3. Ontwikkeling baten en lasten

Begroting

Hieronder staat de ontwikkeling van de baten, de lasten en de mutaties van de reserves. Op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele baten en lasten. Op deze manier wordt inzichtelijk gemaakt of de provinciale begroting structureel in evenwicht is en blijft.
De structurele baten en lasten betreffen alle budgetten met een looptijd tot en met 2027. Dus ook de onderdelen voorzieningen, overlopende passiva of reserves.

De mutaties in de bestemmingsreserves hebben vooral betrekking op de reserves van de tijdelijke budgetten. De verschuiving van de bestedingsritmes over de jaren heen verloopt via deze reserves. In het ene jaar wordt gevormd en in het volgende jaar en/of volgende jaren wordt onttrokken aan deze reserves.

Ontwikkeling financieel kader 2018 t/m 2022

  • Bedragen x € 1 miljoen
  • Baten
  • Totaal baten
  • Lasten
  • Totaal lasten
  • Saldo voor bestemming reserves
  • Totaal saldo voor bestemming reserves
  • Reserves
  • Totaal reserves
  • Saldo na bestemming reserves
  • Begrotingssaldo
  • Structureel
  • Niet stuctureel
  • Structureel
  • Niet stuctureel
  • Structureel
  • Niet stuctureel
  • Beschikking
  • Vorming
  • Structureel
  • Niet stuctureel
  • 2018
  • 295,0
  • 45,0
  • 340,0
  • 263,9
  • 304,9
  • 568,8
  • 31,1
  • -259,9
  • -228,8
  • 313,8
  • 74,2
  • 239,6
  • 42,0
  • -31,2
  • 10,9
  • 2019
  • 299,5
  • 25,9
  • 325,4
  • 279,9
  • 143,0
  • 422,9
  • 19,7
  • -117,2
  • -97,5
  • 147,6
  • 50,1
  • 92,1
  • 39,1
  • -39,1
  • 0
  • 2020
  • 310,9
  • 11,6
  • 322,5
  • 278,7
  • 85,5
  • 364,2
  • 32,3
  • -73,9
  • -41,6
  • 67,7
  • 16,0
  • 51,7
  • 42,2
  • -32,2
  • 10,1
  • 2021
  • 312,0
  • 5,0
  • 317,0
  • 296,9
  • 36,0
  • 332,9
  • 15,1
  • -31,0
  • -15,9
  • 28,7
  • 5,7
  • 22,9
  • 28,7
  • -21,6
  • 7,1
  • 2022
  • 313,8
  • 1,5
  • 315,3
  • 306,3
  • 15,7
  • 321,9
  • 7,6
  • -14,2
  • -6,6
  • 13,8
  • 3,2
  • 10,6
  • 18,0
  • -14,0
  • 4,0

Ontwikkeling financieel kader 2023 t/m 2027

  • Bedragen x € 1 miljoen
  • Baten
  • Totaal baten
  • Lasten
  • Totaal lasten
  • Saldo voor bestemming reserves
  • Totaal saldo voor bestemming
  • Reserves
  • Totaal reserves
  • Saldo na bestemming reserves
  • Begrotingssaldo
  • structureel
  • Niet stuctureel
  • structureel
  • Niet stuctureel
  • structureel
  • Niet stuctureel
  • beschikking
  • vorming
  • structureel
  • Niet stuctureel
  • 2023
  • 317,1
  • 0,2
  • 317,3
  • 313,0
  • 0,1
  • 313,0
  • 4,1
  • 0,1
  • 4,3
  • 9,1
  • 1,9
  • 7,2
  • 11,3
  • 0,2
  • 11,4
  • 2024
  • 320,9
  • 0,0
  • 320,9
  • 319,7
  • 0,0
  • 319,7
  • 1,2
  • 0
  • 1,2
  • 9,0
  • 1,9
  • 7,1
  • 8,3
  • 0
  • 8,3
  • 2025
  • 325,9
  • 0,0
  • 325,9
  • 326,6
  • 0,0
  • 326,6
  • -0,7
  • 0
  • -0,7
  • 9,0
  • 1,9
  • 7,1
  • 6,4
  • 0
  • 6,4
  • 2026
  • 330,8
  • 0,0
  • 330,8
  • 333,6
  • 0,0
  • 333,6
  • -2,7
  • 0
  • -2,7
  • 9,0
  • 1,9
  • 7,1
  • 4,4
  • 0
  • 4,4
  • 2027
  • 335,8
  • 0,0
  • 335,8
  • 340,7
  • 0,0
  • 340,7
  • -4,9
  • 0
  • -4,9
  • 9,0
  • 1,9
  • 7,1
  • 2,2
  • 0
  • 2,2

Baten
Provinciefonds algemene uitkering

Ontwikkeling accres
De meicirculaire 2018 is de algemene uitkering geactualiseerd. In de jaarschijf 2018 heeft dit is een positief effect door een afrekening over 2017 en het doorschuiven van Rijksuitgaven naar 2018, waardoor het accres in dit jaar positief wordt beïnvloed.

Meerjarig laat de ontwikkeling van het provinciefonds een veel minder rooskleurig beeld zien. Waar in de tussentijdse maartcirculaire nog sprake was van een gunstige meerjarige ontwikkeling van het accres, wordt deze verwachting in de meicirculaire op de lange termijn naar beneden bijgesteld , omdat de nieuwste ramingen van het CPB een naar beneden bijgesteld beeld van de loon- en prijsontwikkeling presenteren. Dit heeft conform het “trap-op-trap-af-effect” een negatief effect op het provinciefonds.

Ontwikkelingen btw-compensatiefonds
Het laatste bijstelmoment van de ruimte onder het plafond van het btw-compensatiefonds (bcf) was de septembercirculaire 2017. Conform het provinciaal beleid is toen op basis van dit bedrag een geschatte correctie uitgevoerd op de raming van de algemene uitkering. Ook bij de maartcirculaire 2018/ Kadernota 2019 is deze correctie gehanteerd bij de meerjarige raming van het provinciefonds.

In de huidige meicirculaire is besloten de ruimte onder het bcf-plafond voortaan pas achteraf (in de meicirculaire T+1) toe te kennen. De meerjarige prognose is hierdoor uit de prognose algemene uitkering gehaald.

Normaalgesproken zou de gehanteerde correctie deze uitname uit het provinciefonds moeten kunnen opvangen. Echter, na het laatste bijstelmoment (septembercirculaire 2017) is de ruimte onder het plafond fors gestegen (verdubbeld) en meegenomen in het gepresenteerde accres. Deze stijging wordt nu onttrokken aan de meerjarige raming van het provinciefonds. Dit zorgt daardoor voor een forse extra uitname van het provinciefonds.

De gewijzigde systematiek van het btw-compensatiefonds houdt in dat in de meicirculaire van het jaar T+1 de definitieve ruimte onder het plafond wordt vastgesteld. Dit wordt ook het moment waarop de ruimte onder het plafond wordt verdeeld onder gemeenten en provincies. Het grote verschil is dus dat dit bedrag niet meer op voorhand wordt geprognotiseerd (en in meerjarenramingen kan worden opgenomen), maar jaarlijks incidenteel wordt uitgekeerd.

Raming accres
In lijn met de Kadernota 2019 wordt voor de jaren 2018 en 2019 het accres 2%-punt lager geraamd dan vermeld in de circulaire. Dit vanwege het erg hoge accres in deze jaren, o.b.v. het Regeerakkoord. Aangezien dit akkoord nog moet worden verwerkt in nieuw beleid en plannen is realisatie van dit hoge accres nog erg onzeker. Voor de jaren erna houden we voorzichtigheidshalve rekening met de raming van het accres 1%-punt lager dan de circulaire.

Dit resulteert in onderstaande raming van de algemene uitkering.

Raming algemene uitkering

  • Bedragen x € 1 miljoen
  • Accres cf. meicirculaire 2018
  • Begroting 2018
  • Kadernota 2019
  • Begroting 2019
  • Mutatie
  • 2018
  • 6.86%
  • 163,6
  • 165,2
  • 166,4
  • 1,2
  • 2019
  • 5.79%
  • 167,4
  • 172,8
  • 169,7
  • -3,1
  • 2020
  • 3.94%
  • 171,1
  • 179,7
  • 174,0
  • -5,7
  • 2021
  • 3.21%
  • 174,7
  • 185,3
  • 177,8
  • -7,5
  • 2022
  • 3.52%
  • 178,4
  • 192,1
  • 181,8
  • -10,3

Opcenten motorrijtuigenbelasting (MRB)
De gegevens over het wagenpark van onze provincie zijn geactualiseerd aan de hand van de opgaaf van de belastingdienst per 1 januari 2018.

In het coalitie akkoord is opgenomen dat de opcenten dalen met € 20 miljoen per jaar in de periode 2016-2019. In de kadernota 2018 is het voorstel gedaan om de opcenten met ingang van 2020 structureel met € 10 miljoen te verlagen ten opzichte van de raming in de begroting 2017. De indexering bedraagt voor 2019 1,6%, voor 2020 1,8% en voor de jaren daarna 1,9%. Rekening houdende met deze jaarlijkse indexering leidt dit tot de volgende raming van de opcenten zowel in punten als in verwachte opbrengst.

Opcenten motorrijtuigenbelasting

  • Bedragen x € 1 miljoen
  • Opcenten (punten)
  • Begroting 2018
  • Kadernota 2019
  • Begroting 2019
  • Mutatie
  • 2018
  • 70,0
  • 53,9
  • 55,0
  • 55,0
  • 0
  • 2019
  • 71,1
  • 54,7
  • 55,9
  • 55,9
  • 0
  • 2020
  • 87,0
  • 67,0
  • 68,4
  • 68,4
  • 0
  • 2021
  • 88,7
  • 68,1
  • 69,7
  • 69,7
  • 0
  • 2022
  • 90,3
  • 69,1
  • 71,0
  • 71,0
  • 0

Rendement vermogen
Op basis van een geactualiseerde liquiditeitenprognose is het verwachte rendement herberekend. Het verwachte rendement op de obligatieportefeuille bedraagt 2,8%.

Verwacht rendement

  • Bedragen x € 1 miljoen
  • Begroting 2018
  • Kadernota 2019
  • Begroting 2019
  • Mutatie
  • 2018
  • 13,0
  • 13,0
  • 13,0
  • 0
  • 2019
  • 11,7
  • 11,7
  • 11,7
  • 0
  • 2020
  • 10,4
  • 10,4
  • 10,4
  • 0
  • 2021
  • 8,9
  • 8,9
  • 8,9
  • 0
  • 2022
  • 6,7
  • 6,7
  • 6,7
  • 0

Lasten

Nominale ontwikkeling
De raming voor nominaal is gebaseerd op de meicirculaire 2018. Voor 2019 houden we rekening met 1,6%, in 2020 1,8% en voor de jaren daarrna met 1,9%. Conform de uitgangspunten begroting (bijlage 8) worden aan bepaalde onderdelen in de begroting afwijkende inflatiepercentages toegekend.

Nominale ontwikkeling

  • Bedragen x € 1 miljoen
  • Nominaal lonen
  • Nominaal goederen en diensten
  • Begroting 2018
  • Kadernota 2019
  • Begroting 2019
  • Mutatie
  • 2018
  • 3%
  • 0.8%
  • 2,8
  • 0
  • 0
  • 0
  • 2019
  • 3%
  • 1.6%
  • 6,1
  • 6,1
  • 6,1
  • 0
  • 2020
  • 3%
  • 1.8%
  • 9,3
  • 11,9
  • 11,9
  • 0
  • 2021
  • 3%
  • 1.9%
  • 12,8
  • 18,2
  • 18,2
  • 0
  • 2022
  • 3%
  • 1.9%
  • 16,3
  • 24,2
  • 24,2
  • 0
Print deze pagina