1.1 Opcenten motorrijtuigenbelasting

Jaarstukken

Jaarlijks wordt door het rijk het maximaal toegestane niveau van de opcenten op de motorrijtuigenbelasting vastgesteld. Dit wettelijke maximum gaat in op 1 januari van het eerstvolgende belastingjaar.

Het verschil tussen dit maximaal mogelijke tarief en het feitelijk door de provincie gehanteerde tarief voor de opcenten, bepaalt de zogenoemde vrije ruimte. Dit is de onbenutte belastingcapaciteit die de provincie heeft tot verhoging van haar inkomsten.
Deze capaciteit wordt betrokken bij de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit.

Zie paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Ontwikkeling heffing opcenten motorrijtuigenbelasting in punten

  • Heffing voorgaand jaar
  • Verlaging opcenten
  • Coalitie akkoord 2015-2019
  • Verlaging opcenten
  • Kadernota 2018
  • Jaarlijkse inflatiecorrectie
  • (Decembernota 2003)
  • Totaal heffing
  • Wettelijk maximum
  • 2017
  • 68,8
  • 0,6
  • 69,4
  • 111
  • 2018
  • 69,4
  • 0,6
  • 70
  • 111,8
  • 2019
  • 70
  • 1,1
  • 71,1
  • n.b.
  • 2020
  • 71,1
  • 27,4
  • -12,9
  • 1,4
  • 87
  • n.b.
  • 2021
  • 87
  • 1,4
  • 88,4
  • n.b.

In het coalitieakkoord 2015-2019 is opgenomen dat de opbrengst opcenten motorrijtuigenbelasting over de periode 2016-2019 met € 80 miljoen verlaagd worden. In het jaar 2020 bereiken de opcenten daarmee weer op het oude niveau (van 2015) zitten.

In de kadernota 2018 is voorgesteld om de tijdelijke verlaging van de opcenten met € 20 miljoen per jaar over de periode 2016-2019 daarna te vervolgen door een structurele verlaging van de opcenten met € 10 miljoen per jaar.

Opbrengsten 2017

  • (bedragen x € 1 miljoen)
  • Opbrengst
  • Begroot
  • 53,41
  • Realisatie
  • 53,97
  • Verschil
  • 0,56

  • Gemiddelde opbrengst per punt
  • Begroting 2017
  • 769.660
  • Realisatie 2017
  • 777.760
Print deze pagina