Paragraaf 10: Samenwerkingsverbanden

In ons coalitieakkoord is bij de acties voor een dynamische omgeving in de mooiste provincie onze inzet voor het platteland beschreven. Hierbij willen we de samenwerking zoeken met gemeenten en anderen, waaronder It Wetterkip, VNO-NCW, MKB en onze zuivelindustrie in de Friese regio’s via de gebiedsagenda’s. Maar ook de samenwerkings­agenda’s met de ‘grote vier’ hebben hun uitwerking op het Friese platteland. Wij willen een sterkere verbinding leggen tussen die agenda’s en bekijken of we tot nieuwe vormen van samenwerking kunnen komen (resultaat 17): Wij gaan de streek- en samenwerkingsagenda aan elkaar verbinden. Hiervoor zetten we in op:

  • een slagvaardige en gebiedsgerichte werkwijze;
  • duidelijkheid en uniformiteit in aanpak, rollen en terminologie;
  • betrokkenheid van en met de Mienskip.

In het kader van Resultaat 17 hebben wij overlegd met de gebiedscommissies van de (landinrichtings)projecten over waar nog langere tijd voorbereiding en uitvoering plaatsvindt. Het gaat om Beekdal Linde, Koningsdiep, Alde Feanen en Achtkarspelen Zuid. De andere commissies ronden uiterlijk in 2017 hun werkzaamheden af. De vier genoemde projecten worden onderdeel van de gebiedsagenda’s. Naast de vermindering van bestuurlijke drukte is er nog een reden om deze projecten onder te brengen bij de gebiedsagenda’s. Bij deze projecten zijn alleen middelen beschikbaar voor de realisatie van natuur. Voor andere onderwerpen (zoals bijvoorbeeld de realisatie wandel- en fietspaden) kunnen deze middelen niet ingezet worden. Daarvoor moet gezocht worden naar andere bronnen of programma’s. Vanuit de gebiedsagenda kan de bredere invulling bepaald worden en liggen er veel koppelkansen om werk met werk te maken.

1. Gebiedsagenda’s

De samenwerking met gemeenten en It Wetterskip is in 2014 vastgelegd in de vijf gebieds­agenda’s. Hierin staan gezamenlijke opgaven. Per gebied worden jaarlijks door de stuurgroepen jaarplannen opgesteld, waarin ook de provinciale doelen voor het gebied zijn opgenomen.

Voor 2017 willen wij projecten starten ter realisatie van onze doelen op het gebied van duurzame energie, cultuurtoerisme en plattelandsrecreatie, fietspaden, veenweidevisie en de aandachtsgebieden. Daarnaast zetten we in op de Bottom up-aanpak. Ook de uitvoering van het thema krimp gaan we meenemen bij de gebiedsagenda’s.

Ter realisatie van deze doelen hebben wij de regelgeving vereenvoudigd en gaan we in het kader van de gebiedsagenda’s werken met twee nieuwe instrumenten: gebiedsbudget en Iepen Mienskipfûns (IMF).

1a.  Gebiedsbudget

De nieuwe aanpak met een gebiedsbudget heeft als doelen:

  • maatwerk te leveren per gebied, zoals o.a. aanbevolen door de Noordelijke Rekenkamer;
  • het aantal provinciale regelingen terug te brengen en hiermee efficiënter en flexibeler te zijn;
  • de inspanningen sterker te richten op het verwezenlijken van doelen en daarbij de integraliteit bij de uitvoering te vergroten;
  • de samenwerking met andere overheden te versterken.Provinciale Staten hebben in juni 2016 de eerste versie van een Provinciaal UitvoeringsProgramma 2016-2019 (PUP) vastgesteld. Hierin staat een aantal provinciale doelen met bijbehorende middelen (in totaal € 16,465 miljoen). Deze middelen vormen het gebiedsbudget en worden gekoppeld aan de bestemmingsreserve. De budgetten blijven gekoppeld aan de doelen waarvoor Provinciale Staten deze middelen beschikbaar hebben gesteld. De middelen zetten we in op basis van de jaarplannen die in de gebieden samen met de partners worden gemaakt. Gedeputeerde Staten, de Colleges van de Friese gemeenten en het dagelijks bestuur van het Wetterskip stellen de jaarplannen jaarlijks vastgesteld.

1b.  Iepen Mienskipfûns

Het IMF is een makkelijk toegankelijke regeling die initiatieven van onderop steunt. De regeling is vanaf 2015 met succes ingezet. Na dit eerste jaar hebben we de regeling geëvalueerd en verbeterd. Daarnaast zijn vanaf 2016 de overkoepelende doelen van het IMF ‘het bevorderen van de leefbaarheid in Fryslân’ en ‘iedereen doet mee’ na het coalitie­akkoord uitgebreid met de doelen ‘kansen voor burgers’, ‘duurzame dorpen’ en ‘natuur en landschap’. In 2017 is er voor het IMF € 4,5 miljoen beschikbaar. In 2017 worden drie tenders opengesteld.

2. LEADER/POP3

In de regio’s Noordoost en Noardwest geven we samenwerking met onze bestuurlijke partners en met private partijen ook vorm door middel van de LEADER aanpak, als onderdeel van het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3). Deze door Europa gesteunde aanpak, richt zich op het verbeteren van de leefbaarheid op het platteland en werkt volgens de ‘van onderop’-aanpak. Deze aanpak is met vertegenwoordigers uit beide regio’s uitgewerkt in een Lokale ontwikkelingsstrategie voor de periode 2015-2020.

Binnen deze hoofdkoers zet Noordwest Fryslân vooral in op de thema’s Sociale innovatie en de relatie Stad-Platteland. Noordoost Fryslân richt zich vooral op het versterken van de Sociale cohesie, het stimuleren van Zelfsturing van dorpen en het stimuleren van Sociaal-ondernemerschap.

Deze koers sluit nauw aan bij de Provinciale Uitvoeringsagenda 2015-2019 waarin ingezet wordt op o.a. ‘Krachtige gemeenschappen’ (sociaal domein, betrekken van iedereen) en ‘vanzelfsprekende duurzaamheid’ (duurzame dorpen, inzet voor platteland). Ook versterken we hiermee de beleidsterreinen Krimp-Leefbaarheid en Economie op tal van onderdelen.

De uitvoering van beide Lokale ontwikkelingsstrategieën gebeurt in de periode 2016 t/m 2020. Daarna is er nog twee jaar gepland om de financiën van beide Lokale ontwikkelings­strategieën af te rekenen. Eind 2020 moet het hele programma afgerekend en afgehandeld zijn.

De totaal verwachte investeringsomvang voor beide lokale gebieden schatten we op € 16,332 miljoen. Het zwaartepunt van de investeringen ligt bij de uitvoering van projecten. De uitvoeringskosten van die projecten dragen de initiatiefnemers voor de helft zelf (private partijen, publieke partijen). De andere helft dragen de EU (25%) bij en gemeenten/provincie (samen 25%). Voor de provincie betekent dit totaal  € 3.757.500,-. Hiervan is € 2,3 miljoen al vastgelegd in de begroting. Het overige deel halen we zoveel mogelijk uit bestaande provinciale budgetten, zoals het Iepen Mienskips Fûns of het Krimp-/Leefbaarheids­budget.