Bijlage 8: Uitgangspunten begroting 2019

Begroting

Gronden van de ramingen

De cijfers over het jaar 2017 hebben betrekking op de cijfers uit de jaarstukken 2017 zoals door PS vastgesteld op 23 mei 2018. De voor 2018 en volgende jaren vermelde bedragen zijn inclusief de besluitvorming van de Staten tot en met 1 juli 2018 en de doorwerking van de begrotings­wijzigingen van voorgaande jaren.

Uitgangspunten van de ramingen:

  • Onderwerp
  • Inflatievergoeding
  • Loonstijging provincie
  • Prijsstijging provincie
  • Loon- en prijsstijging gesubsidieerde instellingen
  • IBOI vergoeding RSP projecten
  • Indexering langlopende projecten
  • Reserve van Harinxmakanaal
  • Parkeervoorziening provinciehuis (vast percentage)
  • Indexering exploitatiekosten openbaar vervoer
  • Rendementsderving
  • Toevoegingen verplichte rente aan voorzieningen/overlopende passiva
  • Rendementsderving bij inzet van belegd vermogen
  • 2018
  • 3%
  • 0.8%
  • 0%
  • 0.6%
  • 0%
  • 2.8%
  • 2.5%
  • 1.6%
  • 0.4%
  • 2.8%
  • 2019
  • 3%
  • 1.6%
  • 1.6%
  • 1.5%
  • 0%
  • 2.8%
  • 2.5%
  • 2.7%
  • 0.6%
  • 2.8%

Toelichting op de uitgangspunten

Inflatievergoeding

Loonstijging provincie
De huidige cao heeft een looptijd tot 1 januari 2019. Naast een verwachte loonstijging houden wij rekening met een stijging van de pensioenpremies voor het jaar 2019 en daar opvolgend. Voor het jaar 2019 wordt een stijging van 3,0% van de lonen verwacht. 

Prijsstijging provincie
De raming van de nominale ontwikkeling goederen en diensten is gebaseerd op de prijsstijging van het bruto binnenlands product zoals opgenomen in de septembercirculaire provinciefonds 2017, deze is conform de prognoses in de Macro Economische Verkenningen 2018. Voor het jaar 2019 bedraagt deze 1,6%.

Bij de begroting 2018 is besloten om deze index ook weer van toepassing te verklaren op (groot) onderhoud wegen en vaarwegen. Daarbij is afgesproken om periodiek (elke 4 jaar) te herijken of deze indexering afgeweken heeft van de CBS index grond, weg- en waterbouw 42/43 Grond, weg- en waterbouw. In dat geval zal voorgelegd worden om de onderhoudsbudgetten te verhogen.

Loon- en prijsstijging gesubsideerde instellingen
Bij de gesubsidieerde instellingen wordt voor de prijsinflatie rekening gehouden met de eerder genoemde 1,6% uit de septembercirculaire provinciefonds 2017.
Bij enkele instellingen worden de richtlijnen van de begroting voor de indexering niet standaard gevolgd aangezien hierover andere afspraken zijn gemaakt. Het gaat hierom:

Gemeenschappelijke regelingen:

  • SNN
  • Noordelijke Rekenkamer
  • Fumo
  • Marrekrite
  • Tresoar
  • Fryske Akademy

Overig:

  • IPO
  • Regionaal college waddengebied/wadlopen/servicepunt waddengebied

In de begroting is voor deze instellingen vooralsnog rekening gehouden met het nominale prijsstijgingspercentage van 1,6%. 

IBOI vergoeding RSP projecten
RSP gelden voor de infrastructurele projecten zijn de afgelopen jaren eerder uitgekeerd door het rijk dan dat qua kasritme benodigd was voor de RSP projecten. Hierdoor wordt over deze gelden geen inflatie meer vergoed. Om dit te compenseren wordt een inflatievergoeding toegekend over het nog niet bestede saldo van de RSP(infra)gelden. Het percentage dat hierbij gehanteerd wordt is gebaseerd op het IBOI percentage zoals opgenomen in de kortetermijnraming maart 2017 van het CPB voor het jaar 2018.

Indexering langlopende projecten
Bij langlopende projecten is het gebruikelijk om deze te ramen met de prognose einde werk. Vandaar dat hier geen indexering meer plaatsvindt.

Reserve van Harinxmakaal
Op 17 juni 2013 hebben de Staten besloten om het percentage van het jaarlijks rendement toe te voegen aan de reserve om zo het onderhoud ook op lange termijn te kunnen financieren.

Parkeervoorziening provinciehuis
Voor de parkeervoorziening provinciehuis is de indexering op 2,50% vastgesteld vanaf het moment van ingebruikname hiervan.

Indexering exploitatiekosten openbaar vervoer
In de overeenkomsten met de vervoerders is vastgelegd dat deze de LBI (Landelijk Bijdrage Index) index toegekend krijgen. Deze indexering zal afwijken van de door ons bepaalde indexering.
Het percentage dat hierbij gehanteerd wordt is gebaseerd op de raming 2018. Bij de 1e berap zal deze voor het jaar zelf bijgesteld worden op basis van de definitieve index van het voorgaande jaar.

Rente/Rendement

Toevoeging rente aan reserves/voorzieningen/overlopende passiva
Voor de toerekening van rente aan de voorzieningen/overlopende passiva daar waar dat verplicht wordt gesteld sluiten wij aan bij het gemiddelde rentepercentage van de 10- en 5-jaars fixe lagere overheden. 

Rendementsderving bij inzet van belegd vermogen
Indien er extra middelen ingezet moeten worden voor projecten die nog niet in de begroting zijn opgenomen, waardoor er aanspraak wordt gemaakt op ons belegd vermogen dan brengen wij daarvoor het rendementspercentage in rekening van de huidige beleggingsportefeuille.
In het geval dat wij substantiële bedragen vooruitontvangen van derden en daaraan rendement wordt toegerekend dan hanteren wij daarvoor het dan geldende rentepercentage van schatkistbankieren.

Externe tarieven 2018
Jaarlijks worden de externe tarieven berekend op basis van de normbedragen en een opslag voor de bedrijfsvoeringskosten. Deze tarieven worden in het najaar door het college vastgesteld. 

Provinciefonds
De raming van het Provinciefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2018. De jaarschijven 2018 en 2019 hebben een geprognotiseerd accres van respectievelijk 6,86% en 5,79%. Dit hoge accres wordt veroorzaakt door de verbreding van de normeringssystematiek, oplopende ramingen voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen en door de intensiveringen. Met als gevolg dat extra accres vrijkomt voor provincies. Aangezien het nieuwe regeerakkoord nog moeten worden verwerkt in nieuw beleid en concrete plannen, is het realiseren van een dermate hoog accres nog wel onzeker. Daarom wordt voor de jaren 2018 en 2019 voorzichtigheidshalve in de ramingen van het provinciefonds rekening gehouden met 2%-punt (in plaats van reguliere 1%-punt) lagere procentueel accres.
De decentralisatie uitkeringen zijn wel conform de meicirculaire begroot.

Opcenten motorrijtuigenbelasting
In de jaren 2017-2019 worden de opbrengst opcenten verlaagd met € 20 miljoen per jaar. Bij de begroting 2018 is besloten om de opcenten met ingang van 2020 structureel te verlagen met € 10 miljoen. Het aantal opcenten voor 2020 is toen bepaald op 87,0 punten.
De actuele raming van de opbrengst uit de opcenten motorrijtuigenbelasting is gebaseerd op de realisatie van 2017. De realisatiecijfers van het wagenpark zijn geactualiseerd aan de hand van de opgaaf van de belastingdienst per 1 januari 2018. De indexering voor 2019 en verder is gebaseerd op de ontwikkeling van het bbp conform de septembercirculaire provinciefonds 2017. In de paragraaf heffingen zijn de opcenten per jaar opgenomen.

Print deze pagina