9.2 Infrastructurele projecten

2018 is een jaar, waarin de afronding centraal staat voor de grote infrastructurele projecten. Het knooppunt Joure, het aquaduct Drachtsterweg en de N31 traverse Harlingen zijn opengesteld voor het verkeer. Naast Leeuwarden VrijBaan, De Centrale As en de N381 welke eerder zijn opengesteld, is het hoofdwegennet in Fryslân op orde. Gebiedsontwikkeling, kansen in kernen, de investeringsagenda Drachten Heerenveen en de verdubbeling van de N381 tot Oosterwolde lopen, net als de spoorprojecten door.

Bij de infrastructurele projecten werken wij intensief samen met het coördinatiepunt Social Return en de scholen voor middelbaar en hoger onderwijs via het coördinatiepunt Fiks. Door deze samenwerking dragen wij bij aan de sociale doelen en een verbetering van de aansluiting tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid.

In 2017 is een meevaller gerapporteerd en via de berap in de begroting verwerkt over het project Rijksweg A7 Sneek. Indien er meer meevallers binnen de grote infraprojecten ontstaan, dan worden deze eerst gebruikt om de taakstelling op het complete programma 2 te dekken. Als deze taakstelling ook is ingelopen, ontstaat ruimte voor nieuwe keuzes, waarbij meevallers op het RSP-pakket aan investeringen in infrastructuur moeten worden besteed. Overigens wordt de kans op meevallers binnen de grote infraprojecten steeds kleiner, omdat veel contracten zijn gegund en in een vergevorderd stadium van afronding zijn. Meevallers kunnen nog wel ontstaan, doordat de risicoreservering binnen de projecten minder nodig is.

Algemene projectrisico’s
Bij elk project staat een korte financiële toelichting. Nu we steeds meer projecten afronden, constateren we het risicoprofiel van de grote infrastructurele werken kleiner wordt. We weten inmiddels steeds meer. Wel doen zich projectspecifieke risico’s voor. Deze worden bij de afzonderlijke projecten benoemd. Programmabreed blijven de volgende algemene projectrisico’s gelden:

  • Faillissementen aannemers – Als een bouwproces loopt en de aannemer gaat failliet, ontstaat een financieel risico omdat een andere aannemer het werk moeten overnemen. Hier zijn altijd meerkosten aan verbonden. In de aanbesteding is hier waar mogelijk rekening mee gehouden (solvabiliteitstoets, bankgarantie). Om dit risico te beheersen wordt waar mogelijk enige ruimte gereserveerd binnen in de post onvoorzien van het projectbudget. Ook wordt met aannemers bekeken in hoeverre het mogelijk is om binnen de contractvoorwaarden de betalingsregeling zo in te richten dat een aannemer zo weinig mogelijk vooraf hoeft te financieren.
  • Prijsontwikkeling – met prijsontwikkeling is in de budgetten van de projecten rekening gehouden. Vooral in de rijksprojecten wordt de prijscompensatie geregeld via de toegekende IBOI. Deze kan lager liggen dan de werkelijke prijsontwikkeling. In 2017 was de IBOI 1,15% en is ook toegekend.
  • Calamiteiten en kwaliteitsproblemen in het bouwproces – Tijdens de bouw van grote projecten kunnen zich altijd calamiteiten en discussies over de gevraagde kwaliteit voordoen. In principe ligt de verantwoordelijkheid bij de aannemer, maar het vraagt in de praktijk altijd een inspanning van ons als opdrachtgever. Dit uit zich in gevolgen voor tijd en geld. In tijd, doordat projecten hierdoor vertragen. In geld, doordat projectorganisaties langer operationeel blijven en de juridische kosten die horen bij de verantwoor­delijkheidsvraag. Door toezicht en controle op de werkplannen en de werkzaamheden, zowel op het terrein van de techniek en de veiligheid, beperken wij dit risico.
  • Meerwerkclaims – Sinds 2015 is een toename te merken van claims op meerwerk van aannemers in aantal en omvang. Een aanvullend risico is dat de afhandeling van deze claims doorloopt na afronding van het werk of dat claims pas na afronding worden ingediend. Zo loopt nog een hoger beroep van de aannemer van het project Rijksweg A7 Sneek. Op dat moment is de betreffende projectorganisatie in afbouw of niet meer operationeel. Hierdoor kan de kennis om de claims adequaat af te handelen verdwijnen en verhogen de juridische kosten om adequaat verweer te voeren. Om dit risico te beperken proberen wij met aannemers om de claims voor de afrekening af te wikkelen. In de praktijk blijkt dit geen garantie te bieden. Daarom besteden wij veel aandacht aan de juridische opbouw van de bouwdossiers. Bij mogelijke claims wordt een specifiek claimdossier opgebouwd. Daarnaast zorgen wij voor het borgen van kennis op langere termijn binnen de provinciale projectorganisatie.
  • Inhuur – De grote projecten zijn qua formatie voor ruim 70% afhankelijk van inhuur van personeel. De provincie is daardoor deels ook kwalitatief afhankelijk van de bij deze mensen aanwezige kennis bij de afronding van projecten en eventuele rechtszaken daarna. Omdat voor ingehuurd personeel het werk naar “het einde” loopt, is er bij hen noodzaak om op zoek te gaan naar nieuwe klussen. Dit leidt tot leegloop voordat het project is afgelopen. Dit wordt versterkt door de wens om de inhuur terug te dringen. Tegelijk maakt de nieuwe wetgeving met betrekking tot flexwerk het lastig nieuwe afspraken te maken met deze mensen. Bekeken wordt hoe de cruciale continuïteit in projecten gewaarborgd kan worden gedurende langere tijd, zodat bij claims of garantieaangelegenheden de kennis geborgd is.
  • Buitenlandse werknemers en de wet aanpak schijnconstructies – Vanaf 2015 is het probleem over de wijze waarop buitenlandse werknemers worden betaald zeer actueel geworden in de Friese projecten. Daarnaast is op 15 juli 2015 de Wet Aanpak Schijn­constructies (WAS) van kracht geworden. In deze wet is ook de ketenaansprakelijkheid geregeld en kunnen opdrachtgevers aan­sprakelijk worden gesteld voor nabetaling van niet nagekomen cao-verplichtingen. De eerste melding hiervan hebben wij in juni 2016 gekregen. Het betrof medewerkers aan De Centrale As. Vanuit dat proces is het inkoop- en aanbestedingsbeleid aangescherpt. Provinciale Staten is hierover met verschillende brieven geïnformeerd.
  • Kabels en leidingen in de ondergrond – Met een aantal nutsbedrijven is discussie over het toepassingsbereik van de provinciale regeling kabels en leidingen. Bij de financiële en administratieve afhandeling kan dit nog leiden tot (juridische) discussies met de nutsbedrijven, waaruit financiële claims kunnen komen. Bij de infraprojecten waar dit vooral speelt is een reservering opgenomen voor dit risico.

Als er nog specifieke projectgebonden risico’s spelen, staan deze vermeld onder het kopje ‘Risico’s’ bij de afzonderlijke projecten.

1 Bereikbaarheidsprogramma Leeuwarden-Vrij- Baan (programma infrastructuur)

 

Het programma Leeuwarden Vrij-Baan bestaat uit meerdere projecten. De belangrijkste voor de provincie zijn:
a. N31 Haak om Leeuwarden;
b. Drachtsterweg en omgeving;
c. Stationsomgeving (busstation);
d. Station Werpsterhoeke (zie spoorprojecten);
e. Extra sneltrein Leeuwarden-Groningen (zie spoorprojecten).

PS-besluiten

  • Op 10 december 2013 is de herijking van de overeenkomst Programma Bereikbaarheid Leeuwarden ondertekend door bestuurders gemeente Leeuwarden en provincie Fryslân.
  • Op 24 september 2014 hebben Provinciale Staten de scope en de financiën voor de tweede fase van de gebiedsontwikkeling vastgesteld.
  • Op 15 februari 2015 hebben Provinciale Staten ingestemd met de plannen voor de aanpak van de stationsomgeving in Leeuwarden.

Financiële stand van zaken

Het programma Leeuwarden Vrij-Baan nadert zijn voltooiing. Daarbij liggen we ook financieel nog steeds op koers. In navolging van het rijksdeel, ronden we de oorspronkelijke scope van het programma af samen met de gemeente, inclusief het financiële deel.

Wat gaan wij doen in 2018?

De opruim- en herinrichtingswerkzaamheden vanuit het Tracébesluit zijn of worden afgerond. (o.a. sloop oude Zwettebrug). Waar mogelijk zijn deze werkzaamheden gecombineerd met gebiedsontwikkelingsprojecten (bijv. rondom Ritsumasyl).

De Drachtsterweg is opengesteld voor het verkeer. De sloop van de oude Drachtsterbrug en de herinrichtingswerkzaamheden (sloepenroute) worden afgerond.

Een speciaal project is de oeververbinding over het Van Harinxmakanaal ter hoogte van Ritsumasyl. Het onderzoek naar de haalbaarheid van een fietsbrug uitgevoerd in bio-composiet is afgerond en de realisatie wordt voorbereid en uitgevoerd.

Risico’s

Er wordt samen met betrokken overheden (Rijkswaterstaat en Wetterskip Fryslân) gekeken welke oplossingsmogelijkheden er zijn voor de zoute-kwelproblematiek. Dit heeft ook financiële consequenties. De omvang is nu nog onduidelijk.

Voor een aantal projecten loopt nog een aantal planschadeprocedures. Planschade is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en daarmee zijn wij deels risicodrager.

2 N31 Traverse Harlingen (programma infrastructuur)

 

PS-besluiten

Op 23 januari 2013 hebben Provinciale Staten ingestemd met de uitvoering van de ombouw van traverse Harlingen inclusief de benodigde kredieten. Het project wordt uitgevoerd door de bestuurlijke alliantie, waarin Rijk, gemeente Harlingen en provincie deelnemen. Het Rijk als eigenaar van de weg en formeel uitvoerende dienst. De provincie is de belangrijkste financier vanuit de middelen van het Regio Specifieke Pakket.

De financiële stand van zaken

Voor het project is een budget beschikbaar van €150 mln. (prijspeil 2017). Het project ligt financieel op koers.

Wat gaan wij doen in 2018?

De N31 is eind 2017 – verdubbeld en verdiept – in gebruik genomen. In 2018 worden de laatste en afrondende werkzaamheden uitgevoerd aan onder meer de gemeentelijke infrastructuur en de beplanting. Daarnaast wordt het project in het voorjaar contractueel op- en afgeleverd, waarna voor de zomer de finale décharge kan worden georganiseerd. Het afronden van het project is in 2018 de belangrijkste taak van de uitvoeringsorganisatie.

De inwoners en weggebruikers moeten wennen aan de nieuwe verkeersstructuur in Harlingen, het nieuwe uiterlijk van de stadsomgeving en de N31. Als wegen zijn opengesteld kan het blijken dat er op punten onwenselijke situaties ontstaan, omdat de praktijk anders functioneert dan de tekentafel. Waar dat praktisch kan zullen we deze zaken herstellen of verbeteren.

Risico’s

Financieel zijn er in de afrondende fase nauwelijks risico’s, behoudens mogelijke planschade’s.

Daarnaast vraagt de formele overdracht van wegen, eigendommen en kabels en leidingen veel inspanning. Het project is al in 2017 gestart met dit proces, maar een enkel obstakel in de overdracht sluiten wij niet uit.

3 Verruiming Prinses Margrietkanaal (programma infrastructuur)

 

PS-besluiten

  • In 1997 is het Plan van Aanpak Investeringen Fries-Groningse kanalen vastgesteld.
  • In februari 2012 is de overeenkomst vastgesteld met het Rijk over overdracht Prinses Margrietkanaal en afkoop Van Harinxmakanaal.
  • In september 2012 is besluitvorming aan Provinciale Staten voorgelegd voor het uitvoeringskrediet voor de brug Burgum en de kanaalverlegging bij het aquaduct in de Centrale As.
  • In september 2013 is het milieueffectrapport (MER) voor Skûlenboarch Westkern beschikbaar gesteld voor openbare kennisgeving. Dit is onderdeel van het Provinciale inpassingplan voor het watergebonden bedrijventerrein aan de noordzijde van het Prinses Margrietkanaal.
  • In 2014 hebben de Staten ingestemd met het MER voor het watergebonden bedrijventerrein Skûlenboarch-Westkern.

Financiële stand van zaken

Budget Brug Burgum is € 23,6 mln. excl. btw, prijspeil 2013. Dit budget én de verant­woording van de uitgaven zijn als integraal onderdeel opgenomen bij het project De Centrale As. Evenals in 2017 is er voor 2018 geen voorbereidingsbudget beschikbaar. Als dit nog wel nodig is, zal dit specifiek aangevraagd moeten worden.

Wat gaan we doen in 2018?

In 2018 zal worden begonnen met de vervanging van de remmingwerken bij een viertal bruggen op het Prinses Margrietkanaal. Blauwverlaat, Uitwellingerga, Ald Skou en Spannenburg. Deze werkzaamheden zullen in 2019 zijn afgerond.

De voorgenomen vervanging van de brug Skûlenboarch heeft momenteel niet de hoogste prioriteit. De provincies Groningen en Fryslân hebben in nauw overleg met het Rijk en gelet op de staat van onderhoud afgesproken dat de vervanging van de Gerrit Krolbrug voorrang heeft. Budgettair is er bij het Rijk momenteel geen ruimte beide bruggen gelijktijdig aan te pakken. De voorbereidende werkzaamheden voor de brug Skûlenboarch zijn dan ook stilgelegd. De brug zal volgens afspraak uiterlijk in 2020 worden aangepakt. In 2017 zijn afspraken gemaakt met het Rijk over de vervanging van de drie resterende bruggen (Oude Schouw, Uitwellingerga en Spannenburg) op het Prinses Margrietkanaal.

Risico’s

  • Over de vervanging van de resterende drie bruggen kan geen overeenstemming worden bereikt met het Rijk in verband met financiële prioriteiten bij het Rijk. Dit blijft wel onderdeel van de bestuurlijke overleggen, waarbij wij vasthouden aan de bestuurlijke afspraken.
  • Door de voortdurende temporisering (van de vervanging van de bruggen) zal de hoofdvaarweg steeds later geschikt zijn voor vierlaagscontainervaart. De containervaart groeit de laatste jaren snel. Voor Fryslân heeft dit negatieve economische gevolgen.

4 N381, Drachten-Drentse grens (programma infrastructuur) 

 

PS-besluiten

  • Realisatiebesluit N381 op 10 februari 2010.
  • Provinciaal Inpassingsplan (PIP) N381 vastgesteld op 30 november 2011.
  • Begroting 2013, financiering geregeld voor gebiedsontwikkeling N381 op 7 november 2012.
  • Ontwerp VVGB voor omgevingsvergunning, 25 januari 2017
  • VVGB voor omgevingsvergunning, 24 mei 2017

In de Uitvoeringsagenda 2015-2019 “Mei elkenien foar elkenien” is opgenomen dat de N381 ver­der wordt verdubbeld tot Oosterwolde-Zuid. Hiervoor is aanvullend € 25 mln. gereserveerd.

Financiële stand van zaken

Het huidig projectbudget is € 199,1 mln. Het projectbudget van € 199,1 mln. is toereikend en het project kent een gebruikelijk percentage onvoorzien om eventuele tegenvallers op te vangen.

Wat gaan we doen in 2018?

Medio 2017 is de omgevingsvergunning voor afwijken van het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) N381 Drachten – Drentse grens en de gemeentelijke bestemmingsplannen verleend om de verdubbeling N381 Donkerbroek – Oosterwolde planologisch te mogen realiseren.
Een (eventuele) beroepsprocedure tegen deze omgevingsvergunning en een (eventuele) onteigeningsprocedure worden doorlopen. Het contract wordt in het tweede kwartaal 2018 aanbesteed. Na de definitieve gunning van de opdracht zal de opdrachtnemer starten met de uitvoeringswerkzaamheden. Een aantal kleine restpunten uit fase 1 wordt afgerond in 2018. 

Risico’s

Ruimtelijke procedure verdubbeling N381 Donkerbroek – Oosterwolde:
Ruimtelijke procedures bevatten risico’s. Belanghebbenden kunnen namelijk beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad van State doet uitspraak inzake de eventuele beroepen. Deze uitspraak kan leiden tot (deels) vernietiging van het besluit en vormt daarom een risico ten aanzien van het aspect tijd. Wij beheersen dit risico om in de planning rekening te houden met deze beroepstermijn.

Onteigeningsprocedure:
Ook onteigeningsprocedures bevatten risico’s. In de aanbesteding van het werk wordt hiermee rekening gehouden. Van een groot deel van de gronden onder het te verdubbelen tracégedeelte van de N381 is de provincie Fryslân inmiddels juridisch eigenaar.

5 De Centrale As (programma infrastructuur)

 

a. De weg en gebiedsontwikkeling

PS-besluiten

  • Realisatiebesluit op 13 december 2006.
  • Provinciaal Inpassingsplan op 23 juni 2010.
  • Vaststellingsbesluit gebiedsontwikkeling (GO) DCA op 23 mei 2012.
  • Beschikbaarstelling krediet GO DCA fase 1b, kadernota 27 juni 2012.
  • Beschikbaarstelling krediet GO DCA fase 2-P1, begroting 2016 11 november 2015.

Financiële stand van zaken

De 1e fase van de gebiedsontwikkeling is financieel geïntegreerd in het wegenproject De Centrale As. Vanuit de integrale aanpak blijkt dat de 1e fase gebieds­ontwikkeling op koers ligt. De weg is in 2016 opengesteld voor het verkeer, waarbij de 1e fase van de gebieds­ontwikkeling voor een aantal maatregelen nog doorloopt en uitgebreid wordt met de 2e fase (prioriteit 1). Aangezien er nog financiële opgaven liggen voor met name de 2e fase van de gebiedsontwikkeling, is er in 2017 een opgave gedaan voor de kadernota 2018. Hiermee wordt, na besluitvorming hierover, de provinciale bijdrage voor de maatregelen zeker gesteld. Hierbij is het streven om alle maatregelen in 2019 afgerond te hebben. Voor wat betreft de externe financiering wordt er nog gezocht naar middelen.

Wat gaan we doen in 2018?

De Weg
In 2018 zal er rond de weg naar alle waarschijnlijkheid alleen nog een aantal rafelranden die afgerond moeten worden. Voor de rest zal er gemonitord worden hoe de intensiteiten op De Centrale As, maar zeker ook op het onderliggende wegennet zich ontwikkelen.

Gebiedsontwikkeling fase 1b
De 1e fase omvat in totaal 77 maatregelen. Hiervan zijn 25 gecombi­neerd aanbesteed met de wegcontracten vanwege inhoudelijke koppelkansen en het te bereiken synergie- en aanbestedingsvoordeel (dit betreft ca. driekwart van het beschikbare budget). Van de overige 52 maatregelen is er een deel dat niet te realiseren is vanwege de onmogelijkheid de grond te verwerven. In 2018 zal er nog gewerkt worden aan een enkele maatregel. De rest uit fase 1b is reeds gerealiseerd.

Gebiedsontwikkeling fase 2 (prioriteit 1-maatregelen)
Fase 2 (prioriteit 1) bevat een 35-tal maatregelen over verschillende thema’s. In 2018 zal de uitvoering van deze maatregelen afgerond worden. Er is een korte uitloop mogelijk naar 2019, afhankelijk van de omvang van de maatregel.

Gebiedsontwikkeling fase 2 (prioriteit 2-maatregelen)
Voor de prioriteit 2-maatregelen geldt dat deze in 2018 worden voorbereid. Hier zitten bijna geen maatregelen in waarvoor nog gronden verworven moeten worden. Aan de financiering van met name externe partijen (vooral subsidies) wordt in 2018 de laatste hand gelegd. De uitvoering van de maatregelen zal deels in 2018 worden gestart, de rest wordt in 2019 uitgevoerd. Het streven is er om alle maatregelen in 2019 uitgevoerd te hebben. Een uitzondering hierop zijn de werkzaamheden met betrekking tot het landschapsherstel. Vanwege uitvoeringsvoorwaarden kan dit niet allemaal gelijktijdig uitgevoerd worden en zit hier een afwijkende fasering op. Dit om kaalslag in het landschap te voorkomen. Daarom is er de mogelijkheid dat een deel van deze werkzaamheden ook na 2019 uitgevoerd worden.

Risico’s

Het grootste risico voor de gebiedsontwikkeling is de grondverwerving, omdat deze op basis van vrijwilligheid gaat.

b. Kansen in Kernen

Het project Kansen in Kernen betreft het herinrichten van de voormalige doorgaande provinciale weg, binnen de bebouwde kom van zes dorpen; drie dorpen in de gemeente Dantumadiel en drie dorpen in de gemeente Tytsjerksteradiel. Deze herinrichting is gekoppeld aan de realisatie van De Centrale As en het benutten van de kansen die dit biedt. Het gaat om de dorpen Burgum, Feanwâlden, De Falom en Damwâld (N356), Garyp (N913) en Hurdegaryp (N355). Naast een bijdrage aan verkeersveiligheid biedt dit kansen voor de ruimtelijke kwaliteit en sociaal-economische ontwikkeling in de dorpen en daarmee de leefbaarheid.

PS besluiten Kansen in Kernen

  • 05-03-2007    Bestuursovereenkomst De Centrale As conform PS besluit 13-12-2006 ‘Realisatiebesluit project De Centrale As Noordoost-Fryslân’
  • 21-11-2011    Kansen in Kernen als prioritair project in Agenda Netwerk Noordoost (ANNO) met een Provinciale bijdrage voor voorbereidingskosten: € 3,2 mln
  • 18-06-2014    Brief PS Kansen yn Kearnen – Proces
  • 14-12-2014    Brief PS Kansen yn Kearnen – finansjele strategy
  • 24-06-2014    Kadernota 2015 met een extra provinciale bijdrage € 2,2 mln. conform financieringsstrategie
  • 24-06-2015    1e Bestuursrapportage 2015 met een begrotingswijziging: Extra provinciale bijdrage Kansen in Kernen € 3,9 mln. conform financieringsstrategie
  • 11-11-2015    2e Bestuursrapportage 2015 met een begrotingswijziging: Extra provinciale bijdrage Kansen in Kernen € 1,8 mln. conform financieringsstrategie.

Financiële stand van zaken

In 2015 hebben Provinciale Staten definitieve besluiten genomen over de maximale provinciale bijdrage aan Kansen In Kernen. Deze bijdrage bedraagt € 11,12 mln. De provincie verstrekt haar bijdrage via subsidies aan de gemeenten Tytsjerksteradiel en Dantumadiel. Het eerste gedeelte van de provinciale bijdrage, te weten € 3,2 mln., is in 2015 via een ANNO-subsidie aan de genoemde gemeenten beschikt. Het gaat hierbij om de voorbereidingskosten van de zes dorpen en de uitvoeringskosten van Kansen In Kernen Garyp. In 2016-2018 is in totaal maximaal € 7,92 mln. beschikbaar aan provinciale bijdrage voor de uitvoering van Kansen in Kernen. Dit betekent dat voor de gemeente Tytsjerkstera­diel maximaal € 3.648.500,- en voor de gemeente Dantumadiel maximaal € 4.253.500,- aan subsidie beschikbaar is. In 2016 hebben de gemeenten een subsidiebeschikking ontvangen voor de uitvoering van Kansen in Kernen ter grootte van deze bedragen.

Wat gaan we doen in 2018?

Het jaar 2018 is het jaar van de uitvoering. De herinrichting van zowel KIK Damwâld als KIK Burgum en KIK Hurdegaryp-doarp zijn eind 2018 gereed. Begin 2018 start de uitvoering van KIK Feanwâlden in combinatie met de aanleg van het transferium Feanwâlden.

Risico’s

In de bestuursovereenkomst De Centrale As (maart 2007) en de basisafspraken Kansen in Kernen (sept 2014) is vastgelegd dat de beide gemeenten projectverantwoordelijke zijn en daarmee risicodragend. De provincie faciliteert, zowel financieel als in menskracht. De procesmanager Kansen in Kernen van de provincie treedt op als regisseur en borgt de provinciale belangen. Risico is dat de provincie hiermee indirect stuurt op het project. Dit risico beheersen we door het instellen van een kernteam dat de provincie voorzit én een gezamenlijke financiële beheersing. 

6 Investeringsagenda Drachten Heerenveen (programma infrastructuur)

 

PS-besluiten

  • Op 10 december 2013 is het programmaplan Investeringsagenda Drachten Heerenveen vastgesteld. Deze is per brief (nummer 01097687) aan PS toegezonden.
  • Op 12 november 2014 hebben Provinciale Staten ingestemd met het vervangen van het project Brug Kanaal Haskerveen door het project Molenplein.
  • Op 25 november 2015 hebben Provinciale Staten ingestemd met een aantal financiële scopewijzigingen binnen de Investeringsagenda en één project aan de Investeringsagenda toegevoegd (Herinrichting openbaar terrein Thialf).
  • Op 24 februari 2016 hebben Provinciale Staten besloten een planstudie/MER te laten op stellen voor de Vaarweg Drachten, en verzocht een brede ruimtelijk-economische analyse uit te laten voeren naar het beroepsvaarwegennet, natte bedrijventerreinen en de havengebonden economie in Fryslân.
  • Op 12 april 2017 is tijdens een commissie-vergadering verzocht om een vervolgonderzoek naar het beroepsvaarwegennet, natte bedrijventerreinen en de havengebonden economie in Fryslân.
  • Op 12 juli 2017 hebben Provinciale Staten besloten het project De Welle toe te voegen aan de Investeringsagenda.

Financiële stand van zaken

Naar verwachting zal eind 2017 circa € 32 mln. euro zijn uitgegeven van de € 70,9 mln.

In 2017 zijn de projecten grotendeels in uitvoering genomen. De projecten Oostelijke Poort Merengebied en Bereikbaarheid Gebiedsontwikkeling Heerenveen hebben uitstel gekregen en dienen uiterlijk 1 juli 2019 in uitvoering te zijn genomen. Ook het project Duurzaam Drachten moet nog in uitvoering worden genomen.

De gemeente Smallingerland heeft aangegeven af te zien van de realisatie van het deelproject Parallelle ontsluiting A7 (onderdeel van het project Bereikbaarheid Drachten OV). Hiermee valt € 7 mln. vrij. Hiervan wil de gemeente € 2 mln. inzetten voor de reconstructie van twee bestaande rotondes aan de Noorder- en Zuiderhogeweg in Drachten. De resterende € 5 mln. wil de gemeente inzetten voor nieuwbouw van zwembad De Welle. Door het college van Gedeputeerde Staten is besloten om vanuit de Investeringsagenda € 6 mln. toe te kennen aan De Welle en hiervoor aanvullend € 4 mln. in de Kadernota op te nemen.

Wat gaan we doen in 2018?

De Investeringsagenda Drachten Heerenveen (IDH) kent een looptijd van 4 jaren (2014 – 2017). Uitgangspunt is dat alle projecten uiterlijk 1 januari 2018 in uitvoering moeten zijn genomen. Voor de projecten Oostelijke Poort Merengebied en Bereikbaarheid Gebiedsontwikkeling Heerenveen geldt dat deze datum niet gehaald wordt; beide projecten hebben uitstel gekregen tot uiterlijk 1 juli 2019. Ook voor het project De Welle geldt dat het niet voor 1 januari 2018 in uitvoering zal worden genomen. Voor de projecten die wel tijdig in uitvoering zijn genomen geldt in een aantal gevallen een langere doorlooptijd.

In 2018 zullen de acties met name bestaan uit het sturen op, en het monitoren van de voortgang van de verschillende projecten, en het opstellen van de bijbehorende voortgangrapportages. Tevens bestaan werkzaamheden uit het voorbereiden van vergaderingen van regie- en stuurgroepen, en de eventuele voorbereiding van besluitvorming in GS en PS als gevolg van (financiële) scopewijzigingen.

Tevens is besloten om gezamenlijk met de gemeente Smallingerland het project Oudega aan het Water (deelproject Oostelijke Poort Merengebied) te realiseren. Gezamenlijk wordt in 2017 een projectorganisatie ingericht, die in 2018 de realisatie van het project verder voorbereidt (o.a. grondverwerving, planologische procedures).

Mogelijke risico’s

Beide gemeenten hebben een taakstelling opgelegd gekregen van € 2,5 mln. Deze vloeit voort uit het feit dat er vanuit de Investeringsagenda € 5 mln is bijgedragen aan de Uitvoeringsagenda. Met Heerenveen waren reeds afspraken gemaakt over de invulling van hun taakstelling. Met de gemeente Smallingerland is hier inmiddels ook overeenstemming over bereikt. Zij kunnen hun taakstelling invullen door het ontstaan van financiële meevallers binnen projecten, en het beperken van de scope van het project Duurzaam Drachten.

Vanuit de Investeringsagenda is € 6 mln toegekend aan het project De Welle.
Binnen de Investeringsagenda is momenteel € 5 mln beschikbaar, hierdoor ontstaat er een nieuw taakstellende bezuinigsopgave van € 1 mln. De komende periode zal samen met de partners binnen de Investeringsagenda worden onderzocht hoe invulling kan worden gegeven aan deze taakstelling. De verwachting is dat deze opgave kan worden ingevuld via aanbestedings- en synergievoordelen binnen projecten uit de Investeringsagenda.

De subsidies die worden verleend voor de afzonderlijke projecten zijn taakstellend en gemaximeerd. Dit houdt in dat financiële risico’s voor rekening komen van de betreffende gemeente.

In de samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd dat de provincie (op verzoek van de gemeente Heerenveen) opdrachtgever is van het project Bereikbaarheid Gebiedsontwikkeling Heerenveen, en tevens verantwoordelijk voor eventuele (financiële) risico’s. Nu de financiële positie van de gemeente verbeterd is, heeft zij het verzoek ingediend om het opdrachtgeverschap over te nemen van de provincie. Dit verzoek is gehonoreerd. Hierdoor verschuiven eventuele risico’s van de provincie naar de gemeente.

Bijkomend financieel voordeel is dat de gemeente Heerenveen als opdrachtgever de BTW binnen het project kan compenseren, aangezien het project grotendeels op gemeentelijk grondgebied wordt gerealiseerd. Het betreft een bedrag van circa € 5 mln. Indien de provincie als opdrachtgever zou optreden was compensatie eventueel ook mogelijk, maar zou dat leiden tot een onnodig complexe vorm van samenwerking, waarvan het de vraag is of de Belastingdienst hier uiteindelijk akkoord mee zou zijn gaan.

Voor het project Oudega aan het Water geldt dat de provincie mede-opdrachtgever is geworden, en hiermee verantwoordelijk voor 50% van eventuele risico’s. De provincie voert samen met de gemeente Smallingerland de regie van het project, waardoor we beter kunnen sturen op eventuele risico’s. De provinciale financiële bijdrage aan het project is taakstellend; een eventuele budgetoverschrijding zal leiden tot het beperken van de scope van het project.

7 Knooppunt Joure (programma infrastructuur)

 

PS-besluiten

Op 23 januari 2013 hebben Provinciale Staten ingestemd met de uitvoering van de ombouw van knooppunt Joure. Het project wordt uitgevoerd door de bestuurlijke alliantie, waarin Rijk, gemeente De Fryske Marren en provincie deelnemen. Het rijk als eigenaar van de weg en formeel uitvoerende dienst. De provincie is de belangrijkste financier van de middelen van het Regio Specifiek Pakket.

Financiële stand van zaken

Voor het project is een budget van € 81 mln. (prijspeil 2017) beschikbaar. Dit is de totale dekking op basis van een samengestelde financiering door meerdere partijen en meerdere budgetten.

Wat gaan wij doen in 2018?

In 2017 is het nieuwe knooppunt Joure in gebruik genomen. Hiermee is de fileproblematiek opgelost. Begin 2018 wordt de laatste hand gelegd aan:

  • de nieuwe aansluiting Joure (op de plek van het bestaande verkeersplein)
  • de ombouw van de Haskerveldweg
  • de resterende verdieping van de Langwarder Wielen in combinatie met de aanleg van natuurvriendelijke oevers (KRW richtlijn).De gekozen alliantievorm, waarin Rijkswaterstaat, gemeente en provincie samen werken en invloed hebben, werkt goed en continueren wij. Het begeleiden van de uitvoering en de voorbereiding van de op- en aflevering is de belangrijkste taak van de uitvoeringsorganisatie. Met het gericht toetsen van kritische onderdelen en risicovolle elementen wordt de uitvoering zelf zo goed mogelijk beheerst.Als er overeenstemming komt over de aanleg van een aquaduct in de Skarster Rien in de A6, dan kan de huidige projectorganisatie de voorbereiding hiervan op zich nemen.

Risico’s

  • De provincie is de belangrijkste financier van het project. In de laatste fase van het project zijn de financiele risico’s kleiner.
  • Het uitvoeringsteam werkt risico gestuurd, waardoor gericht maatregelen genomen worden om risico’s uit te sluiten, te beperken en onzekerheden weg te nemen. Toch is het optreden van onvoorziene risico’s bij complexe infrastructuurprojecten niet uit te sluiten. Door de pro-actieve werkwijze verwachten wij deze echter zo goed mogelijk te beheersen.

8 Spoorprojecten (programma infrastructuur)

 

Algemeen

De Spoorprojecten zijn onder te verdelen in vier hoofdprojecten:

  1. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Zwolle voor de uitbreiding van het aantal treinen van twee naar vier per uur in beide richtingen.
  2. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Groningen voor de tweede sneltrein die gaat rijden.
  3. Aanleg van station Werpsterhoeke met een onderdoorgang voor auto’s, vrachtwagens en landbouwvoertuigen en een onderdoorgang voor fietsers en voetgangers.
  4. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Sneek voor de uitbreiding van het aantal treinen van drie naar vier per uur in de spits.

8a   Capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Zwolle

 

De besluiten van Provinciale Staten

Geen.

De financiële stand van zaken

De capaciteitsvergroting Leeuwarden-Zwolle wordt voor het grootse deel gefinancierd uit de ‘Motie Koopmansgelden’. Een klein deel komt van gemeentelijke middelen.

De capaciteitsvergroting Herfte-Zwolle is geraamd op € 240 mln. Dit bedrag is inclusief de maatregelen ter bescherming van het grondwater onder het opstelterrein (RGS) ten westen van station Zwolle. Het Rijk financiert het bedrag van € 240 mln. voor het grootste gedeelte met eigen middelen. De bijdrage vanuit RSP-middelen (Motie Koopmans) is € 70 mln. De provincies Groningen, Drenthe, Overijssel en Fryslân stellen aanvullend gezamenlijk € 36 mln. beschikbaar als regionale bijdrage. Provincie Fryslân draagt hier € 10 mln. aan bij uit de Investeringsagenda Drachten-Heerenveen. De risico’s van het project Herfte-Zwolle zijn voor het Rijk.

Daarnaast hebben we vanaf de dienstregeling 2021 te maken met een capaciteitsprobleem van de HRMK spoorbrug bij Leeuwarden. Zowel vanuit de scheepsvaart als vanuit het treinverkeer. In 2017 hebben wij aangegeven dat een nieuwe spoorbrug of een aquaduct hiervoor een oplossing biedt. Hiervoor is nog geen dekking. In 2018 wordt gezocht naar externe financiering voor een nieuwe spoorbrug of een aquaduct.

De acties in 2018

In 2018 start de aanpassing van het spooremplacement aan de oostkant van het station Zwolle. Voor de uitvoering van dit deel is in 2017 opdracht verleend. De spooruitbreiding Zwolle-Herfte wordt later apart aanbesteed.

Risico’s

  • Spooruitbreiding Zwolle-Herfte niet gereed in 2021 als gevolg van mislukte aanbesteding en/of tegenvallende uitvoering.. De dienstregeling die in 2018 in gaat, blijft dan ongewijzigd totdat het project wel gereed is.
  • Geen externe financiering gevonden voor de realisatie van een nieuwe spoorbrug of aquaduct.

8b  Capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Groningen

 

PS-besluiten

  • Provinciale Staten besloten op 18 september 2013 om in te stemmen met de realisatie van het maatregelenpakket ESGL.
  • Provinciale Staten besloten op 24 september 2014 garant te staan voor de financiering van de spoorwegonderdoorgang in de Rijksstraatweg aan de westkant van Hurdegaryp met een maximum van € 10 mln. en de onderdoorgang aan te sluiten op de rondweg Hurdegaryp middels een turborotonde.

De financiële stand van zaken

Voor de capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Groningen is een budget beschikbaar van € 171,0 mln. De verwachting is dat het project binnen budget uitgevoerd kan worden.

Provincie Groningen en Fryslân zijn samen risicodrager voor de realisatie van de uitbreiding van de infrastructuur op het baanvak Leeuwarden-Groningen.

De acties in 2018

Eind 2017 wordt het Tracébesluit vastgesteld. Als er na oordeel van ProRail en de provincies Groningen en Fryslân geen zwaarwegende beroepen worden ingediend start in 2018 de uitvoering.

De mogelijke risico’s

  • Zwaarwegende beroepen tegen het Tracébesluit waardoor de uitvoering later start. Geprobeerd is om dit te voorkomen door regelmatig overleg met de omgeving te hebben.
  • Tegenvallers tijdens de uitvoering. Hiervoor is een risicoreservering in het budget opgenomen. Met de aannemer is er regelmatig overleg met de opdrachtnemer over risicobeheersing.

8c. Station Werpsterhoeke 

 

De besluiten van Provinciale Staten

Provinciale Staten besloten op 18 september 2013 tot de realisatie van fase 1 (twee onderdoorgangen) van het station Leeuwarden Werpsterhoeke.

De financiële stand van zaken

De provincie is inhoudelijk opdrachtgever en risicodrager van het project. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu financiert het project vanuit de RSP middelen.

Het project bestaat uit de 2 fasen. In de 1e fase worden de twee onderdoorgangen bij het toekomstig station gerealiseerd. De kosten hiervoor zijn € 21 mln. (prijspeil 2012). In de 2e fase wordt het station (af)gebouwd. ProRail schat de kosten hiervoor in op € 9 mln. (prijspeil 2012). De 1e fase van het project is binnen budget uitgevoerd.

Wat gaan we doen in 2018?

In de 2e helft van 2017 zijn de onderdoorgangen in gebruik genomen. In 2018 wordt de 1e fase van het project financieel afgerond. Ten noorden en ten zuiden van de onderdoorgangen liggen overwegen. Het opheffen van de overweg ten noorden van de onderdoorgangen (Barrahûs) maakt onderdeel uit van dit project. Deze overweg heeft nu nog een functie voor het landbouw- en zwaarverkeer. Hiervoor is in de plannen van gemeente Leeuwarden een nieuwe ontsluiting voorzien op de Overijsselse laan. Als deze aansluiting gerealiseerd is kan de overweg Barrahûs worden opgeheven. De overweg ten zuiden van de onderdoorgangen (Nije Werpsterdyk) maakt geen onderdeel uit van dit project. Maar ook deze overweg verliest zijn functie. In 2018 willen we met de direct omwonenden, de gemeente Leeuwarden en ProRail hierover afspraken maken.

In de 2e fase van dit project wordt het station Werpsterhoeke gerealiseerd. Zoals aangegeven in onze brief van 7 juni 2016 informeren wij u later over de ontwikkeling van de Zuidlanden in relatie tot de openstelling van het station Werpsterhoeke.

Risico’s

De ontwikkeling van De Zuidlanden is vertraagd en met name de kantoorontwikkeling staat onder druk. Hierdoor is het verwachte reizigersaanbod uit/naar dit nieuwe stadsdeel lager dan verwacht. De bouw van het station Werpsterhoeke (fase 2) komt hiermee onder druk te staan.

8d. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Sneek

 

De besluiten van Provinciale Staten

Geen. 

De financiële stand van zaken

In 2014 zijn de investeringskosten door ProRail geschat op € 11,1 mln. De dekking van deze € 11,1 mln. is als volgt voorzien: onderhoudsbudget ProRail; € 0,9 mln., Quick Wins Spoor € 3,4 mln., Beter Benutten € 3,35 mln., BDU-Spoor € 2,25 mln. en BDU-overig € 1,2 mln. Eind 2017 moet duidelijk zijn of de raming past binnen gereserveerde budget van € 11,1 mln. Als dit niet het geval is dan zal er aanvullende financiering worden gezocht.

Wat gaan we doen in 2018?

De capaciteitsvergroting Sneek – Leeuwarden bestaat uit twee onderdelen. Tussen de stations Sneek-Noord en Mantgum moet het traject geschikt worden gemaakt voor snelheidsverhoging. Daarnaast moeten we het spooremplacement ten westen van het station Leeuwarden aanpassen. Beide spoormaatregelen worden in 2018 aanbesteed.

Voor beide maatregelen is een omgevingsvergunning nodig. In 2018 moet de vergunning worden afgegeven door de gemeente Leeuwarden.

Risico’s

  • ProRail heeft nieuwe normen voor de stabiliteit van de spoorbaan. Er is een risico aanwezig dat het spoor tussen Sneek-Noord en Mantgum niet aan deze nieuwe norm voldoet voor het rijden met hogere snelheid. De ondergrond van het spoor moet dan worden verstevigd. Dit kan leiden tot vertraging van het project. Vooralsnog gaan wij er vanuit dat de meerkosten niet voor rekening zijn van de provincie. In noordelijk verband is hierover overleg met ProRail en het Ministerie om tot een oplossing te komen.
  • De omgevingsvergunning wordt niet op tijd afgegeven door de gemeente Leeuwarden. Voor de verlening van de omgevingsvergunning vindt vroegtijdig overleg plaats met de gemeente Leeuwarden.
  • De aanbesteding mislukt. Dit leidt tot vertraging van het project. Als voorbereiding op de aanbesteding zijn wij intensief bij de review van aanbestedingsstukken betrokken.
Print deze pagina