Paragraaf 8: VTH taken

Al enkele jaren wordt gewerkt met een integraal uitvoeringsprogramma VTH taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) en een integraal jaarverslag. Op basis hiervan is de titel van deze paragraaf 8 “Handhaving” vanaf de begroting 2017 aangepast tot paragraaf “VTH taken”.

  • De provincie Fryslân is bevoegd voor verschillende terreinen waar sprake is van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Dat doet de provincie vanuit het zogenoemde VTH kader, een landelijk (kwaliteits) kader met nadere en inhoudelijke provinciale invulling. Voor Gedeputeerde Staten voert de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO, zie ook paragraaf 5 Verbonden partijen) de meeste VTH taken uit. Andere VTH taken worden door de provincie zelf uitgevoerd, zoals het verlenen van vergunningen voor de nieuwe Wet natuurbescherming (1-1-2017 in werking getreden, inclusief de vergunningen in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (hierna: PAS)) en de VTH taken met betrekking tot wegen en vaarwegen door Provinciale waterstaat. In onderstaand overzicht zijn de verschillende beleidsterreinen weergegeven. Dat zijn: taken in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bij 64 (peildatum 1-1-2017) grote industriële bedrijven, bodemsaneringen, ketens van grond, gevaarlijke stoffen en andere ketens, vuurwerkevenementen, externe veiligheid en zonering rondom risicovolle activiteiten/risicokaart, natuurregels, zwem- en grondwater, luchtvaartwetgeving, nazorg stortplaatsen en vaarwegen en wegen. Het gaat hier om Rijksregels en daarnaast eigen verordeningen.

Hieronder worden de VTH aanpak op hoofdlijn beschreven:

  • Primair aandacht voor preventie ter naleving van regels (voortzetting beleid voorgaande jaren), maar harde aanpak van moedwillige overtreders;
  • Risicogericht werken met heldere prioriteiten. Daarbij sturen wij op smart geformuleerde doelen en werken wij met bijbehorende prioriteiten en activiteiten;
  • Ontwikkelen en implementeren van het nieuwe VTH beleid van Gedeputeerde Staten voor de periode 2017-2020 (basis mede het nieuwe Besluit VTH, 1-7-2017);
  • Implementeren en werken met de nieuwe landelijke handhavingsstrategie, als onderdeel van het nieuwe VTH beleid; daarnaast wordt gewerkt aan de landelijke vergunningenstrategie, die medio 2018 voor besluitvorming vrij gegeven wordt, onderdeel van het nieuwe VTH beleid;
  • Het voorbereiden op de komende Omgevingswet (medio 2019), waarin de Wabo, naast   bijvoorbeeld de natuurwetgeving, de Waterwet en ook de Ontgrondingenwet, opgaat;
  • Actief reageren op de vele nieuwe regelgeving en de organisatie tijdig voorbereiden op het werken met de nieuwe regels;
  • Operationaliseren van de verbeterslag in het kader van de landelijke en Europese VTH kwaliteitseisen, werken met de in 2016 vastgestelde model-verordening (IPO/VNG) voor VTH kwaliteit en de organisatie hierop aanpassen;
  • Samenwerking in deze ontwikkelingen met de partners in het vernieuwde (2017) Friese VTH overleg;
  • Verder professionaliseren van goed opdrachtgeverschap naar de FUMO en het borgen van de relatie uitvoering van VTH taken en de begroting. Van belang is daarbij het proces van FUMO 2.0 en de ontwikkelagenda daarin;
  • Verder professionaliseren van de VTH taken bij de BRZO bedrijven en de afstemming daarin met de provincies Drenthe en Groningen. De BRZO bedrijven vallen onder operationele aansturing vanuit de Omgevingsdienst Groningen.Verdere implementatie van de aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamer m.bt. de majeure risicobedrijven.

De regierol van de provincie is verbreed naar de fysieke leefomgeving. Ook in de regietaakontwikkeling werken wij nauw samen met de provincies Drenthe en Groningen. De provincie zorgt er voor dat bedrijven en burgers hun werkzaamheden en activiteiten zodanig uitvoeren, dat zij aan de daarvoor gestelde normen in het brede omgevingsrecht voldoen. Met het uitoefenen van de vergunningverlening en de toezicht- en handhavingstaken dragen wij bij aan een schone en veilige provincie. Wij verlenen vergunningen en behandelen meldingen op het gebied van het omgevingsrecht. Daarbij kan gedacht worden aan wegen, vaarwegen, milieu, sloop, brandveiligheid, bouwen, bestemming en ruimtelijke ordening, natuurwetgeving en Waterwet. Met de mandaatregeling en de dienstverleningsovereenkomst wordt dit door de FUMO uitgevoerd. De FUMO houdt toezicht op het naleven van deze vergunningen en de algemene regels, maar het inzetten handhavingsinstrumenten is voorbehouden aan Gedeputeerde Staten.

Vergunningverlening

De provincie verleent op basis van het VTH kader vergunningen, behandelt meldingen en zorgt voor actueel houden van de dossiers. Er wordt daarbij, vanuit de één loketgedachte, samengewerkt met andere overheden, vooral met de Friese gemeenten en Wetterskip Fryslân. Wij implementeren veranderingen in wetgeving voortvarend omdat die vaak versoepelingen voor bedrijven bevatten (bv. minder administratieve lasten, kortere en afgestemde procedures e.a.). In 2016 en 2017 is verder stevig ingezet op de kwaliteit van de dossiers, zoals het actualiseren van de vergunningensituatie en het verbreden van de risicoanalyses, inclusief het opstellen van de toezichtplannen. De nieuwe landelijke vergunningenstrategie stellen wij als gezamenlijk uitvoeringskader vast. Dit vormt de basis voor de uitvoering conform kwaliteitseisen c.q. wettelijke procescriteria in 2018.

Toezicht en handhaving

Het toezicht van de provincie wordt bepaald door de mix van het risico van een activiteit en het naleefgedrag van een bedrijf of doelgroep. Wij zetten veel capaciteit in als de risico’s hoog zijn en/of het naleefgedrag niet goed is. Bedrijven of activiteiten met lagere risico’s en een goed naleefgedrag controleren we minder vaak. De reikwijdte van deze beleidslijn is gericht op alle VTH taken van de provincie. De activiteiten waarvoor de provincie is aangewezen als bevoegd gezag, worden gecontroleerd op basis van het VTH programma 2017. Voor het takenpakket, dat gemandateerd is aan de FUMO, is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten, de ruggengraat van het operationeel opdrachtgeverschap naar de FUMO. Het VTH programma wordt op basis van het wettelijk vereiste vastgesteld door GS en ter kennisname verstrekt aan PS.

Beleidskaders

Het VTH kader en -programma heeft een relatie met de volgende programma’s uit de programmabegroting: Verkeer en vervoer, Water, Milieu en Landelijk gebied. Hierbij voert de provincie een deel zelf uit en wordt het andere deel uitgevoerd door de FUMO. De prioriteiten en aanpak daarvan worden organisatie-breed vastgesteld op grond van probleemanalyses. De operationele afstemming en borging van integraal werken vindt organisatiebreed plaats (inclusief de FUMO) in het RTO (ronde tafel overleg). De provinciale handhavingstaak op het terrein van de ruimtelijke ordening is geen eerstelijnstoezichtstaak, maar richt zich vooral op provinciale belangen. Als er provinciale belangen in het geding zijn bij ontwerp-omgevingsvergunningen, ontwerp-bestemmingsplannen en projectbesluiten, dan dienen wij een zienswijze in. Als gemeentelijk toezicht en handhaving voor een provinciaal belang faalt of ontoereikend is, dienen wij een verzoek tot handhaving in bij de gemeente. Het indienen van een zienswijze is vrijwel altijd afdoende.

Samenwerking

Binnen het VTH domein werken wij naast de organisatiebrede en interne afstemming, ook veel samen met andere partijen, vanwege hun bevoegdheid in een zelfde project of zaak. Dit met als doel om elkaar te versterken en om naar de samenleving “de mienskip” als een partij te acteren.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • De noordelijke samenwerking met de provincies Drenthe en Groningen en de Nationale Politie;
  • De samenwerking binnen het waddengebied en de hoofdvaarwegen;
  • Het gezamenlijk komen tot meerjarige handhavingsplannen en jaarlijkse samenwerkingsprogramma’s bij de Natura2000-gebieden.

Speerpunten 2018

1. Integrale aanpak VTH taken
Conform ons beleid zetten wij provincie-breed in op integrale vergunningverlening, toezicht en handhaving in goede samenwerking met onze partners. Een belangrijk deel van de uitvoering wordt door de FUMO uitgevoerd. Dat vraagt goed opdrachtgeverschap, coördinatie en samenwerking met de uitvoerende afdelingen bij de provincie. Integraliteit brengt ook met zich mee dat in de organisatie meer aandacht zal moeten zijn voor de één loket-gedachte en het omgevingsbrede casemanagement, waarvan de reikwijdte bepaald wordt door de Wabo, de Wet natuurbescherming en de Waterwet met alle daarbij behorende AMvB’s, ministeriele regelingen en provinciale verordeningen.

2. Wet verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving
Op 14 april 2016 is de Wet verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving, als wijziging van de Wabo, in werkinggetreden. Formeel is hiermee uitvoering gegeven aan de “package deal” die het Rijk, IPO en de VNG in juni 2009 hebben gesloten. Als uitvloeisel hiervan is een Algemene Maatregel van Bestuur, het “Besluit VTH”, waarin het basistakenpakket en de proceseisen voor de VTH taken zijn opgenomen, per 1 juli 2017 in werking getreden. Het nieuwe stelsel voor het VTH domein is hiermee geformaliseerd. De implementatie van deze wetgeving en ons nieuwe VTH beleid naar de praktijk van het VTH domein is een speerpunt in 2018.

3. Wet natuurbescherming
De Wet Natuurbescherming trad op 1 januari 2017 in werking en vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Op basis van een organisatiebrede en nieuwe risicoanalyse voeren wij in 2018 de VTH taken voor deze wet uit en brengen onze prioriteiten in de samenwerking met anderen in. Dat doen wij bijvoorbeeld in de samenwerkingsplannen voor de N2000 gebieden. Onder deze wet valt ook het programma PAS. In 2018 onderzoeken wij hoe deze regelgeving in de praktijk uitgevoerd wordt, bijvoorbeeld of de aangevraagde ontwikkelruimte of activiteiten daadwerkelijk uitgevoerd zijn. De beperking van depositie van stikstof in de daarvoor kwetsbare natuurgebieden is een speerpunt.

4. Kwaliteit in het vth-domein
De in 2016 door de provincie vastgestelde verordening met betrekking tot de VTH kwaliteit geldt als basis voor de provincie en de FUMO. Zij heeft hiermee aangegeven welke eisen worden gesteld aan de betreffende deskundigheden die nodig zijn voor het uitvoeren van de betreffende taken. Het implementeren en het borgen van de gewenste kwaliteit is een doorlopend en gezamenlijk speerpunt.

5. Majeure risicobedrijven
De Noordelijke Rekenkamer (NRK) heeft onderzoek gedaan naar de wijze waarop VTH taken worden uitgevoerd bij majeure risicobedrijven (behorende tot de Richtlijn Industriële Emissies 4 en Besluit risico zware ongevallen) waarvan de provincie het bevoegd gezag is. Hierbij zijn door de NRK een aantal aanbevelingen geformuleerd. Deze nemen wij op als speerpunt.

Print deze pagina