5.1 Inleiding

In deze paragraaf staat een overzicht van de verbonden partijen conform artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (het BBV). Het provinciale beleid aangaande samenwerking, waaronder het vormen van verbonden partijen, is beschreven in de Nota Samenwerkingsrelaties. Deze nota is in december 2013 door Gedeputeerde Staten vastgesteld en in januari 2014 aan Provinciale Staten ter informatie toegezonden.

Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn organisaties waarin de provincie zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft en waarbij sprake is van een publiek- of privaatrechtelijk rechtspersoon. Er is een bestuurlijk belang als de provincie zitting heeft in het bestuur of stemrecht heeft. De provincie heeft een financieel belang zodra zij middelen ter beschikking stelt (of garanties afgeeft) waarover de provincie risico loopt in geval van financiële problemen bij de verbonden partij.

De provincie neemt deel aan verbonden partijen voor de uitvoering van provinciaal beleid. De provincie gaat alleen samenwerkingsrelaties aan als de zelfstandige realisering duurder is, meer risico’s met zich meebrengt of niet mogelijk is. Dit laatste is ook het geval bij een wettelijk verplichte samenwerking, zoals deelname aan de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO).

De provincie is en blijft zelf verantwoordelijk voor het bereiken van de provinciale doelstellingen door de samenwerking met verbonden partijen. Periodiek gaan we na of de verbonden partijen nog voldoende bijdragen aan de realisatie van de provinciale doelstellingen. Deze beoordeling is onderdeel van ons beleid voor het risicomanagement en maakt deel uit van de planning- en controlcyclus. Zie paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Financiële risico’s

De financiële risico’s voor de provincie bij verbonden partijen zijn in veel gevallen (vrijwel) gelijk aan de omvang van het directe financiële belang. Bijvoorbeeld: als een gemeenschappelijke regeling een tekort laat zien in haar boekjaar, moet de provincie naar rato van haar bijdrage een deel van het tekort bijleggen.

In een aantal gevallen is het potentiële financieel risico groter dan het directe financiële belang in de verbonden partij. De inschatting van deze financiële risico’s staat in paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.