4.2 Financiering en beleggingen

Begroting

Beleggingen Nuon-vermogen

Obligatieportefeuille
Het beheer van het obligatievermogen is, na een openbare Europese aanbesteding in 2014, ondergebracht bij ASR Vermogensbeheer. Door de invoering van het verplichte schatkistbankieren worden er geen nieuwe obligaties meer aangekocht. De bestaande obligaties mogen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. Er is een aangescherpt mandaat van kracht. In geval van een tussentijdse verkoop van obligaties, worden er uitsluitend obligaties teruggekocht met een AAA-kredietwaardigheid.

Mogelijke tussentijdse verkoop obligatieportefeuille
Begin 2017 hebben GS besloten om de gehele obligatieportefeuille te verkopen indien de waarde bij verkoop substantieel hoger is dan het totaal van de aflossingen en rendementen die de portefeuille nog oplevert. De kapitaalmarktrente is de afgelopen periode gestegen, waardoor de portefeuille tot op heden niet is verkocht. Naar verwachting zal de kapitaalmarktrente niet zodanig dalen dat de verkoop van de portefeuille voor een substantieel hogere verkoopwaarde nog mogelijk zal zijn.

Lenen aan decentrale overheden
In 2016 hebben Provinciale Staten besloten om leningen te gaan verstrekken aan decentrale overheden, voor maximaal € 100 mln. Het saldo van de verstrekte leningen bedraagt medio 2018: € 59 mln.

Hybride kapitaal
In 2015 hebben Provinciale Staten besloten om Hybride kapitaal te verstrekken aan de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandsche Waterschapsbank (NWB); elk € 50 mln. Hybride kapitaal is een achtergestelde lening die vanwege de achterstelling kan worden meegerekend tot het eigen vermogen van de bank. Provincie Fryslân is aandeelhouder van de BNG en de NWB en het Hybride kapitaal is vanuit de publieke taak verstrekt.

Schatkistbankieren
Het vermogen dat niet nodig is voor de liquiditeitsbehoefte van de provincie wordt in principe ondergebracht bij de schatkist. De bestaande obligatieportefeuille, het Hybride kapitaal verstrekt vanuit de publieke taak en het lenen aan decentrale (mede) overheden zijn hiervan uitgezonderd.

Financieringen
Door het verkregen Nuon-vermogen heeft provincie Fryslân vooralsnog geen financieringsbehoefte.

Tabel 2: Gemiddelde omvang belegd vermogen 2018 t/m 2022

  • Bedragen * € 1.000
  • Kortlopende beleggingen
  • Langlopende beleggingen
  • Gemiddelde beleggingen over het jaar
  • 2018
  • 73.000
  • 606.000
  • 679.000
  • 2019
  • 10.000
  • 469.000
  • 479.000
  • 2020
  • 6.000
  • 337.000
  • 343.000
  • 2021
  • 26.000
  • 263.000
  • 289.000
  • 2022
  • 40.000
  • 223.000
  • 263.000

Tabel 2: Gemiddelde omvang belegd vermogen 2023 t/m 2027

  • Bedragen * € 1.000
  • Kortlopende beleggingen
  • Langlopende beleggingen
  • Gemiddelde beleggingen over het jaar
  • 2023
  • 31.000
  • 197.000
  • 228.000
  • 2024
  • 38.000
  • 150.000
  • 188.000
  • 2025
  • 69.000
  • 104.000
  • 173.000
  • 2026
  • 104.000
  • 81.000
  • 185.000
  • 2027
  • 136.000
  • 61.000
  • 197.000

Rendement beleggingen, rente baten en -lasten

Rendement beleggingen
Het gemiddelde rendement voor de beleggingen in obligaties bedraagt 2,8% en het gemiddelde rendement op de leningen aan decentrale overheden bedraagt 0,6%. Het jaarlijkse rendement daalt de komende jaren omdat een deel van het vermogen wordt ingezet voor de uitvoering van het coalitieakkoord.

Rentebaten
Onder ‘rentebaten lang’ vallen de vergoedingen voor de hybride leningen die zijn verstrekt aan de BNG en de Nederlandse Waterschapsbank. De ‘rentebaten kort’ zijn begroot op basis van de (lage) vergoedingen voor het kortstondig aanhouden van overtollige liquiditeiten binnen de schatkist. In 2018 zijn de rentetarieven voor overtollige liquiditeiten nihil. Voor 2019 en volgende jaren wordt wel een geringe rentevergoeding verwacht.

Rentelasten
Door het Nuon-vermogen heeft provincie Fryslân geen financieringsbehoefte. De bedragen onder ‘rentelasten lang’ betreffen de rentevergoedingen aan het Nazorgfonds stortplaatsen voor de bij de provincie ondergebrachte gelden.

Hieronder wordt de meerjaren prognose van de rentebaten & -lasten en het rendement op het belegde vermogen weergegeven.

Tabel 3: rendement beleggingen, rente baten en -lasten 2018 t/m 2022

  • Bedragen * € 1.000
  • Rendement beleggingen obligaties & leningen aan decentrale overheden
  • Rentebaten lang
  • Rentebaten kort
  • Totaal rendementen & rentebaten
  • Rentelasten lang
  • Rentelasten kort
  • Totaal rentelasten
  • 2018
  • 13.030
  • 3.360
  • 0
  • 16.390
  • 460
  • 0
  • 460
  • 2019
  • 11.650
  • 3.360
  • 25
  • 15.035
  • 447
  • 0
  • 447
  • 2020
  • 10.420
  • 3.360
  • 25
  • 13.805
  • 447
  • 0
  • 447
  • 2021
  • 8.930
  • 1.840
  • 25
  • 10.795
  • 447
  • 0
  • 447
  • 2022
  • 6.740
  • 620
  • 25
  • 7.385
  • 447
  • 0
  • 447

Tabel 3: rendement beleggingen, rente baten en -lasten 2023 t/m 2027

  • Bedragen * € 1.000
  • Rendement beleggingen obligaties & leningen aan decentrale overheden
  • Rentebaten lang
  • Rentebaten kort
  • Totaal rendementen & rentebaten
  • Rentelasten lang
  • Rentelasten kort
  • Totaal rentelasten
  • 2023
  • 4.450
  • 230
  • 25
  • 4.705
  • 447
  • 0
  • 447
  • 2024
  • 3.390
  • 0
  • 25
  • 3.415
  • 447
  • 0
  • 447
  • 2025
  • 3.020
  • 0
  • 25
  • 3.045
  • 447
  • 0
  • 447
  • 2026
  • 2.310
  • 0
  • 25
  • 2.335
  • 447
  • 0
  • 447
  • 2027
  • 1.660
  • 0
  • 25
  • 1.685
  • 447
  • 0
  • 447

Toerekening van rente
Dit is een nieuw onderdeel voor de begroting en jaarrekening vanuit de BBV, bedoeld om inzicht te geven in rentelasten die direct verband houden met een beleidsveld of opdracht. Bij provincie Fryslân wordt niet geleend, waardoor het overzicht minder van toepassing is.

Het renteresultaat bestaat zowel uit de rentebaten op overtollige Treasury middelen als de overige rentebaten van leningen aan Alliander, FSFE, Breedband, FOM, etc.

Print deze pagina