9.3 Overige projecten

9 Heerenveen, stad van Sport (Nieuw Thialf) (programma 6)

Het doel is een schaatsaccommodatie te realiseren die voldoet aan de normen van deze tijd, bestemd voor (topsport)wedstrijden, (topsport)trainingen en recreatiesport en behoud van de A-status. De ambitie is om het schaatshart van de wereld te worden met het snelste ijs.

Het project wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van Thialf Onroerendgoed (OG) BV, waarin de provincie voor 2/3 deel aandeelhouder is en de gemeente Heerenveen voor 1/3 deel. Het project bestaat uit drie onderdelen:

  1. het vernieuwen van het schaatscomplex (geregeld);
  2. het herstructureren van de Thialf organisatie (geregeld);
  3. het voorlopig uitbesteden van de horecaexploitatie (eind 2014 plaatsgevonden).

De provincie is als aandeelhouder en subsidieverstrekker betrokken bij het project.

PS-besluiten

Op 26 juni 2013 hebben Provinciale Staten groen licht gegeven voor deelname in de rechtspersoon Thialf en daarnaast € 50 miljoen subsidie beschikbaar gesteld voor de vernieuwbouw van de wedstrijdhal.

Financiële stand van zaken

De subsidie van de provincie bedraagt € 20 miljoen REP en € 30 miljoen Nuon (WfF), in kasritme uit te keren over de jaren 2013-2017. Voor de overname van de aandelen (2/3) is € 4 miljoen uitgetrokken.  Ook is er een lening verstrekt door FSFE voor de aanleg zonnepanelen.
Periodiek rapporteert de directie van Thialf middels een kwartaalrapportage over de voortgang van het bouw- en aanbestedingsproces.

Wat gaan we doen in 2017

De directie van Thialf moet na oplevering van de (ver)bouw van de ijshal de noodzakelijke voorwaarden scheppen voor een exploitatie die minimaal budgettair neutraal moet zijn. Zo moet de exploitatie vervolgens, conform de voorwaarden die door de Europese Commissie zijn voorgeschreven, ook aanbesteed worden.
De bouw van een separate toptrainingsbaan start pas als de financiering ervan verzekerd is en de exploitatiekosten ervan door de topsport of het bedrijfsleven gedragen kunnen worden.

Risico’s

Risico’s staatssteun:
Er is geen staatssteunrisico voor de ijshal: de Europese Commissie heeft ingestemd met het financieel voorstel.

Risico’s exploitatie:

  • de definitieve aanbesteding van de gehele exploitatie na realisatie verbouw: niet tijdig (binnen de termijn van de Europese aanbestedingsregels) en niet haalbaar (commerciele exploitatie is aanrekkelijk). Beheersmaatregel: hierover vindt maandelijks overleg plaats.
  • IJshal Leeuwarden: streven is versterken, niet beconcurreren.  We faciliteren om een goede samenwerking, rekening houdende met wet- en regelgeving daaromtrent, tussen ijshal Leeuwarden en Thialf te verkrijgen.
  • Weinig opbrengsten uit schaatshal. Het nakomen van de afspraken door de KNSB en ISU over wedstrijden in de toekomst (vier wedstrijden per jaar gedurende vijf jaar): een minimale hoeveelheid wedstrijden is van belang voor gezonde exploitatie.

Tenslotte: Op de genoemde risico’s wordt strak gestuurd. Dit uit zich door elk kwartaal een risicosessie plaats te laten vinden, zowel op het gebied van financiën als op voortgang van werk als ook op een combinatie van die twee.

10   RUG / Campus Fryslân (programma 8)

PS-besluiten

Op 15 december 2015 hebben Provinciale Staten besloten € 16,83 miljoen te investeren in de ontwikkeling van een Campus Fryslân, de elfde faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen gevestigd in Leeuwarden. Daarnaast zullen de resterende middelen van University Campus Fryslân (UCF), ca. € 1 miljoen, overgeheveld worden naar het budget RUG/Campus Fryslân. Verder hebben Provinciale Staten ingestemd om in 2020 een brede evaluatie te houden over het programma RUG/Campus Fryslân in samenwerking met de RUG en de gemeente Leeuwar-den.

Financiële stand van zaken

In totaal kost het project RUG/Campus Fryslân € 57,1 miljoen voor de periode 2016-2023. Na 2023 kan RUG/Campus Fryslân naar verwachting zichzelf bekostigen.

De verdeling ziet er als volgt uit:

Provincie Fryslân                   €  17,83 miljoen

Gemeente Leeuwarden         €    3,33 miljoen

RUG                                       €  29,94 miljoen

Derden                                   €    5,67 miljoen

Stelpost                                  €    0,33 miljoen

Totaal                                     €  57,1 miljoen

Naar verwachting zal in 2017 een voorschot van € 3,5 miljoen van de subsidie aan RUG/Campus Fryslân worden overgemaakt voor de realisatie van RUG/Campus Fryslân. De subsidiebijdragen van de provincie en de gemeente worden opgenomen in één beschikking.

Wat gaan we doen in 2017

De RUG/Campus Fryslân omvat de volgende onderdelen:

  • Een residentieel college voor 600 studenten in de eindfase (drie jaar met 200 studenten) bachelor niveau.
  • Tien masteropleidingen in samenwerking met de andere hogescholen en universiteiten op de Friese hotspots; dit zijn 1-jarige opleidingen met per master circa 40 studenten, in totaal 400 studenten.
  • Premasters; dit zijn 1-jarige schakelklassen voor HBO afgestudeerden die daarna een masteropleiding willen volgen. Deze opleidingen zijn vooral interessant voor studenten die aan de Friese HBO´s afstuderen.
  • Onderzoeksschool met jaarlijks 15 promovendi voor nader onderzoek gericht op de Frie-se hotspots in samenwerking met het Friese Bedrijfsleven.

Wij voeren minimaal 4 voortgangsgesprekken met RUG/Campus Fryslân en minimaal 1 be-stuurlijk overleg. Daarnaast zullen wij separaat twee maal aan Provinciale Staten rapporteren over de voortgang van RUG/Campus Fryslân. Voorts hebben drie universiteiten, 4 hoge-scholen, 6 kennisinstellingen, 1 bibliotheek en de gemeente Leeuwarden en de provincie zich met de ondertekening van het Hoger-Onderwijsakkoord Fryslân op 24 juni 2016 verbonden aan de samenwerking met RUG/Campus Fryslân. Het doel van deze samenwerking is om aan het niveau van het Friese hoger onderwijs een impuls te geven. De provincie is initiatiefnemer van de totstandkoming van dit akkoord. In 2017 willen wij minimaal een keer een breed overleg met deze partijen organiseren. Het doel is om zorg te dragen voor de afstemming van de opleidingen die een groot deel van deze partijen verzorgen en om de verbondenheid van deze partijen met RUG/Campus Fryslân te bestendigen.

Risico’s

Macrodoelmatigheidstoets en accreditatietoets: Het doorlopen van de toetsing van deze twee commissies is bepalend voor het tempo van de voortgang van de masters en het ba-chelor college. Met name het tijdpad dat is aangehouden in de business case voor het ba-chelorcollege is ambitieus. De RUG heeft besloten om 1 september 2018 als aanvangsdatum aan te houden voor de start van het bachelorcollege en hiervoor een jaar extra de tijd te nemen. Per 1 september 2017 wil RUG/Campus Fryslân aanvangen met de marketing van de opleiding en de werving van de studenten. RUG/Campus Fryslân zal deze aanvraag in het najaar van 2016 indienen. Wanneer een opleiding de toetsing met goed gevolg doorloopt, is rijksfinanciering geborgd.

Te weinig studenten: De ambities in de plannen van RUG/Campus Fryslân zijn hoog. Er bestaat daarom in het ontwikkelplan het risico dat de gestelde aannames voor studentenaan-tallen niet worden gehaald. De RUG gaat uit van een periode van zes à zeven jaar om 1.000 studenten en 50 promovendi aan Fryslân te binden. De RUG draagt het financiële risico wanneer er sprake is van een lagere instroom van studenten. In 2020 zal de RUG samen met de provincie en de gemeente een tussenbalans opmaken, waarbij we onderzoeken hoe het gesteld is met het toekomstperspectief en -bestendigheid van RUG/CF.

Imago Leeuwarden als (studie)stad: Tot in 2016 heeft Leeuwarden geen vergelijkbaar imago als studiestad zoals Groningen. Een risico is ook de nabijheid van Groningen, met als gevolg dat er te weinig studenten in Leeuwarden komen te wonen. Binnen de planvorming van Campus Fryslân hebben de partijen afspraken gemaakt om de krachten te bundelen en een aansprekend programma te ontwikkelen voor het bevorderen van het academisch klimaat. Daardoor komen meer studenten hier wonen. Daarnaast heeft de vestiging van het residentieel college ook een positieve impact op Leeuwarden als studiestad. Op dit moment werkt RUG/Campus Fryslân in samenwerking met Leeuwarden Studiestad, de hogescholen en de gemeente Leeuwarden een aantrekkelijk programma uit.

RUG erg zichtbaar in Fryslân: De overname van UCF door de RUG kan ertoe leiden dat Friese kennisinstellingen en betrokken universiteiten zich minder comfortabel voelen om in RUG/Campus Fryslân te investeren. Voor Fryslân is aansluiting van deze partijen van groot belang. Om dit risico te neutraliseren hebben wij het initiatief genomen om een Hoger-Onderwijsakkoord Fryslân op te stellen, waarbij 3 universiteiten, 4 hogescholen, 5 kennisin-stellingen, 2 overheden en 1 bibliotheek gezamenlijke afspraken maken. Binnen deze over-eenkomst spreken de partijen af samen te werken aan een goede doorstroming, afstemming van curricula, bestudering van maatschappelijke en economische vraagstukken en gezamenlijke ontwikkeling van het opleidingsaanbod in Fryslân.

Op 24 juni 2016 is dit akkoord door 15 organisaties ondertekend die een belangrijke bijdrage leveren aan het hoger onderwijs in onze provincie. Met deze maatregel is samenwerking tussen de RUG/Campus Fryslân en de 15 organisaties geborgd.

11   Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 (programma 8)          

Leeuwarden is op 6 september 2013 uitgeroepen tot Europese Culturele Hoofdstad in 2018. Op 21 mei 2014 is de kandidatuur van Leeuwarden – Fryslân 2018 definitief be­krachtigd door de Raad van Europese Unie. Leeuwarden – Fryslân presenteert zich in 2018 namens Nederland op Europees niveau met min­stens 40 grote culturele evenementen, verspreid over heel Fryslân. Leeuwarden – Fryslân 2018 moet een breed volksfeest worden waaraan heel Fryslân, jong en oud, kan en wil meedoen, met blijvende effecten. Voor de culturele evenementen is de stichting Kulturele Haadstêd 2018 verant­woordelijk. Voor de programma’s en projecten voor de lange termijn die beschreven zijn in de samenwerkings­agenda (SAG) Leeuwarden zijn provincie en gemeente Leeuwarden verantwoordelijk.

PS-besluiten

In 2012 hebben Provinciale Staten ingestemd met het inhoudelijk en financieel ondersteunen van de kandidatuur van Leeuwarden als Europese Culturele Hoofdstad in 2018 namens Nederland.

Financiële stand van zaken

In de meerjarenbegroting van de provincie is voor een bedrag van € 15,8 miljoen aan subsidie opgenomen voor de uitvoering van het Bidbook door stichting Kulturele Haadstêd 2018. Onderstaande tabel geef het kasritme weer. Voor 2017 is een subsidiebedrag van € 2 miljoen beschikbaar gesteld.

Kasritme

t/m 2016
2017
2018
totaal
subsidie9,65 mln2 mln4,15 mln15,8 mln

Wat gaan we doen in 2017

In 2017 zorgen wij samen met alle stakeholders voor de verdere realisatie van het programma zodat wij klaar zijn voor het Kulturele Haadstêd jaar in 2018. De stichting is verantwoordelijk voor de uitvoering van het bidbook. Gemeente Leeuwarden en provincie ondersteunen de stichting hierbij. De stichting stelt een jaarlijks werkplan op dat dient als basis voor de subsidie. We sturen op de realisatie van de in het werkplan beschreven activiteiten, de subsidierelatie en daarbij horende voorwaarden met de stichting.
We zorgen voor verbinding en inbedding van de 32 lange termijn doelen uit het bidbook en projecten/evenementen van Kulturele Haadstêd in de verschillende door Provinciale Staten vast te stellen beleidsbrieven.
We onderhouden een goede samenwerking met de gemeente Leeuwarden en de stichting Kulturele Haadstêd 2018 op het gebied van de samenwerkingsagenda en het facilitaire programma voor Kulturele Haadstêd 2018.
In de loop van 2017 is de totale culturele agenda voor Fryslân in 2018 gereed.

Risico’s

Van de totale begroting van de Stichting van € 74,3 miljoen is conform bidbook € 53 miljoen programmabudget begroot. Omdat door de Stichting de uitvoering van de evenementen en daarmee de projectgebonden financiering grotendeels bij externe partijen is neergelegd, verloopt van het programmabudget circa € 23 miljoen via externe partijen. De Stichting voert de artistieke en/of programmatische regie hierover. De timing en omvang van contractering van projecten wordt afgestemd op de realiteit van achterblijvende financiering met als uitgangspunt: er wordt niet meer geld uitgegeven dan er beschikbaar is. Hierdoor worden events slechts gedeeltelijk of later gecontracteerd met het risico dat de ambities uit het bidbook niet volledig kunnen worden gerealiseerd. Verschillende opties worden met de stakeholders verkend hoe om te gaan met de achterblijvende financiering, waaronder het schrappen van enkele programmaonderdelen, het slim combineren van programma­onderdelen en het overdragen van eigenaarschap van programmaonderdelen van de Stichting naar de overheden, zoals bij Lân fan Taal is geschied.

12 Europese watertechnologiehub (programma 6)

PS-besluiten

Op 24 september 2014 hebben de Staten het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020 vastgesteld, waarbij € 13 miljoen uit het Regio-REP ter beschikking is gesteld. Het uitvoeringskader geeft aan op welke wijze we gaan werken aan het doel om uit te groeien tot de Europese hub op het gebied van watertechnologie.

Financiële stand van zaken

Op 4 december 2012 heeft het Dagelijks Bestuur van SNN ingestemd met een bijdrage aan de Stichting Wetsus uit het centrale deel van het REP van € 38 miljoen. Eerst is een bijdrage van € 19 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2013-2017. De € 19 miljoen voor de periode 2017-2020 wordt toegekend na een positieve evaluatie van Wetsus eind 2015.
In 2015 is Wetsus een samenwerking aangegaan met de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het doel van de samenwerking is o.a. het bestaande wetenschappelijk onderzoek naar watertechnologie verder te versterken. Hiervoor stelt NWO tot en met 2020 jaarlijks een half miljoen euro beschikbaar.
De bedrijven in Wetsus kunnen verder profiteren van de Research & Development Aftrek die als toeslag beschikbaar komt voor de Topconsortia voor kennis en innovatie (TKI’s ). Deze wordt jaarlijks vastgesteld. De bijdragen van regionale en nationale overheden kunnen worden gezien als hefboom voor de bijdragen uit de markt en de EU, die gedurende de uitvoering op basis van concrete onderzoeksprojecten worden gerealiseerd.

Wat gaan wij doen in 2017

Wij faciliteren en jagen projecten aan die passen in het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020 en de Beleidsbrief ‘Wurkje mei Fryslân’.
Gemeente Leeuwarden en provincie Fryslân hebben de WaterCampus partijen gevraagd een Actieplan op te stellen waarin zij het toekomstbeeld schetsen, inclusief de behoefte aan (financiële) ondersteuning. De besluitvorming over de subsidieaanvraag voor de uitvoering van dit plan heeft in 2016 plaatsgevonden. De gevraagde bijdrage aan de provincie Fryslân is gefinancierd uit Regio-REP middelen die zijn gekoppeld aan het Uitvoeringskader Watertechnologie.

Risico’s

  • Ontwikkeling van het algemeen economisch klimaat, dat gevolgen kan hebben voor het starten en doorgroeien van bedrijven en beschikbaarheid van risicodragende financiering daarvoor. Indien nodig stellen we de ambities bij.
  • Bezuinigingen Rijk op het innovatiebeleid: de rijks bezuinigingen treden daadwerkelijk op. De innovatie budgetten moeten bovendien over veel topsectoren worden verdeeld. Het Rijk kijkt nadrukkelijk naar de regio’s voor bijdragen in het topsectorenbeleid.
  • Minder EFRO-middelen voor realisatie Europese watertechnologiehub: het EFRO-budget is fors kleiner geworden. Beheersmaatregel: andere EU-budgetten bieden mogelijkheden, maar vergen excellentie, internationale samenwerking en regionale cofinanciering en hiervoor is sterke internationale concurrentie.
  • In april 2013 hebben wij met gemeente Leeuwarden een intentieverklaring getekend waarin staat dat we ons gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor de ondersteuning van Wetsus en voor de ontwikkeling en exploitatie van deze Watercampus, ook ná afloop van de huidige subsidieperiode tot in ieder geval 2030.
  • Om uit te groeien tot Europese hub op het gebied van Watertechnologie is zekerheid over langjarige continuïteit (minimaal 10 jaar) van Wetsus een essentiële voorwaarde. Dit geldt zowel voor de contracten met het bedrijfsleven en vooraanstaande universiteiten als voor het aantrekken van de beste onderzoek talenten. De langere termijn financiering van Wetsus (na 2020) is nu niet afgedekt. De ambitie kan dus in gevaar komen. Daarom gaan we in 2017 onze lobby inzet richting EU en Rijk continueren.

13 Het Friese Merenproject (programma 6)

Dit project is in 2015 afgerond. Mocht zich in de afwikkeling van dit project nog wat voordoen in 2017, dan nemen we dit mee in programma 6.

14 De Nieuwe Afsluitdijk (programma 6)

De Nieuwe Afsluitdijk (DNA) is op gedeeld in twee fasen:

  • In fase 1 vallen projecten als de Vismigratierivier, Verruiming sluiscapaciteit Kornwerderzand, toeristische ontsluiting Kornwerderzand en de openbare ruimte bij het monument van Dudok.
  • In de tweede fase vallen projecten als informatiecentra bij het Monument en Kornwerderzand, camperplaatsen bij Kornwerderzand, kwaliteitsimpuls dagrecreatiegebied Kornwerderzand, aanlegvoorzieningen Kornwerderzand.

PS-besluiten

  • Op 21 december 2011 hebben Provinciale Staten de Bestuursovereenkomst Afsluitdijk (inclusief ambitie agenda Afsluitdijk) vastgesteld In december 2014 hebben Provinciale Staten besloten over een windpark op de Afsluitdijk.
  • Op 21 januari 2015 hebben Provinciale Staten de provinciale budgetten geregeld. De uitgaven zijn conform dit besluit. Samen met de regionale partners dragen wij de kosten.
  • Op 20 april 2016 hebben Provinciale Staten besloten geen wensen of bedenkingen kenbaar te maken voor vaststelling van vier Realisatieovereenkomsten met RWS.

De financiële stand van zaken

De financiering van de projecten in fase 1 is rond met uitzondering van deel twee van de Vismigratierivier (de toe leidende rivier naar de coupure). Fase 1 betreft de regionale projecten die direct gekoppeld zijn aan het rijkscontract. Voor de financiering van deel 2 van de Vismigratierivier is in totaal € 37 miljoen nodig. Voor € 24 miljoen is dekking. Voor de resterende € 13 miljoen wordt aan externe dekking gewerkt. Hiervoor wordt in de volle breedte ingezet op Europese, landelijke, regionale fondsen alsmede private fondsen en door werk met werk te combineren.

Voor fase 2 zijn de projecten nog niet allemaal bekend. Geschat is dat voor de verdere uitwerking, voorbereiding en uitvoering van fase 2 vanuit Fryslân naar verwachting nog € 10 tot 15,9 miljoen nodig is.
Voor de ambtelijke aansturing en voorbereiding is de financiering voor 2016 hard geregeld. Ook de jaren daarna (tot en met 2020), zijnde € 2 miljoen, zijn vastgesteld in de vorm van een taakstelling voor de programma’s 2, 3, 5 en 6 (incl. recreatie en toerisme).

Wat gaan wij doen in 2017?

In 2017 start Rijkswaterstaat de aanbesteding van fase 1 projecten. Gunning van het werk wordt eind 2017, begin 2018 verwacht.
In april 2017 wordt er begonnen met de bouw van het beleefcentrum op Kornwerderzand. De bouw moet eind 2017 gereed zijn, om goed voorbereid te zijn voor KH2018. Verder gaan we invulling geven aan het project Waddenpark Fryslân en de onderliggende projecten. Er komt in 2017 een Off Grid Test Center bij Den Oever en mits de in 2016 aangevraagde subsidies loskomen start de realisatie van de stromingsenergiecentrale Kornwerderzand in 2017. Om de opgewekte energie te kunnen afvoeren wordt een stroomkabel  (backbone) aangelegd. Voor de Vismigratierivier wordt in 2017 de realisatie van de tweede fase van de rivier voorbereid.

Risico’s

  • Daar waar de projecten afhankelijk zijn van externe financiering bestaat er alleen voor de Vismigratierivier nog een risico in fase 1. Het project kan met de al opgehaalde middelen wel terugvallen op een ‘casco’ variant. Voor fase 2 borgen wij de kwaliteit van de aanvragen en bewaken het proces om de kansen voor externe financiering zo groot mogelijk te laten zijn.
  • Risico is dat het rijk de planning van de realisatie van de regionale projecten binnen het rijkscontract overlaat aan de aannemer. Hierdoor heeft de regio geen stuur op het moment van gereed komen van deze regionale projecten. Wij blijven hierbij actief betrokken. We leveren volop een constructieve inbreng.

Het onderdeel sluis Kornwerderzand wordt uitgevoerd door de projectorganisatie DNA maar kent een andere geografische bestuurlijke samenwerking. Om die reden en om het strategische belang is dit project hierna separaat opgenomen in de begroting.

Sluis Kornwerderzand:

PS-besluiten

  • In het kader van het uitvoeringsprogramma DNA is € 10 miljoen gereserveerd als regionale bijdrage in de investeringskosten voor de sluis Kornwerderzand.
  • Het beschikbaar stellen van maximaal € 5 miljoen extra investeringsbijdrage.
  • Instemmen met het financieringsvoorstel voor de investeringskosten (eind 2016).

Financiële stand van zaken

Als bijdrage in de financiering is inmiddels een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Verder is in de uitvoeringsagenda van het coalitieakkoord € 5 miljoen extra gereserveerd als provinciale bijdrage.
De voorbereidingskosten die worden gemaakt, worden, wat het Friese deel betreft, gedekt op basis van het Provinciale Statenbesluit over fase 1 van het DNA-programma. Mocht het project onverhoopt niet doorgaan, dan dekken we het provinciale aandeel van de voorbereidings­kosten uit de al bij Provinciale Statenbesluit beschikbaar gestelde middelen.

Wat gaan we doen in 2017

Naar verwachting worden in het BO-Mirt 2016 definitieve afspraken met het Rijk gemaakt over de financiering van het project. In vervolg daarop wordt het uitvoeringscontract opgesteld en vindt de aanbestedingsprocedure met uiteindelijk contractering van een marktpartij plaats. Deze werkzaamheden waren voorzien voor 2016. Zowel het afronden van het MER en bestemmingsplan als het verkrijgen van overeenstemming met het Rijk over de definitieve oplossing en de financiering hebben echter meer tijd gekost dan voorzien.
Mogelijk dat er in 2017 een nieuwe call voor Europese subsidie komt, hiervoor dienen we dan een projectaanvraag in.

Risico’s

  • De gesprekken met de overige regionale partners over de financiële bijdrage in de investering en de onderlinge verdeling hiervan, zijn nog gaande.
  • Afspraken tussen Rijk en regio over de financiering van de sluis. In het BO-Mirt 2016 worden definitieve afspraken gemaakt tussen regio en Rijk over de financiering van de nieuwe sluis Kornwerderzand en het verdere proces. Op dat moment is bekend of de bijdragen van derden (waaronder dus die van de regiopartners) beschikbaar zijn.

15 Dairy Campus (programma 6)

Voor dit project is in 2017 niets begroot. Het project loopt en er zijn nog risico’s. We volgen die en informeren Provinciale Staten als die zich voordoen. Als de risico’s uitkomen, dan is in eerste instantie Dairy Campus zelf aanspreekpunt. Mogelijk heeft zij ons dan nodig om te helpen bij de oplossing daarvan.
Als er nog zaken gaan spelen nemen we dit mee in programma 6..

16   Breedbandinfrastructuur Fryslân (programma 6)

Inleiding

In de periode 2013-2014 is beleid, een aanpak en instrumentarium ontwikkeld voor NGA-netwerken voor snel internet in de witte gebieden in Fryslân. Eind 2015/begin 2016 waren de instrumenten Breedbandloket, Breedbandfonds, en Aansluitsubsidies operationeel. Ook waren er gesprekken gestart met een marktpartij over het verstrekken van een marktconforme lening. In dezelfde periode ontvingen wij van verschillende kanten (lokale initiatieven, het Breedbandfonds, het Breedbandloket, financiers en gemeenten) sterke signalen dat dit beleid en bijbehorend(e) aanpak en instrumentarium niet effectief zijn om de schep in de grond te krijgen en daarmee niet gaan resulteren in de realisatie van NGA-netwerken voor snel internet in de witte gebieden. Op basis hiervan stelden wij in februari 2016 een Taskforce Breedband in om een heroriëntatie op dit instrumentarium uit te voeren.

In 2016 zocht de Provincie met een aantal gemeenten naar de beste manier om de witte gebieden van snel internet te kunnen voorzien. Na een zorgvuldige verkenning, kwam een samenwerking met Kabelnoord als beste naar voren.

PS-besluiten

Op 29 juni 2016 stemden Provinciale Staten in met de uitgevoerde heroriëntatie op de aanpak en instrumenten en de daaruit voortvloeiende uitwerking door GS om op marktconforme voorwaarden deel te nemen in een netwerkbedrijf. PS besloot – indien deze deelname wordt gerealiseerd - daarin tot maximaal € 35 miljoen te investeren uit de eerder beschikbaar gestelde € 60 miljoen die grotendeels vrijkomt met de beëindiging van het oude instrumentarium.

Financiële stand van zaken

Op 29 juni 2016 hebben Provinciale Staten besloten – indien de door GS voorgestelde deelname in een netwerkbedrijf onder marktconforme voorwaarden wordt gerealiseerd - daarin tot maximaal € 35 miljoen te investeren (in de vorm van aandelenparticipatie en achtergestelde leningen) uit de eerder beschikbaar gestelde € 60 miljoen die grotendeels vrijkomt met de beëindiging van het ‘oude’ instrumentarium. Door middel van deze deelname wordt beoogd minimaal 95% van het witte gebied van een vaste NGA(glasvezel)- verbinding te voorzien binnen drie jaar. Voor de overige +/- 5% (i.e. de moeilijkste en duurste adressen om op een vaste NGA(glasvezel)-verbinding aan te sluiten) wordt eind 2016 nog een separaat voorstel aan PS ter besluitvorming voorgelegd.

Op 12 juli 2016 hebben GS een principe besluit genomen tot deelname door middel van aandelenparticipatie in het netwerkbedrijf Kabelnoord (NV Kabeltelevisie Noord-Oost Friesland). In het najaar 2016 zullen Provinciale Staten in het kader van de duale voorhangprocedure in de gelegenheid worden gesteld om haar wensen en bedenkingen kenbaar te maken met betrekking tot deze deelname. Daarnaast zal, voor eind 2016/begin 2017, aan Provinciale Staten een voorstel ter besluitvorming worden voorgelegd ten aanzien van de beëindiging en de afhechting van een deel van het ‘oude’ instrumentarium (Breedbandfonds, Breedbandloket, Aansluitsubsidies; de marktconforme leningen zullen worden gehandhaafd), alsmede de vrijval en eventuele nieuwe inzet van de voor dit instrumentarium gereserveerde middelen. Ten aanzien van de nieuwe inzet van deze middelen kan gedacht worden aan een nieuwe subsidieregeling voor aansluiting van de resterende +/- 5%, incidentele marktconforme leningen aan initiatieven in grijs gebied, en proceskosten/overheadkosten.

Wat gaan we doen in 2017

Eind 2016, uiterlijk begin 2017, wordt de provinciale deelname in Kabelnoord door middel van aandelenparticipatie verder geformaliseerd en geoperationaliseerd. Tevens zullen, in aanvulling hierop, achtergestelde leningen worden uitgegeven ter financiering van de realisatie van een NGA(glasvezel)-netwerk in minimaal 95% van het witte gebied in Fryslân. Ten behoeve van de concrete realisatie van het netwerk zal Kabelnoord daarnaast een plan van aanpak, inclusief planning, van de realisatie van het netwerk opstellen (‘uitrolplan’) en middels een Europese aanbesteding een aannemer voor het werk selecteren.
In 2017 zal dan gestart worden met de gefaseerde uitvoering van het uitrolplan. Uiteindelijk doel is om in drie jaar tijd minimaal 95% van het witte gebied te hebben voorzien van een NGA(glasvezel)-verbinding.

Ten aanzien van de aansluiting van de overige +/- 5% (i.e. de moeilijkste en duurste adressen om op een vaste NGA(glasvezel)-verbinding aan te sluiten) wordt nog een separaat voorstel aan PS ter besluitvorming voorgelegd. Hierin zal ook een planning worden opgenomen ten aanzien van de uitvoering van dit traject, waaruit eveneens de concrete acties en werkzaamheden voor het jaar 2017 gedistilleerd kunnen worden.

Risico’s

In de formele (juridische) documenten die rondom de aandelenparticipatie met Kabelnoord zullen worden opgesteld en vastgesteld zullen ook afspraken worden gemaakt over risicobeheersing en governance. Deze documenten zullen deel uitmaken van de duale voorhangprocedure die in het najaar 2016 zal worden doorlopen en waarin Provinciale Staten haar wensen en bedenkingen kenbaar kan maken met betrekking tot deelname via aandelenparticipatie in Kabelnoord. In het kader van deze procedure zullen zowel de risico’s worden benoemd als de voorgestelde mitigerende maatregelen.

Als aandeelhouder kunnen wij uiteraard, samen met de andere aandeelhoudende gemeenten, de vinger aan de pols houden ten aanzien van de nakoming/uitvoering van de gemaakte afspraken alsmede de voortgang in de realisatie van het NGA(glasvezel)-netwerk in de witte gebieden.

Risico’s die wij op dit moment zien, en waarop in het kader van de duale voorhangprocedure uitgebreider teruggekomen zal worden, zijn:

  • De Provincie zal een beperkte rol in acht moeten nemen bij de inrichting van de stuk-ken ten behoeve van de participatie- en de geldleningsovereenkomst.
  • Hogere leges en degeneratiekosten en/of vraagbundelingskosten kunnen negatieve invloed hebben op de businesscase en op de te realiseren doelstellingen (binnen 3 jaar minimaal 95% van het witte gebied voorzien van glasvezel)
  • Bestaande marktpartijen kunnen de aanleg van nieuwe netwerken willen blokkeren of te vertragen. Het is van belang om als aandeelhouder alert te zijn en blijven op het marktconforme gedrag van de provincie bij participatie in het netwerkbedrijf.

17   Innovatiecluster Drachten (technocampus) (programma 6)

Het Innovatiecluster Drachten is opgedeeld in vier fasen van twee jaar:

  • fase 1 (2013-2014): eerste aanzet geven voor het realiseren van een volwaardig innovatiecluster in Drachten. Accent ligt op het boeien en binden van personeel.
  • fase 2 (2015-2016): nadruk op doorontwikkeling van fase 1 en het realiseren van twee R&D projecten.
  • fase 3 (2017-2018) en fase 4 (2019-2020): opschalen naar nog meer ecosysteemfuncties, zoals precompetatieve gezamenlijke R&D in samenwerking met regionale onderzoeksinstellingen (UCF, NHL Hogeschool/Stenden, Hanzehogeschool, Windesheim, RUG, UT Twenthe).

PS-besluiten

Provinciale Staten hebben op 3 juli 2013 besloten om de ontwikkelingen van innovatiecluster Drachten te ondersteunen met een bijdrage van maximaal € 8 miljoen.

Financiële stand van zaken

Provinciale Staten hebben voor het project Innovatiecluster Drachten een bijdrage van € 8 miljoen beschikbaar gesteld uit de REP-middelen. Voor de eerste fase (2013-2014) hebben we hieruit een bijdrage van € 192.500,- ter beschikking gesteld. Voor projecten in de tweede fase (2015-2016) hebben wij een positief besluit genomen en € 1.744.255,- beschikbaar gesteld op een totale kostenpost van ruim € 7 miljoen. De bijdrage van de provincie is maximaal 25% van de totale projectkosten. De gemeente Smallingerland draagt ook 25% bij en 50% dragen de deelnemende bedrijven bij.

Wat gaan we doen in 2017

In de derde fase van het project (2017-2018) wordt de nadruk gelegd op de doorontwikkeling van boeien en binden van personeel, aansluiten van regionale hbo en universitaire kennisin-stellingen, gezamenlijke R&D projecten en shared facilities. De planning is dat er eind 2018 een volume van 24 bedrijven bij het innovatiecluster zijn aangesloten.

Risico’s

Een potentieel risico is dat de inzet van de reeds participerende bedrijven zich reduceert, en daarmee ook de financiële inbreng, waardoor de geformuleerde doelstellingen van het project niet worden gehaald. Een ander risico is dat de gemeente Smallingerland haar financiële toezeggingen niet gaat nakomen.

18 Gebiedsontwikkelingsplan Franekeradeel-Harlingen (programma 5)

PS-besluiten

Op basis van het ontwerp-inrichtingsplan Franekeradeel-Harlingen hebben Provinciale Staten op 23 mei 2012 een bedrag van € 12,8 miljoen beschikbaar gesteld.

Financiële stand van zaken

De planuitvoering is in 2016 in volle gang. De prognose voor de uitgaven over 2016 betreffen ca. € 11 miljoen (incl. Grondaankoop). De totale uitgaven tot en met 2016 komen daarmee op ca. € 23 miljoen. Voor 2017 is circa € 13,8 miljoen aan uitgaven gepland, waarvan € 3,4 miljoen provinciale bijdrage.

Wat gaan we doen in 2017

De grondaankopen worden in 2016 afgerond er is dan in totaal ca 250 ha. verworven. De in het najaar van 2015 gestarte uitvoering in het deelgebied Schalsum van 14 km watergang­verbreding en natuurvriendelijke oevers is afgerond. In 2016 start het waterlopenbestek “Sexbierum” waarmee ca. 23 km watergangverbreding en natuurvriendelijke oevers worden gerealiseerd. In 2017 wordt dit opgeleverd.
In 2017 start het waterlopenbestek “De Mieden”. Dit omvat ca. 11 km waterlopen. Naast deze waterloopbestekken zijn de verhoging van een tweetal bruggen, het baggeren van de Tzummarumervaart en de aanleg van een fietspad en verhoogde boezemkaden langs deze vaart gepland.
Nadat in 2016 de peildatum en de uitgangspunten voor de wettelijke herverkaveling zijn bepaald, starten in het voorjaar van 2017 de wenszittingen met de grondeigenaren en -gebruikers.
In het voorjaar van 2017 wordt in verband met de grotere bodemdaling als gevolg van de gerealiseerde gaswinning bij Herbayum een planwijziging vastgesteld.

Risico’s

De prognoses met betrekking tot de bodemdaling zijn een risico in het proces. De grotere bodemdaling als gevolg van gaswinning noopt tot enige aanpassing van het plan en geeft enkele maanden vertraging in de planning. Het herverkavelingsproces moet daardoor later starten. Het in 2016 gesignaleerde risico of voldoende gronden aangekocht kunnen worden bleek ongegrond. De taakstelling grondverwerving wordt in 2017 gehaald.