Leeswijzer

Welkom in de digitale omgeving van de begroting van de provincie Fryslân!

Elk jaar stellen Provinciale Staten in november de begroting vast voor het volgende jaar.

In de begroting staat welke resultaten de provincie het komende jaar wil realiseren en met welke middelen. De begroting geeft ook veel informatie over de financiële positie van de provincie.

Hieronder vind je een korte toelichting op de verschillende onderdelen in de begroting.

Hoofdstuk 1 beleidsprogramma’s

De provincie is actief op vele verschillende gebieden, zoals bijvoorbeeld natuur, verkeer en cultuur. Provinciale Staten hebben in beleid vastgelegd wat de ambities van de provincie zijn. In het coalitieakoord 2015-2019 “Mei elkenien, foar elkenien” staat ook een aantal ambities voor Fryslân. Deze ambities zijn de basis voor de beleidsprogramma’s in de begroting.

Een beleidsprogramma begint met een inleiding. Met daarin de meerjarige doelen en de totale lasten en baten voor dat programma. Je vindt hier ook een overzicht van het beleid dat door Provinciale Staten is vastgesteld. Nieuw is dat je hier ook ziet welke verbonden partijen*) een bijdrage leveren aan het beleid. Vanaf 2017 is dit een verplicht onderdeel in de begroting.

*) een verbonden partij is een organisatie waarin de provincie zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft en waarbij sprake is van een publiek- of privaatrechtelijk rechtspersoon, zoals bijvoorbeeld het Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN).

Beleidsvelden

Een programma heeft verschillende beleidsvelden. In elk beleids­veld vind je steeds de volgende drie vragen: wat willen we bereiken?, welke resultaten willen we in 2017 behalen? en wat mag het kosten?

De eerste vraag gaat over de ambities (doelen) en gewenste maatschappelijke effecten. Vaak hebben deze een meerjarig karakter en zijn deze door Provinciale Staten vastgesteld in provinciaal beleid. De tweede vraag gaat over de resultaten die we in 2017 willen realiseren en de activiteiten die we daar­­voor uitvoeren. Bij de derde vraag staan de lasten en baten voor het jaar 2017. In dit overzicht staat ook informatie over het rekeningjaar 2015, de begrotingscijfers voor 2016 en de begrotingsjaren 2018 t/m 2020.

Financiële tabellen 3e W-vraag

In de financiële tabellen staan de lasten en de baten van de exploitatiebegroting.
Hierin vind je de structurele en de niet structurele budgetten van de provincie. Structurele budgetten zijn jaarlijks terugkerende uitgaven (voor bijvoorbeeld gesubsideerde organisaties als het Fries Museum). Niet structurele budgetten zijn de geraamde lasten voor een specifieke periode (zoals tijdelijke budgetten, reserves en voorzieningen).

De provincie doet ook investeringen (zoals de aanleg van wegen). Informatie hierover vind je in bijlage 1: Onderhanden investeringen en bijlage 3: Verloop vaste activa. Als een investeringsproject klaar is komen de afschrijvingslasten als last in in de exploitatiebegroting.

In de financiële tabellen zijn ook de bedrijfsvoeringskosten verwerkt (kosten voor bijvoorbeeld personeel en huisvesting). In paragraaf 7: Bedrijfsvoering staat een overzicht van alle bedrijfsvoeringskosten.

Programma 10 Algemene dekkingsmiddelen

Programma 10 heeft een andere opzet dan de eerdere programma’s. In diit programma staan de algemene dekkingsmiddelen van de provincie: uitkeringen uit het provinciefonds, opbrengsten uit de heffing van opcenten op de motorrijtuigenbelasting, divenden uit belegd vermogen, etcetera.

Aan de lastenkant staan staan de financieringskosten en de voorwaardelijke middelen. Voordat deze deze voorwaardelijke middelen naar de betreffende beleidsprogramma’s gaa, moeten GS of PS hier nog een besluit over nemen, via een begrotingswijziging. In dit programma staan ook de lasten en baten in verband met de dienstverlening aan derden.

Hoofdstuk 2 Paragrafen

De paragrafen geven vanuit een beheersmatige invalshoek een dwarsdoorsnede van de beleidsprogramma’s. Hier worden als het ware de instrumenten of hulpmiddelen behandeld die de provincie gebruikt om de doelen van de beleidsprogramma’s te realiseren, bijvoorbeeld kapitaalgoederen, participatie in verbonden partijen en andere samenwerkingsverbanden, grondbeleid (voor de doelen van bijvoorbeeld programma’s 2 Verkeer en vervoer en 5 Landelijk gebied), etcetera.

Hoofdstuk 3 Financiële begroting

In de financiële begroting vatten we de cijfers uit de beleidsprogramma’s samen en leggen we de relatie gelegd met de vermogenspositie, bijvoorbeeld met balansposten als activa en reserves.

In onderdeel 3.2 staat het zogenoemde ‘financieel kader’: de meerjarige ontwikkeling van het totaal van geraamde lasten en baten en de hieruit resulterende begrotingssaldi.

De begrotingssaldi werken door in de vrij aanwendbare reserve (VAR). Het verwachte verloop van de vrij aanwendbare reserve (VAR) geven we meerjarig weer. Na afloop van het begrotingsjaar verantwoorden we in de jaarrekening (in de balans) de daadwerkelijke stand van deze reserve.

Een aantal belangrijke baten en lasten behandelen we afzonderlijk: uitkering uit provinciefonds, opcenten motorruijtuigenbelasting, rendement vermogen, ontwikkeling lasten als gevolg van prijsstijging (nominale ontwikkeling), afschrijvingslasten, inzet vanuit reserves, etcetera. Je vindt hier ook de zogenoemde REP-middelen. Dit is een onderdeel van het RSP-convenant (Regionaal Specifiek Pakket) tussen het Rijk en de noordelijke provincies).

In onderdeel 3.3 ‘Overzicht van baten en lasten in de begroting’ vind je een totaaloverzicht van lasten en baten per beleidsprogramma. Door het vaststellen van de begroting geven Provinciale Staten het College van Gedeputeerde Staten toestemming om de budgetten in deze programma’s uit te geven om de resultaten uit de beleidsprogramma’s te realiseren. Provinciale Staten geven voor hiermee voor de baten ook een inspanningsverplichting aan Gedeputeerde Staten. Dit overzicht sluit aan op de financiële tabellen in de  beleidsprogramma’s. In onderdeel 3.3 staan ook de ramingen van uit­gaven en inkomsten van de investeringsprojecten.
Onderdeel 3.4 gaat over de fi­nanciële positie van de provincie. Daarbij gaat het over de exploitatiebegroting (lopende uitgaven en inkomsten) en over de vermogenspositie. Hierin staan onder andere de structurele en de niet-structurele lasten en baten en het verwachte verloop van de balansposten reserves, voorzieningen en overlopende passiva.

Bijlagen

In de bijlagen vind je een nadere toelichting op de begroting, in het bijzonder op de financiële begroting.

Print deze pagina