4.4 Risicobeheer Treasury

In deze paragraaf worden de belangrijkste risico’s voor Treasury management van de provincie Fryslân beschreven.

Renterisico

Vanuit de Wet Fido worden richtlijnen gegeven voor het renterisico op korte en lange financiering. Zo wordt het risico op kortlopende financieringen beperkt met een zogenoemde kasgeldlimiet (7% van de begrotingsomvang) en geldt voor de langlopende financieringen een renterisiconorm.

In verband met de verkoop van de aandelen Nuon en de hiermee samenhangende toestroom van geldmiddelen, verwachten we de komende jaren geen lang- of kortlopende geldleningen aan te hoeven trekken. Daarom zijn zowel de kasgeldlimiet en de renterisiconorm van de Wet Fido voor de provincie Fryslân de komende jaren niet relevant.

Bij de prognose van de rendementen op het belegde vermogen doet zich wel een renterisico voor. In de begroting wordt namelijk rekening gehouden met rentebaten uit het belegde vermogen. Fluctuaties van de rente op de kapitaalmarkt kunnen van invloed zijn op het verwachte rendement. Door een goede samenstelling van de beleggingen met voldoende spreiding worden deze fluctuaties zoveel mogelijk beperkt.

Koersrisicobeheer

De provincie belegt haar overtollige middelen alleen in vastrentende waarden zoals daggeld, obligaties en deposito’s. Het beleggen in aandelen, uitsluitend voor het behalen van een rendement, is niet toegestaan. Tevens wordt er uitsluitend belegd in financiële waarden in euro’s. Hierdoor is het valutakoersrisico minimaal.

Kredietrisicobeheer

Om het kredietrisico te beperken wordt door de provincie Fryslân uitsluitend belegd bij tegenpartijen die voldoen aan een goede kredietwaardigheid van tenminste een A-rating. Deze zijn vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Treasury. Voor het belegde vermogen geldt een afzonderlijk beleggingsmandaat. Ook dient te worden voldaan aan de Regeling Uitzetting en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo). Hierin is bepaald dat de een uitzetting korter dan drie maanden een kredietwaardigheid geldt van minimaal een A-rating volstaan en langer dan drie maanden een kredietwaardigheid van AA-minus is vereist. Daarnaast mag er alleen worden belegd in landen binnen de Economische Europese Ruimte (EER).

Om te komen tot een veilige en solide obligatieportefeuille heeft de provincie Fryslân besloten het risicoprofiel van de beleggingen zoveel mogelijk te beperken. In het beleggingsmandaat is vastgesteld dat minimaal 60% van het vermogen dient te worden belegd in obligaties met AAA-rating; de meest veilige categorie. Het overige deel dient te worden belegd in obligaties met een kredietwaardigheid van tenminste een AA-minus. Daarnaast gelden er beperkingen voor de bedragen per land, per beleggingscategorie en per debiteur. Door de aanhoudende kredietcrisis is besloten om het mandaat tijdelijk verder aan te scherpen. Alle nieuwe beleggingen mogen uitsluitend in obligaties met een AAA-rating worden gedaan.

Sinds 15 december 2013 is het verplichte schatkistbankieren van kracht en dienen alle middelen te worden belegd bij het agentschap van het ministerie van Financiën, uitgezonderd de gelden die al bij de vermogensbeheerders zijn belegd. Er wordt hierdoor een groot deel van het vermogen ondergebracht bij de Nederlandse staat, waardoor het kredietrisico voor de provincie verder afneemt.

Debiteurenbeheer

Voor het debiteurenbeheer betreffende de levering van goederen en/of diensten hanteert de provincie een strikt beleid van herinnering en aanmaning. Indien de debiteur nalatig blijft, wordt de vordering overgedragen aan een incassobureau.

Print deze pagina