9.2 Infrastructurele projecten

2017 is een belangrijk jaar voor de grote infrastructurele projecten. De planning is zodanig dat geprobeerd wordt de projecten af te ronden voor KH2018 begint. Dit staat onder druk. Bij de beschrijving in de projecten wordt daar waar dit speelt hierop gewezen.

Bij de infrastructurele projecten werken wij intensief samen met het coördinatiepunt Social Return en de scholen voor middelbaar en hoger onderwijs via het coördinatiepunt Fiks. Door deze samenwerking dragen wij bij aan de sociale doelen en een verbetering van de aansluiting tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid. Deze samenwerking gaat in 2017 zelfvoorzienend verder.

Algemene projectrisico’s

Bij elk project staat een korte financiële toelichting. Nu de projecten volop in uitvoering zijn, constateren we dat programmabreed (van de grote infrastructurele werken) het risicoprofiel van de uitvoeringsprojecten kleiner wordt. We weten inmiddels steeds meer. Wel doen zich projectspecifieke risico’s voor. Deze worden bij de afzonderlijke projecten benoemd. Programmabreed blijven de volgende algemene projectrisico’s gelden:

  • Faillissementen aannemers – Als een bouwproces loopt en de aannemer gaat failliet, ontstaat een financieel risico omdat een andere aannemer het werk moeten overnemen. Hier zijn altijd meerkosten aan verbonden. In de aanbesteding is hier waar mogelijk rekening mee gehouden (solvabiliteitstoets, bankgarantie). Maar zeker in deze tijd kan dit risico zich voordoen. Om dit risico te beheersen wordt waar mogelijk enige ruimte gereserveerd in de post onvoorzien. Ook wordt met aannemers bekeken in hoeverre het mogelijk is om binnen de contractvoorwaarden de betalingsregeling zo in te richten dat een aannemer zo weinig mogelijk vooraf hoeft te financieren.
  • Prijsontwikkeling – met prijsontwikkeling is in de budgetten van de projecten rekening gehouden. Vooral in de rijksprojecten wordt de prijscompensatie geregeld via de toegekende IBOI. Deze kan lager liggen dan de werkelijke prijsontwikkeling. In 2015 was de IBOI 0,4% en is ook toegekend.
  • Calamiteiten en kwaliteitsproblemen in het bouwproces – Tijdens de bouw van grote projecten kunnen zich altijd calamiteiten en discussies over de gevraagde kwaliteit voordoen. In principe ligt de verantwoordelijkheid bij de aannemer, maar het vraagt in de praktijk altijd een inspanning van ons als opdrachtgever. Dit uit zich in gevolgen voor tijd en geld. In tijd, doordat projecten hierdoor vertragen. In geld, doordat projectorganisaties langer operationeel blijven en de juridische kosten die gemoeid zijn met de verantwoor­delijkheidsvraag. Door toezicht en controle op de werkplannen en de werkzaamheden, zowel op het terrein van de techniek en de veiligheid, beperken wij het risico.
  • Meerwerkclaims – Sinds 2015 is een toename te merken van claims op meerwerk van aannemers in aantal en omvang. Een aanvullend risico is dat de afhandeling van deze claims doorloopt na afronding van het werk of dat claims pas na afronding worden ingediend. Zo loopt nog steeds een claim van het project Rijksweg A7 Sneek. Op dat moment is de betreffende projectorganisatie in afbouw of niet meer operationeel. Hierdoor kan de kennis om de claims adequaat af te handelen verdwijnen en verhogen de juridische kosten om adequaat verweer te voeren. Om dit risico te beperken proberen wij met aannemers om de claims voor de afrekening af te wikkelen. In de praktijk blijkt dit geen garantie te bieden. Daarom besteden wij veel aandacht aan de juridische opbouw van de bouwdossiers. Bij mogelijke claims wordt een claimdossier opgebouwd. Daarnaast zorgen wij voor waarborging van kennis op langere termijn binnen de provinciale projectorganisatie.
  • Inhuur – De grote projecten zijn qua formatie voor ruim 70% afhankelijk van inhuur van personeel. De provincie is daardoor deels ook kwalitatief afhankelijk van de bij deze mensen aanwezige kennis bij de afronding van projecten en eventuele rechtszaken daarna. Omdat voor ingehuurd personeel het werk naar “het einde” loopt, is de noodzaak bij hen om op zoek te gaan naar nieuwe klussen. Dit leidt tot leegloop voordat het project is afgelopen. Dit wordt versterkt door de wens om de inhuur terug te dringen. Tegelijk maakt de nieuwe wetgeving met betrekking tot flexwerk dat de provincie lastig nieuwe afspraken kan maken met deze mensen. Bekeken wordt hoe de cruciale continuïteit in projecten gewaarborgd kan worden gedurende langere tijd, zodat bij claims of garantieaangelegenheden de kennis geborgd is.
  • Buitenlandse werknemers en de wet aanpak schijnconstructies – Vanaf 2015 is het probleem over de wijze waarop buitenlandse werknemers worden betaald zeer actueel geworden in de Friese projecten. Daarnaast is op 15 juli 2015 de Wet Aanpak Schijn­constructies (WAS) van kracht geworden. In deze wet is ook de ketenaansprakelijkheid geregeld en kunnen opdrachtgevers aan­sprakelijk worden gesteld voor nabetaling van niet nagekomen cao-verplichtingen. De reikwijdte van deze wet is nog niet duidelijk en is een financieel en inhoudelijk risico voor de provincie als opdrachtgever. Diverse acties zijn ingezet om een eerlijke beloning van buitenlandse werknemers te bevorderen. Ook landelijk wordt gewerkt aan structurele oplossingen hiervoor. Provinciale Staten is hierover met verschillende brieven geïnformeerd.

In 2015 is een eerste set aan meevallers gerapporteerd en via de berap in de begroting verwerkt. Indien er meer meevallers binnen de grote infraprojecten ontstaan, dan worden deze eerst gebruikt om de taakstelling op het complete programma 2 te dekken. Nu bestaat nog een tekort van € 2,8 miljoen. Als deze taakstelling ook is ingelopen, ontstaat ruimte voor nieuwe keuzes. Overigens wordt de kans op meevallers binnen de grote infraprojecten steeds kleiner, omdat veel contracten zijn gegund en in een vergevorderd stadium van afronding zijn. Meevallers kunnen nog wel ontstaan, doordat de risicoreservering binnen de projecten minder nodig is.

Als er bij de projecten nog specifieke risico’s spelen, staan deze vermeld onder het kopje ‘Risico’s’ bij de afzonderlijke projecten.

1 Bereikbaarheidsprogramma Leeuwarden-Vrij- Baan (programma 2)

Het programma Leeuwarden Vrij-Baan bestaat uit meerdere projecten. De belangrijkste voor de provincie zijn:

  1. N31 Haak om Leeuwarden
  2. Drachtsterweg en omgeving
  3. Stationsomgeving (busstation)
  4. Station Werpsterhoeke (zie spoorprojecten)
  5. Extra sneltrein Leeuwarden-Groningen (zie spoorprojecten)

PS-besluiten

  • Op 10 december 2013 is de herijking van de overeenkomst Programma Bereikbaarheid Leeuwarden ondertekend door bestuurders gemeente Leeuwarden en provincie Fryslân.
  • Op 24 september 2014 hebben Provinciale Staten de scope en de financiën voor de tweede fase van de gebiedsontwikkeling vastgesteld.
  • Op 15 februari 2015 hebben Provinciale Staten ingestemd met de plannen voor de aanpak van de stationsomgeving in Leeuwarden.

Financiële stand van zaken

Het programma Leeuwarden Vrij-Baan ligt financieel op koers. Vooral ook, omdat al een groot deel van het werk is afgerond. Wij verwachten dat we in 2017 het rijksdeel van het werk financieel kunnen afsluiten.

Wat gaan wij doen in 2017?

Het resterende deel van de scope uit het Tracébesluit Rw31 Haak om Leeuwarden wordt uitgevoerd. Dit betreft opruimwerkzaamheden in combinatie met uitvoering van gebiedsont-wikkeling. De oude N383 tussen Leeuwarden en Marsum is opgeruimd en het achterliggende gebied is weer heringericht (landbouw). De oude N31 tussen Marsum en Deinum is verwijderd in combinatie met kleinschalige herverkaveling en inrichting van natuurvriendelijke oevers.

De Drachtsterweg wordt opengesteld voor het autoverkeer. De oude Drachtsterbrug wordt gesloopt. De herinrichting van het stationsgebied, inclusief het busstation, wordt afgerond.

Risico’s

De beheersmaatregelen ten aanzien van de zoutekwel-problematiek worden uitgevoerd, samen met Rijkswaterstaat en Wetterskip Fryslân. Mogelijk heeft dit ook financiële consequenties, waarvan de omvang onduidelijk is. Dit is opgenomen in de post onvoorzien.

Voor het programma lopen nog diverse verzoeken voor planschade. Planschade is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en daarmee zijn wij deels risicodrager.

2 N31 Traverse Harlingen (programma 2)

PS-besluiten

Op 23 januari 2013 hebben Provinciale Staten ingestemd met de uitvoering van de ombouw van traverse Harlingen inclusief de benodigde kredieten. Het project wordt uitgevoerd door de bestuurlijke alliantie, waarin Rijk, gemeente Harlingen en provincie deelnemen. Het Rijk als eigenaar van de weg en formeel uitvoerende dienst. De provincie is de belangrijkste financier vanuit het Regio Specifieke Pakket.

Financiële stand van zaken

Voor het project is een budget beschikbaar van € 149,9 miljoen (prijspeil 2016). Het project ligt financieel op koers.

Wat gaan wij doen in 2017?

Het project wordt in 2017 in grote lijnen afgemaakt. De werkzaamheden worden in 2017 afgerond, zodanig dat het verkeer na de zomer door de nieuwe en verdiepte N31 en door het aquaduct onder het Van Harinxmakanaal kan rijden. Eind van het jaar wordt de bestaande N31 opgeruimd voor zover deze geen deel uitmaakt van de lokale gemeentelijke wegenstructuur. De weg over de Koningsbrug wordt heringericht en de Koningsbrug zelf wordt gerenoveerd. Hoewel alle inspanningen gericht zijn om in 2017 klaar te zijn, blijft het een complex werk met specifieke, maar ook onvoorziene risico’s. Er is daarom een kans dat de afrondende werkzaamheden tot in 2018 doorlopen.

Met de aanleg van de Vismigratierivier is een mooie afzet gevonden van de vrijkomende gronden. Daarnaast onderzoekt de Alliantie actief naar meer mogelijkheden om werk-met-werk te maken; denk aan de sanering van het complete Perseverantiaterrein, een kans op de ontwikkeling van het Spaansen terrein of ontwikkelingen aan de nieuwe centrale aansluiting in Harlingen.

Het begeleiden van de uitvoering blijft echter de belangrijkste taak van de uitvoeringsorganisatie; met het gericht toetsen van kritische onderdelen en risicovolle elementen wordt de uitvoering zelf zo goed mogelijk beheerst.

Risico’s

Het is een technisch complex project met specifieke risico’s: Denk aan het werken onder maaiveld en beneden grondwaterstand, zoute kwel, de aanleg van een aquaduct in een belangrijke vaarweg, en de stedelijke omgeving waarin het werk gemaakt moet worden. Het uitvoeringsteam werkt risicogestuurd, waardoor gericht en proactief maatregelen worden genomen.

Onvoorziene zaken kunnen zich altijd voordoen. Het project heeft echter een gezonde post onvoorzien om financiële tegenvallers op te vangen.

De provincie is de belangrijkste financier van het project. De gekozen alliantievorm, waarin Rijkswaterstaat, gemeente en provincie samen werken en invloed hebben, werkt goed.

3 Verruiming Prinses Margrietkanaal (programma 2)

PS-besluiten

  • In 1997 is het Plan van Aanpak Investeringen Fries-Groningse kanalen vastgesteld.
  • In februari 2012 is de overeenkomst vastgesteld met het Rijk over overdracht Prinses Margrietkanaal en afkoop Van Harinxmakanaal.
  • In september 2012 is besluitvorming aan Provinciale Staten voorgelegd voor het uitvoeringskrediet voor de brug Burgum en de kanaalverlegging bij het aquaduct in de Centrale As.
  • In september 2013 is het milieueffectrapport (MER) voor Skûlenboarch Westkern beschikbaar gesteld voor openbare kennisgeving. Dit is onderdeel van het Provinciale inpassingplan voor het watergebonden bedrijventerrein aan de noordzijde van het Prinses Margrietkanaal.
  • In 2014 hebben de Staten ingestemd met het MER voor het watergebonden bedrijventerrein Skûlenboarch-Westkern.

Financiële stand van zaken

Budget Brug Burgum is € 23,6 miljoen excl. btw, prijspeil 2013. Dit budget en de verant­woording van de uitgaven zijn terug te vinden in de financiële tabel bij het project De Centrale As  Evenals in 2016 is in 2017 geen voorbereidingsbudget beschikbaar. Als dit nog wel nodig is, wordt dit uit het afdelingsbudget van het programma Complexe Infraprojecten betaald.

Wat gaan we doen in 2017

In 2016 is gestart met het opstellen van een uitvoeringscontract en de gunnings­procedure voor de vervanging van de brug Skûlenboarch. In 2017 kan dan de nieuwbouw starten. Verder worden in 2017 afspraken gemaakt met het Rijk over de vervanging van de drie resterende bruggen (Oude Schouw, Uitwellingerga en Spannenburg) op het Prinses Margrietkanaal.

Risico’s

Over de vervanging van de resterende drie bruggen kan geen overeenstemming worden bereikt met het Rijk in verband andere financiële prioriteiten bij het Rijk. Dit blijft wel onderdeel van de bestuurlijke overleggen, waarbij wij vasthouden aan de bestuurlijke afspraken.

4 N381, Drachten-Drentse grens (programma 2)

PS-besluiten

  • Realisatiebesluit N381 op 10 februari 2010.
  • Provinciaal Inpassingsplan (PIP) N381 vastgesteld op 30 november 2011.
  • Begroting 2013, financiering geregeld voor gebiedsontwikkeling N381 op 7 november 2012.

In de Uitvoeringsagenda 2015-2019 “Mei elkenien foar elkenien” is opgenomen dat de N381 ver­der wordt verdubbeld tot Oosterwolde-Zuid. Hiervoor is € 25 miljoen extra gereserveerd.

Financiële stand van zaken

Het huidig projectbudget is € 198,1 miljoen. Het project ligt financieel op koers.

Wat gaan we doen in 2017?

Een aantal kleine realisatiecontracten van de gebiedsontwikkeling N381 ronden we af. Daarnaast werken we een aantal restpunten af en dragen we het werk over naar de beherende partijen. In het kader van de verdubbeling N381 Donkerbroek-Oosterwolde wordt de ruimtelijke procedure afgerond en vinden (minnelijke) grondaankopen plaats. Daarnaast sturen we medio 2017, indien noodzakelijk, het verzoekbesluit voor de onteigening naar de Kroon.

Risico’s

Meerwerkclaims opdrachtnemer: Opdrachtnemer contract Drachten-Nanningaweg heeft diverse meerwerkclaims ingediend bij de provincie Fryslân. De arbitrage hierover loopt waarschijnlijk door in 2017 en dan verwachten wij ook een uitspraak. We zetten erop in om eerder minnelijk tot overeenstemming te komen. Dit is met name een financieel risico, omdat het werk is afgerond.

Ruimtelijke procedure verdubbeling N381 Donkerbroek – Oosterwolde: Aan de ruimtelijke procedures hangen risico’s. Belanghebbenden kunnen namelijk zienswijzen indienen en/of beroep instellen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Staten doet uitspraak inzake de eventuele beroepen. Deze uitspraak kan leiden tot (deels) vernietiging van het besluit en vormt daarom een risico ten aanzien van het aspect tijd. Wij beheersen dit risico door alle onderzoeken te laten uitvoeren door externe partijen. Daarnaast wordt de ruimtelijke onderbouwing juridisch getoetst en is er een nauwe samenwerking met de FUMO, die vooraf de onderzoeken van de ruimtelijke procedure toetst.

Kabels en leidingen: Met een aantal nutsbedrijven is nog altijd discussie over het toepassingsbereik van de provinciale regeling kabels en leidingen. Bij de financiële en administratieve afhandeling kan dit nog leiden tot (juridische) discussies met de nutsbedrijven. Binnen het project is een reservering opgenomen voor dit risico.

5 De Centrale As (DCA) (programma 2)

PS-besluiten

  • Realisatiebesluit op 13 december 2006.
  • Provinciaal Inpassingplan op 23 juni 2010.
  • Vaststellingsbesluit gebiedsontwikkeling (GO) DCA op 23 mei 2012.
  • Beschikbaarstelling krediet GO DCA fase 1b, kadernota 27 juni 2012.
  • Beschikbaarstelling krediet GO DCA fase 2-P1, begroting 2016 11 november 2015.

Financiële stand van zaken

De 1e fase van de gebiedsontwikkeling is financieel geïntegreerd in het wegenproject De Centrale As. Vanuit de integrale aanpak blijkt dat de 1e fase gebieds­ontwikkeling op koers ligt. De weg  is in 2016 opengesteld voor het verkeer, waarbij de 1e fase van de gebieds­ontwikkeling voor een aantal maatregelen nog doorloopt en uitgebreid wordt met de 2e fase (prioriteit 1). Aangezien er nog financiële opgaven liggen, werken we een financiële strate­gie uit waarin door flexibiliteit een optimum wordt nagestreefd voor de maatre­gelen van de 1e en 2e fase. Hierin leggen we tevens een procespad voor aan Provinciale Staten om te komen tot een volledige financiële dekking van de totale gebiedsontwikkeling De Centrale As.

Wat gaan we doen in 2017

De Weg
In 2017 werken we vooral aan de aankleding van de weg en de directe omgeving daarvan. Verder werken we aan een financiële afronding van de diverse contracten met de aannemers. Op deze manier kunnen we werken aan het afslanken van de realisatie­organisatie van De Centrale As. Uiteraard met inachtneming van de zaken uit de 2e fase van de Gebiedsontwikkeling.

Gebiedsontwikkeling fase 1b
De 1e fase omvat in totaal 77 maatregelen. Hiervan zijn 25 gecombi­neerd aanbesteed met de wegcontracten vanwege inhoudelijke koppelkansen en het te bereiken synergie- en aanbestedingsvoordeel (dit betreft ca. driekwart van het beschikbare budget). Bij de overige 52 maatregelen (waarvan een deel pas na de openstelling van de weg kunnen plaatsvinden) moeten de gronden op vrijwillige basis vrijgespeeld worden. Van acht grondgebonden maat­regelen lijkt de grond niet verworven te kunnen worden en zijn er ook geen alternatieven mogelijk. Deze maatregelen komen naar alle waarschijnlijkheid te ver­vallen. Hierdoor behalen we de beleidsdoelen niet volledig. Om zoveel mogelijk projecten te realiseren werken we volgens de door u vastgestelde financiële strategie. .

Gebiedsontwikkeling fase 2 (prioriteit 1-maatregelen)
Fase 2 (prioriteit 1) bevat een 35-tal maatregelen over verschillende thema’s. In 2017 speelt bij deze maatregelen de uitwerking (planstudie en voorbereiding), de verwerving van benodigde gronden door vrijwillige kavel­ruil en/of minnelijke aankoop en beginnen we af­hankelijk van de voortgang grondverwerving met de realisatie.

Voor een deel van de maatregelen proberen we in aanmerking te komen voor aanvullen­de subsidies of bijdragen. Voor de maatregelen met priori­teit 1 gaat dit om € 2,6 miljoen bijdragen van derden en € 3 miljoen subsidies. De uitvoering van fase 2 van de gebiedsontwikkeling vindt plaats tussen 2016-2020.

Gebiedsontwikkeling fase 2 (prioriteit 2-maatregelen)
Voor de prioriteit 2-maatregelen ligt nog een opgave om € 11 miljoen financiering te vinden. Dit is onderdeel van de door u vastgestelde financiële strategie.

Risico’s

Het grootste risico voor de gebiedsontwikkeling is de grondverwerving, omdat deze op basis van vrijwilligheid gaat.

Kansen in Kernen

Het project Kansen in Kernen betreft het herinrichten van de huidige doorgaande provinciale weg, binnen een aantal bebouwde kommen. Deze weg gaat door zes dorpen in de gemeenten Dantumadiel en Tytsjerksteradiel. Dit herinrichten is gekoppeld aan de realisatie van De Centrale As en het benutten van de kansen die dit biedt. Het gaat om de dorpen Burgum, Feanwâlden, De Falom en Damwâld (N356), Garyp (N913) en Hurdegaryp (N355). Naast een bijdrage aan verkeersveiligheid biedt dit kansen voor de ruimtelijke kwaliteit en sociaal-economische ontwikkeling in de dorpen en daarmee de leefbaarheid.

PS besluiten Kansen in Kernen

  • 05-03-2007    Bestuursovereenkomst De Centrale As conform PS besluit 13-12-2006 ‘Realisatiebesluit project De CentraleAs Noordoost-Fryslân’
  • 21-11-2011    Kansen in Kernen als prioritair project in Agenda Netwerk Noordoost (ANNO) met een Provinciale bijdrage voor voorbereidingskosten: € 3,2 miljoen
  • 18-06-2014    Brief PS Kansen yn Kearnen – Proces
  • 14-12-2014    Brief PS Kansen yn Kearnen – finansjele strategy
  • 25-6-2014      Kadernota 2015 met een extra provinciale bijdrage € 2,2 miljoen conform financieringsstrategie
  • 24-6-2015      1e Bestuursrapportage 2015 met een begrotingswijziging: Extra provinciale bijdrage Kansen in Kernen € 3,9 miljoen conform financieringsstrategie
  • 11-11-2015    2e bestuursrapportage 2015 met een begrotingswijziging: Extra provinciale bijdrage Kansen in Kernen € 1,8 miljoen conform financieringsstrategie.

Financiële stand van zaken

In 2015 hebben Provinciale Staten definitieve besluiten genomen over de maximale provinciale bijdrage aan Kanssen In Kernen. Deze bijdrage bedraagt € 11,12 miljoen. De provincie verstrekt haar bijdrage via subsidies aan de gemeenten Tytsjerksteradiel en Dantumadiel. Het eerste gedeelte van de provinciale bijdrage, te weten € 3,2 miljoen, is in 2015 via een ANNO-subsidie aan de genoemde gemeenten beschikt. Het gaat hierbij om de voorbereidingskosten van de zes dorpen en de uitvoeringskosten van Kansen In Kernen Garyp. In 2016-2018 is in totaal maximaal € 7,92 miljoen beschikbaar aan provinciale bijdrage voor de uitvoering van Kansen in Kernen. Dit betekent dat voor de gemeente Tytsjerkstera­diel maximaal € 3.648.500,- en voor de gemeente Dantumadiel maximaal € 4.253.500,- aan subsidie beschikbaar is. In 2016 hebben de gemeenten een subsidiebeschikking ontvangen voor de uitvoering van Kansen in Kernen ter grootte van deze bedragen.

Wat gaan we doen in 2017?

Begin 2017 is de herinrichting van De Falom gereed. De uitvoering van Kansen In Kernen Damwâld is eind 2016 gestart. Eind 2017 is de herinrichting van Kansen In Kernen Damwâld (nagenoeg) gereed.

Medio 2017 start de gemeente Tytsjerksteradiel met de uitvoering van Kansen In Kernen Burgum en na de zomer van 2017 met de uitvoering van Kansen In Kernen Hurdegaryp.

De gemeente Dantumadiel start het eerste kwartaal van 2017 met de uitvoering van Kansen In Kernen Feanwâlden in combinatie met de aanleg van het transferium Feanwâlden.

Risico’s

In de bestuursovereenkomst De Centrale As (maart 2007) en de basisafspraken Kansen in Kernen (sept 2014) is vastgelegd dat de beide gemeenten projectverantwoordelijke zijn en daarmee risicodragend. De provincie faciliteert, zowel financieel als in menskracht. De procesmanager Kansen in Kernen van de provincie treedt op als regisseur en borgt de provinciale belangen. Risico is dat de provincie hiermee indirect stuurt op het project. Dit risico beheersen we door het instellen van een kernteam dat de provincie voorzit én een gezamenlijke financiële beheersing.

6 Investeringsagenda Drachten Heerenveen

PS-besluiten

  • Op 12 november 2014 hebben Provinciale Staten ingestemd met het vervangen van het project Brug Kanaal Haskerveen door het project Molenplein.
  • Op 25 november 2015 hebben Provinciale Staten ingestemd met een aantal financiële scopewijzigingen binnen de Investeringsagenda en één project aan de Investeringsagenda toegevoegd (Herinrichting openbaar terrein Thialf).
  • Op 24 februari 2016 hebben Provinciale Staten besloten een planstudie/MER te laten opstellen voor de Vaarweg Drachten.

Financiële stand van zaken

Er is circa € 15 miljoen uitgegeven van de € 70,9 miljoen. De meeste projecten zijn in 2016 in uitvoering genomen. Van een aantal grotere projecten loopt de voorbereiding door tot in 2017.

Wat gaan we doen in 2017?

Naar verwachting zijn in 2017 alle subsidieaanvragen ingediend en zijn de bijbehorende beschikkingen afgegeven. De meeste projecten zijn in 2016 gestart en ronden we in 2017 af. Een aantal grote projecten heeft een langere doorlooptijd, te weten: Oostelijke Poort Meren­gebied (start uitvoering 2018), bijdrage aan Zwolle-Herfte (project in uitvoering: 2017-2021) en RSP *)Bereikbaarheid Heerenveen (start uitvoering tweede helf van 2018, afronding eind2020/begin 2021).

In 2017 bestaan de acties met name uit het sturen op en het monitoren van de voortgang van de verschillende projecten, en het opstellen van de bijbehorende voortgang­rapportages aan Provinciale Staten. Tevens bestaan werkzaamheden uit het voorbereiden van vergaderingen van regie- en stuurgroepen, en de eventuele voorbereiding van besluitvorming in Provinciale Staten als gevolg van (financiële) scopewijzigingen.

Voor het project wordt in 2016 een samenwerkingsovereenkomst vastgesteld tussen de gemeente Heerenveen, de provincie en Rijkswaterstaat. In deze overeenkomst leggen we onder andere vast welke partij opdrachtgever wordt. Naar verwachting doen we dit als provincie samen met de gemeente.

Tenslotte gaan we in verband met de integraliteit en voortgang van de projecten Oostelijke Poort Merengebied en Vaarweg Drachten beide projecten coördineren vanuit het Investerings­programma. Naar verwachting wordt in 2017 gestart met het opstellen van een integrale planstudie/milieueffectrapportage.

*) RSP (Regiospecifiek Pakket): het pakket aan maatregelen ter compensatie van het niet doorgaan van de zuiderzeelijn.

Mogelijke risico’s

In het programmaplan en in de samenwerkingsovereenkomst Investeringsagenda Drachten Heerenveen is als voorwaarde opgenomen dat projecten uiterlijk op 1 januari 2018 in uitvoering moeten zijn (de financiële verplichtingen moeten zijn aangegaan). Het risico bestaat dat niet alle projecten tijdig in uitvoering worden genomen, omdat er meer tijd nodig is voor de voorbereiding van het project (bijvoorbeeld door planologische procedures of door scopewijzigingen binnen het project). Mocht zich dit voordoen, dan betrekken wij Provinciale Staten bij de te nemen vervolgstappen.

7 Knooppunt Joure (programma 2)

PS-besluiten

Op 23 januari 2013 hebben Provinciale Staten ingestemd met de uitvoering van de ombouw van knooppunt Joure. Het project wordt uitgevoerd door de bestuurlijke alliantie, waarin Rijk, gemeente De Fryske Marren en provincie deelnemen. Het Rijk als eigenaar van de weg en formeel uitvoerende dienst. De provincie is de belangrijkste financier (RSP-middelen).

In juni 2015 hebben Provinciale Staten bij de 1ste berap van 2015 besloten de financiële taakstelling van € 4,6 miljoen te laten vervallen.

Financiële stand van zaken

Voor het project is een budget van € 77,3 miljoen (prijspeil 2016) beschikbaar. Dit is de totale dekking op basis van een samengestelde financiering door meerdere partijen en meerdere budgetten.

Wat gaan wij doen in 2017?

Op 4 juli 2015 is het werk voor de ombouw van het knooppunt en de verdieping van de Langwarder Wielen gegund. Voor het vaarseizoen van 2017 is de verdieping van de Langwarder Wielen gerealiseerd. Medio 2017 rijdt het verkeer over het nieuwe knooppunt en tot het eind van dat jaar werken we aan de ombouw van het bestaande verkeersplein tot een ongelijkvloerse aansluiting. Tot het voorjaar van 2018 leggen we de laatste hand aan het viaduct in de Haulstersingel; verkeer op de A7 ondervindt hiervan geen grote hinder.

Het begeleiden van de uitvoering blijft echter de belangrijkste taak van de uitvoerings­organisatie. Met het gericht toetsen van kritische onderdelen en risicovolle elementen beheersen we de uitvoering zelf zo goed mogelijk. Als we met het ministerie I&M tot afspraken komen over de aanleg van een aquaduct in de Skarster Rien in de A6, kan de huidige projectorganisatie in 2017 de voorbereiding hiervan op zich nemen, zoals in de uitvoeringsagenda staat.

Risico’s

Het uitvoeringsteam werkt risico gestuurd, waardoor gericht maatregelen genomen worden om risico’s uit te sluiten en onzekerheden weg te nemen. Toch is het optreden van onvoorziene problemen niet uit te sluiten, maar door de pro-actieve werkwijze verwachten we deze zo goed mogelijk te beheersen.

De provincie is de belangrijkste financier van het project. De gekozen alliantievorm, waarin Rijkswaterstaat, gemeente en provincie samen werken en invloed hebben, werkt goed.

8 Spoorprojecten (programma 2)

Algemeen

De Spoorprojecten zijn onder te verdelen in vier hoofdprojecten:

  1. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Zwolle voor de uitbreiding van het aantal treinen van twee naar vier per uur in beide richtingen.
  2. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Groningen voor de tweede sneltrein die gaat rijden.
  3. Aanleg van station Werpsterhoek met een onderdoorgang voor auto’s, vrachtwagens en landbouwvoertuigen en een onderdoorgang voor fietsers en voetgangers.
  4. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Sneek voor de uitbreiding van het aantal treinen van drie naar vier per uur in de spits.

8a   Capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Zwolle (programma 2)

De besluiten van Provinciale Staten

Geen.

De financiële stand van zaken

De capaciteitsvergroting Leeuwarden-Zwolle wordt voor het grootse deel gefinancierd uit de ‘Motie Koopmansgelden’. Een klein gedeelte komt van de gemeenten. Van de gemeente Weststellingwerf € 1,5 miljoen voor de spooronderdoorgang in Wolvega en de bijdrage van de gemeente Heereveen van € 0,1 miljoen voor de aanpassing van de overweg Rotstergaastweg ter hoogte van het Thialfstadion.

De capaciteitsvergroting Herfte-Zwolle is geraamd op € 240 miljoen. Dit bedrag is inclusief de maatregelen ter bescherming van het grondwater onder het opstelterrein (RGS) ten westen van station Zwolle. Het Rijk financiert het bedrag van € 240 miljoen voor het grootste gedeelte met eigen middelen. De bijdrage vanuit RSP-middelen (Motie Koopmans) is € 70 miljoen. De provincies Groningen, Drenthe, Overijssel en Fryslân stellen aanvullend gezamenlijk € 36 miljoen beschikbaar als regionale bijdrage. Provincie Fryslân draagt hier € 10 miljoen aan bij uit de Investeringsagenda Drachten-Heerenveen. De risico’s van het project Herfte-Zwolle zijn voor het Rijk. Daarnaast moet er voor de dienstregeling vanaf 2021 nog een oplossing worden gevonden voor de doorvaartcapaciteit bij de HRMK spoorbrug bij Leeuwarden.

De acties in 2017

  • De aanpassing van de overweg Rotstergaastweg wordt in het tweede kwartaal 2017 gerealiseerd. De kostenraming van het project bedraagt € 1,3 miljoen. Dit past binnen het beschikbare budget.
  • Begin 2017 start de bouw van het project Zwolle-Herfte. Op dat moment worden er aanpassingen gedaan aan het spooremplacement aan de oostkant van het station Zwolle. In de huidige planning wordt het Tracébesluit voor het overige deel van het werk gepubliceerd.

De mogelijke risico’s

  • Onvoldoende financiële dekking voor eventuele aanpassing station Meppel (€ 9-22 miljoen exclusief BTW). Aanvullende financiering moet dan bij IenM worden gezocht. De problematiek is al besproken met IenM.
  • Zwolle-Herfte niet gereed in 2021 als gevolg van vertraging in de planologische procedure en de uitvoering. De dienstregeling die in 2017 in gaat, blijft dan ongewijzigd totdat het project wel gereed is.
  • Geen oplossing gevonden voor de doorvaartcapaciteit spoorbrug HRMK bij Leeuwarden in de spoorlijn Leeuwarden-Zwolle. Dan moet er beleidsmatig een keuze worden gemaakt of er prioriteit gegeven wordt aan het treinverkeer of de scheepvaart.

8b  Capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Groningen (programma 2)

PS-besluiten

  • Provinciale Staten besloten op 18 september 2013 om in te stemmen met de realisatie van het maatregelenpakket ESGL.
  • Provinciale Staten besloten op 24 september 2014 garant te staan voor de financiering van de spoorwegonderdoorgang in de Rijksstraatweg aan de westkant van Hurdegaryp met een maximum van € 10 miljoen.

De financiële stand van zaken

Voor de capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Groningen is een budget beschikbaar van € 171,0 miljoen. De verwachting is dat het project binnen budget uitgevoerd kan worden.

Provincie Groningen en Fryslân zijn inhoudelijk opdrachtgevers en risicodragers voor de realisatie van de uitbreiding van de infrastructuur op het baanvak Leeuwarden-Groningen.

De acties in 2017

In 2017 vindt de gunning van het werk plaats. ProRail besteed het werk aan in drie verschillende contracten. Te weten één contract voor de onderdoorgang Paterswoldseweg te Groningen, één voor de onderdoorgang Hurdegaryp en één voor alle andere maatregelen waaronder de spoorverdubbeling Zuidhorn-Hoogekerk en de aanpassing van station Leeuwarden. Na gunning beginnen de aannemers met de voorbereiding van het werk (enginering). Het definitieve Tracébesluit wordt eind 2017 ter inzage gelegd. Als het Tracébesluit definitief is kan de aannemer daadwerkelijk starten met de realisatie van de werkzaamheden.

De mogelijke risico’s

  • Zienswijzen waardoor het ontwerp moet worden aangepast. Er wordt nu op geanticipeerd door regelmatig overleg met de omgeving te hebben.
  • Tegenvallers tijdens de uitvoering. Hiervoor is een risicoreservering in het budget opgenomen. Na gunning is er regelmatig overleg met de opdrachtnemer over mogelijke risico’s.

8c. Station Werpsterhoeke (programma 2) 

De besluiten van Provinciale Staten

Provinciale Staten besloten op 18 september 2013 tot de realisatie van fase 1 (twee onderdoorgangen) van het station Leeuwarden Werpsterhoeke. Bij de behandeling van het realisatiebesluit is een motie aangenomen ten aanzien van de openstelling van het feitelijke station. Medio 2016 is deze motie uitgevoerd.

De financiële stand van zaken

Het project bestaat uit de 2 fasen. In de 1e fase worden de twee onderdoorgangen bij het toekomstig station gerealiseerd. De kosten hiervoor zijn € 21 miljoen (prijspeil 2012). In de 2e fase wordt het station (af)gebouwd. ProRail schat de kosten hiervoor in op € 9 miljoen (prijspeil 2012). De verwachting is dat fase 1 van het project binnen budget uitgevoerd kan worden.

De provincie is inhoudelijk opdrachtgever en risicodrager van het project. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu financiert het project vanuit de RSP middelen.

De acties in 2017

Afronden bouwwerkzaamheden en openstellen van beide onderdoorgangen.

De mogelijke risico’s

  • Gedurende de realisatiefase zijn de risico’s het grootst. Het zwaartepunt van de realisatie zit in 2016. Via de Berap in 2016 bent u daarover geïnformeerd. Het project wordt in de loop van 2017 afgerond en opgeleverd. Tijdens de afronding in 2017 worden er vooralsnog geen risico’s verwacht.
  • De ontwikkeling van De Zuidlanden is onvoldoende. Hierdoor is het reizigersaanbod uit/naar dit nieuwe stadsdeel minder dan 1000 reizigers per dag. De afbouw van het station Werpsterhoeke (fase 2) komt hiermee onder druk te staan. Bij de uitvoering van de hiervoor genoemde motie is hier ook op ingegaan.

8d. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Sneek (programma 2)

De besluiten van Provinciale Staten

Geen. 

De financiële stand van zaken

In 2014 zijn de investeringskosten door ProRail geschat op € 11,1 miljoen. De dekking van deze € 11,1 miljoen is als volgt voorzien: onderhoudsbudget ProRail; € 0,9 miljoen, Quick Wins Spoor € 3,4 miljoen, Beter Benutten € 3,35 miljoen, BDU-Spoor € 2,25 miljoen en BDU-overig € 1,2 miljoen. ProRail werkt de maatregelen worden in 2016 verder uit en maakt daarnaast een gedetail­leerde kostenraming. Begin 2017 wordt bekend of de raming past binnen gereserveerde budget. In tegenstelling tot de andere spoorprojecten beheert de provincie Fryslân dit budget zelf.

De acties in 2017

Begin 2017 zijn de resultaten van de nadere uitwerking naar benodigde maatregelen bekend. Ook het onderzoek naar de bodemgesteldheid zijn bij deze uitwerking meegenomen. Op grond van deze bevindingen kan begin 2017 het uitvoeringsbesluit genomen worden voor het project vierde trein Sneek-Leeuwarden.

De mogelijke risico’s

Bij het uitwerken van het ontwerp blijkt dat de daadwerkelijke kosten van het project hoger zijn dan € 11,1 miljoen. Daarom bestaat de mogelijkheid om het project na uitwerkingsfase (eerste kwartaal) te stoppen of extra geld te zoeken.