Bijlage 8: Uitgangspunten begroting 2018

Gronden van de ramingen
De cijfers over het jaar 2016 hebben betrekking op de cijfers uit de jaarstukken 2016 zoals door PS vastgesteld op 24 mei 2017. De voor 2017 en volgende jaren vermelde bedragen zijn inclusief de besluitvorming van de Staten tot en met 12 juli 2017 en de doorwerking van de begrotings­wijzigingen van voorgaande jaren.

Uitgangspunten van de ramingen

  • Onderwerp
  • Inflatievergoeding
  • Loonstijging provincie
  • Prijsstijging provincie
  • Loon- en prijsstijging gesubsidieerde instellingen
  • Indexering (groot) onderhoud wegen en vaarwegen
  • IBOI vergoeding RSP projecten
  • Indexering langlopende projecten
  • Reserve van Harinxmakanaal
  • Parkeervoorziening provinciehuis (vast percentage)
  • Indexering exploitatiekosten openbaar vervoer
  • Rendementsderving
  • Toevoegingen verplichte rente aan voorzieningen/overlopende passiva
  • Rendementsderving bij inzet van belegd vermogen
  • 2017
  • 0%
  • 2%
  • 0%
  • 0%
  • 0%
  • 0.6%
  • 0%
  • 2.8%
  • 2.5%
  • 0%
  • 0%
  • 0.4%
  • 2.8%
  • 2018
  • 0%
  • 3%
  • 0.8%
  • 0%
  • 0.8%
  • 0.6%
  • 0%
  • 2.8%
  • 2.5%
  • 1.6%
  • 0%
  • 0.4%
  • 2.8%

Toelichting op de uitgangspunten

Inflatievergoeding

Loonstijging provincie
Naast de loonstijging houden wij rekening met een stijging van de pensioenpremies. Dit leidt tot een aanpassing van de loonstijging in 2017 naar 2% en in 2018 naar 3%.

Per 1 juli 2017 is er een nieuwe cao afgesloten met een looptijd tot eind 2018.

Prijsstijging provincie
Voor de prijsstijging van de structurele budgetten gaan wij uit van de overheidsconsumptie onderdeel netto materiële consumptie 2017 zoals opgenomen in de septembercirculaire 2016. Deze bedraagt in 2017 0,8% en valt daarmee binnen de beschikbare ruimte voor inflatie.

Onder de structurele budgetten vallen ook de vorming van de voorzieningen groot onderhoud.

Loon- en prijsstijging gesubsideerde instellingen
Bij de gesubsidieerde instellingen wordt voor de prijsinflatie rekening gehouden met 0%.

Bij enkele instellingen worden de richtlijnen van de begroting voor de indexering niet standaard gevolgd aangezien hierover andere afspraken zijn gemaakt. Het gaat hierom:

Gemeenschappelijke regelingen:

  • SNN
  • Noordelijke Rekenkamer
  • Fumo
  • Marrekrite
  • Tresoar
  • Fryske Akademy

Overig:

  • IPO
  • Regionaal college waddengebied/wadlopen/servicepunt waddengebied

In de begroting is voor deze instellingen vooralsnog rekening gehouden met het eerder genoemde loon- en prijsstijgingspercentage van 1%.

Indexering (groot) onderhoud wegen en vaarwegen
Op 22 januari 2014 hebben de Staten besloten om het (groot) onderhoud van wegen en vaarwegen te indexeren met de CBS index grond, weg- en waterbouw 42/43 Grond, weg- en waterbouw. De index van het begrotingsjaar wordt gebaseerd op het verschil in index van de twee voorgaande jaren. Als voorbeeld voor de begroting 2018 wordt het verschil in index oktober 2016 versus oktober 2015 gebruikt. Bij een 1e berap zal deze voor het jaar zelf bijgesteld worden op basis van de index januari van dat jaar ten opzichte van januari van het jaar daarvoor.

Vanwege de grote schommelingen in de index in de afgelopen paar jaar en de grote effecten die dit geeft op het financieel kader, wordt vanaf de begroting 2018 weer de reguliere prijsstijging provincie toegekend en zal periodiek (elke 4 jaar) herijkt worden of deze indexering afgeweken heeft van de CBS indexering. In dat geval zal voorgelegd worden om de onderhoudsbudgetten te verhogen.

IBOI vergoeding RSP projecten
RSP gelden voor de infrastructurele projecten zijn de afgelopen jaren eerder uitgekeerd door het rijk dan dat qua kasritme benodigd was voor de RSP projecten. Hierdoor wordt over deze gelden geen inflatie meer vergoed. Om dit te compenseren wordt een inflatievergoeding toegekend over het nog niet bestede saldo van de RSP(infra)gelden. Het percentage dat hierbij gehanteerd wordt is gebaseerd op het IBOI percentage zoals opgenomen in de kortetermijnraming maart 2016 van het CPB voor het jaar 2017.

Indexering langlopende projecten
Bij langlopende projecten is het gebruikelijk om deze te ramen met de prognose einde werk. Vandaar dat hier geen indexering meer plaatsvindt.

Reserve van Harinxmakaal
Op 17 juni 2013 hebben de Staten besloten om het percentage van het jaarlijks rendement toe te voegen aan de reserve om zo het onderhoud ook op lange termijn te kunnen financieren. 

Parkeervoorziening provinciehuis
Voor de parkeervoorziening provinciehuis is de indexering op 2,50% vastgesteld vanaf het moment van ingebruikname hiervan.

Indexering exploitatiekosten openbaar vervoer
In de overeenkomsten met de vervoerders is vastgelegd dat deze de LBI (Landelijk Bijdrage Index) index toegekend krijgen. Deze indexering zal afwijken van de door ons bepaalde indexering.
Het percentage dat hierbij gehanteerd wordt is gebaseerd op de raming 2017. Bij de 1e berap zal deze voor het jaar zelf bijgesteld worden op basis van de definitieve index van het voorgaande jaar.

Rente/Rendement
Toevoeging rente aan reserves/voorzieningen/overlopende passiva
Voor de toerekening van rente aan de voorzieningen/overlopende passiva daar waar dat verplicht wordt gesteld sluiten wij aan bij het gemiddelde rentepercentage van de 10- en 5-jaars fixe lagere overheden.

Rendementsderving bij inzet van belegd vermogen
Indien er extra middelen ingezet moeten worden voor projecten die nog niet in de begroting zijn opgenomen, waardoor er aanspraak wordt gemaakt op ons belegd vermogen dan brengen wij daarvoor het rendementspercentage in rekening van de huidige beleggingsportefeuille.
In het geval dat wij substantiële bedragen vooruitontvangen van derden en daaraan rendement wordt toegerekend dan hanteren wij daarvoor het dan geldende rentepercentage van schatkistbankieren.

Externe tarieven 2018
Jaarlijks worden de externe tarieven berekend op basis van de normbedragen en een opslag voor de bedrijfsvoeringskosten. Deze tarieven worden in het najaar door het college vastgesteld.

Provinciefonds
De raming van het Provinciefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2017. Bij de algemene uitkering ramen wij het accres 1% lager om zo mutaties in het accres te kunnen opvangen.
De decentralisatie uitkeringen zijn wel conform de meicirculaire begroot. Hierin is wel de rijksbijdrage RSP REP al opgenomen voor de jaren 2017-2020. Deze middelen zijn door het rijk al toegezegd, maar worden op jaarbasis aan het provinciefonds toegevoegd.

Opcenten motorrijtuigenbelasting
De raming van de opbrengst uit de opcenten motorrijtuigenbelasting is gebaseerd op de realisatie van 2016. In de jaren 2017-2019 worden de opbrengst opcenten verlaagd met € 20 miljoen per jaar. De opcenten zelf worden daardoor met ca 30% verlaagd ten opzichte van de opcenten 2015.

Voor de jaren 2020 en verder gaan wij uit van een verlaging van de opbrengst opcenten met € 10 mln. per jaar ten opzichte van de begrote opbrengst opcenten 2020 in de begroting 2017. In de paragraaf heffingen zijn de opcenten per jaar opgenomen.

 

Print deze pagina