2.3 Ontwikkeling baten en lasten

Hieronder staat de ontwikkeling van de baten, de lasten en de mutaties van de reserves. Op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele baten en lasten. Op deze manier wordt inzichtelijk gemaakt of de provinciale begroting structureel in evenwicht is en blijft.

De structurele baten en lasten betreffen alle budgetten met een looptijd tot en met 2024. Dus ook de onderdelen voorzieningen, overlopende passiva of reserves.

De mutaties in de bestemmingsreserves hebben vooral betrekking op de reserves van de tijdelijke budgetten. De verschuiving van de bestedingsritmes over de jaren heen verloopt via deze reserves. In het ene jaar wordt gevormd en in het volgende jaar en/of volgende jaren wordt onttrokken aan deze reserves.

Ontwikkeling financieel kader

Ontwikkeling financieel kader 2016 t/m 2020

  • Bedragen x € 1 miljoen
  • Baten
  • Totaal baten
  • Lasten
  • Totaal lasten
  • Saldo voor bestemming reserves
  • Totaal saldo voor bestemming reserves
  • Reserves
  • Totaal reserves
  • Saldo na bestemming reserves
  • Begrotingssaldo
  • Structureel
  • Niet stuctureel
  • Structureel
  • Niet stuctureel
  • Structureel
  • Niet stuctureel
  • Beschikking
  • Vorming
  • Structureel
  • Niet stuctureel
  • 2016
  • 325
  • 94
  • 419
  • 229
  • 633
  • 862
  • 96
  • -539
  • -443
  • 633
  • 183
  • 450
  • 96
  • -89
  • 7
  • 2017
  • 293
  • 48
  • 341
  • 271
  • 163
  • 434
  • 22
  • -115
  • -93
  • 140
  • 36
  • 103
  • 22
  • -12
  • 10
  • 2018
  • 276
  • 26
  • 302
  • 277
  • 147
  • 424
  • -1
  • -121
  • -122
  • 156
  • 24
  • 133
  • -1
  • 11
  • 10
  • 2019
  • 277
  • 18
  • 294
  • 270
  • 105
  • 375
  • 7
  • -187
  • -81
  • 110
  • 15
  • 95
  • 7
  • 8
  • 15
  • 2020
  • 299
  • 18
  • 317
  • 272
  • 26
  • 298
  • 27
  • -8
  • -19
  • 18
  • 4
  • 14
  • 41
  • -8
  • 34

In 2016 zijn de niet structurele lasten veel hoger door de zogenaamde balansverkorting, het afwaarderen van de boekwaarde van de infrastructurele werken.

De ontwikkeling van baten en lasten is voor de komende 10 jaar in beeld gebracht. Op de langere termijn (2025) sluit de begroting op € 10 miljoen positief.

Ontwikkeling financieel kader 2021 t/m 2025

  • Bedragen x € 1 miljoen
  • Baten
  • Totaal baten
  • Lasten
  • Totaal lasten
  • Saldo voor bestemming reserves
  • Totaal saldo voor bestemming
  • Reserves
  • Totaal reserves
  • Saldo na bestemming reserves
  • Begrotingssaldo
  • structureel
  • Niet stuctureel
  • structureel
  • Niet stuctureel
  • structureel
  • Niet stuctureel
  • beschikking
  • vorming
  • structureel
  • Niet stuctureel
  • 2021
  • 299
  • 0
  • 299
  • 275
  • 0
  • 275
  • 24
  • 0
  • 24
  • 5
  • 3
  • 2
  • 26
  • 0
  • 26
  • 2022
  • 298
  • 0
  • 298
  • 279
  • 0
  • 279
  • 19
  • 0
  • 19
  • 5
  • 3
  • 2
  • 21
  • 0
  • 21
  • 2023
  • 297
  • 0
  • 297
  • 282
  • 0
  • 282
  • 15
  • 0
  • 15
  • 5
  • 3
  • 2
  • 17
  • 0
  • 17
  • 2024
  • 296
  • 0
  • 296
  • 286
  • 0
  • 286
  • 10
  • 0
  • 10
  • 5
  • 3
  • 2
  • 12
  • 0
  • 12
  • 2025
  • 297
  • 0
  • 297
  • 289
  • 0
  • 289
  • 8
  • 0
  • 8
  • 5
  • 3
  • 2
  • 10
  • 0
  • 10

De belangrijkste posten in de ontwikkeling van de baten en de lasten worden hieronder nader toegelicht. 

Baten

Provinciefonds algemene uitkering

De raming voor de begroting 2016 was gebaseerd op de meicirculaire 2015. Hierbij was alleen het onderdeel nominaal accres meegenomen in de raming. De andere component van het accres betreft het reële accres. Dit is het meebewegen van het provinciefonds met de rijksuitgaven, het zogenaamde trap op- trap af effect. De raming hiervan fluctueerde behoorlijk van circulaire naar circulaire vandaar dat daar toen voorzichtigheidshalve geen rekening mee was gehouden.

De raming voor de begroting 2017 is gebaseerd op de meicircularie 2016. Nu de accresontwikkeling een stabielere lijn laat zien, is in de raming hiermee rekening gehouden. Wel ramen wij het accres 1% lager zodat eventuele schommelingen opgevangen kunnen worden. Daarnaast nemen wij de toevoeging aan het provinciefonds van de ruimte binnenhet plafond van het BTW compensatiefonds vooralsnog niet mee in de raming.

Dit resulteert in onderstaande raming van de algemene uitkering.

Raming algemene uitkering

  • Bedragen x 1 miljoen
  • Accres
  • Begroting 2016
  • Kadernota 2017
  • Begroting 2017
  • Mutatie
  • 2016
  • 2.40%
  • 190,4
  • 190,4
  • 192,8
  • 2,4
  • 2017
  • 0.00%
  • 189,1
  • 191,1
  • 192,9
  • 1,8
  • 2018
  • 0.28%
  • 179,9
  • 183,2
  • 185,7
  • 2,5
  • 2019
  • 0.54%
  • 180,6
  • 184,4
  • 187,2
  • 2,8
  • 2020
  • 1.21%
  • 183
  • 185,8
  • 189,3
  • 3,5

Voor de jaren 2021 en verder gaan wij vooralsnog uit van een accres van 0% per jaar in lijn met het verwachte accrespercentage van 0,9% in 2021 waar wij dan 1% onder gaan zitten.

Opcenten motorrijtuigenbelasting (MRB)
De gegevens over het wagenpark van onze provincie zijn geactualiseerd aan de hand van de opgaaf van de belastingdienst per 1 januari 2016. Uit deze gegevens blijkt dat het wagenpark weer iets aan het groeien is, maar dat het gewicht van de auto’s daalt.

In het coalitie akkoord is opgenomen dat de opcenten dalen met € 20 miljoen per jaar in de periode 2016-2019. Rekening houdende met de jaarlijkse indexering leidt dit tot de volgende raming van de opcenten zowel in punten als in verwachte opbrengst.

Raming opcenten

  • Bedragen x 1 miljoen
  • Opcenten
  • Begroting 2016
  • Kadernota 2017
  • Begroting 2017
  • Mutatie
  • 2016
  • 68,8
  • 50,3
  • 51,1
  • 51,1
  • 0
  • 2017
  • 70,2
  • 51,3
  • 51,6
  • 51,6
  • 0
  • 2018
  • 71,6
  • 52,4
  • 52,6
  • 52,6
  • 0
  • 2019
  • 73
  • 53,4
  • 53,6
  • 53,6
  • 0
  • 2020
  • 102,1
  • 75,5
  • 75,9
  • 75,9
  • 0

Voor de indexering van de opcenten is rekening gehouden met 1,25% in 2016, 0,9 % in 2017 en 2% vanaf 2018. In het lange termijn financieel kader wordt ervanuit gegaan dat de opcenten (punten) in 2020 weer op het niveau komen waarop ze zouden zijn geweest zonder tijdelijke opcentenverlaging.

Rendement vermogen
Op basis van een geactualiseerde liquiditeitenprognose is het verwachte rendement herberekend. Het verwachte rendement op de obligatieportefeuille bedraagt 2,8%.

Verwacht rendement

  • Bedragen x 1 miljoen
  • Begroting 2016
  • Kadernota 2017
  • Begroting 2017
  • Mutatie
  • 2016
  • 18,2
  • 19,6
  • 19,6
  • 0
  • 2017
  • 16,8
  • 18,9
  • 18,9
  • 0
  • 2018
  • 14,3
  • 16,6
  • 16,6
  • 0
  • 2019
  • 12,7
  • 15,3
  • 15,3
  • 0
  • 2020
  • 11,3
  • 14
  • 14
  • 0

Dividend Alliander
Ten opzichte van de raming bij de kadernota 2017 zijn er geen aanpassingen.

Dividend Alliander

  • Bedragen x 1 miljoen
  • Begroting 2016
  • Kadernota 2017
  • Begroting 2017
  • Mutatie
  • 2016
  • 8,5
  • 10,8
  • 10,8
  • 0
  • 2017
  • 8
  • 15
  • 15
  • 0
  • 2018
  • 7,5
  • 7,5
  • 7,5
  • 0
  • 2019
  • 7,5
  • 7,5
  • 7,5
  • 0
  • 2020
  • 7,5
  • 7,5
  • 7,5
  • 0

Lasten

Nominale ontwikkeling
De raming voor nominaal is gebaseerd op de meicirculaire 2016. Daarbij houden wijrekening met de afspraak uit de uitvoeringsagenda 2015-2019 dat in de jaren 2017-2019 het nominaal 1% lager wordt toebedeeld dan in de circulaire is opgenomen.

Voor de jaren 2021 ev houden wij rekening met 1,5% voor nominaal lonen en 1% voor nominaal goederen en diensten.

Nominale ontwikkeling

  • Bedragen x 1 miljoen
  • Nominaal lonen
  • Nominaal goederen en diensten
  • Begroting 2016
  • Kadernota 2017
  • Begroting 2017
  • Mutatie
  • 2016
  • 3,2
  • 1,3
  • 0,6
  • 0
  • 2017
  • 0.90%
  • 0.00%
  • 6
  • 1,9
  • 1,2
  • 0
  • 2018
  • 1.00%
  • 1.00%
  • 8,7
  • 4,5
  • 3,7
  • 0
  • 2019
  • 1.00%
  • 1.00%
  • 11,7
  • 7
  • 6,3
  • 0
  • 2020
  • 2.00%
  • 1.50%
  • 16,8
  • 11,2
  • 10,5
  • 0

* In verband met de verwerking van nominaal in de begroting is een deel van de nominaalraming al afgeraamd ten opzichte van de begroting 2016 en kadernota 2017.

Print deze pagina