Bijlage 8: Uitgangspunten begroting 2017

Gronden van de ramingen

De cijfers over het jaar 2015 hebben betrekking op de cijfers uit de jaarstukken 2015 zoals door PS vastgesteld op 25 mei 2016. De voor 2016 en volgende jaren vermelde bedragen zijn inclusief de besluitvorming van de Staten tot en met 29 juni 2016 en de doorwerking van de begrotings­wijzigingen van voorgaande jaren.

Uitgangspunten van de ramingen:

  • Onderwerp
  • Inflatievergoeding
  • Loonstijging provinvie
  • Prijsstijging provincie
  • Loon- en prijsstijging gesubsidieerde instellingen
  • Indexering (groot) onderhoud wegen en vaarwegen
  • IBOI vergoeding RSP projecten
  • Indexering langlopende projecten
  • Reserve van Harinxmakanaal
  • Parkeervoorziening provinciehuis (vast percentage)
  • Overig
  • Rendementsderving bij inzet van belegd vermogen
  • Verplichte rentetoerekening van voorzieningen / overlopende passiva
  • 2016
  • 1.50%
  • 1.25%
  • 1.25%
  • -0.89%
  • 1.50%
  • 0.00%
  • 2.80%
  • 2.50%
  • 2.80%
  • 0.90%
  • 2017
  • 0.90%
  • 0.00%
  • 0.00%
  • 0.00%
  • 0.60%
  • 0.00%
  • 2.80%
  • 2.50%
  • 2.80%
  • 0.40%

Toelichting op de uitgangspunten

Inflatievergoeding

Uitvoeringsagenda 2015-2019
Conform het besluit bij de uitvoeringsagenda 2015-2019 zal de toegekende inflatie 1% lager zijn dan de verwachte inflatie in de jaren 2017 t/m 2019 met een minimum van 0%. Met deze besparing worden de structurele voorstellen in de uitvoeringsagenda gefinancierd. Uitzondering hierop vormen de specifieke inflatievergoedingen voor een aantal instellingen.

Loonstijging provincie
De huidige cao heeft een looptijd tot 1 januari 2017. Voor het jaar 2017 gaan wij daarom uit van de overheidsconsumptie onderdeel lonen en salarissen 2016 uit de septembercirculaire 2015. Deze bedraagt in 2016 1,9% waarmee de toegekende prijsinflatie 0,9% bedraagt.

Prijsstijging
Voor de prijsstijging van de structurele budgetten gaan wij uit van de overheidsconsumptie onderdeel netto materiële consumptie 2016 zoals opgenomen in de septembercirculaire 2015. Deze bedraagt in 2016 0,9% waarmee de toegekende prijsinflatie 0% bedraagt. Onder de structurele budgetten vallen ook de vorming van de voorzieningen groot onderhoud.

Bij enkele instellingen worden de richtlijnen van de begroting voor de indexering niet standaard gevolgd aangezien hierover andere afspraken zijn gemaakt. Het gaat hier om:
Gemeenschappelijke regelingen:
– SNN
– Noordelijke Rekenkamer
– Marrekrite
– Tresoar
– Fryske Akademy
Overig:
– IPO
– Regionaal college waddengebied/wadlopen/servicepunt waddengebied

In de begroting is vooralsnog rekening gehouden met het eerder genoemde loon- en prijsstijgingspercentage.

Indexering (groot) onderhoud wegen en vaarwegen
Op 22 januari 2014 hebben de Staten besloten om het (groot) onderhoud van wegen en vaarwegen te indexeren met de CBS index grond, weg- en waterbouw 42/43 Grond, weg- en waterbouw.
De index van het begrotingsjaar wordt gebaseerd op het verschil in index van de twee voorgaande jaren. Als voorbeeld voor de begroting 2017 wordt het verschil in index januari 2015 versus januari 2016 gebruikt. Ook bij deze indexering geldt dat deze in de jaren 2017-2019 1% lager is dan de werkelijke inflatie met een minimum van 0%. Alleen in het geval dat de werkelijke inflatie negatief is dan blijft deze gehandhaafd.

IBOI vergoeding RSP projecten
RSP gelden voor de infrastructurele projecten zijn de afgelopen jaren eerder uitgekeerd door het rijk dan dat qua kasritme benodigd was voor de RSP projecten. Hierdoor wordt over deze gelden geen inflatie meer vergoed. Om dit te compenseren wordt een inflatievergoeding toegekend over het nog niet bestede saldo van de RSP(infra)gelden. Het percentage dat hierbij gehanteerd wordt is gebaseerd op het IBOI percentage zoals opgenomen in de kortetermijnraming maart 2016 van het CPB voor het jaar 2017.

Indexering langlopende projecten
Bij langlopende projecten is het gebruikelijk om deze te ramen met de prognose einde werk. Vandaar dat hier geen indexering meer plaatsvindt.

Reserve van Harinxmakaal
Op 17 juni 2013 hebben de Staten besloten om het percentage van het jaarlijks rendement toe te voegen aan de reserve om zo het onderhoud ook op lange termijn te kunnen uitvoeren.

Parkeervoorziening provinciehuis
Voor de parkeervoorziening provinciehuis is de indexering op 2,50% vastgesteld vanaf het moment van ingebruikname hiervan.

Overig

Rendementsderving bij inzet van belegd vermogen
Indien er extra middelen ingezet moeten worden voor projecten die nog niet in de begroting zijn opgenomen, waardoor er aanspraak wordt gemaakt op ons belegd vermogen dan brengen wij daarvoor het rendementspercentage in rekening van de huidige beleggingsportefeuille.
In het geval dat wij substantiële bedragen vooruitontvangen van derden en daaraan compensatie wordt toegerekend dan hanteren wij daarvoor het dan geldende percentage van schatkistbankieren.

Verplichte rentetoerekening rente aan voorzieningen/overlopende passiva
Voor de toerekening van rente aan de voorzieningen/overlopende passiva daar waar dat verplicht wordt gesteld sluiten wij aan bij het gemiddelde rentepercentage van de 10- en 5-jaars fixe lagere overheden aangezien wij verder geen rente opslag hanteren.

Externe tarieven 2017
Jaarlijks worden de externe tarieven berekend op basis van de normbedragen en een opslag voor de bedrijfsvoeringskosten. Deze tarieven worden in het najaar door het college vastgesteld.

Provinciefonds
De raming van het Provinciefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2016. Bij de algemene uitkering ramen wij het accres 1% lager om zo mutaties in het accres te kunnen opvangen.
De decentralisatie uitkeringen zijn wel conform de meicirculaire begroot. Hierin is wel de rijksbijdrage RSP REP al opgenomen voor de jaren 2016-2020. Deze middelen zijn door het rijk al toegezegd, maar worden op jaarbasis aan het provinciefonds toegevoegd.

Opcenten motorrijtuigenbelasting
De raming van de opbrengst uit de opcenten motorrijtuigenbelasting is gebaseerd op de realisatie van 2015. In de paragraaf heffingen zijn de opcenten per jaar opgenomen.

Print deze pagina