Programma 4: Economie

4.4 Noordelijke/landelijke/Europese samenwerking en lobby

Begroting

Wat willen we bereiken?

Om effectief en efficiënt te opereren om onze (economische) ambities te realiseren, is het van strategisch belang dat wij op verschillende schaalniveaus (noordelijk, landelijk, Europees) samenwerken. Via slimme partnerschapen kunnen wij bij strategische kwesties die het provincieniveau overstijgen beter uitvoering geven aan onze Friese ambities en dragen wij ook bij om de belangen van onze partners te behartigen.

Europees schaalniveau
Het Europees economisch beleid is richtinggevend voor de koers die wij varen. De Europa 2020-strategie gaat uit van slimme, duurzame en inclusieve groei. In de Regionale Innovatie Strategie Smart Specialisation (RIS3) en de Innovatie Agenda Noord-Nederland (NIA) hebben wij het noordelijk antwoord op de Europese strategie gegeven. Daarbij staan vier maatschappelijke uitdagingen centraal, waar wij samen met de provincies Groningen, Drenthe en andere noordelijke stakeholders op Europees niveau het verschil willen maken. Dat zijn:

  • gezondheid, demografie en welzijn
  • voedselzekerheid, duurzame landbouw en bio-economie
  • zeker, schone en efficiënte energie
  • schone, veilige watervoorziening

Op basis van de RIS3 heeft Regio Noord voor de periode 2014-2020 ruim € 120 mln. ontvangen via het OP-EFRO van de Europese Commissie en de rijksoverheid. Dit is het programma dat het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) als Management Authoriteit van regio Noord onder bepaalde voorwaarden uitvoert ten behoeve van de economische versterking van het Noorden. Deze middelen zijn toegankelijk gemaakt voor het MKB, specifiek voor innovatie en verlaging CO2-gebruik. Jaarlijks worden verschillende regelingen door het SNN geprogrammeerd. In 2017 liep de benutting van deze middelen achter volgens planning, met als gevolg dat het noordelijk bestuur diverse maatregelen heeft getroffen.

De Friese inzet op Europa is gebaseerd op het Werkplan Fryslân en Europa 2016-2020. Jaarlijks wordt dit vertaald in een jaarplan. Het uitgangspunt van dit plan is het verder versterken van de Europese ambitie in de provinciale organisatie, gekoppeld aan diverse opgaven. Dit proces is in 2017 gestart.

Landelijk schaalniveau
Binnen de MKB samenwerkingsagenda, ook wel het landsdelig[1] arrangement genoemd, werken wij nauwer samen met het ministerie van Economische Zaken, de Nederlandse provincies en MKB Nederland. Binnen dit platform informeren de partijen over de economische beleidsontwikkelingen en wordt ernaar gestreefd dat partijen instrumenten in samenhang aanbieden. Sinds 2015 bieden het ministerie en de landsdelige regio’s een gezamenlijk instrument aan, namelijk het MIT (MKB Innovatiestimulering Topsectoren).

Noordelijk schaalniveau
Op noordelijk niveau werken wij nauw samen met de provincies Groningen en Drenthe op economisch gebied aan een twintigtal dossiers. De belangrijkste vraagstukken waar wij gezamenlijk aan werken is de aansturing van de NOM met het ministerie van Economische Zaken, de ontwikkeling van een gezamenlijke internationale acquisitiestrategie (zie Beleidsveld 4.2) en het verbeteren van onze aansturende rol binnen het noordelijke ecosysteem (zie Beleidsveld 4.3).

Daarnaast komen wij als noordelijke provincies periodiek bijeen met de vier grootste noordelijke gemeenten (Leeuwarden, Groningen, Assen en Emmen) om besluiten te nemen die de noordelijke economie versterken. Sinds 1 juli 2017 is Fryslân voorzitter van deze bestuurscommissie voor een periode van twee jaar. In 2018 zal ook het vraagstuk SNN 3.0 aan de orde komen. Dit is een noordelijk proces waarbij antwoord wordt gezocht op de vraag hoe regio Noord zich het beste kan organiseren om de noordelijke belangen optimaal te kunnen bedienen.

Lobby
Wij willen als provincie altijd scherp oog houden op externe ontwikkelingen die impact kunnen hebben op onze Friese ambities. Daarom houden wij zelfstandig en via het SNN een lobbyagenda bij. Op Europees niveau is het van belang om vinger aan de pols te houden hoe o.a. de nieuwe Structuurfondsen eruit zullen komen te zien en wat dit voor invloed heeft op de EFRO-middelen op landsdelig niveau na 2020. Op het terrein van circulaire economie willen wij ons meer op landelijk en Europees niveau manifesteren. Daarnaast houden wij nauwgezet de ontwikkelingen van Invest.NL in het vizier, waarbij risicokapitaal, garanties en ondernemingsfinancieringen van rijkswege voor een bedrag van € 2,5 miljard in één loket worden gebundeld. Deze ontwikkeling raakt ook de NOM, omdat het ministerie de intentie heeft om het aandeelhouderschap over de regionale ontwikkelingsmaatschappijen aan Invest.NL over te dragen. De betrekkingen met China willen wij periodiek via handelsmissies versterken, waar vooral marktkansen liggen voor onze kennisinstellingen en bedrijven op het gebied van voedselproductie.

Welke resultaten willen we in 2018 behalen?

  • De besteding van de middelen uit het OP-EFRO loopt weer synchroon met de prognose.
  • Wij versterken de ondersteuningsstructuur aan het Friese MKB in samenwerking met het IPF, YnBusiness, de Friese gemeenten en SNN, zodat er meer en kwalitatief betere projecten worden voorgelegd aan de deskundigheidscommissie SNN in het kader van OP-EFRO.
  • Wij hebben samen met de provincies Groningen en Drenthe een professionaliseringsslag gerealiseerd in ons opdrachtgeverschap richting de NOM en de clusterorganisaties. Uitgangspunt is dat er een vloeiende wisselwerking tot stand komt tussen de clusterorganisaties en de NOM, waarbij het accent bij de clusterorganisaties komt te liggen op netwerkvorming en branding en bij de NOM op business development. Ten aanzien van de NOM heeft dit concreet vorm gekregen in een nieuwe structuur van het Jaarplan 2018 waarin werkafspraken zijn gemaakt over de activiteiten en resultaten op het gebied van financiering, fondsbeheer, acquisitie en business development. Ook is de monitoring/voortgangsbewaking anders en strakker ingericht.
  • Wij ontwikkelen en dienen ten minste tien ‘eligible’ (= die voldoen aan de formele voorschriften) projecten in voor diverse Europese programma’s, gekoppeld aan de inhoudelijke speerpunten uit het Werkplan/Jaarplan. Het gaat hierbij om de domeinen watertechnologie, agrofood/natuurinclusieve landbouw met als dwarsverbanden LF2018 en circulaire economie.
  • Wij bieden gezamenlijk met Groningen, Drenthe en het ministerie van Economische Zaken het instrument MIT aan, waarbij wij inzetten dat het MIT zoveel mogelijk wordt ingericht passend bij de aard en schaal van het noordelijk bedrijfsleven.

 

[1] Het Rijk gaat uit van 5 landsdelen: Noord, Oost, Zuid, Noordvleugel (Flevoland, Noord-Holland en Utrecht) en Zuidvleugel (Zuid-Holland). Wij werken samen met de provincies Groningen en Drenthe in noordelijk verband.

Prestatie indicatoren

Onderwerp Indicator Doelwaarde 2018
NOM Uitwerking nieuwe structuur Jaarplan met nadere werkafspraken over activiteiten en resultaten op het gebied van financiering, fondsbeheer, acquisitie, business development en voortgangsbewaking/monitoring. Gerealiseerd
NOM/clusterorganisaties Aantal overgedragen leads t.b.v. business development van clusterorganisaties naar NOM Ten minste 40
SNN 3.0 Voorstel / advies van GS Besluitvorming in PS
MIT Aantal gehonoreerde Friese projecten Ten minste 60
Europees/landelijk schaalniveau Lobbystrategie Behoud OP-EFRO op landsdelig niveau
Verstevigen positie Fryslân als pilotregio voor circulaire economie
Europa Aantal projecten die voldoen aan de Europese voorschriften Ten minste 10
Handelsmissies Aantal contracten tussen Friese en Chinese kennisinstellingen/bedrijven Ten minste 4

Wat mag het kosten?

Bekijk uitgebreide tabel

  • Bedragen x € 1.000,-
  • Totaal lasten
  • Totaal baten
  • Saldo van lasten en baten
  • Realisatie 2016
  • 6.320
  • 8.998
  • -2.677
  • Begroting 2017
  • 5.953
  • 224
  • 5.730
  • Begroting 2018
  • 3.338
  • 60
  • 3.278
  • Begroting 2019
  • 2.064
  • 0
  • 2.064
  • Begroting 2020
  • 646
  • 0
  • 646
  • Begroting 2021
  • 189
  • 0
  • 189

Toelichting:

De begrote lasten betreffen de co-financiering op EFRO-, Interreg- en Waddenfondsprojecten. De begrote Baten betreffen de ontvangen inkomsten voor de deelname aan een Interreg project Creative Clash.

B2018 – doorklik 4.4

  • Specificatie Exploitatie - bedragen x € 1.000
  • Lasten
  • Structurele budgetten
  • Tijdelijke budgetten
  • Reserves
  • Totaal baten
  • Baten
  • Structurele budgetten
  • Tijdelijke budgetten
  • Totaal baten
  • Saldo van lasten en baten
  • GS autorisatie
  • Deelnemersbijdrage NOM
  • Noordelijke innovation board
  • Cofinancieringsbudget Efro-Ez/Interreg/Waddenfonds
  • Convenant A7 en Westergozone projecten
  • Efro-Ez projecten
  • Financiering NOM en noordelijke clusterorganisaties
  • Friese Meren Project projecten
  • Interreg projecten
  • Waddenfonds projecten
  • Inzet NUON Agrofood: Financiering clusters en netwerken
  • Inzet NUON Healthy Ageing Netwerk HANNN II
  • Deelname NOM
  • Dividend NOM
  • Noordelijke innovation board
  • Cofinancieringsbudget Efro-Ez/Interreg/Waddenfonds
  • Interreg projecten
  • Real 2016
  • 61
  • 60
  • 3.066
  • 594
  • 5
  • 2.506
  • 29
  • 6.320
  • 6.320
  • 1
  • 3.333
  • 3.334
  • 3.400
  • 2.263
  • 5.663
  • 8.998
  • -2.677
  • Begr 2017
  • 2
  • 270
  • 272
  • 1.618
  • 1.285
  • 600
  • 487
  • 1.399
  • 5.389
  • 180
  • 112
  • 292
  • 5.953
  • 203
  • 203
  • 21
  • 21
  • 224
  • 5.730
  • Begr 2018
  • 2
  • 30
  • 32
  • 2.088
  • 179
  • 600
  • 231
  • 119
  • 3.216
  • 90
  • 90
  • 3.338
  • 23
  • 23
  • 38
  • 38
  • 60
  • 3.278
  • Begr 2019
  • 2
  • 2
  • 1.153
  • 61
  • 575
  • 120
  • 63
  • 1.972
  • 90
  • 90
  • 2.064
  • 2.064
  • Begr 2020
  • 189
  • 189
  • 376
  • 73
  • 9
  • 457
  • 646
  • 646
  • Begr 2021
  • 189
  • 189
  • 189
  • 189
Print deze pagina