7.2 Mensen

Begroting

De organisatie ontwikkelt zich en om blijvend de provinciale taken te kunnen uitvoeren is een kwalitatief en kwantitatief goede personeel bezetting nodig. Een bezetting die nu en in de toekomst in staat is de provinciale opgave te realiseren, binnen de daarvoor beschikbare budgetten. Eind 2017 heeft het college de organisatie opdracht gegeven het SPP door te ontwikkelen. Er is een meerjarige capaciteitsraming gemaakt van de benodigde personeelscapaciteit voor het uitvoeren van de provinciale taken (kwantiteit). Bij de opbouw van deze raming is ook gekeken welke vaardigheden/kwaliteiten nodig zijn om deze taken te kunnen uitvoeren (kwaliteit) en welke capaciteit beschikbaar is. Dit geeft het volgende cijfermatige beeld [1]):

  • Prijspeil 2018 - bedragen x € 1 miljoen
  • Totaal Capaciteitsbudget
  • 2018
  • 72,4
  • 2019
  • 64
  • 2020
  • 50,4
  • 2021
  • 48,4
  • 2022
  • 48,4

[1] *) Deze bedragen gaan uit van:

  • Prijspeil 2018; bijvoorbeeld bij een nieuwe CAO worden deze bedragen aangepast.
  • Deze raming gaat uit van de taken die nu in de meerjarenbegroting zijn opgenomen. PS hebben bijvoorbeeld besloten over de voorbereiding van de Vismigratierivier en de personele inzet is in deze raming meegenomen. Over de realisatie is nog geen besluitvorming door PS. Als PS besluiten de Vismigratierivier te realiseren, zal daar ook de personele inzet voor moeten worden geraamd en meegenomen. Een ander voorbeeld is het IMF. Hiervoor zijn tot en met 2019 middelen opgenomen in de begroting. Vanaf 2020 is voor de uitvoering van het IMF geen personele inzet geraamd. Als PS besluiten het IMF vanaf 2020 te continueren, moet ook de personele inzet hiervoor nog worden geraamd.
  • Bedragen incl. bedrijfsvoeringscomponent kadernota 2019

Kwantitatieve ‘GAP’
Voor 2018 en 2019 bleek de geraamde capaciteit hoger dan de beschikbare middelen in de meerjarenbegroting (begroting 2018). Provinciale Staten hebben op 27 juni besloten hiervoor extra middelen beschikbaar te stellen. Onderdeel van de capaciteitsraming is een krimp van de formatie met 110 fte per 1 januari 2019. Deze wordt gerealiseerd door verloop van personeel en het gedeeltelijk terugbrengen van de inhuur en tijdelijke dienstverbanden.

Kwalitatieve ‘GAP’
In de capaciteitsraming is ook gekeken naar de meerjare kwalitatieve component van de vraag naar personeel. Afgezet tegen de beschikbare capaciteit, onstaat op hoofdlijnen het beeld dat het nodig is om in te zetten op de volgende vaardigheden/kwaliteiten:

  • Vakbekwaamheid en inhoudelijke kennis
  • Netwerksturing, verbinden, hanteren van complexiteit, polariteit
  • Politiek bestuurlijke sensitiviteit en advisering
  • Kennis van creatie/realisatie: experimenteren, ondernemen, leren leren, LEAN en Agile
  • Specifieke kennis: financieel, juridisch, schrijfvaardigheden, digitale vaardigheden, aanbesteden, technisch (infra), bestuurskunde, Frysk

Bovenstaande inzichten zijn de basis voor het verder ontwikkelen van SPP. De organisatie concretiseert in 2018/2019 de kwantitatieve en kwalitiatieve knelpunten en vertaalt die naar maatregelen.

Uitgangspunt is dat vaste taken worden uitgevoerd door vaste medewerkers en dat er een flexibele schil is van inhuur en tijdelijke contracten (voor specifieke kennis, tijdelijke werkzaamheden of werkzaamheden met een piek en voor ziektevervanging). Op sommige plekken zal mobiliteit nodig zijn en op andere plekken zal juist de continuiteit op sleutelposities moeten worden gewaarborgd. De organisatie ontwikkelt in 2018/2019 beleid op het gebied van ‘mobiliteit’ en ‘leren en ontwikkelen’.

Op basis van bovenstaande ontwikkelingen en de provinciale verkiezingen in 2019 zal de organisatie het SPP herijken voor de periode 2019 tot en met 2022.

Dit richt zich op ‘Instroom’ (bijvoorbeeld het traineeprogramma, instroom van jongeren en participatiebanen), ‘Doorstroom’ (bijvoorbeeld bij- en omscholing) en ‘Uitstroom’ (bijvoorbeeld het generatiepact, dat gericht is op vrijwillige gedeeltelijke uitstroom om ruimte te creëren voor de instroom van jongeren).

Meerjarig capaciteits- en bezettingsoverzicht

  • Capaciteit provincie Fryslân
  • Capaciteitsbudget (x € 1 mln prijspeil 2018)
  • Salaris
  • Externe inhuur
  • Kadernota 2019
  • Totaal capaciteitsbudget
  • 2018
  • 54,68
  • 17,7
  • 72,38
  • 2019
  • 51,52
  • 12,4
  • 0,08
  • 64
  • 2020
  • 49,18
  • 1,2
  • 0,07
  • 50,45
  • 2021
  • 47,78
  • 0,6
  • 0,06
  • 48,44
  • 2022
  • 46,64
  • 1,8
  • 0,06
  • 48,5

  • Inzicht in bezetting provincie Fryslân
  • Prognose SPP vaste en tijdelijke aanstelling (fte, PS 27 juni 2018)
  • Huidige bezetting vaste aanstelling (fte)
  • Huidige bezetting tijdelijke aanstelling bepaalde periode (fte)
  • totaal
  • 1 juli 2018
  • 640
  • 45
  • 685
  • 1 januari 2019
  • 636
  • 635
  • 40
  • 675
  • 1 januari 2020
  • 620
  • 0
  • 620
  • 1 januari 2021
  • 600
  • 0
  • 600
  • 1 januari 2022
  • 585
  • 0
  • 585

Bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op de registratie in het personeelssysteem ADP/Workforce.

Op basis van het provinciale takenpakket is binnen het SPP een prognose gemaakt voor de inzet van personeel. Voor 2019 komt die uit op 636 fte. De huidige geregistreerde bezetting voor 2019 komt hoger uit. Deze zal nog afnemen door verschillende vormen van verloop (o.a. pensionering, excl. generatie pact, afloop tijdelijke contracten) en de overgang van een aantal brugwachters naar Rijkswaterstaat per 2019. De totale inzet van vast en tijdelijk personeel zal plaatsvinden binnen de bandbreedte van het totale capaciteitsbudget.

Print deze pagina