende bedrijven.

Wat gaan we doen in 2019?
Inmiddels werken er circa 3.700 mensen bij de 17 aangesloten bedrijven, waarvan ruim 1400 aan innovatieprocessen.  In de vierde en laatste fase van het project (2019-2020) blijft de nadruk liggen op de doorontwikkeling van het boeien en binden van personeel, aansluiten van regionale hbo en universitaire kennisinstellingen, gezamenlijke R&D projecten en shared facilities. Met name het vinden van geschikt personeel is een belangrijk aandachtspunt in de sterk aantrekkende economie. De Mastertrack HTSM die door de RuG wordt ontwikkeld, speelt hierbij een belangrijke rol. Eind 2018 wordt het plan voor de vierde fase vastgesteld. In 2019 gaan we ook alvast in gesprek met ICD over hun visie op de periode na 2020.

Risico’s
Een potentieel risico is dat de inzet van de reeds participerende bedrijven zich reduceert, en daarmee ook de financiële inbreng, waardoor de geformuleerde doelstellingen van het project niet worden gehaald.

14   Gebiedsontwikkelingsplan Franekeradeel-Harlingen (programma mienskip)

PS-besluiten
Op basis van het ontwerp-inrichtingsplan Franekeradeel-Harlingen hebben Provinciale Staten op 23 mei 2012 een bedrag van € 12,8 mln beschikbaar gesteld. Op 18 oktober 2017 heeft PS de vierde planwijziging vastgesteld.

Financiële stand van zaken
Voor 2019 is circa € 9 mln. aan uitgaven gepland, waarvan de provincie ongeveer 21,5% bijdraagt. De totale uitgaven van provincie en betrokken partijen vanaf 2014 tot medio 2018 bedragen € 31,6 mln. Daartoe behoort de aankoop van grond voor ongeveer € 14 mln. voor de wettelijke herverkaveling. De beschikbare budgetten van provincie en partijen zijn toereikend om het plan uit te voeren.

Wat gaan we doen in 2019?
In het deelgebied de Mieden komt een nieuw gemaal. In deelgebied Herbaijum verhogen we kades, verbreden we vaarten en sloten en leggen we stuwen en duikers aan. De bruggen bij Dongjum en Ried gaan omhoog en we verbreden twee gemeentelijke lanbouwwegen. Verder komt het ontwerp ruilplan (wettelijke herverkaveling) ter inzage. Grondeigenaren en – gebruikers zien dan welke gronden geruild gaan worden.

Risico’s
De planuitvoering loopt volgens planning. Er zijn geen nieuwe risico’s in beeld. Het wantrouwen bij de betrokkenen in de streek over de cijfers voor de bodemdaling en de planuitvoering neemt af. De zichtbare resultaten van de uitvoering dragen bij aan het herstel van het vertrouwen.

15   Uitvoering natuuropgave

In 2011 hebben provincies en het Rijk in het Onderhandelingsakkoord Natuur afspraken gemaakt over de decentralisatie van het natuurbeleid. Hiermee zijn wij verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de Natuuropgave.

De decentralisatie is verder uitgewerkt in het Natuurpact. Het Natuurpact is afgesloten voor de periode 2014 – 2027. Wij rapporteren over de uitvoering van het Natuurpact in hoofdstuk 3.1 Natuur. Het betreft daar de verantwoording over het lopende begrotingsjaar. Daarnaast is inzicht nodig in de voortgang van de uitvoering over de gehele looptijd van het Natuurpact. Dat is ook gebleken bij de uitwerking van de oplossingsrichtingen voor de financiële tekorten op de natuuropgave.  Om dit inzicht te kunnen bieden, nemen we het Natuurpact op in de paragraaf grote projecten. De invulling hiervan is voorlopig, na de keuze van Provinciale Staten voor een scenario (verwacht begin 2019) kan dit veranderen.

PS besluiten

  • Op 21 december 2011 hebben Provinciale Staten besloten het onderhandelingsakkoord Natuur (2011) niet te aanvaarden. Provinciale Staten hebben wel de bereidheid uitgesproken te zullen meewerken aan de uitvoering van het akkoord.
  • Op 27 juni 2012 hebben Provinciale Staten ingestemd met de Nota ‘Natuer & Lanlik Gebiet’ en gekozen voor scenario 2 plus: dit scenario betreft de realisatie van de EHS-taakstelling volgens het Onderhandelingsakkoord Natuur met als plus de prioritaire Friese natuurprojecten in Achtkarspelen Zuid, Beekdal Linde en Beekdal Koningsdiep (minimaal 200 en maximaal 500 ha).
  • Op 22 januari 2014 zijn Provinciale Staten akkoord gegaan met het Natuurpact tussen de Provincies en het Rijk.
  • Op 10 maart 2015 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de ontwikkelingen in het financiële kader van het program Lanlik Gebiet.
  • Op 10 mei 2017 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar de geconstateerde tekorten op de Natuuropgave door BMC. Naar aanleiding van dit onderzoek is een aantal scenario’s uitgewerkt in het rapport Natuur in Fryslân – Haalbaar en Betaalbaar. Provinciale Staten hebben op 18 juli 2018 een besluit genomen over deze scenario’s. Besloten is om drie scenario’s in 2018 verder uit te werken (waaronder het alternatieve scenario van de mienskip)  en in 2019 aan Provinciale Staten ter besluitvorming voor te leggen.

Financiële stand van zaken
De besluitvorming van PS over de uitgewerkte scenario’s zal in de 1e of uiterlijk de 2e berap 2019 leiden tot een actualisatie van de tekst in deze paragraaf. Hieronder worden voorlopig de basisgegevens uit het rapport Natuur in Fryslân – Haalbaar en Betaalbaar gepresenteerd.

Wat gaan we doen in 2019?
In 2019 neemt PS het definitieve besluit over het scenario voor de verdere uitvoering van de natuuropgave. Na besluitvorming zullen wij deze projectsheet actualiseren, waarbij een tabel wordt gepresenteerd over de voortgang van de uitvoering van het Natuurpact. Dit zal zijn beslag krijgen in de 1e of 2e berap van 2019.

Risico’s
In het rapport Natuur in Fryslân Haalbaar en betaalbaar zijn een aantal risico’s benoemd. De risico’s zijn (mede) afhankelijk van het, nog te kiezen, scenario.

De belangrijkste risico’s zijn:

  • Tempo grondverwerving te laag – Indien het tempo van vrijwillige grondverwerving te laag is zullen de doelen voor de ontwikkelopgave en daarmee de KaderRichtlijn Water (KRW) en Natura 2000 niet worden gehaald. Als maatregel kan, op termijn, worden gekozen om het instrument onteigening in te zetten. Daarvoor is een besluit van PS nodig. Dit brengt wel hogere kosten met zich mee wat op zichzelf weer een negatief effect heeft op het aantal ha’s dat kan worden gerealiseerd met het budget.
  • Bijdrage terreinbeheerders bij inrichting naar 15% wordt niet gehaald – Bij het Natuurpact is met de manifestpartijen afgesproken dat zij een substantiële bijdrage zullen leveren aan de inrichting van nieuwe natuur. Hier wordt al rekening mee gehouden in het uitvoeringsprogramma. Mocht deze bijdrage niet (volledig) worden gehaald dan een beheersmaatregel zijn om het aantal te verwerven ha verder terug te brengen.
  • Tempo van doorlevering van ingerichte natuurgrond te laag – Als het niet lukt om door de provincie verworven en als natuur ingerichte gronden door te verkopen aan een eindbeheerder heeft dit twee gevolgen: Ten eerste heeft de provincie dan kosten voor het beheer maar ze kan zichzelf geen beheersubsidie toekennen. Als beheersmaatregel kunnen de beheerkosten dan worden gefinancierd uit het budget voor de ontwikkelopgave. Ten tweede loopt het Investeringskrediet Grond (IKG) dan vol waardoor er geen ruimte meer is om nieuwe gronden te verwerven. Als beheersmaatregelen kan extra inspanning gezet worden op de verkoop van ingerichte natuurgronden en/of verkoop van ruilgrond en/of het plafond van het IKG kan worden verhoogd. Dat laatste is echter een tijdelijke oplossing indien het tempo van doorlevering te laag is. Het IKG zal dan opnieuw vol raken.
  • Er komen niet (tijdig) genoeg geschikte projecten uit de mienskip (alleen scenario 3) – In dat geval kan de provincie besluiten om deze middelen aan te wenden voor de realisatie van extra ha’s natuur binnen het NNN om zo aan haar inspanningsverplichting uit het Natuurpact te voldoen.
  • In het scenario Verzilveren Natuurlijk Kapitaal geen middelen voor initiatieven vanuit de mienskip – Dit kan optreden indien de risicovoorziening blijkt te moeten worden ingezet en niet jaarlijks (deels) beschikbaar komt voor initiatieven uit de mienskip. Als onderdeel van de verdere uitwerking van dit scenario moet worden onderzocht of er binnen het programmabudget natuur middelen kunnen worden vrijgemaakt voor een vast post onvoorzien zodat de uitvoering van de maatschappelijke initiatieven minder of geen risico loopt.
  • Onzekerheid over het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) na 2021 – Het is nog niet duidelijk hoe het ANLb er na de eerste beheerperiode (loopt t/m 2021) uit zal komen te zien. De lidstaten zijn hierbij onder andere afhankelijk van nieuw Europees landbouwbeleid. Wanneer de 75% cofinanciering uit Europa weg zou vallen, dan betekent dit veel minder beschikbare middelen voor ANLb en dus minder beheermaatregelen en een flinke aderlating voor de zeven agrarische collectieven.
  • Geen geld voor personele capaciteit na 2020 – De provincie heeft geld beschikbaar voor extra personele capaciteit voor het realiseren van de natuuropgave in de periode 2014-2020. Over de periode daarna is nog niets besloten. De impact op de uitvoering van provinciale taken is mede afhankelijk van het gekozen scenario.
Print deze pagina