9.2 Infrastructurele projecten

Begroting

2019 is het jaar, waarin vooral gebiedsontwikkeling en de Extra Sneltrein Leeuwarden – Groningen centraal staat. Het knooppunt Joure, het aquaduct Drachtsterweg en de N31 traverse Harlingen zijn afgerond. Naast Leeuwarden VrijBaan, De Centrale As en de N381 welke eerder zijn opengesteld, is het hoofdwegennet in Fryslân grotendeels op orde. Aan gebiedsontwikkeling en Kansen in Kernen De Centrale As, de investeringsagenda Drachten Heerenveen en de verdubbeling van de N381 tot Oosterwolde wordt nog volop gewerkt. Aandachtspunten zijn nog de bruggen in de Afsluitdijk en Skarsterien (A6).

Bij de infrastructurele projecten werken wij intensief samen met het coördinatiepunt Social Return en de scholen voor middelbaar en hoger onderwijs via het coördinatiepunt Fiks. Door deze samenwerking dragen wij bij aan de sociale doelen en een verbetering van de aansluiting tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid.

Algemene projectrisico’s

Bij elk project staat een korte financiële toelichting. Nu we steeds meer projecten afronden, constateren we het risicoprofiel van de grote infrastructurele werken kleiner wordt. We weten inmiddels steeds meer. Wel doen zich projectspecifieke risico’s voor. Deze worden bij de afzonderlijke projecten benoemd. Programmabreed blijven de volgende algemene projectrisico’s gelden:

  • Faillissementen aannemers – Als een bouwproces loopt en de aannemer gaat failliet, ontstaat een financieel risico omdat een andere aannemer het werk moeten overnemen. Hier zijn altijd meerkosten aan verbonden. In de aanbesteding is hier waar mogelijk rekening mee gehouden (solvabiliteitstoets, bankgarantie). Om dit risico te beheersen wordt waar mogelijk enige ruimte gereserveerd binnen in de post onvoorzien van het projectbudget. Ook wordt met aannemers bekeken in hoeverre het mogelijk is om binnen de contractvoorwaarden de betalingsregeling zo in te richten dat een aannemer zo weinig mogelijk vooraf hoeft te financieren.
  • Prijsontwikkeling – met prijsontwikkeling is in de budgetten van de projecten rekening gehouden. Vooral in de rijksprojecten wordt de prijscompensatie geregeld via de toegekende IBOI. Deze kan lager liggen dan de werkelijke prijsontwikkeling. In 2017 was de IBOI 1,15% en is ook toegekend.
  • Calamiteiten en kwaliteitsproblemen in het bouwproces – Tijdens de bouw van grote projecten kunnen zich altijd calamiteiten en discussies over de gevraagde kwaliteit voordoen. In principe ligt de verantwoordelijkheid bij de aannemer, maar het vraagt in de praktijk altijd een inspanning van ons als opdrachtgever. Dit uit zich in gevolgen voor tijd en geld. In tijd, doordat projecten hierdoor vertragen. In geld, doordat projectorganisaties langer operationeel blijven en de juridische kosten die horen bij de verantwoor­delijkheidsvraag. Door toezicht en controle op de werkplannen en de werkzaamheden, zowel op het terrein van de techniek en de veiligheid, beperken wij dit risico.
  • Meerwerkclaims – Sinds 2015 is een toename te merken van claims op meerwerk van aannemers in aantal en omvang. Een aanvullend risico is dat de afhandeling van deze claims doorloopt na afronding van het werk of dat claims pas na afronding worden ingediend. Zo loopt nog een hoger beroep van de aannemer van het project Rijksweg A7 Sneek. Op dat moment is de betreffende projectorganisatie in afbouw of niet meer operationeel. Hierdoor kan de kennis om de claims adequaat af te handelen verdwijnen en verhogen de juridische kosten om adequaat verweer te voeren. Om dit risico te beperken proberen wij met aannemers om de claims voor de afrekening af te wikkelen. In de praktijk blijkt dit geen garantie te bieden. Daarom besteden wij veel aandacht aan de juridische opbouw van de bouwdossiers. Bij mogelijke claims wordt een specifiek claimdossier opgebouwd. Daarnaast zorgen wij voor het borgen van kennis op langere termijn binnen de provinciale projectorganisatie.
  • Inhuur – De grote projecten zijn qua formatie voor ruim 70% afhankelijk van inhuur van personeel. De provincie is daardoor deels ook kwalitatief afhankelijk van de bij deze mensen aanwezige kennis bij de afronding van projecten en eventuele rechtszaken daarna. Omdat voor ingehuurd personeel het werk naar “het einde” loopt, is er bij hen noodzaak om op zoek te gaan naar nieuwe klussen. Dit leidt tot leegloop voordat het project is afgelopen. Dit wordt versterkt door de wens om de inhuur terug te dringen. Tegelijk maakt de nieuwe wetgeving met betrekking tot flexwerk het lastig nieuwe afspraken te maken met deze mensen. Bekeken wordt hoe de cruciale continuïteit in projecten gewaarborgd kan worden gedurende langere tijd, zodat bij claims of garantieaangelegenheden de kennis geborgd is.
  • Buitenlandse werknemers en de wet aanpak schijnconstructies – Vanaf 2015 is het probleem over de wijze waarop buitenlandse werknemers worden betaald zeer actueel geworden in de Friese projecten. Daarnaast is op 15 juli 2015 de Wet Aanpak Schijn­constructies (WAS) van kracht geworden. In deze wet is ook de ketenaansprakelijkheid geregeld en kunnen opdrachtgevers aan­sprakelijk worden gesteld voor nabetaling van niet nagekomen cao-verplichtingen. De eerste melding hiervan hebben wij in juni 2016 gekregen. Het betrof medewerkers aan De Centrale As. Vanuit dat proces is het inkoop- en aanbestedingsbeleid aangescherpt. Provinciale Staten is hierover met verschillende brieven geïnformeerd.
  • Kabels en leidingen in de ondergrond – Met een aantal nutsbedrijven is discussie over het toepassingsbereik van de provinciale regeling kabels en leidingen. Bij de financiële en administratieve afhandeling kan dit nog leiden tot (juridische) discussies met de nutsbedrijven, waaruit financiële claims kunnen komen. Bij de infraprojecten waar dit vooral speelt is een reservering opgenomen voor dit risico.

Als er nog specifieke projectgebonden risico’s spelen, staan deze vermeld onder het kopje ‘Risico’s’ bij de afzonderlijke projecten.

1 Bereikbaarheidsprogramma Leeuwarden-Vrij- Baan (programma infrastructuur)

Het programma Leeuwarden Vrij-Baan bestaat uit meerdere projecten. De belangrijkste voor de provincie zijn:

a. N31 Haak om Leeuwarden;
b. Drachtsterweg en omgeving;
c. Stationsomgeving (busstation);
d. Station Werpsterhoeke (zie spoorprojecten);
e. Extra sneltrein Leeuwarden-Groningen (zie spoorprojecten).

PS-besluiten

  • Op 10 december 2013 is de herijking van de overeenkomst Programma Bereikbaarheid Leeuwarden ondertekend door bestuurders gemeente Leeuwarden en provincie Fryslân.
  • Op 24 september 2014 hebben Provinciale Staten de scope en de financiën voor de tweede fase van de gebiedsontwikkeling vastgesteld.
  • Op 15 februari 2015 hebben Provinciale Staten ingestemd met de plannen voor de aanpak van de stationsomgeving in Leeuwarden.

Financiële stand van zaken
Het programma en de verschillende projecten liggen op koers.

Wat gaan wij doen in 2019?
We werken aan de laatste verplichtingen uit het Tracébesluit van Rijksweg 31 Leeuwarden (Haak om Leeuwarden). De gebiedsontwikkelingswerkzaamheden tussen Marsum en het Van Harinxmakanaal worden afgerond.

Een van de meest bijzondere elementen in het totale programma is de bouw van een bio-composiet fietsbrug over het Van Harinxmakanaal. Dit is wereldwijd de eerste beweegbare brug van deze omvang en deze wordt in een bouwteam met aannemer en producent ontwikkeld en gebouwd. IN 2019 wordt de brug opengesteld en in gebruik genomen.

Als de werkzaamheden zijn uitgevoerd aan fietsbrug en in de gebiedsontwikkeling, wordt de projectorganisatie opgeheven.

Risico’s

Naast de algemene uitvoeringsrisico’s, zoals genoemd bij de inleiding van deze paragraaf spelen geen specifieke projectrisico’s.

2 Verruiming Prinses Margrietkanaal (programma infrastructuur)

PS-besluiten

  • In 1997 is het Plan van Aanpak Investeringen Fries-Groningse kanalen vastgesteld.
  • In februari 2012 is de overeenkomst vastgesteld met het Rijk over overdracht Prinses Margrietkanaal en afkoop Van Harinxmakanaal.
  • In september 2012 is besluitvorming aan Provinciale Staten voorgelegd voor het uitvoeringskrediet voor de brug Burgum en de kanaalverlegging bij het aquaduct in de Centrale As.
  • In september 2013 is het milieueffectrapport (MER) voor Skûlenboarch Westkern beschikbaar gesteld voor openbare kennisgeving. Dit is onderdeel van het Provinciale inpassingplan voor het watergebonden bedrijventerrein aan de noordzijde van het Prinses Margrietkanaal.
  • In 2014 hebben de Staten ingestemd met het MER voor het watergebonden bedrijventerrein Skûlenboarch-Westkern.

Financiële stand van zaken
Budget Brug Burgum is € 23,6 mln excl. btw, prijspeil 2013. Dit budget en de verant­woording van de uitgaven zijn terug te vinden in de financiële tabel bij het project De Centrale As.

Wat gaan we doen in 2019?
In nauw overleg met de provincies Groningen en Rijk is in 2017 wegens beperkt rijksbudget afgesproken dat de vervanging van de Gerrit Krolbrug prioriteit heeft boven de vernieuwing van de brug Skûlenboarch. Het Rijk heeft kenbaar gemaakt dat het uitvoeringsbesluit voor brug Skûlenboarch medio 2018 wordt genomen. In 2019 wordt dan met de voorbereidende werkzaamheden begonnen kunnen worden.
In 2018 worden in het BO-Mirt definitieve afspraken gemaakt met het Rijk over de vervanging van de drie resterende bruggen (Oude Schouw, Uitwellingerga en Spannenburg) op het Prinses Margrietkanaal. Op basis van een overeengekomen vervangingsschema kan vervolgens voor de eerste brug in rij worden begonnen met de verkenning/planstudie.
In 2018 wordt begonnen met de voorbereidingen voor de vervanging van de remmingwerken bij een viertal bruggen op het Prinses Margrietkanaal. Te weten Blauwverlaat, Uitwellingerga, Ald Skou en Spannenburg. De uitvoering start in 2019 met een uitloop naar 2020.

Risico’s

  • Over de vervanging van de resterende drie bruggen kan geen definitieve overeenstemming worden bereikt met het Rijk in verband andere financiële prioriteiten bij het Rijk. Dit blijft wel onderdeel van de bestuurlijke overleggen, waarbij wij vasthouden aan de bestuurlijke afspraken.
  • Door de voortdurende temporisering (van de vervanging van de bruggen) zal de hoofdvaarweg steeds later geschikt zijn voor vierlaagscontainervaart. De containervaart groeit snel. Voor Fryslân heeft dit negatieve economische gevolgen.

3 N381, Drachten-Drentse grens (programma infrastructuur)

PS-besluiten:

  • Ontwerp VVGB voor omgevingsvergunning, 25 januari 2017
  • VVGB voor omgevingsvergunning, 24 mei 2017

Financiële stand van zaken
Het huidig projectbudget is € 199,1 mln. Het projectbudget van € 199,1 mln is toereikend en het project kent een gebruikelijk percentage onvoorzien om eventuele tegenvallers op te vangen.

Wat gaan we doen in 2019?
De opdrachtnemer voor het contract verdubbeling N381 Donkerbroek – Oosterwolde is bezig met de uitvoeringswerkzaamheden. Het kunstwerk langs de N381 bij Appelscha wordt in 2019 gerealiseerd.

Risico’s
In de uitvoeringsfase kunnen risico’s optreden ten aanzien van contract, techniek, omgeving, veiligheid & gezondheid. Deze risico’s worden geïnventariseerd en beheerst door middel van risicosessies en risicogestuurd contractbeheer.

4 De Centrale As (programma infrastructuur)

a. Gebiedsontwikkeling en het afronden van de weg

PS-besluiten

  • Realisatiebesluit op 13 december 2006.
  • Provinciaal Inpassingsplan op 23 juni 2010.
  • Vaststellingsbesluit gebiedsontwikkeling (GO) DCA op 23 mei 2012.
  • Beschikbaarstelling krediet GO DCA fase 1b, kadernota 27 juni 2012.
  • Beschikbaarstelling krediet GO DCA fase 2-P1, begroting 2016 11 november 2015.
  • Beschikbaarstelling krediet GO DCA fase 2-P2, begroting 2018 november 2017.

Financiële stand van zaken

De 1e fase van de gebiedsontwikkeling is financieel geïntegreerd in het wegenproject De Centrale As. Vanuit de integrale aanpak blijkt dat de 1e fase gebiedsontwikkeling op koers ligt. De weg is in 2016 opengesteld voor het verkeer, waarbij de 1e fase van de gebiedsontwikkeling voor een aantal maatregelen nog doorloopt en parallel loopt met de 2e fase (prioriteit 1).
Ten aanzien van diverse financiële opgaven voor met name fase 2A (prioriteit 1) van de gebiedsontwikkeling, is er in 2017 een opgave gedaan voor de kadernota 2018. Hiermee is, na besluitvorming hierover, de provinciale bijdrage voor de maatregelen zeker gesteld. Het streven is om m.u.v. landschapsherstel, alle maatregelen in 2019 afgerond te hebben. Aan de inkomstenkant van fase 2A zijn nog enkele onzekerheden met betrekking tot bijdragen. De cofinanciering van gemeente Tytsjerksteradiel, i.c. ca. € 600.000,- is niet op orde. Ook over de bijdrage van € 700.000,- door Wetterskip Fryslân wordt op dit moment nog onderhandeld. Voor het sluitend maken van de financiële dekking voor fase 2A is een beschikking van POP 3 voorhanden à € 3,0 mln. 

Wat gaan we doen in 2019?

De Weg
In 2019 spelen rond de weg enkele maatregelen ter hoogte van Quatrebras. Daarnaast spelen maatregelen vanuit de motie vreemd die samen met de nazorg op de wegprojecten afgerond gaan worden. Voor de rest wordt verdergaand gemonitord hoe de intensiteiten op De Centrale As, maar zeker ook op het onderliggende wegennet zich ontwikkelen.

Gebiedsontwikkeling fase 1b
De 1e fase omvat in totaal 90 maatregelen. Hiervan zijn 25 gecombineerd aanbesteed met de wegcontracten vanwege inhoudelijke koppelkansen en het te bereiken synergie- en aanbestedingsvoordeel (dit betreft ca. driekwart van het beschikbare budget). Daarnaast zijn eveneens 25 maatregelen separaat aanbesteed, gerealiseerd en opgeleverd. Van de overige maatregelen is er een deel dat niet te realiseren is vanwege de onmogelijkheid de grond te verwerven. In 2019 zal er nog gewerkt worden aan een enkele maatregel. De rest uit fase 1b is dan gerealiseerd.

Gebiedsontwikkeling fase 2a (prioriteit 1-maatregelen)
Fase 2 (prioriteit 1) bevat een 35-tal maatregelen over verschillende thema’s. De voorbereiding en waar nodig de grondverwerving wordt in 2018 afgerond zodat de realisatie en oplevering in 2019 kan plaatsvinden.

Gebiedsontwikkeling fase 2b (prioriteit 2-maatregelen)
Voor de prioriteit 2-maatregelen geldt dat deze in 2018 worden voorbereid. Voor deze fase behoeven geen gronden verworven te worden. Aan de bijdragen in de financiering door name externe partijen (vooral subsidies) wordt in 2018 de laatste hand gelegd. De uitvoering van de maatregelen zal deels in 2018 worden gestart, de rest wordt in 2019 uitgevoerd. Het streven is er om alle maatregelen in 2019 uitgevoerd te hebben. Een uitzondering hierop zijn de werkzaamheden met betrekking tot het landschapsherstel.
Vanwege uitvoeringsvoorwaarden kan dit niet allemaal gelijktijdig uitgevoerd worden en zit hier een afwijkende fasering op. Dit om kaalslag in het landschap te voorkomen. Van daaruit ontstaat de noodzaak dat een deel van deze werkzaamheden na 2019 uitgevoerd gaat worden.

Risico’s
Het grootste risico voor de gebiedsontwikkeling fase 2 is de grondverwerving, omdat deze op basis van vrijwilligheid gaat. Daarnaast vormen de cofinanciering door gemeenten én de aangevraagde POP- subsidies een reëel risico.
Vanuit de Gebiedsontwikkelingscommissie wordt ingezet op het overtuigen van gemeente Tytsjerksteradiel en Wetterskip Fryslân van de noodzaak van de externe bijdrage in de financiering van de Gebiedsontwikkeling.
Binnen de projectorganisatie wordt ingezet op het beheersbaar maken van de organisatorische en juridische risico’s op het verzilveren van de POP 3 subsidies.

b. Kansen in Kernen
Het project Kansen in Kernen betreft het herinrichten van de huidige doorgaande provinciale weg, binnen de bebouwde kom van zes dorpen; drie dorpen in de gemeente Dantumadiel en drie dorpen in de gemeente Tytsjerksteradiel. Deze herinrichting is gekoppeld aan de realisatie van De Centrale As en het benutten van de kansen die dit biedt. Het gaat om de dorpen Burgum, Feanwâlden, De Falom en Damwâld (N356), Garyp (N913) en Hurdegaryp (N355). Naast een bijdrage aan verkeersveiligheid biedt dit kansen voor de ruimtelijke kwaliteit en sociaal-economische ontwikkeling in de dorpen en daarmee de leefbaarheid.
De herinrichting van Garyp, De Falom, Burgum, Hurdegaryp-doarp en Damwâld en het eerste gedeelte van Feanwâlden is gereed.

PS besluiten Kansen in Kernen

  • 05-03-2007    Bestuursovereenkomst De Centrale As conform PS besluit 13-12-2006 ‘Realisatiebesluit project De CentraleAs Noordoost-Fryslân’
  • 21-11-2011    Kansen in Kernen als prioritair project in Agenda Netwerk Noordoost ANNO) met een Provinciale bijdrage voor voorbereidingskosten: € 3,2 mln
  • 18-06-2014    Brief PS Kansen yn Kearnen – Proces
  • 14-12-2014    Brief PS Kansen yn Kearnen – finansjele strategy
  • 24-06-2014    Kadernota 2015 met een extra provinciale bijdrage € 2,2 mln. conform financieringsstrategie
  • 24-06-2015    1e Bestuursrapportage 2015 met een begrotingswijziging: Extra provinciale bijdrage Kansen in Kernen € 3,9 mln conform financieringsstrategie
  • 11-11-2015    2e bestuursrapportage 2015 met een begrotingswijziging: Extra provinciale bijdrage Kansen in Kernen € 1,8 mln conform financieringsstrategie.

Financiële stand van zaken
In 2015 hebben Provinciale Staten definitieve besluiten genomen over de maximale provinciale bijdrage aan Kansen In Kernen. Deze bijdrage bedraagt € 11,1 mln. De provincie verstrekt haar bijdrage via subsidies aan de gemeenten Tytsjerksteradiel en Dantumadiel. Het eerste gedeelte van de provinciale bijdrage, te weten € 3,2 mln, is in 2015 via een ANNO-subsidie aan de genoemde gemeenten beschikt. Het gaat hierbij om de voorbereidingskosten van de zes dorpen en de uitvoeringskosten van Kansen In Kernen Garyp. In 2016-2018 is in totaal maximaal € 7,9 mln beschikbaar aan provinciale bijdrage voor de uitvoering van Kansen in Kernen. Dit betekent dat voor de gemeente Tytsjerkstera­diel maximaal € 3,6 mln en voor de gemeente Dantumadiel maximaal € 4,3 mln aan subsidie beschikbaar is. In 2016 hebben de gemeenten een subsidiebeschikking ontvangen voor de uitvoering van Kansen in Kernen ter grootte van deze bedragen.

Wat gaan we doen in 2019?
In 2019 wordt gestart met de herinrichting van het park en de omgeving van het station in Feanwâlden en het Stationskwartier in Hurdegaryp.

Risico’s
In de bestuursovereenkomst De Centrale As (maart 2007) en de basisafspraken Kansen in Kernen (sept 2014) is vastgelegd dat de beide gemeenten projectverantwoordelijke zijn en daarmee risicodragend. De provincie faciliteert, zowel financieel als in menskracht. De procesmanager Kansen in Kernen van de provincie treedt op als regisseur en borgt de provinciale belangen. Risico is dat de provincie hiermee indirect stuurt op het project. Dit risico beheersen we door het instellen van een kernteam dat de provincie voorzit én een gezamenlijke financiële beheersing.

5 Investeringsagenda Drachten Heerenveen

PS-besluiten

  • Op 10 december 2013 is het programmaplan Investeringsagenda Drachten Heerenveen vastgesteld. Deze is per brief (nummer 01097687) aan PS toegezonden.
  • Op 12 november 2014 hebben Provinciale Staten ingestemd met het vervangen van het project Brug Kanaal Haskerveen door het project Molenplein.
  • Op 25 november 2015 hebben Provinciale Staten ingestemd met een aantal financiële scopewijzigingen binnen de Investeringsagenda en één project aan de Investeringsagenda toegevoegd (Herinrichting openbaar terrein Thialf).
  • Op 24 februari 2016 hebben Provinciale Staten besloten een planstudie/MER te laten op stellen voor de Vaarweg Drachten, en verzocht een brede ruimtelijk-economische analyse uit te laten voeren naar het beroepsvaarwegennet, natte bedrijventerreinen en de havengebonden economie in Fryslân.
  • Op 12 april 2017 is tijdens een commissie-vergadering verzocht om een vervolgonderzoek naar het beroepsvaarwegennet, natte bedrijventerreinen en de havengebonden economie in Fryslân.
  • Op 12 juli 2017 hebben Provinciale Staten besloten het project De Welle toe te voegen aan de Investeringsagenda.
  • Bij de 1e berap 2018 is de aangepaste taakstelling smallingerland aan PS voorgelegd middels begrotingswijziging.

Financiële stand van zaken
Naar verwachting zal eind 2018 circa € 43 mln euro zijn uitgegeven van de € 70,9 mln.
In 2018 zijn de projecten grotendeels afgerond. De projecten Oostelijke Poort Merengebied en Bereikbaarheid Gebiedsontwikkeling Heerenveen hebben uitstel gekregen en dienen uiterlijk 1 juli 2019 in uitvoering te zijn genomen. Ook de projectperiode voor het Innovatiehuis is verlengd, tot 2020. Het project De Welle wordt naar verwachting beschikt in 2018. De uitvoering start in 2019.

Wat gaan we doen in 2019?
De Investeringsagenda Drachten Heerenveen (IDH) kent een looptijd van 4 jaren (2014 – 2017). Voor de projecten Oostelijke Poort Merengebied en Bereikbaarheid Gebiedsontwikkeling Heerenveen geldt dat deze datum niet gehaald wordt; beide projecten hebben uitstel gekregen tot uiterlijk 1 juli 2019. Ook De Welle en Innovatiehuis Drachten kennen een langere doorlooptijd dan de IDH als programma. Voor de projecten die wel tijdig in uitvoering zijn genomen geldt in een aantal gevallen dat de uitvoering nog doorloopt.

In 2019 zal er niet meer op programmaniveau worden gerapporteerd over de Investeringsagenda. Wel zullen we in 2019 over de losse projecten nog rapporteren. Dit zijn Oostelijke Poort Friese Merengebied, De Welle en Bereikbaarheid Heerenveen.

Risico’s
Vanuit de Investeringsagenda is € 6 mln toegekend aan het project De Welle.
Binnen de Investeringsagenda is momenteel € 5 mln beschikbaar, hierdoor ontstaat er een nieuw taakstellende bezuinigsopgave van € 1 mln. Vanuit de resterende projecten die nog in uitvoering zijn zal gekeken worden op welke wijze invulling gegeven kan worden aan de taakstelling van Smallingerland.

De subsidies die worden verleend voor de afzonderlijke projecten zijn taakstellend en gemaximeerd. Dit houdt in dat financiële risico’s voor rekening komen van de betreffende gemeente zijn.

Voor het project Oudega aan het Water geldt dat de provincie mede-opdrachtgever is geworden, en hiermee verantwoordelijk voor 50% van eventuele risico’s. De provincie voert samen met de gemeente Smallingerland de regie van het project, waardoor we beter kunnen sturen op eventuele risico’s. De provinciale financiële bijdrage aan het project is taakstellend; een eventuele budgetoverschrijding zal leiden tot het beperken van de scope van het project. De planning voor dit project is ambitieus en mede-afhankelijk van de voortgang op het grondverwervingsdossier en de bijbehorende ruimtelijke planvorming.

6 Spoorprojecten (programma infrastructuur)

Algemeen
De Spoorprojecten zijn onder te verdelen in vier hoofdprojecten:

a. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Zwolle voor de uitbreiding van het aantal treinen van twee naar vier per uur in beide richtingen.
b. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Groningen voor de tweede sneltrein die gaat rijden.
c. Aanleg van station Werpsterhoeke met een onderdoorgang voor auto’s, vrachtwagens en landbouwvoertuigen en een onderdoorgang voor fietsers en voetgangers.
d. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Sneek voor de uitbreiding van het aantal treinen van drie naar vier per uur in de spits.

6a   Capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Zwolle

De besluiten van Provinciale Staten
Provinciale Staten besloten op 20 juni 2018 om op termijn de huidige spoorbrug HRMK te vervangen door een aquaduct. Dit biedt een oplossing voor enerzijds de robuustheid van de toekomstige (trein)dienstregeling op het traject Leeuwarden – Zwolle – Randstad en anderzijds de robuustheid op het Van Harinxmakanaal voor de scheepvaart. Daarnaast besloten PS om het Van Harinxmakanaal verder geschikt te maken voor Klasse Va schepen. Onderdeel daarvan is om voor de vervanging van de spoorbrug HRMK op zoek te gaan naar aanvullende eigen financiële middelen en een lobby te starten voor de benodigde cofinanciering van het Rijk en / of Europa.

Financiële stand van zaken
De capaciteitsvergroting Leeuwarden-Zwolle wordt voor het grootse deel gefinancierd uit de ‘Motie Koopmansgelden’. Een klein gedeelte komt van de gemeenten.

De capaciteitsvergroting Herfte-Zwolle is geraamd op € 240 mln. Dit bedrag is inclusief de maatregelen ter bescherming van het grondwater onder het opstelterrein (RGS) ten westen van station Zwolle. Het Rijk financiert het bedrag van € 240 mln voor het grootste gedeelte met eigen middelen. De bijdrage vanuit RSP-middelen (Motie Koopmans) is € 70 mln. De provincies Groningen, Drenthe, Overijssel en Fryslân stellen aanvullend gezamenlijk
€ 36 mln beschikbaar als regionale bijdrage. Provincie Fryslân draagt hier € 10 mln. aan bij uit de Investeringsagenda Drachten-Heerenveen. De risico’s van het project Herfte-Zwolle zijn voor het Rijk.

Daarnaast hebben we vanaf de dienstregeling 2021 te maken met een capaciteitsprobleem van de HRMK spoorbrug bij Leeuwarden. Zowel vanuit de scheepsvaart als vanuit het treinverkeer. Provinciale staten hebben in juni 2018 besloten om de huidige spoorbrug HRMK te vervangen door een spooraquaduct. Hiervoor gaan we op zoek naar aanvullende eigen financiële middelen en starten we een lobby voor de benodigde cofinanciering van het Rijk en/of Europa.

Wat gaan we doen in 2019?
In 2019 start de uitvoering van de spooruitbreiding Zwolle-Herfte. De werkzaamheden duren tot 2021. In 2019 maakt ProRail de planstudie voor de uitbreiding van de tractie (stroomvoorziening treinen) tussen Meppel-Zwolle. De uitbreiding van de tractie is nodig voor het doortrekken van de Sprinters Leeuwarden-Meppel naar Zwolle in 2021.

Risico’s

  • Spooruitbreiding Zwolle-Herfte niet gereed in 2021 als gevolg van een tegenvallende uitvoering. De dienstregeling die geldt voor 2020, blijft dan gelden totdat het project wel gereed is.
  • Geen externe financiering gevonden voor de realisatie van een spooraquaduct onder het Van Harinxmakanaal. Besluitvorming in PS over spooraquaduct of spoorbrug in juni 2018.

6b   Capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Groningen

De besluiten van Provinciale Staten

  • Provinciale Staten besloten op 18 september 2013 om in te stemmen met de realisatie van het maatregelenpakket ESGL.
  • Provinciale Staten besloten op 24 september 2014 garant te staan voor de financiering van de spoorwegonderdoorgang in de Rijksstraatweg aan de westkant van Hurdegaryp met een maximum van € 10 mln en de onderdoorgang aan te sluiten op de rondweg Hurdegaryp middels een turborotonde.

Financiële stand van zaken
Voor de capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Groningen is een budget beschikbaar van € 171,0 mln. De verwachting is dat het project binnen budget uitgevoerd kan worden. Provincie Groningen en Fryslân zijn samen risicodrager voor de realisatie van de uitbreiding van de infrastructuur op het traject Leeuwarden-Groningen.

Wat gaan we doen in 2019?
In 2019 voeren de aannemers de werkzaamheden in de provincie Fryslân uit. De werkzaamheden bestaan onder meer uit het afmaken van de onderdoorgang in Hurdegaryp, het aanpassen van station Leeuwarden en verschillende maatregelen aan overwegen. In de provincie Groningen wordt onder andere het dubbel spoor aangelegd.

Risico’s

  • Tegenvallers in de uitvoering kunnen ervoor zorgen voor een vertraging in de planning en financiële tegenvallers. Met ProRail en de aannemers is regelmatig overleg over risicobeheersing.

6c. Station Werpsterhoeke

De besluiten van Provinciale Staten
Provinciale Staten besloten op 18 september 2013 tot de realisatie van fase 1 (twee onderdoorgangen) van het station Leeuwarden Werpsterhoeke.

Financiële stand van zaken
De provincie is inhoudelijk opdrachtgever en risicodrager van het project. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu financiert het project vanuit de RSP middelen.
Het project bestaat uit de 2 fasen. In de 1e fase zijn twee onderdoorgangen bij het toekomstig station gerealiseerd. De kosten hiervoor zijn € 21 mln. (prijspeil 2014) In de 2e fase wordt het station (af)gebouwd. ProRail schat de kosten hiervoor in op € 9 mln. (prijspeil 2014). De 1e fase van het project is binnen budget uitgevoerd.

Wat gaan we doen in 2019?
De overweg Barrahûs is op dit moment nog nodig voor landbouwverkeer. De gemeente legt een aansluiting aan tussen de Overijsselselaan (bij Jabikswoude) en de Brédyk. De overweg is dan niet meer noodzakelijk voor het landbouwverkeer. De overweg ten zuiden van de onderdoorgangen (Nije Werpsterdyk) maakt geen onderdeel uit van dit project. Ook deze overweg heeft geen functie meer nu de onderdoorgangen klaar zijn. Samen met ProRail onderzoeken wij of we deze overwegen tegelijk kunnen opheffen. Dit bespaart kosten.

De 2e fase van dit project is de aanleg van het station Werpsterhoeke. In 2019 evalueren wij samen met de NS de 4e trein Leeuwarden-Meppel/Zwolle die sinds december 2017 rijdt. Gekoppeld daaraan kijken wij naar de ontwikkeling van De Zuidlanden in relatie tot de openstelling van het station.

Risico’s
De ontwikkeling van De Zuidlanden is vertraagd en staat onder druk. Met name de kantoorontwikkeling. Hierdoor is het verwachte reizigersaanbod uit/naar dit nieuwe stadsdeel lager dan verwacht. De bouw van het station Werpsterhoeke (fase 2) komt hiermee onder druk te staan.

6d. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Sneek

Financiële stand van zaken
In 2014 zijn de investeringskosten door ProRail geschat op € 11,1 mln. In 2017 werd duidelijk dat de ondergrond onvoldoende stabiel is voor hogere snelheden. Dit probleem komt meer voor in Nederland. Voor het stabiel maken van de ondergrond tussen Mantgum en Sneek is € 20 tot € 36 mln nodig. Wij hebben ProRail gevraagd hier financiering voor te zoeken. Vooralsnog is er geen zicht op financiering. Om deze reden kozen we in 2018 voor een tijdelijke oplossing. De extra kosten van deze tijdelijke oplossing bedragen € 2 – € 3 mln. We verwachten dat IenW een bijdrage levert voor deze extra kosten.

Wat gaan we doen in 2019?
Er wordt een planstudie gedaan voor de tijdelijke oplossing. Deze oplossing houdt in dat er 2 maal per uur een trein rijdt die aansluiting geeft op andere treinen in Leeuwarden. Dit is nu 1 keer per uur het geval. In de tijdelijke oplossing rijden in de ochtendspits 4 treinen tussen Sneek en Leeuwarden en 2 (lange) treinen van Leeuwarden naar Sneek. In de middagspits is dit omgekeerd. Mantgum krijgt gedurende de hele dag 2 keer per uur een trein die een aansluiting geeft in Leeuwarden op de andere treinen. Momenteel heeft Mantgum 3 treinen per uur waarvan 1 trein in Leeuwarden aansluiting geeft op andere treinen in Leeuwarden.

In 2019 worden de aanpassingen van het spooremplacement in Leeuwarden aanbesteed. Deze maatregelen zijn nodig voor de ingebruikname van een tijdelijke en de definitieve situatie.

Risico’s

  • Geen financiering voor de tijdelijke situatie. Met IenW is hierover regelmatig overleg.
  • Geen financiering voor de realisatie van de definitieve oplossing. De realisatie van de definitieve situatie laat hierdoor nog langere op zich wachten. Met ProRail vindt hierover regelmatig (bestuurlijk) overleg plaats.

De aanbesteding van de tijdelijke oplossing en/of de aanpassingen op het emplacement mislukken. Dit leidt tot vertraging van het project. Als voorbereiding op de aanbesteding zijn wij intensief bij de review van de aanbestedingsstukken betrokken.

Print deze pagina